Poppen verdringen musici in Die Zauberflöte

Het regisseursduo Mirjam Koen en Gerrit Timmers, al meer dan dertig jaar verbonden aan Onafhankelijk Toneel, heeft al menig opera op de planken gebracht die opviel door een fris en origineel concept. Een rode draad in de ensceneringen van Koen en Timmers is hun gebruik van maquettes, met als voorlopig hoogtepunt de productie van Monteverdi's L'incoronazione di Poppea, waarbij in de laatste akte een grandioze miniatuurversie van het oude Rome op het toneel opdoemde.

In Mozarts Die Zauberflöte die ze voor de Nationale Reisopera hebben geënsceneerd, en die tot eind juni nog in het hele land te zien en te horen is, bedachten ze weer een intrigerend concept. Of het geheel vervolgens ook teweegbrengt wat de makers beoogden, is vers twee.

Koen en Timmers laten het verhaal van de Zauberflöte op twee manieren tegelijkertijd vertellen: door acterende zangers op het toneel en door drie poppenspelers, gesitueerd aan de zijkanten van de bühne, wier verrichtingen live, met behulp van een cameraman, op een groot filmdoek en twee kleinere videoschermen zijn te volgen.

De poppen, niet groter dan een mensenhand, met speldenknopjes bij wijze van ogen als enige gelaatstrekken, worden gefilmd in een steeds wisselend decor, dat een miniatuurvariant is van de opstelling op het grote toneel. Maar het gaat niet zomaar om een simpele verdubbeling. De poppen zijn een aanvulling op of een nadere verduidelijking van de dramatische expressie, of zorgen juist voor een komische noot. Als Papageno in de tweede akte rept van 'leeuwen die hem willen opeten' krijg je die dieren alleen op de film te zien, alsmede een koddig zwevend moorkopje.

Er is veel te zien bij deze Zauberflöte. Misschien zelfs te veel. Men kan zich namelijk afvragen of de parallele poppenwereld niet zo veel aandacht van de toeschouwer opeist, dat de verrichtingen van de zangers op het tweede plan dreigen te geraken. En dat is jammer, want de Nationale Reisopera heeft voor een uitstekende cast gezorgd, met fraaie rollen van de bas Dimitri Ivasjtsjenko als Sarastro, de coloratuursopraan Beverly Chiat als een soepele Koningin van de Nacht, tenor Marcel Reijans als een adellijk getimbreerde prins Tamino en Johanette Zomer als een ontroerend mooie Pamina. De Nederlandse bariton Peter Bording is een overtuigende, perfect Duits sprekende Papageno; Roman Arzomand een heerlijk enge Monostatos.

In de bak laat Het Gelders Orkest onder leiding van de Oostenrijker Andreas Stoehr een Mozart volgens 'historische uitvoeringsprincipes' horen. Het gaat de musici meestentijds voortreffelijk af. (ERIK VOERMANS)

Nationale Reisopera - Die Zauberflöte (Mozart)
Het Gelders Orkest en Koor van de NR o.l.v. Andreas Stoehr.
Regie: Mirjam Koen en Gerrit Timmers.
Gehoord: 25/5, Schouwburg, Almere.
Nog 12 voorstellingen door het hele land, w.o. 26/6 Stadsschouwburg, Amsterdam.
Zie www.nationalereisopera.nl.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden