PlusInterview

Paul Binnerts schreef een roman over zijn Joodse familie: ‘Die komt voor mij eindelijk tot leven’

Toneelregisseur Paul Binnerts (82) schreef een roman over het oorlogsverleden van zijn Joodse familie. Het leugenlabyrint gaat over onmogelijke keuzes.

Paul Binnerts: ‘Wat zich in het hoofd en hart van mijn familie afspeelde, stond niet in de documenten.’ Beeld Jakob van Vliet
Paul Binnerts: ‘Wat zich in het hoofd en hart van mijn familie afspeelde, stond niet in de documenten.’Beeld Jakob van Vliet

Dertig jaar geleden kreeg Paul Binnerts van zijn broer een groene map met documenten uit de oorlogsjaren in handen. “Dit zal je wel interesseren,” zei zijn broer. In de map zaten onder meer kwitanties van de burgerlijke stand, een oproep voor tewerkstelling voor zijn vader en een brief van de Nederlands-Israëlitische Hoofdsynagoge in Amsterdam over de afstamming van de Joodse ouders van zijn moeder.

“Ik keek er even in, maar kon er geen touw aan vastknopen. Uit deze gegevens was nauwelijks een verhaal te ­reconstrueren. Het waren allemaal losse puzzelstukjes,” zegt Binnerts, toneelregisseur en toneelschrijver, die ­afwisselend in New York en Amsterdam woont.

De spullen zouden hem tientallen jaren later aanzetten tot het schrijven van zijn oorlogsroman Het leugenlabyrint waarin het oorlogsverleden van zijn familie en hemzelf een belangrijke rol speelt.

In 2012 begon hij daadwerkelijk met zijn onderzoek naar de familiegeschiedenis van zijn ouders: zijn Joodse moeder en katholieke vader.

Aan de hand van de standaardwerken van Jacques Presser, Abel Herzberg en Loe de Jong over de anti-Joodse maatregelen en het sluiten van het net rond de Joden, lukte het Binnerts te reconstrueren wat zich tijdens de oorlog in zijn ouderlijk huis in Den Haag heeft afgespeeld.

Het is een boek dat Binnerts, zo zegt hij, ‘altijd heeft willen schrijven’. Hij koos voor een roman omdat non-fictie niet toereikend was. De geschiedenis van zijn familie was ook na onderzoek slechts deels te achterhalen.

“De spaarzame documenten in de map vertellen slechts enkele feiten. Alleen aan de hand van de geschiedenis en de anti-Joodse maatregelen kon ik ze aan elkaar knopen. Het werd daarom noodzakelijk er een roman van te ­maken, aangevuld met de feiten uit die documenten.”

Ondergedoken

Het leugenlabyrint bestaat uit verschillende creatief in ­elkaar gevlochten lagen: naast het romangedeelte, zijn er – in verschillende lettertypes – gefingeerde dagboekfragmenten en het waargebeurde familieverhaal aan toegevoegd.

In de roman ondergaan de hoofdpersonen deels de ­gebeurtenissen van Binnerts’ ouders, Joodse oma, tantes en ooms. “De verhalen van de hoofdpersonen in de roman en de geschiedenis van mijn familie lopen parallel. De ­romanfiguren hebben andere namen die een beetje lijken op de namen van mijn familieleden.”

Binnerts, die een deel van de oorlog samen met zijn broertje bij een tante van vaderskant ondergedoken zat, heeft ook zichzelf in het boek geschreven als ik-figuur. “Ik hoor er immers bij en maakte het verhaal zelf mee. Deze ik-figuur houdt de hoofdpersonen in het boek gezelschap. Hij staat er met zijn neus bovenop, handenwringend en begaan en denkt met de personages mee. Hoewel hij het zou willen, kan hij hen niet in een bepaalde richting sturen of hun verkeerde beslissingen verhinderen.”

Zijn in 1906 geboren Joodse moeder Emmy – in het boek Emmeke – ontkwam ondanks haar gemengde huwelijk met Binnerts’ niet-Joodse vader niet aan de anti-Joodse maatregelen, waaronder de registratie als Jood en het dragen van een Jodenster. In zijn roman schrijft Binnerts over die beslissing. “Ik kwam tijdens mijn onderzoek in het ­Niod een document tegen van de rechtszaak van mijn moeder in de oorlog. Ze was in oktober 1942 gearresteerd omdat de registratie als Jodin niet goed geregeld was. Ze had zich onterecht als half-Joods aangemeld en droeg daarom de ster niet.”

Binnerts’ moeder Emmy. Beeld privéarchief Binnerts
Binnerts’ moeder Emmy.Beeld privéarchief Binnerts

Zijn moeder, die onder meer in het beruchte Oranjehotel terechtkwam, werd later ‘ontsterd’ (ontjoodst) nadat was gebleken dat ze onvruchtbaar was.

Binnerts heeft zijn vader gevraagd hoe de kwestie in ­elkaar stak. Zijn moeder kon hij het niet meer vragen, zij was kort na de oorlog overleden. Maar zijn vader wilde er niets van weten en niet over de oorlog praten.

“Ik stuitte op een muur. Wilde hij het verleden verdringen of schaamde hij zich voor zijn eventuele handelen? Voelde hij zich schuldig? De vraag rijst: heeft mijn vader in de oorlog genoeg gedaan om zijn vrouw te redden?”

Dagboekfragmenten

Het antwoord is hij nooit te weten gekomen. In zijn boek laat hij de man van Emmeke brieven schrijven aan de Duitse instanties om de onrechtmatigheid van de Duitse maatregelen tegen de Joden aan te tonen. “Emmekes man komt in het geweer tegen het gezag. Hij doet dit met een roekeloze moed om Emmeke te beschermen. Ik bewonder hem daarom. Ik laat Emmekes man iets doen wat mijn ­eigen vader niet deed.”

De dagboekfragmenten zijn geschreven uit naam van Emmeke. “Er zijn veel dagboeken gepubliceerd na de oorlog: denk aan Etty Hillesum, Anne Frank, Hanny Michaelis en het dagboek van journalist Philip Mechanicus vanuit kamp Westerbork. Zij gunden de lezer een kijkje in hun ­leven tijdens de oorlog en gaven hun ziel en zaligheid erin prijs. “In de dagboekfragmenten kon ik Emmeke laten zeggen wat haar op het hart ligt. Haar reflecties zijn een ­manier om haar te karakteriseren. Ze heeft een ontwapenende directheid. Zo kon ik haar een stem geven. Want wat zich in het hoofd en hart van mijn familie afspeelde, stond niet in de documenten.”

In de roman brengt de Joodse Bert – enigszins gemodelleerd naar Binnerts’ oom Arnold, die overigens niet dit soort handelingen pleegde – waardevolle eigendommen van gevluchte Joden, waaronder schilderijen van bekende Hollandse meesters, in veiligheid. Hij sluit deals met de Duitsers en geeft enkele schilderijen aan hen om zijn ­eigen vege lijf te redden en mensen te beschermen. Hoe fout was Bert?

“Het is heel makkelijk om een oordeel te geven over foute mensen. In de ogen van ‘goede’ mensen was Bert fout ­omdat hij zaken deed met de Duitsers. Maar hij doet dit om te overleven. Hij probeert zijn hoofd boven water te houden. Het oordeel over goed en kwaad is vaak veel te ongenuanceerd. Je kunt niet zeggen: die deugde wel en die deugde niet. Je moet niet te makkelijk oordelen. We hebben snel ons oordeel klaar.”

Het schrijven van dit boek brengt zijn eigen familieleden dichterbij. “Ze komen voor mij eindelijk tot leven. Het zijn geen schimmen meer uit het verleden.”

Een mokerslag

Binnerts heeft zichzelf nooit Joods gevoeld; van de Joodse religie en cultuur wist hij weinig. Het bewustzijn dat hij Joods was begon pas op zijn twintigste, toen hij, eind jaren vijftig, in het leger zat.

“Ik werd op een dag bij de kazernecommandant geroepen met de mededeling dat ik van de officiersopleiding werd gegooid. De legerrabbijn vertelde me dat dit meer Joodse jongens was overkomen. Hij wilde de schuldige voor de militaire rechter brengen. Ineens werd ik het ­onderwerp van een antisemitismekwestie,” zegt Binnerts.

Die eerste kennismaking met antisemitisme herinnert hij zich als een ‘mokerslag’, schrijft hij in zijn boek. ‘Baf, en je ligt tegen de grond. Je bent er niet op verdacht, je weet niet wat je overkomt. En je weet ook niet wat je moet doen.’

Een andere rabbijn adviseerde hem te emigreren naar ­Israël. Maar Binnerts wilde ‘geen slachtoffer van antisemitisme’ zijn en bleef in Nederland. “Historisch gezien ontkom ik er niet aan mezelf Joods te noemen. Sinds mijn eerste en enige ervaring met het antisemitisme zie ik het gevaar en ben ik op mijn hoede. Maar ik ben niet bang.”

De angst onder Joden is nog steeds aanwezig, bemerkt Binnerts uit gesprekken met Joodse vrienden. “Mijn schoonzus wilde een menora voor het raam zetten, maar haar man wilde dat niet. Een vriendin van rond de zestig zei dat ze nooit liet weten dat ze Joods was. Het systemische antisemitisme kan zo omslaan. In het bewustzijn van mensen worden Joden in een bepaalde groep geplaatst. Dat is het alledaagse antisemitisme. Joden zijn muzikaal en artistiek en hebben geld. Dat soort clichés.”

Paul Binnerts: Het leugenlabyrint, Prometheus, €24,99.

Binnerts’ oom Arnold de Jong. Beeld Collectie Joods Historisch Museum
Binnerts’ oom Arnold de Jong.Beeld Collectie Joods Historisch Museum

Niet overleefd

Een groot deel van Binnerts’ Joodse familie heeft de oorlog niet overleefd. Binnerts’ oom Arnold de Jong van Lier kwam op 36-jarige leeftijd in 1943 om in Kamp Amersfoort. Binnerts’ oma Flora de Jong van Lier-Adler werd op 72-jarige leeftijd in 1943 vergast in ­Sobibor.

Binnerts’ Joodse moeder Emmy werd in de oorlog gearresteerd omdat zij de ster niet droeg. Ze zat ruim zes maanden in het ­beruchte Oranjehotel in Scheveningen. Emmy stierf in 1947 aan borstkanker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden