PlusAchtergrond

Prijswinnend culinair fotograaf Remko Kraaijeveld doet het zonder Photoshop

Met zijn foto voor BBQ Feast on Fire won Remko Kraaijeveld (51) een internationale Pink Lady Food Photographer of the Year-award. ‘Het eten en die afterparty: het moest echt zijn.’

Kraaijevelds winnende foto (eerste prijs) After Party in kookboek BBQ Feast on Fire. Beeld Remko Kraaijeveld
Kraaijevelds winnende foto (eerste prijs) After Party in kookboek BBQ Feast on Fire.Beeld Remko Kraaijeveld

Het is misschien wel de meest prestigieuze prijs in zijn soort: de Pink Lady Food Photographer of the Year. In de categorie ‘eerder gepubliceerd’ pakte de Amsterdamse ­fotograaf Remko Kraaijeveld er twee. De derde prijs, en de eerste, beide foto’s uit het kookboek BBQ Feast on Fire van ­barbecuecollectief Smokey Goodness. Nogal een eer, ja, zegt hij. “En om het dan zo groot gepubliceerd in de Britse krant The ­Times terug te zien: ja, dat doet me toch wel wat.”

Meteen maar even kijken dan, die winnende foto. Een kijkplaatje is het, net als de zeventiende-eeuwse schilderijen waardoor Kraaijeveld zich liet inspireren. De Hollandse meesters, ook vaak zo lekker rijkgevuld, zo’n spel met licht en donker.

“Deze foto is eigenlijk onderdeel van een tweeluik. De eerste is van voordat het diner begint, een beetje een plechtige foto. Iedereen nog netjes in zijn of haar ­outfit, de tafel strak gedekt. Vervolgens zijn we met de crew ook daadwerkelijk gaan eten. Copieus was het, zoals je dat soms hebt. Veel drank ook. En toen waren we klaar voor deze foto: de afterparty.”

Kraaijevelds winnende foto (derde prijs) uit het kookboek BBQ Feast on Fire.   Beeld Remko Kraaijeveld
Kraaijevelds winnende foto (derde prijs) uit het kookboek BBQ Feast on Fire.Beeld Remko Kraaijeveld

Want daar kijken we dus naar, de gelukzalige gekte van een geslaagd diner. La grande bouffe – dat gevoel. Aangevroten stukken vlees, een omgevallen literfles Chouffe. Knoopjes zijn open, mouwen opgestroopt en het genotene is nog slechts aangever voor het hogere doel van dit ­samenzijn: léven.

“Dat was ook precies de bedoeling van deze foto,” zegt Kraaijeveld. “Het leven laten zien, het wílde leven. Het plezier daarvan. Al die dingen die we in het afgelopen jaar zo weinig hebben kunnen doen. Voor deze foto hebben we met de hele crew in een coronabubbel gezeten om in alle vrijheid te kunnen fotograferen. Dat eten, en vooral die ­afterparty, dat moest echt zijn. Dus het wás echt, we aten en dronken, wel gulzig allemaal. Daarna keken we hoe de tafel erbij lag. Sommige dingen hebben we toen voor de ­foto nog wat mooier neergelegd – die kandelaar bijvoorbeeld – maar er hoefde niet veel meer gestyled te worden.”

Geen Photoshop

Wat meteen opvalt: het tafelkleed staat in de fik. Dat is de schuld van Jord Althuizen, de oprichter van Smokey Goodness, waar deze foto voor bedoeld was. “Als Jord en ik gaan sparren, dan wordt het altijd magic. Hij staat gewoon overal voor open.”

Zo’n brandend tafelkleed is dan best een puzzeltje, bleek achteraf, want hoeveel tijd heb je vanaf de fik tot de foto? Want denk nu niet dat Kraaijeveld zoiets met Photoshop oplost. “Niet dat ik iets tegen Photoshop heb”, zegt hij, “maar in één keer vangen is mooier. Dat zorgt voor emotie op een foto. Een extra laag. Maar ook uitdagingen natuurlijk, je moet alles nog veel strakker voorbereiden.”

Hij heeft geluk gehad, zegt hij. Op de kunstacademie kreeg hij les van leraren die nog wisten hoe dat moest, fotograferen in het moment; die magische fractie van een seconde vangen op film. Een verloren kunst, vindt ie. “Bijna ­niemand doet het meer, maar kijk nu eens wat het kan ­opleveren: een foto die spréékt. Door de echte emotie en het echte licht. Dat bestudeer ik al jaren, het lichtgebruik in oude schilderijen. Dat licht goed krijgen, daar ben ik echt verslaafd aan geraakt.”

Dat licht zag de jury ook, bleek uit het rapport en de prijzen. Tienduizenden inzendingen waren er geweest, maar hoeveel daarvan zullen gewoon goed vastgelegde bordjes met eten zijn geweest? Nee, ze waren juist gecharmeerd van de menselijke interactie op de foto, het optimisme en het licht. En na dat droevige jaar waren ze bang voor vooral sombere foto’s onder de inzendingen, dus daarin sprong dit ­positieve feestmaal er wel uit.

Artistiek nest

Dat Kraaijeveld is gaan fotograferen, is achteraf niet gek. Hij komt uit een artistiek nest. Zijn vader is muzikant en was vormgever, zijn moeder had een galerij. ­Zodoende werd Kraaijeveld in zijn jeugd steeds omringd met kunstenaars en vrije geesten. De vonk sprong echt over toen hij als jongetje bij zijn oom kwam, die reclamefotograaf was. Zo’n klassieke fotostudio, helemaal zwart. Spannend ­natuurlijk, en meteen geweldig.

Later meldde hij zich met een mapje eigen werk op de ­kunstacademie in Den Haag. Daar raakte hij bevriend met ­iemand die enorm van koken hield. Samen de markt over, nieuwe dingen, lekkere dingen, maar ook: móóie dingen. Want zo’n paddenstoel kan goed smaken natuurlijk, maar wat is ie eigenlijk ook prachtig, nietwaar?

Na stageplekken bij verschillende culinaire fotografen, sloeg hij vanaf zijn 26ste zelf zijn vleugels uit en werkte hij niet meer als assistent. Toen ging het snel. Hij kende al een hoop mensen in de culinaire wereld en in de reclame, dus hij rolde er vanzelf in. En in een tijd zonder sociale media en influencers gingen de reclamebudgetten voor ­fotografie helemaal door het dak.

“Ik weet nog dat ik een foto wilde maken van een ­appelboom vol appels met een boer en zijn zoon op z’n rug. Die jongen moest dan een ­appel uit de boom plukken, en dat allemaal in prachtig herfstlicht. Enige uitdaging: het was lente. Dus wat deden we? De hele crew hing de boom vol met appels. Gewoon aan touwtjes. Ik denk dat we wel ­duizend appels in die boom hebben gehangen. Echt een ­andere tijd.”

Er is veel veranderd sindsdien. Als Kraaijeveld zich ­vroeger op een feestje voorstelde als fotograaf, viel het ­tegen als hij het specificeerde met ‘culinair’. “Tegenwoordig sta ik met tien mensen op een feestje en dan zijn er vier culinair fotograaf. Ik vind dat prima, hoor, ik doe wat ik doe en daar mag van alles omheen bestaan, maar ik blijf ­mezelf uitdagen en vernieuwen – het is heel belangrijk om als ­fotograaf relevant te blijven. Voor het kookboek ­ndorock ­bijvoorbeeld, dat ik samen met mijn vrouw Vanja van der Leeden heb gemaakt. Om haar persoonlijkheid te ­vangen ben ik heel bewust uit mijn comfortzone gegaan en heb ik meer op gevoel dan op techniek gewerkt. Bevrijdend was dat. En ik onderscheid me, nog steeds denk ik, door culinaire fotografie minder over eten te laten gaan, maar meer over het moment, over eten als emotie. Want laten we eerlijk zijn: dat ís het toch ook gewoon?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden