Pop: Beck - Modern guilt ****

Wat is er toch met Beck gebeurd, vroeg uw recensent zich af toen een paar maanden geleden de deluxe edition van Odelay verscheen. Twaalf jaar nadat de plaat voor het eerst werd uitgebracht, klonk Becks soundtrack van de late jaren negentig nog even monter, speels en fris als altijd. Iets wat van zijn meest recente output niet gezegd kon worden. Guero en The information, zijn voorlaatste albums, waren niet slecht - waarschijnlijk is Beck Hansen niet in staat om écht slechte muziek te maken - maar uiteindelijk niet meer dan flauwe afspiegelingen van zijn beste werk. Beck was zichzelf niet meer, zo leek het.

Een idee dat onderstreept werd door het bericht dat hij zich bij de scientology kerk had aangesloten. Een bekering die, net als Dylans overstap naar het christendom, door veel fans als onbegrijpelijk werd ervaren. Hoe was het mogelijk dat de intelligente schrijver van een bepaald niet ironievrij oeuvre zich had aangesloten bij een club wiens evangelie zich laat lezen als een afgekeurde Star Trek-episode? Ter vergelijking: het was alsof Spinvis en Huub van der Lubbe gelijktijdig als aanhangers van Ron L. Hubbard uit de kast kwamen.

Maar goed, in Amerika gebeuren wel gekkere dingen. Het goede nieuws is in elk geval dat ondanks (of misschien zelfs vanwege) scientology, Becks nieuwe album weer als een stap in de goede richting klinkt. De teksten, geïnspireerd door de klimaatcrisis, zijn tamelijk somber van toon, maar Beck en producer Brian 'Danger Mouse' Burton laten het niet al te herfstig klinken.

Danger Mouse, de man die het witte album van de Beatles met The black album van Jay-Z liet samensmelten tot The Grey Album en later doorbrak als de scheppende helft van Gnarls Barkley, is een gekend liefhebber van jaren zestig pop, net als Beck zelf. Dat resulteert op Modern guilt in een fraaie serie liedjes waarop de geest van Syd Barrett rondwaart, maar die desondanks zeer bij de tijds klinkt dankzij het computergestuurde knip- en plakwerk van Danger Mouse.

De plaat opent met het psychedelische popliedje Orphans, dat met subtiele elektronische effecten naar de hedendaagse jaren Nul getild wordt. Gamma ray is opgebouwd rond een frenetieke surfbeat en een afgemeten gitaarriffje, terwijl Chemtrails de B-kant van Piper at the gates of dawn had kunnen zijn.

Halverwege het album wordt de toon moderner, wat op Replica culmineert in een bijna abstracte geluidscollage waarin een overstuurd drum 'n' bass-ritme de hoofdrol opeist, zónder aan dromerigheid in te boeten.

Een andere, minder voor de hand liggende referentie is de testosteronrock van Queens of the Stone Age, niet alleen vanwege de gedempte glamrock riffs op Profanity prayers en het titelnummer, maar vooral omdat Beck regelmatig in hetzelfde ijle register zingt als QOTSA-voorman Josh Homme.

Modern guilty eindigt somber - "I'm tired of evil and all that it feeds" - en melancholiek in een stijl die over tien jaar waarschijnlijk als 'typisch jaren Nul' geldt; een combinatie van traditionele songschrijverij en fijn gedoseerde elektronica die ook de laatste Radiohead en tot op zekere hoogte Coldplay typeert.

Zijn onbevangenheid lijkt Beck definitief kwijt. De nieuwe Beck is 'sadder but wiser', en zal waarschijnlijk nooit meer zo onbekommerd klinken als op Odelay.

Maar met Modern guilt bewijst hij (met meer dan een beetje hulp van Danger Mouse) dat hij artistiek nog lang niet is uitgeteld. (XL)
(JERRY GOOSSENS)

www.myspace.com/beck

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden