De Jussen-broers: Arthur (links) en Lucas.

PlusInterview

Pianobroers Jussen: ‘Er zit geen ego in de weg’

De Jussen-broers: Arthur (links) en Lucas.Beeld Lenny Oosterwijk

Ze begonnen als een schattig kinderduo, maar inmiddels zijn Lucas (28) en Arthur Jussen (24) wereldvermaarde pianisten. De broers spelen bijna altijd samen en zijn nagenoeg buren, in de Houthavens. ‘Ik denk nooit: ik wil het beter doen dan hij.’

Lucas en Arthur Jussen komen de ontvangstruimte van hun platenmaatschappij binnen met de stijl van iemand die een oude bekende begroet: hartelijk, op het joviale af. Vooral Lucas. “Hé! Alles goed? Neem je het op? Gaan wij ons best doen goed te articuleren. Haha.”

Je hoeft niet lang met de broers te ­praten om vast te stellen dat het geen mediatraining-spontaniteit is: er zitten echt twee heel vriendelijke, geestdriftige, De Kameleon-achtige jongens achter het wereldberoemde pianistenduo, opgeleid door de beste leermeesters en al jaren gewend concerten te geven in zalen en op festivals van Berlijn tot Sydney. In het Koninklijk Concertgebouw traden ze voor het eerst op toen ze 10 en 13 waren: een dubbelconcert van Mozart, dat hij schreef om samen te spelen met zijn zus.

Lucas en Arthur zijn deze week veel in Hilversum om in hun ouderlijk huis te ­studeren voor een onlineconcert in het Concertgebouw. Ze spelen The Russian Album, hun nieuwe en zevende album met composities voor twee piano’s van Sjostakovitsj, Rachmaninov, Stravinsky en Arenski. Arthur: “Wij hebben het geluk dat bij onze ouders twee concertvleugels in één ruimte staan, waar we zo veel en zo lang kunnen spelen als we willen. Thuis hebben we allebei een eigen kleine vleugel. Dat werkt voor quatre-mains, maar niet voor het instuderen van dit concert.”

Waar is thuis?

Lucas: “In de Houthavens. We hebben drie jaar geleden ieder een klein appartement gekocht in hetzelfde gebouw. Naast elkaar bijna, met een appartement er­tussen. Onze vleugels daar hebben een hendel waarop je een koptelefoon kunt aansluiten. Je houdt de echte aanslag van de vleugel, maar alleen wij kunnen het horen. Dat is wel prettig in Amsterdam.”

Hoeveel uur per dag zouden de buren anders van twee kanten worden be­diend van wereldtopniveau pianospel?

Lucas: “Zo’n vijf uur per dag toch wel, gemiddeld. Mensen zeggen altijd: jeetje, wat veel, maar dat is onzin natuurlijk. Ze werken zelf toch ook minstens vijf uur op een dag?”

Waarom praktisch naast elkaar gaan wonen? Jullie brengen al zoveel tijd samen door.

Lucas: “Het is praktisch, voor het ­spelen, en we vinden het leuk. We hebben daarnaast ook een leven van onszelf. Ik heb een vriendin, met wie ik samenwoon. Arthur heeft een eigen vriendenkring. Ik ook. Maar als we allebei thuis zijn en toch moeten koken, vragen we snel: eet je mee? Zeker nu je door corona nooit meer uit eten kunt, iets wat we vreselijk missen.”

Arthur: “We staan er niet zo bij stil. Waarom geforceerd rationeel denken: we spelen nu geen piano, dus moeten we maar even los van elkaar zijn? Als het gezellig is, is het gezellig, toch? Ik vind het fijn bij Lucas te zijn, en hij bij mij. En als een van de twee even geen zin heeft, gebeurt het als vanzelf niet. Dat komt niet vaak voor, we kunnen het gewoon erg goed met elkaar vinden.”

Lucas en Arthur schelen drieënhalf jaar. Ze zijn geboren en opgegroeid in het Gooi, waar binnenshuis altijd in ­Maastrichts ­dialect werd gesproken. Ook onderling deden ze dat, en nog steeds als ze met z’n tweeën zijn.

Arthur: “Onze ouders komen uit ­Lim­burg. Ze zijn hier als begintwintigers komen wonen omdat mijn vader een goede baan kreeg als paukenist bij het Radio Filharmonisch Orkest. Onze moeder ging werken als dwarsfluitdocent.

Ze dachten: laten we de jongens thuis opvoeden in dialect. Standaardnederlands leren ze wel buiten de deur, dan spreken ze het uiteindelijk allebei goed. Vandaar dat wij dus Nederlands spreken zonder zachte g.”

Dromen jullie in dialect of in het Nederlands?

Lucas: “Als ik droom dat ik in Limburg ben, dan in dialect, denk ik.”

Komen jullie er ook graag, in het echt?

Arthur: “Zeker. Onze vader en moeder zijn in beide families de enigen die naar het Noorden zijn verhuisd. We reizen regelmatig met het gezin naar beneden. Het is altijd feest daar.”

Lucas: “Limburgers weten goed hoe je bourgondisch kunt leven. Als we een weekend gaan, vasten we vier dagen zodat we van vrijdag tot en met zondag alles kunnen innemen wat we voorgeschoteld krijgen. Daarna denk je: ik wil een maagverkleining, maar het is zo gezellig.”

Arthur: “Ik heb er altijd veel respect voor gehad dat mijn ouders durfden weg te gaan. Je kunt je er niets bij voorstellen als je niet uit Limburg komt, maar het Gooi, dat voelt in Vaals of Maastricht echt als de andere kant van de wereld.”

‘Bij ons is het altijd zo geweest dat het moeite kostte. Niet te veel moeite, maar om een fantastisch concert te spelen, moeten we altijd veel studeren.’ Beeld Lenny Oosterwijk
‘Bij ons is het altijd zo geweest dat het moeite kostte. Niet te veel moeite, maar om een fantastisch concert te spelen, moeten we altijd veel studeren.’Beeld Lenny Oosterwijk

De jongens begonnen allebei met pianospelen toen ze 5 waren, Lucas dus als­ ­eerste. In een schattig interviewtje met het Jeugdjournaal uit 2005 vertelt hij hoe het ging: ‘Het was tijdens het WK of het EK in 1998. Toen werd elke keer als Nederland moest spelen het Wilhelmus gespeeld. Dat vond ik wel een leuk liedje. Het stond toevallig in het pianoboekje dat wij thuis hadden. Ik wilde het graag spelen en toen zei mijn moeder: zal ik het je anders leren? Ja, en toen ben ik verder gegaan omdat ik het leuk vond.’

Lucas: “En ik ben nooit meer opgehouden. Omdat ik het spelen zo geweldig vond. Met onze ouders was musicus natuurlijk een meer voor de hand liggende beroepskeuze dan for­mu­le 1-coureur – ook heel gaaf trouwens – maar zij hebben ons nooit gepusht.”

Arthur: “Papa en mama zeiden wel altijd: als je besluit iets te gaan doen, doe je het goed. Dat gold voor alles. Prima als je wilt pianospelen, maar dan wel elke dag even oefenen. Wil je daarnaast op voetbal en komt daar twee keer training bij kijken, dan ga je twee keer en doe je je best.”

Hij weet nog dat hij als peuter naast de piano kwam zitten als zijn ouders met Lucas zaten te repeteren. “Ik vond het gezellig, denk ik. Als je het therapeutisch analyseert, zal het wel zo zijn dat ik wilde leren wat mijn grote broer deed, want we konden toen ook al goed met elkaar overweg, maar ik had het natuurlijk nooit ­volgehouden als ik geen eigen liefde voor spelen had ontwikkeld.”

Waren jullie wonderkinderen?

Arthur: “Dat werd vaak gezegd toen we klein waren, maar dat is echt niet zo. We hebben wel een beetje talent, denk ik, anders lukt het niet zo goed. Veel belangrijker is dat we altijd hebben geprobeerd te doen wat we konden. Alles eruit halen. Dat doen we nu tijdens een groot concert in Tokio of New York niet anders dan toen we als 8- en 11-jarige jochies een huisconcertje gaven. Het euforische gevoel dat we krijgen als het spelen lekker gaat, is ook niet veranderd.”

Lucas: “Je kunt pas van iets genieten als je er goed in bent. En daar is discipline voor nodig. Dat bedoelt Arthur, denk ik, met alles eruit halen. Een wonderkind is iemand die iets kan wat totaal ongelooflijk is, zonder daar per se iets voor te hoeven doen.”

Zoals het schaakmeisje in The Queen’s Gambit?

Arthur: “Ja. Zij leerde de regels en ze kon eigenlijk meteen fantastisch spelen, ook al viel er nog veel te verbeteren.”

Lucas: “Bij ons is het altijd zo geweest dat het moeite kostte. Niet te veel moeite, maar om een fantastisch concert te spelen, moeten we altijd veel studeren. Het is geen kwestie van aanwaaien. En dat vinden we ook helemaal niet erg.”

Arthur: “Ik denk dat het gezond is. Tegenwoordig moet in het leven van Nederlandse kinderen alles leuk zijn. Dat is een misvatting. Toen wij 6 waren, zaten we niet drie uur per dag achter de piano, maar we speelden elke dag. Zo kwam het in ons systeem. Aangemoedigd door onze ouders. Dat deden zij niet om ons te pesten, maar om ons vooruit te ­helpen. Ook op verjaardagen werd een uurtje gestudeerd, en daarna werd enorm feest gevierd.”

Lucas: “Als je een kind bijbrengt dat je op bepaalde dagen niet hoeft te studeren of ergens je best voor hoeft te doen omdat het feest is, wordt pianospelen, of breien of tekenen, als iets negatiefs bestempeld. Alsof je geluk hebt als het niet hoeft.”

Arthur: “Met een houding van ‘als je geen zin hebt, hoeft het niet’ kom je niet erg ver – in wat dan ook.”

Lucas: “Het besef dat pianospelen iets kan zijn waarmee je je maandlasten kunt betalen, kwam natuurlijk pas veel later. We rolden er langzamerhand in, maar omdat we zo jong zijn begonnen, is het vergroeid met wie we zijn. We vinden het moeilijk om te spreken van werk, of een baan.”

Mensen die met jullie op het gym­nasium zaten, gaan nu waarschijnlijk pas werken.

Arthur: “Onze vrienden belanden zo’n beetje in een nieuwe fase, ja. Ze hebben gestudeerd, flink genoten van het ­studentenleven en nu krijgen ze een baan, een vast vriendinnetje, sommigen een ­eerste huisje. Wij hadden geen studentenleven, maar we genoten ook, op een ­an­dere manier.”

Jeugdfoto van de Jussen-broers. Beeld
Jeugdfoto van de Jussen-broers.

Lucas: “De overgang is bij hen veel ­harder. In dat studentenleven kenden zij geen ritme: het was stappen op donderdag, maar ook op dinsdag, of op maandag, met af en toe een tentamen tussendoor. Ineens is dat klaar en hebben ze een baan, elke dag, van negen tot zes of later, als ze op de Zuidas werken. In ons beroep heb je die regelmaat niet, en ik vind dat heerlijk. Er moet een soort onregelmatigheid in mijn leven zitten. In die zin is er voor ons – gelukkig – weinig veranderd. Het is alleen wat drukker omdat we bekender zijn en veel meer concerten spelen, over de hele wereld. Althans, vóór corona.”

Ja, ineens geen Tokio meer, maar alleen de Houthavens. Was het moeilijk?

Lucas: “De eerste tijd was het eigenlijk fijn, zo’n opgelegde stilte van een maand of zo. We hadden het jaar ervoor ontzettend veel gedaan en gereisd. Maar na die maand wilden we zelf beslissen om weer te beginnen en dat kon niet.”

Gelukkig hadden jullie de Russen.

Arthur: “We zouden The Russian Album pas in de loop van 2021 opnemen, maar na anderhalve maand verplichte vakantie besloten we in mei een studio te huren. We wilden iets doen, en we hadden tijd. Normaal gesproken plannen we opnamedagen tussen het reizen door. Nu konden we er drie weken naartoe studeren en voor de opname een aaneengesloten week tijd nemen.”

In een filmpje op de site zeggen jullie dat je voor de Russen fysiek en mentaal een kracht in huis moet hebben die ­jullie vijf jaar geleden nog niet hadden.

Lucas: “Het is zware muziek, in letterlijke zin ook, veel fysieker dan andere stukken. Als jongetje van 12 is dat niet te doen. Na een dag studeren hadden we ook echt spierpijn.”

Arthur, jij zegt: ‘It has to be beyond ­perfect.’ Gaat perfect dan over het ­technische?

Arthur: “Ja. De noten staan geschreven. Als je ze allemaal goed raakt en je speelt in het juiste tempo en met de juiste dynamiek, kun je het stuk technisch perfect spelen. Maar de Russische muziek heeft ook een bepaalde grootsheid in zich die veel verder gaat dan de noten. Het is ­moeilijk in woorden uit te leggen, je moet het horen.”

Moet je iets weten van het leven van een componist om zijn werk ‘beyond perfect’ te kunnen spelen?

Lucas: “Daar is een levendige discussie over. Kleine kinderen kunnen spelen op een manier die je diep raakt, terwijl ze ­weinig of niets weten van de levensloop van een componist. Ze storten zich er gewoon op en dat kan fantastisch werken. Wij deden dat ook zo. Maar nu voel ik me er wel prettig bij als ik kennis heb van wat er op de achtergrond speelde toen een componist een bepaald stuk schreef.”

Arthur: “Op de plaat staat een stuk van Sjostakovitsj. Het is opgehitste muziek, een beetje grimmig ook. Als je weet dat hij constant werd opgejaagd door het Sovjetregime, dat totale controle eiste over zijn stukken, snap je waarom hij schreef wat hij schreef. Ik vind dat belangrijk om te weten voor ik zijn werk ga spelen.”

Zijn jullie zenuwachtig voor het concert, ook al is het online?

Lucas: “Ik voel gezonde spanning, maar we zijn altijd goed voorbereid. Dat neemt een groot deel van de angst weg.”

Hebben jullie daarin ook veel aan elkaar, emotioneel gezien?

Arthur: “Het relativeert makkelijker als je samen bent.”

Lucas: “Het komt weleens voor dat we spelen met een dirigent en een orkest die verschrikkelijk goed zijn op het podium, maar verder weinig sjoege geven. Een koude sfeer is niet leuk, zo vlak voor je begint aan iets wat een hoge mate van ­concentratie vereist. Dan is het wel lekker om samen te zijn.”

‘Ik kan me niet anders herinneren dan dat ik hem hoorde pianospelen.’ Beeld Lenny Oosterwijk
‘Ik kan me niet anders herinneren dan dat ik hem hoorde pianospelen.’Beeld Lenny Oosterwijk

Arthur: “Het is ook fijn dat de ander jou uit een bepaalde denkkronkel kan halen. Als ik tijdens een concert een foute noot heb gespeeld, kan ik me daar dagen gek over maken, maar Lucas relativeert het dan. Zeg ik: ‘Jezus, dat was zo’n grote fout.’ Zegt hij: ‘Ik hoorde het wel, maar we ­hebben voor de rest zo lekker gespeeld, joh.’ Dan zet je je er sneller overheen.”

Is hij dan je grote broer?

Lucas: “Nee. Omgekeerd gaat het net zo.”

Arthur: “Hij is wel goed in relativeren.”

Lucas: “Allebei evenveel. Echt waar. Ons leeftijdsverschil telt al zo lang ik me kan herinneren niet meer mee. De meeste mensen denken zelfs dat hij ouder is. Ik heb meer een babyface, geloof ik.”

Jaren hadden jullie het voordeel van de jeugd. Jullie vier handjes die in ­harmonie over de toetsen dansten, met die blonde koppies erboven: het werkte als een magneet. Nu zijn ­jullie volwassen pianisten. Is dat eng?

Arthur: “Nee. We hebben natuurlijk veel te danken aan dat fotogenieke beeld, want daardoor leerden veel mensen ons kennen als pianisten, maar zelf zijn wij nooit bezig geweest met blond en schattig overkomen. Wij concentreren ons op het spelen, op een topvoorbereiding, altijd. Verder willen we gewoon jongvolwassen kerels zijn die houden van muziek, maar ook van voetbal en een glaasje drinken met vrienden. We verloochenen ons­zelf nooit.”

De beroemde Britse dirigent Neville Marriner zei over jullie: ‘Het zijn niet gewoon twee goede pianisten die samen spelen. Ze voelen de kleinste aspecten van elkaars interpretatie precies aan.’ Jullie voelen elkaar. Zit dat in de bloedband?

Arthur: “Er zijn ook echtparen, zonder gemeenschappelijke genen, die samen een goed duo vormen. Maar ja, ik kan me niet anders herinneren dan dat ik hem hoorde pianospelen. Dat zal zijn uitwerking niet missen. Als we samen spelen, voel ik precies aan wat hij wil in zijn spel. En omgekeerd ook.”

Een soort liefdesrelatie.

Lucas: “Onze ouders zeggen ook af en toe: het is in zekere zin een huwelijk, een goed huwelijk. Het kost ons geen enkele moeite tijd met elkaar door te brengen. Dat we zo aan elkaars manier van spelen gewend zijn, en er eigenlijk weinig over hoeven te praten om het goed te krijgen, is heerlijk. Als ik nu met een vreemde een stuk ga spelen, zullen we lang, misschien moeizaam, moeten praten over wat we ­willen en hoe we het voelen, zonder de garantie dat het lukt. Arthur en ik hoeven nooit iets uit te leggen aan elkaar, terwijl we wel echt twee spelers zijn.”

Arthur: “Er staat geen ego in de weg. We gunnen het de ander bijna nog meer dan onszelf. Dat klinkt zalvend, maar het is zo. Ik denk nooit: ik wil het beter doen dan hij. Als je samen speelt, moet je elke milliseconde je voelsprieten hebben uitstaan en bezig zijn je te voegen naar de ander. Doet de ander dat ook bij jou, kan het mooi worden. Dat lukt alleen als je wars bent van je eigen ego. Het is er wel: je wilt goed spelen, een eigen ik zijn. Maar samen spelen heeft niets te maken met twee verschillende personen, dat is één wezen.”

Zijn jullie los van elkaar even goed als samen?

Lucas: “Ik weet het niet. We spelen niet zo vaak alleen. In Nederland wel geregeld, omdat we hier het geluk hebben dat concertzaaldirecteuren ons al zo lang kennen. In het buitenland ligt het nog anders. Als we ergens voor het eerst komen, kleeft er ook een commercieel aspect aan hoe we ons presenteren. We begeven ons toch op een markt en we zijn een product. Als we besluiten allebei afzonderlijk aan de bak te gaan in Duitsland, zijn daar nog duizend fantastische solopianisten. Zie je daar maar eens tussen te wurmen. Ik zeg niet dat het nooit zou lukken, maar samen staan wij wel bijzonder sterk.”

Arthur: “Wij zijn samen, en dit bedoel ik niet arrogant, vrij uniek.”

Trekken jullie jong publiek aan?

Arthur: “Het is niet zo dat driekwart onder de twintig is, maar ik zie altijd relatief veel jonge mensen in de zaal. Dat is leuk, maar voor ons geen missie. We vinden het vooral leuk als de zaalbezetting een afspiegeling is van de mensen met wie wij omringd zijn in het dagelijks leven. We gaan met ouderen om, door de muziek, met leeftijdgenoten, met advocaten en notarissen, maar ook met stukadoors of mensen die bij de ANWB werken.”

Waar kom je die dan tegen?

Arthur: “Nou ja, bij wijze van spreken.”

Lucas, grijnzend: “In de sportschool, bij de fitnessapparaten. Nee, maar serieus, het zegt iets positiefs over wie je bent als verschillende types zich tot je aangetrokken voelen, als niemand zich te min of te veel voor je voelt. Om de klassieke muziekwereld hangt een zweem van snobis­me. Wij zijn totaal geen snobs en dat zie je ook in ons publiek. Er zitten puristen tussen met encyclopedische kennis, maar ook jongeren die voor het eerst naar een klassiek concert komen luisteren.”

Arthur: “Een tijd geleden hadden we voor een verbouwing tegelzetters en stukadoors over de vloer. Zulke leuke gasten. Ze waren nog nooit in het Concertgebouw geweest en wilden graag een keer komen kijken. Ik zei: ‘Je weet wat je voor je kiezen krijgt hè, hardcore klassieke muziek.’”

Lucas: “Anderhalf uur hè.”

Arthur: “Ze kwamen met twaalf man naar ons volgende concert. Daarna dronken we met z’n allen biertjes, met ook een paar mensen erbij die elke week in het Concertgebouw komen. Het was voor ons de ideale concertavond.”

Onlineconcert Arthur & Lucas Jussen: The Russian Album, 18 maart, 20.30 – 21.30 uur. Kaarten zijn verkrijgbaar via ­concertgebouw.nl (€12,50 voor 1 persoon, €17,50 voor 2 personen).

Lucas Jussen

27 februari 1993, Hilversum

2005–2012 Gemeentelijk Gymnasium, Hilversum
2012–2014 Jacobs School of Music, Indiana University Bloomington (VS)
2014–2016 Reina Sofía School of Music, Madrid

Arthur Jussen

28 september 1996, Hilversum

2008–2014 Gemeentelijk Gymnasium, Hilversum
2014–2016 Conservatorium Amsterdam

Lucas & Arthur

2006 Pianoconcert met Radio Filharmonisch Orkest in het Concertgebouw o.l.v. Jaap van Zweden
2010 Platencontract bij Deutsche Grammophon en eerste album: Beethoven Piano Sonatas
2011 Concertgebouw Young Talent Award en de Edison Klassiek Luister Publieksprijs
2013 Publieksprijs Festspiele Mecklenburg Vorpommen
2016 Edison Klassiek voor album Mozart Double Concertos
2018 Hoofdgasten van het Prinsengrachtconcert
2019 Debuut met het Boston Symphony Orchestra o.l.v. Andris Nelson
2021 The Russian Album

Lucas en Arthur wonen allebei in de Houthavens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden