PlusReportage

Overal hangen zakken in de stad: ‘Wij willen de Cruyff Court van het boksen worden’

NDSM-Plein 28. Bokser Yannick Songca bij de bokszak op de NDSM-werf.Beeld Nosh Neneh

Op de NDSM-werf, in Zuidoost, Nieuw-West en Oost: wat ­begon als een guerrilla-actie is voor veel Amsterdammers een vaste plek geworden om stoom af te blazen. ‘Wij willen de Cruyff Court van het boksen worden.’

“Meneer, wat bent u aan het doen?” klinkt het. “Mogen we boksen? Is het gratis?” Het was aardig rustig op het ­Makassarplein in Oost. Totdat Tamas Kossenberg (27) en zijn collega’s een bokszak naast buurthuis Archipel ophingen. Inmiddels hebben ruim twintig nieuwsgierige kinderen zich om hen heen verzameld. Een enkeling heeft al een setje bokshandschoenen van projectmanager Maartje Piersma (38) weten te ontfutselen. Kossenberg, lachend: “Dit heb ik nog nooit meegemaakt.”

De bokszak is een initiatief van (kick)boksclub Boogieland in Noord, in samenwerking met buurtorganisaties. Zeven zakken hangen er nu in de stad. Dit is pas het begin: na een succesvolle crowdfundingcampagne, hulp van sponsoren en subsidie komen er de komende tijd nog ­zeker tien bokszakken bij, en als het aan de boksschool ligt, krijgt elke buurt in de stad een plek om gratis in de buitenlucht te boksen.

Linnaeusstraat 2. Bokser Monique bij de bokszak/boksbanden bij het Tropenmuseum.Beeld Nosh Neneh

Hufterproof

Het idee voor buitenboksen ontstond met de sluiting van de sportscholen tijdens de eerste coronagolf. Boogieland verspreidde in een week tijd vijftien eigen bokszakken door de stad. Onder het mom van ‘soms is actie ondernemen belangrijker dan wachten op toestemming’ namen ze een dag later contact op met de dienst Openbare Werken en met Handhaving om de actie toe te lichten. Piersma: “Toen de burgemeester twee weken later besloot om ook de fitnesstuinen te sluiten, hebben we de zakken natuurlijk meteen weggehaald.”

De ietwat brutale actie nam al snel een vlucht: nadat de bokszakken uit de publieke ruimte verdwenen, werd de vraag alleen maar groter. De online kaart met daarop de ­locaties van alle bokszakken in de stad is inmiddels zo’n 60.000 keer bekeken en dus is Boogieland in augustus weer begonnen met het ophangen van bokszakken in de openbare ruimte, zij het in een ander jasje. Deze ronde worden niet de zakken uit de boksschool gebruikt, maar heeft mede-eigenaar Daan Meeuwig (32) ‘hufterproof’ bokszakken ­gemaakt. De nieuwste exemplaren uit de werkplaats van Meeuwig zijn vrolijk blauw en rood geverfde autobanden, die hopelijk minder snel worden gesloopt. Naast elke zak vind je een bordje met een QR-­code, waarmee je kunt ­kiezen uit een van de dertig gratis audiotrainingen.

De Valk, Noord, IJplein 3. Bokser Farzad en zijn leerling Dimo.Beeld Nosh Neneh

Badr Hari

“Dit project gaat niet over onze boksschool, het gaat over inkomensonafhankelijk sporten voor iedereen,” zegt Jens van Dongen (33), de andere mede-eigenaar van Boogieland. “Als boksschool bestaan we pas twee jaar en hebben we dus helemaal geen poen, we doen dit allemaal vrijwillig. Maar we doen het met een missie. De strijd die je levert in de boksring is een metafoor voor het leven. Met boksen leer je in jezelf geloven.” Meeuwig: “We zijn gewoon goed in shit bouwen en actie ondernemen. Dat is nodig als je vooruit wilt komen. Uiteindelijk willen wij gewoon de Cruyff Court van het boksen worden.”

Dat plan lijkt zeker niet onhaalbaar. Boogieland is samenwerkingen aangegaan met de gemeente en buurthuizen en ook buiten de stadsgrenzen valt het project op: zo zijn er aanvragen binnengekomen uit Den Haag, Utrecht en Rotterdam. Bij de ingebruikneming van de bokszak op het Makassarplein zijn ook afgevaardigden van de gemeente aanwezig. Stadsdeelvoorzitter Maarten Poorter: “Als bestuurder vind ik het belangrijk dat we de openbare ruimte gebruiken voor de wensen van bewoners. Boksen is een populaire sport onder alle leeftijden. Je bouwt er een gezonde dosis discipline en conditie mee op en dat is belangrijk in deze tijd. Stadsdeel Oost ondersteunt om die reden dit soort initiatieven dan ook graag.”

De 9-jarige Houssein en de 8-jarige Oumayra zijn maar wat blij met de bokszak op ‘hun’ Makassarplein. Om de beurt delen ze enthousiaste punches en trappen uit. “Ik vind dit misschien nog wel leuker dan voetbal,” zegt Houssein. Piersma kijkt tevreden en roept af en toe bemoedigende woorden toe. “Kijk,” zegt ze, “deze kids zijn nu helemaal blij, maar iedereen kan hier straks aan de slag. En dus ook de mensen die geen sportschoolabonnement kunnen betalen of liever niet in een afgesloten ruimte sporten. We hebben trouwens gehoord dat Badr Hari hier vaak in de buurt te vinden is. Hoe leuk zou het zijn als hij hier straks een training gaat geven?” 

Buurthuis Archipel, Makassarplein 1. Bij Buurthuis Archipel wordt een boksstation geïnstalleerd door Tamas Kossenberg (links) en Maartje Piersma (rechts).Beeld Nosh Neneh

Monique Hus (56), bokst bij het Tropenmuseum.

“Ik dacht even dat ik gek werd toen alle sportscholen moesten sluiten door de lockdown. Inmiddels ben ik verknocht aan buiten sporten en ben ik dat blijven doen. Dat is zó lekker, zeker nu we zo veel binnen zitten. Ik sport vanaf het moment dat ik kan lopen en ben heel mijn leven al in de ban van vechtsporten. Boksen doe ik nu zo’n zestien jaar. Door te boksen laat ik alles even los. Natuurlijk ben ik iets minder streng voor mezelf als ik in mijn eentje boks in plaats van in groepsverband. De eerste paar minuten ben ik vaak nog bezig met mijn omgeving, dan hoor ik de auto’s over de Mauritskade razen. Soms hoor ik iemand toeteren. Maar zodra ik vol in mijn training zit, sta ik uit voor de buitenwereld. Dat is maar goed ook, anders zou ik de hele tijd moeten zwaaien naar voorbijgangers en kom ik niet aan het boksen toe.” 

Yannick Songca (29), bokst op de NDSM-werf.

“Ik weet nog wel dat ik een keer van een vriend naar huis fietste en dacht: hé, wat doet die bokszak hier? Ik was verrast, dit was precies wat ik nodig had. Sindsdien ben ik veel op de zak gaan trainen. Ik heb een achtergrond in taekwondo en sinds acht jaar boks ik veel. Eerst in Kaapstad, waar ik ­vandaan kom, en sinds twee jaar in Amsterdam. Ik boks elke werkdag een uurtje en merk dat ik veel aanspraak heb. Oudere mensen maken een praatje, auto’s toeteren, mensen zwaaien, moedigen mij aan en vragen of ze een foto van mij mogen maken. Dat is ontzettend leuk bijeffect van iets wat ik met zo veel passie doe. Ik doe er alles aan om mijn slag nóg krachtiger te maken. Inmiddels mag ik mezelf een serieus bokser noemen. Binnenkort ga ik bokstrainingen geven bij Het Gymlokaal in West.”

Nebi Özel (12), Ali Aliev (12) en trainer Fahrzad Khoshbin (30), boksen bij De Valk in Noord.

Nebi Özel: “Mijn moeder denkt dat ik gewoon aan het buiten spelen ben, maar ik boks elke dag. Soms wel twee keer. Boksen helpt mij. Ik word snel boos en als ik hier kom trainen en even op de boksbal kan slaan is mijn woede voorbij. Ik kom blij uit de ­training.”

Ali Aliev (12) “Ik boks zes keer per week. Thuis heb ik ook een zak en kan ik trainen, maar ik ben het vaakst hier. Hopelijk mag ik snel wedstrijden gaan doen. Mijn ouders vinden het goed dat ik boks om mezelf te leren verdedigen, maar vinden wel dat ik moet oppassen. Soms heb ik bloed, maar gevaarlijk is het niet. We sparren met het lichaam, niet met het hoofd.”

Trainer Fahrzad Khoshbin: “Ik ga van deze jongens kampioenen maken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden