PlusInterview

Pieter Kranenborg: ‘Wie zegt dat je niet in een aquarium kan verdwijnen?’

Pieter Kranenborg (26) debuteerde in 2017 met de verhalenbundel Astronaut. Nu is zijn eerste roman verschenen: Waterland. Over een buschauffeur die in een observatorium woont en in een magisch-realistisch Amsterdam op zoek gaat naar een meisje.

Pieter Kranenborg bij sterrenwacht Copernicus in Overveen, waar hij research deed voor zijn roman.   Beeld Nosh Neneh
Pieter Kranenborg bij sterrenwacht Copernicus in Overveen, waar hij research deed voor zijn roman.Beeld Nosh Neneh

Dreigende wolken boven de Jordaan. Pieter Kranenborg zit onder een partytent die bij café ­’t Papeneiland hoort. Het zeil kleppert in de wind.

“Nee,” zegt hij.

Hij is geen buschauffeur geweest. Hier speelt weer even de neiging op om de schrijver gelijk te stellen aan zijn hoofdpersoon. Een hardnekkige neiging als het om literatuur gaat.

Lang leve de verbeelding!

“In mijn verhalenbundel Astronaut voerde ik een trambestuurder op. Daar wilde ik meer mee doen. Vooral met het idee dat iemand er genoeg aan had om steeds maar hetzelfde rondje te rijden en een beetje uit het raam te kijken. Ik denk dat ik het zelf toch saai zou vinden.”

Waterland is de titel van het romandebuut van Kranenborg. Over de jonge Ingmar die is vastgelopen in zijn leven. Hij heeft in Amsterdam Chinees gestudeerd, maar is niet de vertaler van literatuur geworden die hij wilde zijn. Hij woont bij een vriend, maar gaat op een dag op het aanbod in om in een oud observatorium iets ten noorden van ­Amsterdam te gaan wonen om inbrekers te weren. Ook ­besluit hij buschauffeur te worden. Hij streeft naar een overzichtelijk leven. Maar op een dag belt een vriend hem op om naar een mysterieus cassettebandje te komen luisteren.

“Nee,” zegt hij weer.

Pieter Kranenborg heeft geen studie sinologie gevolgd. (Zelf is hij, omdat hij in Amsterdam geen geschikte woonruimte kon vinden, in Haarlem gaan wonen.)

“Maar,” zo zegt hij, “hoe makkelijk zou het zijn om ook een overzichtelijk leven te leiden, en alleen maar te lezen en naar muziek te luisteren. Alleen maar te genieten van de schoonheid die er al is.”

Het zeil kleppert.

“Uiteindelijk is het niet waar het leven om draait, denk ik. Al is de verleiding groot. Aan de andere kant is er de ­onrust die maakt dat je dingen wilt gaan doen, onderzoeken. En dat ontdekt Ingmar ook.”

Het universum bekijken

Wie het bustraject dat in Waterland beschreven staat ­aflegt, Amsterdam-Monnickendam en weer terug etc. etc., ziet uit het raampje geen observatorium.

“Ik wilde na Astronaut een roman schrijven, en had drie elementen in mijn hoofd: een buschauffeur, een observatorium en een inbreker. Dat idee had ik al jaren, trouwens, al voor ik de verhalenbundel schreef.”

(Ook een goede titel: De buschauffeur, het observatorium en de inbreker. Misschien voor een film.)

In Waterland, het gebied waar Ingmar zijn bus doorheen stuurt, wordt de man die bij het observatorium inbreekt de Astronoom genoemd. Hij wil graag het universum bestuderen. ‘Het universum had de kijkende ogen van levende wezens immers nodig om zichzelf ervan te verzekeren dat het iets voor iemand te betekenen had. Zolang er iemand keek, was het niet alleen. En dan was hij niet alleen. Als hij keek, kon hij zijn verlangen vergeten.’

“Als iets zichtbaar is, bestaat het pas als iemand anders het ziet,” zegt de schrijver.

Precies. De roman gaat ook over kijken en zien. En over het verschil. Ingmar houdt ervan als chauffeur door het raam te kijken. Maar hij ziet niet wat hij eigenlijk wil, ­namelijk dat hij de zangeres van een band wil terugvinden, een meisje met wie hij een nacht heeft doorgebracht. De stem op het cassettebandje.

“Het gaat dus meer om het verschil tussen alleen maar iets aanschouwen en er ook echt iets mee doen. In de ­wereld leven. Dat doet Ingmar ontwaken.”

Een vloeibare wereld

En dan volgt een zoektocht die de lezer wel even op zijn achterhoofd doet krabben. Als Ingmar en zijn vriend naar de muziek op het cassettebandje luisteren gaan ze zweven, en verdwijnen ze door een gat in het aquarium naar een andere wereld. En Amsterdam transformeert tot een ­magisch-realistische stad, een vloeibare wereld. Huizen, kroegen, garages, cafés bestaan, en bestaan niet. En er zijn trappen die je moet kunnen vinden en zien om toegang tot die ruimtes te krijgen. Maar Kranenborg weet het overtuigend op te schrijven, en de lezer bijna moeiteloos in zijn parallelle, surrealistische universum mee te zuigen.

“Nadat ik in Hongkong mijn masterscriptie had geschreven… Wat ik studeerde? Sociale geografie en planologie, en ik werk nu als woononderzoeker. Na Hongkong heb ik een half jaar in een hostel in Zuid-Korea gewerkt, in Seoel. Daar ben ik ook begonnen aan dit boek. Ik hou erg van Oost-Aziatische steden. Ik heb ook een half jaar in ­Tokio kunnen studeren, ik volg nu al twee jaar een cursus Japans. Je kunt opgaan in zulke steden, jezelf een beetje verliezen omdat je er niet echt deel van uitmaakt. Ja, ­zoals Ingmar als buschauffeur een beetje buiten de wereld staat. Maar als ik weer op Schiphol landde, had ik ook altijd de ambitie om andere dingen te gaan doen. Toen ik uit Zuid-Korea terugkwam wilde ik vrijwilligerswerk bij de voedselbank gaan doen om toch deel uit te maken van de wereld.”

Die hij vervolgens weer omtoverde in een vreemde ­wereld in Waterland.

Nadat een verkoper van de daklozenkrant zijn kleingeld heeft gekregen: “Ik heb in Amsterdam in de Train Lodge gewerkt, bij Sloterdijk. Ook nachtdiensten. Echt een andere wereld, surrealistisch. Mensen komen inchecken, of ze zijn dronken en willen naar bed, terwijl jij de hele nacht wakker blijft. Dat nachtwerk fascineert me wel, daar komt die nachtelijke sfeer in het boek vandaan.”

Een van de thema’s in Astronaut, het onvermogen om je plek in de wereld te bepalen, speelt ook in Waterland. En ook de daarmee gepaard gaande ‘vlucht’ uit de werkelijkheid en het creëren van een soort vloeibare wereld. Het is voor de jonge schrijver nu al een hoofdthema. Heeft hij er over nagedacht of dat surrealistische element hem misschien wel lezers zou kosten? Is het belangrijk om aan je ­lezer te denken?

“Ik was wel nerveus, ik hoop dat de lezers het ook snappen, en het niet alleen heel gek vinden. Als schrijver heb je wel in je hoofd wat het effect op de lezer is, je manipuleert wel het leesgedrag. Ik houd een vinger aan de pols, het moet niet te gek worden. Aan de andere kant; als iemand het niet snapt, wil niet zeggen dat niemand het snapt.”

Wegzweven op muziek

Muziek speelt ook een grote rol in Waterland. Kranenborg bedacht die muziek waardoor Ingmar wordt betoverd zelf. “Ik maak ook muziek, volgens mijn vriendin is muziek een grotere passie dan schrijven… De muziek in Waterland is bijna de ideale muziek. Muziek is het meest transcendente dat ik heb meegemaakt. Bij sommige concerten was er op een bepaald moment alleen de muziek, de rest bestond niet meer. Dan ben je helemaal weg, en dat is ook wat je dan wil, helemaal wegzweven op die muziek, en, niet ­onbelangrijk, op de beelden die je daarbij ziet. Nou ja, wat Ingmar en zijn vriend ook overkomt als ze naar dat cassettebandje luisteren.”

De zware wolken zijn overgedreven. De barman haalt de koffiekopjes van tafel. (Niet dat die er ineens stonden, we hadden wel degelijk besteld.)

Murakami. De Japanse schrijver Haruki Murakami is een inspiratiebron voor Kranenborg. “Dat magisch-realistische in zijn romans spreekt me erg aan. Ik heb hem heel veel gelezen. Van hem en ook van Paul Auster heb ik ­geleerd dat je overal spannend over kunt schrijven, als je het maar overtuigend brengt. Kafka vind ik ook goed. Heel vervreemdend en beangstigend, en ook heel grappig, maar op afstand. Het magisch realisme van Murakami kent een overloop met je eigen gevoelens, het is heel erg intiem en ook vrolijk. Bij hem is die andere wereld niet ­alleen eng, het kan ook iets moois brengen. Dat vind ik een leuke insteek.”

Wat betreft schrijven voelt Kranenborg zich totaal vrij om te denken en te schrijven wat hij wil. “Ik laat me niet door regels weerhouden, dat is zelfcensuur en dat is niet goed. Ik las gisteren een column in de krant en daarin werd gesteld dat de beste kunstenaars een houding hebben van: graag of niet. Zo is het inderdaad. En wie zegt dat je niet in een aquarium kan verdwijnen? Dat is aan de lezer, die moet het zelf invullen.”

Pieter Kranenborg: Waterland, Van Oorschot, €22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden