PlusAchtergrond

Pak nooit de telefoon van pubers af, en andere lessen voor hun ouders

Ze hebben allebei twee pubers: Saskia Smith (51) en Martine de Vente (52) weten dus waarover ze praten in hun Handboek voor beginnende puberouders. Ze geven een puberlesje aan de hand van vier vooroordelen.

null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

1. Andere ouders (en hun kinderen) doen het veel beter.

Het valt Saskia Smith en Martine de Vente op dat ouders vaak helemaal niet zo aardig zijn over elkaar. De Vente: “Ze vinden er al snel wat van als een andere ouder haar of zijn kind met de auto naar school brengt, of als ze hun kind een elektrische fiets of een scooter cadeau geven. Of er wordt een beetje afgunstig gedaan als je kind op het gymnasium zit: ‘Ja, jij hebt het lekker makkelijk met een kind op het gym.’ Hoezo?”

Smith: “Geen kind is hetzelfde, en geen ouder is hetzelfde. De ene dag werkt het om te zeggen: fiets maar lekker zelf door de regen, en de andere dag niet. Iedere ouder doet zijn best, ga daar maar vanuit.”

Ook van de eerdere ­generaties ouders hoef je niet altijd solidariteit te verwachten. Die zeggen dingen als: ‘Vroeger stopten we zo’n jongen in het kolenhok!’ Smith: “Ja, en nu dus niet meer – met reden. Tegenwoordig overleggen ­ouders en hun kinderen. Dat is iets anders dan pamperen, overigens. Laten we een beetje lief zijn voor elkaar.”

2. Ik moet altijd precies weten wat mijn kind online doet.

Hoe moeilijk het voor ouders misschien ook is, pubers hebben recht op privacy. Smith: “Wat er gebeurt op hun ­telefoon of hun laptop gaat jou als ouder niets aan. Het is als een dagboek – daar kijk je ook niet in. Tenzij we het hebben over nare ruzies of levensbedreigende situaties.”

Onze pubers zijn native digitals – zij zijn opgegroeid met sociale media, zegt De Vente. “Wij niet. Het heeft dus geen zin om je af te vragen: hoe gingen mijn ouders hiermee om? Je moet zelf het wiel uitvinden.”

Smith: “Realiseer je dat je altijd achter de feiten aanloopt. Voordat jij weet welke apps hot and happening zijn, zijn er al weer andere. Je moet je kinderen wel opvoeden in het gebruik van sociale media – zo heb ik ooit alle mannen met ontbloot bovenlijf samen met mijn dochter van haar Instagramaccount gegooid– maar verbied het niet en pak die telefoon niet af, ook niet bij wijze van straf. Die is zo ­ongeveer een deel van hun lichaam; hun huiswerk staat erin, hun rooster, hun vrienden, alles.”

3.Je hoeft niet met ze over ­seks te praten – pubers weten alles toch al.

Smith: “Dat misverstand kan snel ontstaan. Want zo gauw je een onschuldig woord als ‘poes’ intikt op je computer, ben je nog maar een muisklik weg van porno. En je pubers maken die klik, daar kun je vergif op innemen. Op hun tiende hebben ze echt alles al gezien. Zeg duidelijk dat je daar niet boos over bent, maar dat je er wel graag over wilt praten.”

De Vente: “Leg uit dat pornofilms toneelstukjes zijn die niets te maken hebben met vrijen en liefde.” Smith: “Dat niet elke vrouw het lekker vindt om op haar billen te worden geslagen.” De Vente: “Hou die gesprekken kort. Je puber komt wel met vragen als ie daar aan toe is.”

Smith: “O ja, een filter instellen om te voorkomen dat ze bepaalde dingen zien, heeft geen zin. Ze weten 137 manieren om die te omzeilen.” En het idee dat jouw kind echt niet aan sexting doet? Smith, stellig: “Geloof me, dat doet jouw kind ook.”

4. Pubers kun je niet meer opvoeden – dat had je eerder moeten doen.

De Vente: “Dat is een hardnekkig misverstand omdat ­pubers vrij hartstochtelijk kunnen spelen dat ze je niet ­horen. Ze rollen al met hun ogen voordat je drie woorden hebt gezegd, ze vinden je stem irritant, je lach, en ze ­nemen niet op als je belt. Maar toch ben je hun klankbord.”

Smith: “Je denkt: zo, ik heb de basisschool afgetikt, nu komt er tijd voor mezelf. Maar ze hebben je de jaren daarna nog veel harder nodig.”

Een gouden tip: de kracht zit ’m in de herhaling. Dus ­gewoon nog een keer zeggen dat het de bedoeling is dat de afwas in de machine belandt en niet op het aanrecht. De Vente: “En zeg: nee, ik denk niet dat het verstandig is om op je dertiende tot één uur naar een feestje te gaan. Maar ik leg wel uit waarom ik dat vind.”

Saskia Smith en Martine de Vente: Handboek voor beginnende puberouders, €16,95, ook verkrijgbaar op tishiergeenhotel.nl.

null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

Tis hier geen hotel

Vier jaar geleden begonnen ­journalisten Saskia Smith en Martine de Vente met het online platform Tis hier geen hotel. De artikelen, columns, lezingen, de net zo hilarische als leerzame lijstjes (‘een tamelijk lange lijst van wat pubers zoal vergeten’, ‘31 dingen die pubers zeggen als ze er op school niet al te best voorstaan’) waarmee ze puberouders een hart onder de riem steken, bleken een instant succes.

Het journalistenduo richtte het platform op toen hun kinderen de puberleeftijd bereikten en zij hun dochters en zonen, tot hun stomme verbazing, nog altijd lief, leuk en grappig vonden. Smith: “Uit de media hadden we begrepen dat we te maken zouden krijgen met tienerzwangerschappen, gameverslavingen en drugsproblemen zo gauw onze kinderen de puberleeftijd zouden bereiken. Ja, ze zoeken grenzen op, en ja, daar gaan ze weleens overheen. Maar met 98 procent van die kinderen loopt het goed af. We vonden dat de nadruk daarop moest liggen.”

Het begon ooit aan een keukentafel, zegt Smith. “Iemand zei: ‘Is jouw zoon 13? O, wat erg voor je, een puber!’ Ik vroeg aan Martine wat haar puber dan doet, want zo erg vind ik die van mij eigenlijk niet. Ja, hij stinkt, hij laat zijn rotzooi overal slingeren en hij graast de koelkast leeg, maar ik vind hem ook nog steeds heel lief. Van haar nuchtere antwoorden vol humor knapte ik erg op.”

Inmiddels hebben ze samen een fulltime baan aan het platform. “Het klinkt misschien wat pedant,” zegt Smith, “maar ik denk dat Tis hier geen hotel de afgelopen jaren de toon over pubers in Nederland heeft veranderd, dat we een beetje licht in de duisternis hebben gebracht. Op lezingen horen we vaak dat mensen veel herkennen in onze opsommingen en artikelen. Dat ze daardoor met meer humor naar zichzelf en hun kinderen kunnen kijken. Dat ze zich niet in hun eentje een falende ouder zitten te voelen maar weten: ik ben niet alleen, en het komt met dat kind van mij dik in orde. Daar doen we het dus voor.”

De Vente: “Want wij doen zelf ook maar wat. Vanochtend nog had ik een discussie met mijn man. Want ja, moet de puber zelf zijn band plakken of mag ie die fiets naar de fietsenmaker brengen? Ja, weet ik veel!”

Vakantietips

Voor wie de zomer een beetje ­gezellig door wil komen: acht tips om een vakantie met pubers te overleven uit het Handboek voor beginnende puberouders. Wat jij leuk vindt, vinden zij meestal helemaal niet leuk. Leg je daarbij neer. Smaak en verstand komen met de jaren.

Als je met elkaar op vakantie bent, begin bij voorkeur niet om negen uur met het gezamenlijke dagprogramma. Iedereen met pubers weet dat ze niet voor een uur of elf uit bed komen rollen. Als je te veel ingaat tegen het natuurlijke slaap-waakritme, betaal je daarvoor met een bak ochtendhumeur waar je u tegen zegt.

De belangrijkste regel: hou ­rekening met hun wensen, laat ze meebeslissen. Wat dat betreft zijn pubers net echte mensen. Als je ze niet meer de hele dag meesleept naar kathedralen, musea en oude dorpskernen, begint je ­vakantie zowaar weer een beetje op vakantie te lijken.

Laat ze zo nu en dan even los. Ga op een terras zitten en laat ze hun gang gaan. Zo heb jij tijd voor jezelf en zij eindelijk-verlost-van-mijn-ouderstijd.

Dwing ze af en toe toch om iets te doen wat jij graag wil. Anders maken ze nooit wat mee en leren ze niets. Negen van de tien keer vinden ze het namelijk best heel leuk/interessant/gezellig. Bereid je wel voor op het onvermijdelijke: ‘Nee, geen zin.’ Met andere woorden: zet je zeurfilter aan.

Zorg voor voldoende voedsel. Pubers zijn in de groei en eten de oren van je hoofd. Als ze honger hebben, zijn ze niet te ­genieten.

Bereid je voor op een hoop wachten, aangezien zij er een andere planning op nahouden. Zorg ervoor dat je dingen te doen hebt tijdens deze wachtsessies. Een koud drankje drinken, een boek lezen of de troep achter hun kont opruimen.

Last but not least: relativeer, ­relativeer en relativeer nog maar een keer. Bedenk dat je hier later met weemoed op terugkijkt. Dan herinner je je vooral de mooie momenten, zo werkt het namelijk bij de meeste mensen. Als ze straks niet meer ­meegaan, ga je ze nog missen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden