Korreltje zout

Pindakaas zonder palmolie: redden we daarmee wat tropisch groen?

Verslaggever Laura Obdeijn schrijft over de zin en onzin van ons eten en drinken. Deze week: Smeris Pindakaas, zonder palmolie.

Beeld Shutterstock

Pindakaasliefhebbers was het misschien al opgevallen, tussen het broodbeleg bij Albert Heijn staat een nieuwe pot: Smeris Pindakaas, zónder palmolie. “Een paar jaar geleden was ik op Borneo en Sumatra, waar ik tijdens het wandelen door regenwoud langs veel palmolieplantages kwam,” zegt oprichter Joost van Gelder. “Wat ik zag was schrijnend: van het regenwoud bleef niets over.” Toen hij zelf pindakaas ging maken, besloot hij dan ook dat er geen palmolie in ­verwerkt mocht worden.

Maar kunnen we met het eten van palmolievrije pindakaas echt wat tropisch groen redden? Lotte Woittiez doet aan de Universiteit van Wageningen onderzoek naar de oliepalm. Uit de vruchten, die aan soms wel twintig kilo zware trossen hangen, wordt de ruwe palmolie gehaald, die vaak wordt gebruikt in voedsel en biobrandstoffen. Ook de olie in de keiharde pitjes wordt gebruikt, maar die wordt eerder verwerkt in zeep, shampoo, lippenstift en schoonmaakmiddelen. “Palmolie zit in ontzettend veel producten, maar vaak is dat uit de verpakking niet op te maken, omdat het er met een andere naam op staat.”

De plantaardige olie is zo aantrekkelijk omdat het veelzijdig, goedkoop en productief is, zegt Woittiez. “Ter vergelijking: raapzaad geeft een ton olie per hectare per jaar, palm geeft er vier.”

Ook Van Gelder merkte dit. Een lekkere, smeerbare en betaalbare pindakaas maken zonder palmolie bleek niet zo gemakkelijk. “Een oliepalm groeit als kool en je haalt er veel vet uit, waardoor het een efficiënt en goedkoop middel is, en tegelijk niet zo makkelijk te vervangen.” Cacaoboontjes bleken geschikt. “Maar helemaal dezelfde ­structuur wordt het nooit.”

In die massale productie schuilt ook het probleem wat betreft duurzaamheid, zegt de onderzoeker. De oliepalm groeit in natte, tropische gebieden en gaat daar de competitie aan met primair regenwoud. “Moet dit bos wijken, dan betekent het ook de verdringing van andere planten en dieren, zoals orang-oetans.”

Stoppen dus, met die palmolie? “Het gaat me aan het hart om te zien hoeveel bos verdwijnt, tegelijkertijd is het niet zo simpel. Een vervangende olie moet ook ergens vandaan komen, waar waarschijnlijk nog meer land voor nodig is en dat gaat ook vaak ten koste van de natuur.” Zetten Europa en de Verenigde Staten een streep onder palmolie, dan verlies je volgens Woittiez ook nog eens je plek aan de onderhandelingstafel. “Er gaat relatief weinig olie naar deze delen van de wereld, maar we hebben hoge duurzaamheidsstandaarden. Als wij ons terugtrekken, is er nog steeds een grote markt voor palmolie, maar hebben bedrijven minder reden om aan duurzame ­productie te werken.”

De discussie is complex en een oplossing helaas niet zo simpel als een potje pindakaas, zegt ze, “al snap ik het gevoel van iets willen doen heel goed”. Ook Van Gelder heeft niet de illusie dat we dit probleem aan de ontbijt­tafel kunnen wegeten. “Maar we moeten ergens beginnen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden