PlusInterview

Oud-marinier Mitchel Martis is voorzitter van het veteranenhuis in Noord: ‘Ik was een machine geworden’

Mitchel Martis, ex-marinier in het veteranenhuis in Noord.  Beeld Marc Driessen
Mitchel Martis, ex-marinier in het veteranenhuis in Noord.Beeld Marc Driessen

Oud-marinier Mitchel Martis (41) uit de Bijlmer werd uitgezonden naar Bosnië en Irak. Daarna kampte hij met trauma’s. Sinds 1 oktober is hij voorzitter van het heropende veteranenhuis in Noord. ‘Ik word hier begrepen.’

Praten over details en voorvallen tijdens zijn uitzendingen naar Bosnië en Irak is voor Mitchel Martis nog steeds moeilijk. De schaduwzijde van het mariniersbestaan in ­die door oorlog geteisterde landen zoekt hij liever niet op. “Ik was er geen mens. En ik moet ook verder,” zegt Martis, die bij het elite-infanteriekorps van de Koninklijke Marine zat en de nieuwe voorzitter is van het veteranenhuis De Veldpost in Amsterdam-Noord. Dat huis werd vorige week heropend in de voormalige pastorie aan de Kometensingel, na tussendoor jaren elders te hebben gezeten.

Dat hij zich op 17-jarige leeftijd aanmeldde voor een ­opleiding als marinier, heeft alles te maken met zijn jeugd in de Bijlmer, vertelt Martis, die op zijn zesde vanuit de ­Dominicaanse Republiek met zijn moeder naar Nederland emigreerde. Ze woonden in de honingraatvormige flat Eeftink in Zuidoost, waar hij na de basisschool naar de lts op het Augustinus College ging.

“In het trappenhuis zag ik elke dag junkies met naalden in de weer. Later belandden ook vriendjes in de criminaliteit. Ik zag die put en wilde daar niet in vallen. Mijn moeder was hier niet voor niets ­gekomen. Ik wilde die maatschappelijke ladder op en weg uit de Bijlmer.”

Martis meldde zich bij de opleiding van het Korps Mariniers. “Bij de keuring vroeg een psycholoog van Defensie waarom ik marinier wilde worden. ‘Ik heb een moeder en ik moet voor haar zorgen,’ zei ik. In zijn ogen zag ik dat hij me begreep.”

De opleiding in de Van Ghentkazerne in Rotterdam doorliep hij zonder problemen. Ook de bergtraining in Schotland, koudweertraining in Noorwegen en de jungletraining in Aruba doorstond Martis, terwijl de helft van zijn klas uitviel. “Het was de hel. Het was afzien met marcheren, hindernisbanen nemen, zware oefeningen en het schreeuwen van de opleiders. Maar ik wilde me bewijzen, terugvallen was geen optie. Ik had één doel: wegblijven uit de Bijlmer. Ik wilde een toekomst.”

Ook mentaal eiste het zijn tol. “Loop je in de jungle met je kapmes en ben je lichamelijk helemaal op, dan moet je toch verder. Je wordt daarop mentaal getraind. Je leert je emoties uit te schakelen, want daar heb je niets aan.”

Na tien maanden mocht Martis het felbegeerde Barathea-uniform aantrekken; het blauwe marinierspak met rode bies. “Ik pakte de trein naar Amsterdam en zag de passagiers naar me kijken. Ik voelde waardering. Toen ik in het pak bij mijn moeder binnenliep, omhelsde ze me. Ze was zo trots op me,” zegt Martis geëmotioneerd. “Ze had kanker en was ongeneeslijk ziek, en besloot na mijn ­bezoek ­terug te gaan naar de Dominicaanse Republiek. Een maand later overleed ze daar. Ze had nog net de kracht ­gehad om mij in pak te zien.”

Herbelevingen

De opleiding bood hem structuur en perspectieven, zegt hij. “Maar je brengt ook een offer. Je hebt het niet door, maar je wordt een ander mens.”

Martis merkte dat pas na zijn uitzendingen naar Banja Luka in Bosnië in 1997 en Irak in 2003. “We dachten dat het in Bosnië om een oefening ging, maar hadden al snel door dat we met scherpe piepers, kogels, vertrokken. De mensen hadden er honger en wij moesten bij rellen handhaven en het plunderen van winkels met voedsel voorkomen. Dan moet je mensen met honger tegenhouden. Ik was amper achttien en deed dat. Door het uitschakelen van mijn emoties was ik een machine geworden.”

Tijdens zijn uitzending naar Irak in 2003, waar de oorlog net was uitgebroken nadat de Verenigde Staten het land waren binnengevallen en de regering van Saddam Hussein ten val hadden gebracht, moest Martis met zijn eenheid explosieven onschadelijk maken, mijnenvelden ­onderzoeken en controles bij checkpoints houden. “Je doet gevaarlijk werk, dingen die je leven kunnen kosten. Onder voertuigen kunnen explosieven zitten en tijdens patrouilles konden we beschoten worden. Je adrenalineniveau is hoog. Dat doet iets met je. Je mag niet verslappen en staat continu aan.”

Terug in Nederland begonnen de nachtmerries. “Midden in de nacht schrok ik wakker. Ik zag levensecht een ­gedaante aan mijn bed staan, gehuld in doeken. Heel ­beangstigend en bedreigend. Wat had hij onder die doeken? Een bomgordel?”

Martis herbeleefde de gevaarlijke situaties en spannende momenten steeds vaker. In 2006 besloot hij zijn carrière als marinier te beëindigen. “Ik wilde mezelf ook sociaal-cultureel en intellectueel ontwikkelen en ging theologie studeren.”

Op de universiteit vond hij geen aansluiting; studenten vonden hem maar een rare snuiter. “De bibliotheek was mijn reddingsboei. Ik studeerde er van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Ik ging niet naar feestjes, trok me terug. Ik had een andere wereld gezien en meegemaakt dan zij. Er vielen stiltes in onze gesprekken. Ik hoorde er niet bij en werd eenzaam.”

Wachtwoord

Na zijn propedeuse theologie wierp Martis zich op de studies rechtsgeleerdheid en wijsbegeerte. De schaduwzijde­momenten bleven echter door zijn hoofd spoken. “Ik vocht tegen de reuzen van herinneringen en mijn emoties. Ik kon die reuzen niet meer bedwingen.”

Hij werd overvallen door boosheid en agressie, isoleerde zich en kwam in een neerwaartse spiraal terecht. “Ik was boos op de wereld en probeerde die gevoelens te onderdrukken, maar het was net een bal die je onder water probeert te duwen en keihard weer naar boven komt. Ik werd moe van het vechten en zag het leven niet meer zitten. Ik was kwaad op mezelf dat ik kwetsbaar was. Dat gaf een rotgevoel. Ik wilde dat niet zijn.”

In 2011 zocht Martis uiteindelijk hulp. Er werd bij hem PTSS (posttraumatische stressstoornis) geconstateerd. Een gedragstherapeut hielp hem zijn leven op de rails te krijgen en een zorgcoördinator van Defensie wees hem op het veteranenhuis De Veldpost in Noord. Een veteraan in de huiskamer daar herinnert zich nog de eerste ontmoeting met Martis. “Ik opende de deur en zag een oud-marinier uit het elitekorps staan die alleen maar uitbracht: ‘Kunnen jullie me helpen?’”

Martis krijgt tranen in zijn ogen als hij dit hoort. “Ik kon er mijn verhaal kwijt. Zij voelden wat ik had meegemaakt. Ik was niet de enige. Hier had ik een klankbord, hier werd ik begrepen.”

Toen hij in een van de vele gesprekken met lotgenoten vertelde dat hij ging stoppen met studeren, werd hij direct aangepakt. Een veteraan brulde: “Wij gaan niet stoppen. Wij gaan die studie afmaken.” Martis: “Nee, ik schrok daar niet van. Die bevelende toon was herkenbaar. Ik herkende de code, het wachtwoord.”

Martis maakte zijn studie af en het ging steeds beter met hem. “Het was een lang proces om emoties terug te krijgen. Ik had afwisselend buien van woede en huilbuien vanuit het niets. Aan die huilbuien merkte ik dat de emoties ­terugkwamen. Die hadden een helende werking.”

Nu is hij advocaat vreemdelingenrecht. Spijt van zijn tijd bij het Korps Mariniers heeft hij niet. Hij zou het ook niemand afraden om de mariniersopleiding te volgen. “Maar koester je hart. Blijf mens. Word geen machine. Bij ons op de zaak zeggen we: ‘Wees hard voor de zaak, maar zacht voor de mens.’ De opleiding van het Korps Mariniers hoort ook aandacht te besteden aan het gevoelsleven.”

Martis komt nu tien jaar in het veteranenhuis over de vloer en voelt zich weer mens. Als voorzitter kan hij andere veteranen nog beter helpen. Tegen elke veteraan en oud-politieman met trauma’s wil hij één ding zeggen: “Ga je trauma’s niet zelf proberen op te lossen maar zoek lotgenoten. Doe de deur niet op slot en zoek die donkere kamers niet steeds op. Je wilt vooruit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden