Plus Achtergrond

Pas op voor fietsende brugklassers: ‘Ze doen vaak onverwachte dingen’

Beeld Ted Struwer

De scholen zijn weer begonnen. Brugklassers moeten ineens de eigen buurt uit en de hele stad door fietsen. Dat gaat vaak mis. ‘Veel pubers zijn helemaal nog niet klaar voor het verkeer.’

Op het moment dat de jonge fietser op de Dam links afslaat richting Rokin, gaat het mis. De auto die ook stond te wachten voor het stoplicht, blijkt rechtdoor te gaan. De fietser, die niet over zijn schouder keek en ook zijn hand niet ­uitstak, wordt vol geraakt door de optrekkende auto. Hij vliegt door de lucht en blijft roerloos op straat liggen, de fiets in de kreukels ernaast.

Dan wordt het ongeluk teruggespoeld: vanachter de auto zie je het ongeluk opnieuw gebeuren. De auto is felrood ­gekleurd. Je zou willen schreeuwen tegen de fietser: kijk in elk geval over je schouder als je afslaat, sufferd!

Het ongeval is niet echt: de Dam, de fietser met zijn krat voorop en een helm op zijn hoofd en de auto zijn computerfiguurtjes in de virtualrealityapp van Verkeersplein Amsterdam, de organisatie die verantwoordelijk is voor verkeerseducatie op Amsterdamse scholen. Naast de situatie met de afslaande fietser kunnen gebruikers van de app ook ‘oefenen’ met het passeren van een vrachtwagen met een enorme dode hoek en met het negeren van je ­mobiele telefoon op de fiets.

Beschermd opgevoed

Het is een manier om verkeersveiligheid onder de aandacht te brengen van jongeren, zegt Tom Thobe, directeur van Verkeersplein Amsterdam. “Een grote groep kinderen wordt beschermd opgevoed. Een fiets geldt vaak als speelgoed; als kinderen aan vervoer denken, zien ze de achterbank van de auto voor zich. Wij hebben de indruk dat veel ouders fietsen in de stad te gevaarlijk vinden en zich er vaak niet aan wagen. Maar als kinderen twaalf worden en meestal verder weg naar scholen moeten, zijn diezelfde kinderen ineens groot genoeg en zeggen ouders: ga maar.”

Dat leidt elk jaar weer tot veel ongevallen. In de maand september is vaak sprake van een verdubbeling van het aantal twaalfjarigen dat wegens een ongeval op een afdeling spoedeisende hulp terechtkomt. “Vaak fietsen pubers in grote groepen. Ze zijn op de leeftijd dat ze hun impulsen niet ­altijd voldoende onder controle hebben,” zegt Well Kömhoff, gedragsonderzoeker bij Team Alert, een jongerenorganisatie die zich onder meer bezighoudt met verkeersveiligheid. “Brugklassers hebben moeite met balans houden bij weinig snelheid vanwege hun nieuwe fiets, maar ook worden er vaak signalen niet opgemerkt en niet gegeven.”

Dat is ook deze maand weer zichtbaar in de stad. Op de Hogeweg in de Watergraafsmeer bijvoorbeeld, die op een belangrijke route ligt van het puberrijke IJburg naar de stad, ben je als automobilist tussen 14.00 en 16.00 uur overgeleverd aan de nukken van scholieren met hun veel te zware rugzakken en spiksplinternieuwe fietsen. Met zijn drieën, soms zelf met z’n vieren naast elkaar, fietsen ze door de straat alsof niemand anders ertoe doet.

En dat is dan nog een relatief rustige straat. Op de Ber­lagebrug fietsen tijdens een willekeurige ochtendspits ­scholieren in eindeloze rijen naar de vele scholen in Zuid. Vorige week lagen er weer drie tegelijk op het asfalt, nadat ze domweg achter hun voorgangers het kruisende fietspad waren overgestoken. Tobias, net twaalf geworden, fietst hier sinds ruim twee weken elke ochtend op weg naar het Comenius Lyceum. Hij vindt het allemaal wel meevallen met het gevaar. “Er zijn een paar gevaarlijke punten, maar op de meeste plekken fiets je op fietspaden. Dan hoef je niet heel goed op te letten.”

Drukke stad

De houding lijkt typerend voor het verkeersgedrag van de brugklasser: anderen letten vast wel op mij. Rob ­Stomphorst van Veilig Verkeer Nederland bevestigt die veronderstelling. “Kinderen op die leeftijd zijn in veel ­gevallen helemaal nog niet klaar voor het verkeer. Het is druk, het gaat te snel en het belangrijkste aspect is dat pubers vaak enorm op elkaar zijn gericht. De hersenen zijn pas rond 24 jaar volgroeid, dus als ze 12, 13 zijn, zullen we als medeweggebruikers rekening met hen moeten houden: ze doen gewoon vaak onverwachte dingen.”

Mede daarom is de jaarlijkse campagne van Veilig Verkeer Nederland vooral gericht op automobilisten, aldus Stomphorst. “Ongelukken gebeuren hoofdzakelijk door te veel snelheid, het gebruik van alcohol en ­afleiding. Van die eerste twee is geen sprake bij kinderen, van dat laatste des te meer. We doen aan verkeerseducatie, maar in die eerste gevaarlijke weken van het schooljaar hopen we vooral dat automobilisten ­extra bedacht zijn op de aanwezigheid van nieuwe, vaak onervaren verkeersdeelnemers.”

Want dat is waar het aan schort bij veel twaalfjarigen, zegt Tom Thobe van Verkeersplein Amsterdam: ervaring en routine. “De stad wordt steeds drukker en fietsen is ­ingewikkelder geworden. Als het Amsterdamse verkeer je arena is, moet je goed beslagen ten ijs komen.”

Ouders hebben daar een belangrijke rol in, zegt Thobe. “Begin op tijd met je kind voorbereiden op zelfstandig door de stad fietsen,” raadt hij aan. Niet beginnen met het Leidseplein of de Dam overfietsen dus. Bouw het stapsgewijs op. Begin bijvoorbeeld in een park en ga daarna de rustigere straten in. En heel specifiek voor de brugklassers: fiets in de vakantie al een paar keer met je kind naar de nieuwe school. En laat hem of haar de lead nemen, ­bijvoorbeeld door zelf de route uit te vogelen met een routeplanner op de computer.”

Well Kömhoff van Team Alert zegt het ook: “Jong ­geleerd, oud gedaan. Nieuw gedrag aanleren, bijvoorbeeld links, rechts, links kijken bij oversteken, is iets dat je je kind zo vroeg mogelijk moet aanleren, dan gaat het op een gegeven moment vanzelf.”

Onvoldoende vaardig

Het overgrote deel van de scholen in Amsterdam geeft verkeersles, zegt wethouder Sharon Dijksma. “Die lessen zijn door 228 scholen in het programma opgenomen, dat is 95,4 procent.” Voor wat betreft het praktijkexamen, beter bekend als het fiets­examen, zijn de cijfers minder rooskleurig: ongeveer 80 procent van de basisscholen doet eraan mee. Dit is wel al veel meer dan enkele decennia geleden.

Opvallend is dat leerlingen geregeld niet aan het praktijkexamen mógen deelnemen. Dijksma: “Dat is dan omdat kinderen onvoldoende vaardig zijn om mee te doen.”

De wethouder juicht het toe dat scholen aandacht besteden aan verkeerseducatie. Maar: “Wel of niet deelnemen aan de verkeerslessen is een keuze van de scholen zelf.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden