PlusInterview

Ramon Schleijpen verbond vluchtelingen met Amsterdammers en vertrekt nu bij Boost: ‘Zelf doen, bottom-up, dat werkt’

Vluchtelingen leren er de taal, leren er fietsen en ontmoeten er Amsterdammers. Ramon Schleijpen (61) begon zes jaar geleden stichting Boost en neemt nu afscheid. ‘Mensen schieten er veel mee op als ze verbonden zijn aan de stad.’

Marcel Wiegman
Ramon Schleijpen, scheidend coördinator bij Stichting Boost: ‘Hier komen en alleen op een bankje hangen en op je telefoon zitten kan ook. Dat is gewoon een eerste stap.’ Beeld Dingena Mol
Ramon Schleijpen, scheidend coördinator bij Stichting Boost: ‘Hier komen en alleen op een bankje hangen en op je telefoon zitten kan ook. Dat is gewoon een eerste stap.’Beeld Dingena Mol

Midden in de Amsterdamse Transvaalbuurt, op de hoek van de Danie Theronstraat en de Ben Viljoenstraat, staat een opvallend, enigszins verwaarloosd gebouw in felle tinten rood, geel en blauw, de kleuren van de jaren zeventig. Een multifunctioneel centrum voor de buurt, zoals ze destijds overal opdoken. Domein van straathoekwerkers, bejaardensoos. Licht en open. Het debuut van architect Pi de Bruijn.

Nu huist de stichting Boost in het pand, ‘een laagdrempelige ontmoetingsplek waar mensen met een vluchtelingenachtergrond en Amsterdammers werken aan verbinding, integratie en perspectief’.

Dat klinkt zwaarder dan het is. In de ontmoetingsruimte is het een drukte van belang, op het terras voor de deur heerst vrolijkheid. Arabische muziek schalt. In de keuken wordt gewerkt aan de dagelijkse gratis lunch voor zestig tot tachtig bezoekers. In leslokalen volgen tal van vluchtelingen taalles. Een eenzame buurtbewoner zit in de eetzaal piano te spelen, terwijl boven in het gebouw, in wat ooit gymzaal was, vier vrouwen de basisvaardigheid van het fietsen onder de knie proberen te krijgen.

“Fietsen is vrijheid,” zegt Ramon Schleijpen (61) opgewekt. “Fietsen betekent emancipatie. De vrouwen zijn vaak aan huis gekluisterd. Het geld is er niet om met het ov iets te doen, maar als je kunt fietsen ligt de wereld voor je open.”

Na zes jaar vertrekt ze bij het centrum dat in 2016 op haar initiatief tot stand kwam. Ze is hard toe aan wat rust. Ze kreeg vorige maand een eervolle Amsterdamspeld uit handen van wethouder Rutger Groot Wassink van Sociale Zaken. Tot haar genoegen staat een nieuwe generatie alweer klaar.

Liefste kraakpand

Schleijpen is een oude kraker uit de Wielingen, een voormalig weeshuis van de Diaconie der Nederlands Hervormde Gemeente in Amsterdam-Zuid. “Het liefste kraakpand van de stad,” zegt ze. In 1979 kwam ze naar Amsterdam om rechten te studeren met het idee dat je daar ‘altijd nog een keer mee op de barricade kunt staan’.

Een bescheiden revolutionair. Koppig tot op het bot. Er zit een rode draad in haar werkzame leven, denkt ze: “De kleine man versus de grote overheid.” Ze werkte voor de Ombudsman en woningcorporatie Ymere. Toen minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie in 2007 met haar later zo verguisde wijkenaanpak begon, zag ze haar kans schoon. “Bewoners werden opeens partij in de stad. Hun stem kon klinken. Mensen namen het initiatief om hun eigen buurt op te knappen.”

Zelf doen. Bottom-up. “Toen in 2008 de financiële crisis begon werd er opeens naar ons gekeken,” zegt Schleijpen. “Het grote geld was op, misschien moest het dan maar van de bewoners komen. Samen met een compagnon had ik een klein bureautje, waarmee we de verbindingsrol op ons namen met de overheid.”

Acht jaar later brak de vluchtelingencrisis uit. Mensen werden opgevangen in leegstaande sporthallen en tentenkampen. “Wij dachten: prima als iemand op de zolder naar een oude trui zoekt om langs te brengen, maar wij willen iets structureels doen: kleinschalige opvang in de buurt, waar vluchtelingen niet in de rij hoeven staan voor een magnetronmaaltijd en meer zijn dan een nummer.”

Een ‘soort burgerlijk ongehoorzame AZC’ in Amsterdam-Oost voor dertig Syriërs: Hoost Mauritskade. Met de stilzwijgende goedkeuring van Eric van der Burg, die toen nog geen staatssecretaris voor Asiel en Migratie was, maar gewoon de wethouder Zorg en Welzijn in Amsterdam, die vond dat er niet genoeg asielzoekers naar Nederland konden komen met al het werk dat er in de stad te doen was.

Op zoek naar een praatje

“Wat we in die tijd leerden,” zegt Schleijpen, “is dat mensen er veel mee opschieten als ze verbonden zijn aan de stad. Het maakt het zoveel makkelijker om je leven weer op de rails te krijgen. Maar we kwamen er ook achter dat de bewoners rust nodig hadden. Het was een gekkenhuis, dus ontstond het plan om een ontmoetingsplek te maken, waar vluchtelingen en Amsterdammers elkaar tegenkomen.”

Dat werd Boost, eerst in de oude Lidwinaschool op de Ringdijk, maar al snel daarna in de Transvaalbuurt. Het idee: vraag en aanbod bij elkaar brengen. Vluchtelingen die op zoek zijn naar taalles, naar informatie over huisvesting, gezondheidszorg en werk of gewoon naar een praatje. En Amsterdammers die hun expertise en ervaring willen inzetten om nieuwe stadsgenoten een zetje in de rug te geven. Veel taaldocenten, die na hun pensioen of naast hun gewone werk, voor nop een paar uur in de week komen helpen.

Schleijpen: “Iedereen is hier welkom, in bezit van papieren of niet. Wij willen niet controleren bij de deur. Wij geloven dat het voor ongedocumenteerden net zo waardevol is om mee te doen, al was het maar om hun waardigheid terug te krijgen. Hier komen en alleen op een bankje hangen en op je telefoon zitten kan ook. Dat is gewoon een eerste stap. Ieder zijn eigen tempo. Je bent in elk geval je huis uit gekomen.”

Binnen twee maanden waren er, zegt ze, honderd vrijwilligers en honderdvijftig deelnemers. Inmiddels hebben meer dan duizend nieuwkomers meegedaan. Voor de taallessen is een wachtlijst van tweehonderd mensen. In het pand werken tien organisaties mee, waaronder Dokters van de Wereld, NewBees (voor begeleiding naar werk) en het UAF, een fonds voor vluchtelingstudenten.

“Onze vrijwilligers schieten er zelf ook veel mee op,” zegt Schleijpen. “Mensen vinden het ontzettend leuk om andere mensen te ontmoeten, andere verhalen te horen. Het is een opsteker als je mensen vooruit ziet gaan. Dat is een fantastische drijfveer, een motortje om de zaak gaande te houden.”

Te mooi om waar te zijn? “Het ís waar,” zegt Schleijpen.

En nooit gaat het mis? “Soms een scheldpartij. Of een ruzie. Dan komt de politie langs, maar echt mis gaat het eigenlijk nooit. Wij werken hier op basis van vertrouwen en scheppen op die manier een goede sfeer, waarin we ongelukken voorkomen. Er komen hier ook mensen uit de lhbtq-gemeenschap, een enkele transgender man of vrouw. Natuurlijk is dat niet altijd gemakkelijk, maar iedereen voelt zich hier veilig. Het gebouw werkt natuurlijk ook mee: het is transparant.”

Voorwaartse beweging

Hoofdschuddend kijkt ze naar de discussies rondom de opvang van vluchtelingen die nu in het land woeden. Opnieuw is het crisis. “Wat wil je als je vlak bij een dorp van driehonderd mensen een AZC met drieduizend asielzoekers neerzet? Dan organiseer je bij voorbaat je eigen verzet.”

Kleinschaligheid, misschien is Van der Burg het niet helemaal vergeten uit zijn Amsterdamse jaren, hoopt Schleijpen. “Het kan echt anders. Laat het gewoon een beetje stromen, laat de samenleving mee doen. Dan krijg je vanzelf minder negatief publiekssentiment.”

Ze kijkt om zich heen. “Deze plek gaat over kracht en kwetsbaarheid. Er komen hier mensen die veel in huis hebben, maar in een moeilijke fase van hun leven zitten. Wij hebben oog voor beide kanten. We helpen mensen als ze stress hebben, als ze niet goed slapen, als ze zorg nodig hebben, maar we investeren ook in de voorwaartse beweging: een plek vinden in de stad voor een nieuw leven. Boost is voor veel mensen als een tweede huis. Ze waaieren uit, maar komen vaak nog terug om hun verhaal te vertellen. Dat is toch wat anders dan een taalschool waar je na de les weer op straat staat of de klantmanager waarmee je een keer in de maand contact hebt.”

Ze zou wel wat meer vastigheid voor haar stichting willen, langduriger financiële zekerheid, zodat mensen vaker betaald kunnen worden voor hun bijdrage. Nu is Boost afhankelijk van incidentele subsidies van de gemeente en bijdragen van fondsen. “We hebben inmiddels toch wel wat laten zien. Ik snak naar die erkenning. Waarom zou je als overheid niet iets kunnen financieren waar ze een aanpak voorstaan die niet helemaal de jouwe is?”

Pi de Bruijn is pas nog op bezoek geweest. Schleijpen: “Er wordt gekeken of ons pand kan worden gerestaureerd en behouden als modern monument. Hij was enorm enthousiast over wat hij zag: precies hoe hij zijn gebouw destijds had bedoeld.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden