PlusInterview

Payboy: een fotoserie over mannelijke sekswerkers in Amsterdam

Van het een komt het ander: werkend aan zijn speelfilm Paradise Drifters kwam Mees Peijnenburg terecht in de wereld van sekswerkers. Hij besloot er een fotoproject van te maken: Payboy. Hij fotografeerde de mannen in Amsterdam op een plek van hun keuze. ‘Er was direct een soort chemie.’

Mees Peijnenburg. Beeld Lucas van der Rhee
Mees Peijnenburg.Beeld Lucas van der Rhee

Het begon met de jongens en meisjes die Mees Peijnenburg ontmoette in instellingen voor jongeren en daklozen. Hij verbleef er tijdens de research voor zijn speelfilm Paradise Drifters – over drie jonge thuislozen die een louterende reis van Nederland naar Zuid-Frankrijk maken – soms dagenlang. Lange gesprekken over ‘families, vrienden, opvoeding en financiële structuren’, aldus de Amsterdamse regisseur.

“Enkele jongens vertelden dat ze actief waren in verschillende vormen van sekswerk. Soms voor hun plezier, soms om puur financiële redenen. Voor anderen was het een persoonlijke seksuele ontdekking of een manier om zich anders uit te kunnen drukken dan wie ze eigenlijk waren. Er waren er ook die vertelden over hoe ze waren gedwongen; hoe ze seksueel waren uitgebuit. Iedereen had zijn eigen persoonlijke ervaring.”

In de meeste gevallen was er een bepaalde terughoudendheid in de manier waarop de mannen hun verhaal deelden, tegelijkertijd leek het alsof het belangrijk voor ze was om het te vertellen. Peijnenburg wilde deze gesprekken opnemen in Paradise Drifters, maar vond het uiteindelijk een te groot onderwerp om alleen maar aan te raken. “Dus ik begon in plaats daarvan aan deze fotoserie.” Overigens niet met de jongeren uit de instellingen; het werd een op zichzelf staand project: Payboy.

null Beeld Mees Peijenburg
Beeld Mees Peijenburg

Cowboys

Mees Peijnenburg (Tokio, 1989) studeerde in 2013 af aan de Filmacademie met Cowboys janken ook, een korte film over vriendschap en schuldgevoel, die werd geselecteerd voor het festival van Berlijn. Met het geld dat hij had gewonnen met zijn derdejaarsfilm huurde hij vervolgens een camera; daarmee nam hij in de Franse Ardennen de kortfilm Un creux dans mon coeur op, over een tiener die kampt met de naweeën van een dodelijk ongeluk. Het zwart-witfilmpje van 9 minuten kreeg een eervolle vermelding in Berlijn en was de Nederlandse inzending voor de Oscar voor Beste korte film.

In 2015 regisseerde Peijnenburg Geen koningen in ons bloed, een intense, sfeerrijke televisiefilm over een broer en een zus onder de hoede van jeugdzorg. Goed voor twee Gouden Kalveren. Hij hoorde toen meer indrukwekkende verhalen dan hij kwijt kon in 45 minuten. Paradise Drifters, zijn speelfilmdebuut dat het afgelopen najaar in de bioscopen was te zien, was dan ook een logisch vervolg. En daar is nu op zijn beurt dus Payboy uit voortgekomen: een fotoserie over mannelijke sekswerkers in Amsterdam.

“Fotografie is mijn hele leven al een grote passie, maar een dergelijke serie had ik nog niet eerder gemaakt. Toen ik me afvroeg wat de beste vorm was om het sámen met die jongens te doen, kwam ik hierop uit. Dit project is echt een samenwerking.”

null Beeld Mees Peijenburg
Beeld Mees Peijenburg

Wallen

Peijnenburg, die vanaf zijn eerste in Amsterdam woont, dacht de stad goed te kennen, maar de wereld van de mannelijke sekswerkers was hem nagenoeg onbekend. “De Wallen en sekswerkers waren van kleins af aan onderdeel van mijn straatbeeld. Als jonge jongen was deze wereld vanzelfsprekend heel opwindend, aantrekkelijk en intrigerend. Maar het is voor mij ook altijd een heel vreemde wereld geweest. Een duale en donkere plek. Toeristen en gezinnen met jonge kinderen lopen langs de halfnaakte sekswerkers alsof het een kermisattractie is. Die Disneylandsfeer van het gebied vond ik altijd al erg surrealistisch. Naarmate ik ouder werd, werd ik me meer en meer bewust hoe dit circus een totaal vertekend beeld geeft. Je moet goed zoeken om een mannelijke sekswerker achter een raam te zien staan, wat niet in overeenstemming is met hoe deze wereld werkelijk is.”

Met Payboy wil Peijnenburg een wereld belichten die onderbelicht is, terwijl Amsterdam toch bekendstaat om zijn Wallen en sekswerkers. “Ik wilde een divers en inclusief beeld schetsen, met veel verschillende mensen die dit werk doen. Maar bovenal wilde ik een gezicht geven aan een beroep dat door veel mensen wordt gestigmatiseerd.”

Om in contact te komen met mannelijke sekswerkers plaatste hij oproepen op websites en apps als PlanetRomeo, Hunqz, Bullchat en Grindr, waarin hij zijn plan uit de doeken deed. Hij sprak af met een stuk of dertig mannen. “Voor mij was het erg belangrijk dat iedereen die meedeed zich op zijn gemak voelde. Vertrouwen is essentieel voor mij en ik wilde ervoor zorgen dat niemand zich achteraf uitgebuit of verkeerd geportretteerd voelde. Gelukkig was er in bijna alle gevallen direct een soort chemie.”

Sommige ontmoetingen duurden een à twee uur, andere een hele dag. “Ik heb de mooiste ontmoetingen gehad, waarbij mensen me in hun hart, leven en thuis toelieten. We voerden urenlange gesprekken. Het ging over ons, over wíe we zijn, niet over wát we zijn. Over de verschillen en overeenkomsten en dat soort dingen.”

“Het is moeilijk om in detail te treden, want een paar zinnen zouden geen recht doen aan die complexe geschiedenissen. Ik heb er ook bewust voor gekozen hun verhaal niet op te tekenen; het gaat me om het portret dat het resultaat is van onze gesprekken. Ook al is het niet altijd te zien op de foto’s, de kracht en felheid die alle mannen uitstraalden terwijl ik met ze sprak, zorgden ervoor dat ik met een enorm gevoel van kracht naar huis fietste. Ik hoop dat iedereen die de foto’s ziet ook zoiets ervaart en eventuele vooroordelen over geslacht, stigma en imago van sekswerkers wil bijstellen.”

null Beeld Mees Peijenburg
Beeld Mees Peijenburg

Klanten

Van tevoren had Peijnenburg een aantal regels opgesteld. “Zij bepaalden de plek waar we afspraken, en dat moesten plekken zijn waar zij met hun klanten afspraken. Het waren locaties waar ik nog nooit was geweest, dus ik kon niks voorbereiden. Alles is met natuurlijk licht gefotografeerd, zonder flitser; een paar fotorolletjes per persoon en we improviseerden op de plek zelf. De een stond in een parkeergarage, een ander in zijn eigen kamer, een derde in een parkje. Het was telkens anders, waardoor ik elke keer opnieuw moest schakelen. Nee, we hebben nooit gedoe gehad in de openbare ruimte. Het is ook geen naaktserie, hè.”

Peijnenburg had ook bedacht dat hij geen naaktserie wilde maken, maar wél een ontbloot bovenlijf wilde zien, zodat het lichamelijke zou worden belicht. Sommige mannen wilden niet herkenbaar in beeld, anderen maakte dat niks uit. Een zit thuis op zijn witte bank, met een masker op. Met anderen maakte hij lange fietstochten door het Westelijk Havengebied of diep in Noord.

De belangrijkste regel was dat de mannen zelf beslisten welke foto er zou worden gebruikt. “Ik stuurde ze een selectie van een stuk of tien, vijftien foto’s en zij kozen dan de foto die zijn het beste vonden, waar ze zich comfortabel bij voelden. Ze moesten zich gesterkt voelen. Dát vond ik belangrijk; dat die mannen zich gehoord en gezien voelen.”

null Beeld Mees Peijenburg
Beeld Mees Peijenburg
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden