PlusInterview

Quinty Trustfull: ‘Ik probeer niets uit te stellen, ik neem de dingen niet voor lief’

Quinty Trustfull: ‘Ik ben een optimist. Altijd geweest.’ Beeld Linda Stulic
Quinty Trustfull: ‘Ik ben een optimist. Altijd geweest.’Beeld Linda Stulic

Quinty Trustfull (49), presentator van Koffietijd, plukt de dag. Haar moeder is jong overleden, en ook haar vader ligt nu op Zorgvlied. Vaak maant ze zichzelf tot kalmte. ‘Ik ben een hophophophophop-dit-moet-allemaal-gebeuren-mens.’

Hier kunnen we wel zitten, zegt Quinty Trustfull. Ze klapt de picknicktafel uit die al maanden ongebruikt op het terras van De Pizza­kamer in De Pijp staat, op de hoek van de Tweede van der Helst- en de Van Ostadestraat. De eigenaar komt net zijn zaak uitlopen.“Hoi Henk, ik pik even je bankje, hoor!”

“Tuurlijk joh, geen probleem!”

Ze heeft overal gewoond, zegt ze. In Frankrijk, Japan, Spanje, Engeland, Italië en de VS. Maar deze vierkante meters zijn haar thuis. “Dit is mijn buurtje. Hier ben ik geboren en getogen, ik ken hier iedereen. Het is eigen, zoals een dorp.”

Natuurlijk, in de loop van de jaren zijn er veel mensen bij gekomen – jongeren van buiten de stad, expats. Er zijn panden gesplitst en verkamerd. Ook in de ooit volkse Pijp zijn de meeste huizen inmiddels bijna onbetaalbaar. Maar het is ook wat je wílt zien, zegt ze. Trustfull richt zich op dingen waar ze blij van wordt. “Dat zit in mijn karakter. Ik ben een optimist. Altijd geweest.” En dus ziet ze vanaf het picknickbankje haar ‘safe haven’, want dat zijn deze vertrouwde straten voor haar.

Restaurant De Pizzakamer: “Onze tweede huiskamer.” Daar, om de hoek, in de Karel du Jardinstraat: “Mijn oude school.” Ze zat op die montessorischool toen ze op haar 8ste werd gevraagd voor haar eerste modellenklus: een foto op de verpakking van Frolic-hondenbrokken. “Jarenlang stond ik daar­op, een donker­harig meisje met een hond.” Aan de overkant: Massimo IJsfabriek. “De eigenaar is een goede vriend. Zie je die bankjes voor de zaak? Die heeft mijn vader nog helpen maken. Die woonde hier ook zijn hele leven.”

Dan wordt de idylle even wreed verstoord. Rakelings scheurt een scooter ­achter Trustfell over het trottoir.

“Wooooh! Nou zeg! Die mogen ze van mij… Allemachtig! Niet normaal toch, dit? Waar hadden we het over?”

Uw vader. Hij is vorig jaar overleden.

“Ja. Het verdriet is nog vers. Soms kan ik er heel gemakkelijk over praten, soms begin ik spontaan te huilen. We zullen zien wat het vandaag wordt, ik kan er geen peil op trekken.”

Een lieve man?

“De liefste man op aarde, echt waar, een ongelooflijk goed mens. Ik heb hem nooit, maar dan ook nooit van mijn leven boos gezien. Hij was dol op mijn moeder, op zijn kinderen, op Orlando (Trustfull, haar ­echtgenoot, red.), de klein­kinderen. Op zijn begrafenis waren zo ongelooflijk veel mensen.”

“Mijn vader was een superslimme man die op hoog niveau schaakte. Hij hield het nieuws bij, hij had belangstelling voor politiek. Als ik iets niet wist, vroeg ik het aan hem. Hij had altijd het antwoord.”

“Hij was veredeld timmerman en ­eigenaar van biljartfabriek Van den Broek – mijn meisjesnaam. Ik ben opgegroeid tussen de houtkrullen. In de oorlog begon mijn opa in zijn achtertuin in de Van Ostadestraat biljarts te bouwen, een paar huizen van waar ik nu woon. Ook een echte Amsterdammer. Mijn vader is de oudste van negen kinderen en mijn opa leerde hem het vak. Aan de overkant van de straat kwam de fabriek. Daar liep ik langs als ik naar school ging. Nu zit er iemand in die banken maakt van stadsbomen. Vind ik nog altijd leuk: ambachtslieden die werken in zo’n fabriekje midden in een buurt.”

“Vroeger werkte opera- en musical­zanger Henk Poort bij mijn vader. Als ­biljartmaker. Op een gegeven moment zei mijn vader: ‘Henk, jij kunt veel te goed ­zingen om alleen maar biljarts te bouwen met mij.’ Hij heeft hem toen naar het ­conservatorium gestuurd, en de rest is geschiedenis. Henk sprak heel mooi op zijn begrafenis.”

Zag u uw vaders dood aankomen?

“Er was iets met zijn darmen. Daarvoor moest hij een redelijk standaardoperatie ondergaan in het OLVG. Die verliep niet goed. Nou ja, op het eerste gezicht wel. Na de ingreep zat hij weer lekker een broodje te eten en te dollen over een vrouw die aan de overkant in bikini lag te zonnen. ‘Ik heb het beste uitzicht van het ziekenhuis,’ grapte hij. Die avond schoot een bloedpropje naar zijn hoofd, met een flink ­herseninfarct tot gevolg. Hij raakte verlamd aan de rechterkant en kreeg extreme afasie.”

‘Ik denk dat het hem rust gaf dat hij wist dat het over was, en dat hij daar vrede mee had.’ Beeld Linda Stulic
‘Ik denk dat het hem rust gaf dat hij wist dat het over was, en dat hij daar vrede mee had.’Beeld Linda Stulic

“Na een tijdje revalideren in een verpleeghuis mocht hij naar huis. Dat wilde hij zo ontzettend graag. We hoopten dat hij daardoor zou opknappen, maar het werd steeds minder. Hij wist het in zijn hoofd allemaal nog wel, maar hij kon zich nauwelijks meer uiten. Dat is afschuwelijk. Hij zat echt gevangen.”

Op een gegeven moment besloot hij: het is genoeg geweest.

“Dat lijden was mensonterend, dat paste niet bij hem. Ik stond volledig achter zijn beslissing om ermee te stoppen. Mijn moeder was pas 58 toen ze overleed. Dan heb je nog een leven voor je. Bij mijn vader lag dat echt anders. Natuurlijk had ik hem het allerliefst 100 willen zien worden, maar 80 is ook mooi.”

“De laatste weken van zijn leven waren intens en zwaar. Omdat hij zichzelf niet meer kon redden, werd ik een paar keer per nacht gebeld. Acht jaar geleden zijn we naast mijn vader en zijn partner Mary komen wonen, met wie hij na mijn moeders overlijden nog tien jaar heel gelukkig is geweest. Dan rende ik in mijn onderbroek en mijn hemdje de tuin door om te helpen. Omdraaien, de postoel, noem het allemaal maar op.”

En toen naderde die datum.

“We hebben nog een heel mooie laatste avond gehad. We hebben met z’n allen pizza gegeten, wijn gedronken en mijn vader biertjes – heel veel biertjes.”

Ze glimlacht bij de herinnering. “Hij heeft kunnen zeggen wat hij wilde. Dat lukte die avond ineens heel aardig. Ik denk dat het hem rust gaf dat hij wist dat het over was, en dat hij daar vrede mee had. Hij zei letterlijk: ‘Een leven vol liefde, het is goed zo.’ Dat hebben we ook op de rouwkaart gezet.”

“Nu ligt hij op Zorgvlied, samen met mijn moeder onder een boom. Lekker saampjes weer. We hebben de uitvaart gedaan bij wat vroeger Minerva heette omdat ze daar getrouwd zijn. De begrafenis van mijn moeder hebben we destijds ook daar gedaan. Het was rond.”

Ze zwaait naar de lucht. “En nu is hij daar ergens. Met mijn moeder.”

Gelooft u dat?

“Ja, ja, ik weet heel zeker dat er meer is tussen hemel en aarde. Ik krijg heel vaak signalen.”

Wat voor signalen zijn dat?

“Vlak voor ze stierf, zei mijn moeder: ‘Als jullie een witte vlinder zien, weet dan dat ik bij jullie ben.’ Onze zoon tennist fanatiek, en al-tijd als hij een belangrijke wedstrijd heeft, ziet hij een witte vlinder. Al-tijd.”

“En dat is maar een ding, hè. Ik moest voor Pink Ribbon een keer een event ­presenteren in het Engels. De zaal zat vol bobo’s. Ik kreeg zowat een panic attack, zo nerveus was ik. Ik dacht: o jee, over een kwartier moet ik al, over een kwartier moet ik al, over een kwartier moet ik al! Zometeen ken ik mijn teksten niet of kom ik niet uit mijn woorden! Ik kreeg het echt benauwd. Om mezelf te kalmeren, zette ik een raam open. Ik moest zuurstof hebben. Het gebouw waar ik optrad stond midden in Londen, dus de frisse lucht waarop ik hoopte, bestond uit smog en uitlaatgassen. En toen, ineens, vloog er een vlinder naar binnen. Een witte vlinder. Het fladderaartje ging zomaar op de teksten zitten die op bed lagen. Dat was mijn moeder – ik weet het zeker. Ja, echt hoor.”

“Ze is heel vaak bij me. Ik voel gewoon haar energie, dan weet ik precies waar ze staat. Of lampen waar helemaal niets mis mee is, beginnen ineens te knipperen als ik aan mijn ouders denk. Dat soort signs krijg ik continu.”

Dat vindt u niet eng?

“Eng? Nee, o nee, nee, nee! Nee joh, ik vind het juist een heel fijn idee dat ze er nog zijn en met ons meeleven en ons ­steunen. Mijn moeder heeft mijn vader daarboven opgewacht, dat weet ik zeker. Zo voelt dat voor mij, en dat idee geeft me rust.”

Hoe oud was u toen uw moeder overleed?

“Ik was 32, en de kinderen waren 9 en 6. Ik heb bewust heel jong kinderen gekregen. Ik was toen de jongste omroepster bij Veronica. Daar dachten ze allemaal dat mijn zwangerschap een ongelukje was, maar ik wilde gewoon heel graag jong moeder worden. Op haar sterfbed heeft mijn moeder nog gezegd hoe dankbaar ze was dat ze oma heeft kunnen zijn.”

Uw moeder is overleden aan borst­kanker. Werd u daarom ambassadeur van Pink Ribbon?

“Mijn moeders kanker is heel lang genegeerd. De artsen hielden vol dat ze een cyste had. Steeds werd ze weggestuurd. ‘Nee mevrouwtje, zeurt u nou maar niet, nee mevrouwtje, er is niets aan de hand, nee mevrouwtje, nee, nee, nee.’ Uiteindelijk zijn we bij het VU-ziekenhuis terechtgekomen. Ik weet nog precies dat ze belde en zei: ‘Quintje, het is niet goed.’”

Jeugdfoto van Quinty Trustfull. Beeld Eigen archief
Jeugdfoto van Quinty Trustfull.Beeld Eigen archief

“Mijn werk voor Pink Ribbon doe ik met mijn moeder in mijn achterhoofd. Of beter gezegd: met haar in mij. Tijdens haar ziekte zei ze: ‘Quintje, als ik beter ben ­zetten we ons samen in voor borstkankerpatiënten.’ Helaas is dat er niet van gekomen. Het is ook niet bij mijn moeder alleen gebleven. Een vriendin van me is aan borstkanker overleden toen ze 31 was, moeders van vriendinnen zijn erdoor getroffen, en ik werk bij Koffietijd op een redactie met heel veel vrouwelijke collega’s die ook het nodige hebben moeten meemaken.”

Bent u bang voor de ziekte?

“Nee, maar wel alert, heel alert. De onbevangenheid is er sinds mijn moeders overlijden wel van af.”

Hoe heeft het u veranderd?

“Sinds haar dood probeer ik heel bewust te genieten van het moment. Ik probeer niets uit te stellen, ik neem de dingen niet voor lief.”

Bijvoorbeeld?

“Het gesprek dat wij nu hebben. Dat wil ik ten volle beleven, daar wil ik helemaal bij zijn, en niet met mijn gedachten afdwalen naar de volgende afspraak. Toevallig had ik het er laatst over met Simon, van Nick en Simon. Dat heel veel mensen in deze coronaperiode denken: gelukkig is het straks voorbij, dit gaat een keer over. Dat is natuurlijk zo, maar ik wil dit niet zien als verloren tijd. Dit is ook een dag. Morgen kan alles anders zijn en dan heb je spijt dat niet van deze dag hebt genoten. Ja, we zitten in een klotetijd met elkaar, maar het is niet alleen maar klote. Je kunt eindeloos wachten tot de zon gaat schijnen, maar je kunt ook dansen als het regent.”

“Mijn zoon studeert in Amerika, maar daar kan hij vanwege corona nu even niet naartoe. Hij en zijn Zweedse vriendin wonen nu een tijdje bij ons. Stiekem voelt dat als een enorm geschenk. Orlando is ook thuis, nadat hij een paar jaar in Amerika woonde voor zijn werk. Ik had het in die tijd prima hoor, in mijn eentje met mijn twee katten, maar ik vind zo’n vol huis ook hartstikke gezellig.”

“Geniet van het moment, is mijn motto. Wij hebben een fijn gesprek nu, en zitten we hier buiten niet heerlijk? Dat bedoel ik. Dat zijn toch prachtige dingen?”

Lukt u dat altijd: genieten van het moment?

“Ik ben een enorme planner, een vooruitkijker, een hophophophophop-dit-moet-allemaal-gebeuren-mens, maar ik probeer het echt. Elke keer als mezelf zie rennen en vliegen, maan ik mezelf tot kalmte. Naarmate ik ouder word, lukt dat steeds beter.”

“Tien jaar geleden ben ik begonnen met yoga en mediteren, en dat geeft me rust. Mediteren hoeft wat mij betreft niet altijd in je yogabroek op een kussentje, met brandende wierook en plingplongplong-muziek. Voor mij is het ook: rustig op de bank zitten met mijn ogen dicht, of met mijn ogen open, en even rust en stilte ervaren. Een moment beseffen: hier ben ik, en het is allemaal goed. De ene keer is het een momentje, de andere keer een half­uur of drie kwartier, net hoe het uitkomt. Dat lukt me eigenlijk heel goed, en daar ben ik best trots op.”

U geeft ook yogales aan de Koffietijd-­kijkers.

“Ik heb zelf les gehad bij Unlimited Health, de yogaschool die tot de corona­crisis begon hier bij mij in de straat zat. Ik heb daar zelf ook lesgegeven. Dat ge­beurde heel spontaan. Anil, de eigenaar en mijn leraar, zei tijdens een les: ‘Quint, neem jij het even over?’ Vanaf dat moment deed ik het vaker. Toen ik vanwege corona niet weg kon uit Atlanta, waar ik bij Orlando was, ben ik yogalessen gaan geven op de Koffietijd-site en mijn Instagram. Sindsdien komt er elke vrijdag een les bij. Heel laagdrempelig, hoor.”

U presenteert Koffietijd sinds het programma elf jaar geleden een tweede leven kreeg. Wat is er zo leuk aan?

“Wat niet? Echt, serieus: wat niet? Ik vind het heerlijk om livetelevisie te maken. Ik hou van schakelen, van anticiperen, zien en horen wat er gebeurt en daar meteen op inspringen. De onderwerpen variëren van lieveheersbeestjes tot de Tweede Wereldoorlog en van de Amerikaanse verkiezingen tot het nieuwe album van Nick en Simon, en alles wat daar­tussen zit, echt alles. Cultuur, media, you name it. Dat is ontzettend leerzaam, want ik moet me continu inlezen in allerlei onderwerpen. Daardoor blijf ik scherp en op de hoogte. En ik vind het ontzettend leuk om al die gasten te ontmoeten.”

“Het programma is van de Postcode­loterij, dus alle goede doelen komen ook nog eens voorbij. Persoonlijk vind ik het echt heel fijn dat we elke uitzending aandacht besteden aan mensen die het minder hebben dan jij en ik. En dan ben ik ook nog eens dol op mijn collega’s. Dus ja, ik vind het enig. ’s Ochtends vroeg stap ik op mijn fietsje naar de studio in de Beethovenstraat, en tegen een uur of één ben ik weer thuis.”

Dit jaar wordt u 50. De televisiewereld is niet altijd even aardig voor ouder wordende vrouwen. Bent u bang dat uw loopbaan op z’n eind loopt?

“Totaal niet. Helemaal niet. En als het wel zo zou zijn: hé, so be it, dan vind ik daar mijn weg wel weer in. Ik vind het leven naast mijn werk ook hartstikke leuk dus ik val heus niet in een zwart gat. Maar ik ben er niet bang voor.”

‘Ik hoop dat mensen zich om mij bekommeren als ik oud ben.’ Beeld Linda Stulic
‘Ik hoop dat mensen zich om mij bekommeren als ik oud ben.’Beeld Linda Stulic

“Ik denk dat het juist bij Koffietijd prettig is dat er niet van die heel jonge meiden zitten. Loretta en ik zijn vrouwen die weten wat het leven kan brengen, we hebben dingen meegemaakt. Ja, ik tik de 50 aan, net als Vivian (Slingerland, red.) en Pernille (La Lau, red.), die op de andere dagen presenteren. Als ik om me heen kijk, zie ik dat juist dames die enigszins op leeftijd zijn het heel goed doen op tv. Anita Witzier, Astrid Joosten, Linda de Mol – dat noem ik inspiratiebronnen. Bij CNN zijn ook de nieuwspresentatoren allemaal wat ouder. Ik vind het heel prettig om te luisteren naar mensen die weten hoe de wereld in elkaar steekt, die wat levenservaring hebben. Ik vind hun stemmen vaak mooier – gelaagder, warmer.”

“Natuurlijk hoor ik mensen weleens denken: hee, die Quinty krijgt ook rimpels! Dan denk ik: ja, gek hè, wat dacht jij dan? Dat ik altijd 25 blijf? Vroeger kreeg ik altijd te horen: ‘Die Quinty komt alleen maar op de televisie omdat ze een barbiepopje is’, of: ‘Denkt dat modelletje dat ze ook wat kan?’ En nu zou ik weg moeten omdat ik rimpels krijg? Ik moet er om lachen, echt waar.”

Hoe vindt u het om ouder te worden?

“Ik ben dankbaar dat ik het mág worden. Dat gezeur over wel of niet een rimpel; wees blij dat je leeft. Er is een manier om altijd jong te blijven, en dat is doodgaan voordat je oud wordt. Het verhaal van mijn leven is te lezen in mijn gezicht, en dat vind ik prima.”

“Natuurlijk heeft het vroege overlijden van mijn moeder daarmee te maken. Zij was zo prachtig en stond nog zo vol in het leven. Zo’n slimme, warme, lieve, intelligente vrouw. Zij had mijn kinderen groot moeten zien worden, zij had moeten zien dat mijn zus een tweeling zou krijgen, zij had moeten zien wat ik allemaal op tele­visie doe, zij had naar ons in Amerika moeten komen – hoe geweldig had ze dat gevonden!”

“Daar kan ik na al die jaren soms nog steeds verdrietig over worden, dat ze zoveel mooie dingen heeft moeten missen. Als ik mensen hoor klagen, denk ik: ­alsjeblieft, wees blij dat we mogen leven. De wereld is over het algemeen echt goed voor ons, sluit je ogen niet voor mensen die het veel minder hebben dan wij.”

“Ik heb een ouder buurvrouwtje dat het heel moeilijk had tijdens de eerste lockdown, en ik maak altijd met iedereen een babbeltje, dus ook met haar. Als mijn man en kinderen naast me lopen, denken ze: o nee hè, daar gaat ze weer. Maar ik vind het gezellig, dus ik zeg: ‘Hé buurvrouw, hoe is het met u?’ Toen zei ze: ‘Quinty, ik ben bang, ik merk dat ik het huis niet ­uitkom en vereenzaam.’ Ik zei: ‘Zullen we dan af en toe een stukje samen wandelen? Dan lopen we gezellig naar het Sarphatipark. Ik heb ook gezegd: ik ga niet elke dag bij u aanbellen, maar ik ben elke middag thuis. Als u het wilt, dan gaan we.”

En, hoe was het?

“Voordat het er van kwam, kreeg ik een superlief briefje van haar. Ze schreef dat ze me wilde laten weten dat ze zich weer wat beter voelde, dat ze het beter aankon en zich een stuk minder eenzaam voelde. ‘Alleen al het feit dat je opperde een stukje met me te wandelen heeft me zo geraakt en zo verwarmd, ik wil je daar zo enorm voor bedanken,’ schreef ze. En dat we dat wandelingetje vooral nog een keer moesten maken, maar dat ze me voor nu wilde laten weten dat het weer goed met haar ging. Zo’n mooie handgeschreven kaart was het. Dan denk ik: ja, dat heb je hier gewoon in dit buurtje, dat dorpse, dat gezellige, dat veilige.”

Zojuist werd u nog bijna van de stoep gereden, en wonder boven wonder niet uitgescholden – dat gebeurt hier ook.

“Dat zijn niet de zaken waarop ik focus.”

Misschien roept u dat gezellige zelf wel op.

“Ik heb van mijn ouders meegekregen dat ik altijd moet klaarstaan voor een ander. Dat probeer ik te doen nu ik er de energie nog voor heb. Natuurlijk ben ik druk, maar dat mag niet de reden zijn dat je dat soort dingen uit het oog verliest. Ik hoop dat mensen zich ook om mij bekommeren als ik oud ben.”

En dat gebeurt allemaal in de Van Ostadestraat?

“Als het even kan wel, ja.”

Quinty Trustfull-Van den Broek

6 oktober 1971, Amsterdam

1983-1988 Havo, Montessori Lyceum ­Amsterdam
1989-1994 Werkt als catering- en hotelmanager en fotomodel
1994 Omroepster bij Veronica
1993-2006 Presentator bij De nationale teleloterij, Veronica’s voetvolley, Baby TV, Wannahaves
2006-2007 Eigen huis en tuin
2010- heden Koffietijd met Loretta Schrijver

Quinty Trustfull is ambassadeur bij Pink Ribbon, Dada en de ­Nationale Postcode Loterij.

Ze is getrouwd met ex-profvoetballer Orlando Trustfull. Met hem heeft ze twee kinderen: zoon Kayne Dino en dochter Moïse.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden