Plus Reportage

Oud-kampioen Barry Groenteman blaast het Joodse boksen nieuw leven in

In Amstelveen blaast oud-kampioen Barry Groenteman (33) het Joodse boksen nieuw leven in. Hij leert de leerlingen van zijn boksschool vooruit te denken. ‘Ik heb nog nooit een gebroken neus gehad.’

Barry Groenteman (r): ‘Voel je je verheven, dan ben je in deze boksschool niet op je plek.’ Beeld Marie Wanders

“Jeetje, weer een ingewikkelde achternaam,” zegt Ophira Italiaander, receptionist van Amsterdamsche Boksschool Barry Groenteman. Ze moet erbij lachen. De boksschool is sinds kort ­geopend aan de Eleanor Rooseveltlaan in ­Amstelveen en inmiddels boksen er al 370 leden. Italiaander verwelkomt iedereen die binnenkomt. “Er komen hier veel Joodse mensen en veel expats ook. Die grossieren niet in doorsnee namen.” Ze registreert iedereen die langskomt – niet per computer, maar in een gastenboek met een rode leren kaft, breed lint en duizend pagina’s dik.

Ze is Joods, net als eigenaar Barry Groenteman. “Die Joodse identiteit voel je,” bezweert Italiaander. In de ­manier waarop Groenteman zijn boksers benadert, maar ook in de details in het decor. Bij de ingang hangt een ­mezoeza, een Joods symbool dat vaak op deurposten hangt en betekent dat God de plek beschermt. Hier prijkt een bokser op het embleem. In de hoek van de bokszaal, pal naast de ring, staat een levensgrote kartonnen versie van Ben Bril, de beroemdste Joodse bokser die Nederland gekend heeft; Bril werd in 1927 op zijn vijftiende Nederlands kampioen en vertegenwoordigde Nederland op de Olympische Spelen van 1928. In september wordt het ­gedeelte waar de ring staat, officieel geopend als het Ben Brilplein.

Sprekende voeten

De mezoeza bij de deur en het Brilbeeld zijn details die Groenteman typeren, weet Italiaander. Aan de koffietafel, rechts van de receptie, wordt instemmend geknikt. De ­salontafel doet eerder aan een galerie dan aan een boksschool denken; op tafel staan kristallen kannen met snoep, ertussen liggen kunst- en fotoboeken: een ­fotoboek van Ed van der Elsken ligt naast Boxing was a Jewish sport. Aan het hoofd van de tafel staat een kinderstoel, rondom tapen mannen hun handen in, met de precisie en tederheid waarmee een moeder haar kind in bed legt.

Tien minuten later staan de gezichten strak. Groenteman geeft de training voor gevorderden en in rap tempo wisselen de boksers van houding en oefening. Indraaien, vuist ontwijken, schroef, onderdoor stappen, uitwijken, dekking hoog, uitstappen, zijwaarts, terug naar midden, laten zakken. De boksers dansen als in choreografie over de mat. Het zijn niet de vuisten die spreken, maar de ­voeten.

Het kenmerkt de trainingen van Groenteman, vertelt Ron Laagwater (56) tijdens de waterpauze. Sinds Groenteman zijn school heeft geopend, bokst hij hier; daarvoor trainde hij elders. Boksen draait bij Groenteman volgens Laagwater om ontwijken: “Hier trainen dokters, chirurgen, mensen die niet op hun hoofd geraakt willen worden. Het is heel technisch, op de vorige school moest ik meer aanvallen. Dit is wegbewegen. Ik leer dingen waar ik nooit van hoorde, zoals onderdoor wegstappen. Je leert niet alleen te vermijden dat je geraakt wordt door je dekking hoog te houden, maar vooral door te bewegen. Niet ­geraakt worden staat centraal.”

Voor Groenteman is de boksschool zijn levenswerk, ­vertelt hij na de training. Als jonge jongen doolde hij vaak door Amsterdam, tot hij op zijn twaalfde de Amsterdamse boksschool ABOV binnenliep. Leeftijdsgenoten verkenden hun eerste liefdes, terwijl Groenteman viel voor het boksen. Het spel. De snelheid. Stijl. Techniek. Spanning. Respect. De ring was voor hem de plek waar hij troost vond. “Als jongen was ik zoekende: waar heb ik talent voor? Volgens de buitenwereld stelde ik niks voor.” Mensen maakten zich zorgen om zijn toekomst, dachten dat er niks van hem terecht zou komen. “Dat werd me ook verteld: Groenteman kan niks. In de boksschool kreeg ik de waardering die ik zocht. Het hield me overeind. Paradoxaal ­genoeg ving het boksen voor mij de klappen op.”

Van zijn twaalfde tot zijn eenentwintigste bokste Groenteman in Amsterdam, daarna verhuisde hij naar New York, om wedstrijden te vechten in Amerika. “Daar moest ik sparren tegen Mexicanen die vochten om geld te verdienen; als ze niet wonnen, verdienden ze niks. Daar leerde je dus wel knokken.”

De Jewish Dutch guy

Groenteman woonde in een appartement waar hij ‘geen hond in zou laten slapen’. Hij was er ‘ongekend eenzaam’, trainde vier uur per dag en liep daarna eindeloos door de stad om maar iets te doen te hebben. Toen Groenteman ­wedstrijden ging winnen, bouwde hij een reputatie op. Als de ­‘Jewish Dutch guy’ werd hij gevolgd door de Joodse ­gemeenschap in Brooklyn. “Je achtergrond telde, ze maakten in Amerika van elk gevecht een verhaal.”

Na een jaar kwam Groenteman terug in Nederland, als prof. In 2012 kroonde hij zich in Carré tot Nederlands kampioen. Al zijn wedstrijden bokste hij met een Jodenster op zijn broek, als hommage aan het verleden. In de jaren ­dertig steeg boksen in aanzien binnen de Joodse gemeenschap; het werd een manier om jezelf te beschermen tegen de haat van het opkomende fascisme. In Amsterdam ontstond een hecht netwerk van Joodse boksers, die tijdens de Tweede Wereldoorlog een knokploeg vormden tegen de NSB. 

“Ik ben gefascineerd door die geschiedenis. Ik ben niet streng gelovig, maar mijn afkomst betekent veel voor me. Als ik in de ring sta, weet ik: als mijn opa niet gevochten had voor zijn leven in de oorlog, had ik hier niet gestaan.” Groenteman is ervan overtuigd dat dat hem in 2012 het Nederlands kampioenschap opleverde. “In de zesde ronde zat ik er doorheen, ik was op, leeg. Plots dacht ik aan mijn opa, aan zijn geschiedenis. In de ronde erna klapte ik er vol op. Er ging iets om: ik kán niet opgeven, het mág ­gewoon niet. Beter dood dan opgeven.”

Hij relateert het kleine aan het grote gevecht. “Joden worden al duizenden jaren vervolgd, zijn gewend snel te reageren, zich te verdedigen en vooruit te denken. We anticiperen op gevaar. Vooruitdenken doe je in de boksring ook. Mijn tegenstander doet nu zo, dan ga ik zó. Joodse boksers zijn goed in verdedigend boksen en hebben een snel reactievermogen. Ik heb nog nooit een gebroken neus gehad. We zijn niet impulsief. Als we impulsief waren, hadden we de oorlogen en vervolgingen niet overleefd. Het vooruitdenken zit in je gen.”

Groenteman heeft een reputatie in de Amsterdamse Joodse scene, weet Jair Eisenmann (52), die hier sinds week één bokst. “Barry vocht eerst met een Jodenster op de broek, vervolgens blaast hij met een eigen school het Joodse boksen in Amsterdam nieuw leven in. Dat maakt trots.” Inmiddels bokst bijna zijn hele familie er: broer, vrouw en nichtje. “Joden zijn boksers, boksen is van oudsher the noble art en dat draagt Barry uit. Het heeft niks te maken met gewoon rammen, het is een kwestie van goed nadenken.” Ook zijn vrienden beoefenen de ‘pure vorm’: met kickboksen hebben ze wat minder. “Al kan dat ook ­komen doordat we te kleine beentjes hebben.”

Nesjomme

Eisenmann noemt het een ‘boksschool 2.0’; het gaat om veiligheid, er is rust, de sfeer is open en er is persoonlijk ­contact. Toen Eisenmanns dochter overleed, heeft Groenteman in de school een portret van haar opgehangen. “In Amsterdam-Joods zeggen we ‘nesjomme’: een ziel. Nauwe familierelaties, de details in het decor, de ster op zijn broek: dit is een boksschool met nesjomme. ”

Meer nog gaat het boksen volgens Groenteman om het uitdragen van een filosofie, om het opkomen voor goede doelen, om boksen als kunst. Het gevecht eindigt niet bij de ring, het begint er. “Boksen straalt kracht uit, het draait om het oplossen van conflictsituaties. In de ring moet je ­jezelf zien te redden, boksers zijn overlevers. Goede doelen zijn er om mensen te laten overleven. Die symboliek spreekt me aan.” Volgens hem kan het boksen een brug slaan. Hij ziet een gemene deler in het overlevingsinstinct dat van boksen, van de geschiedenis van het Joodse volk en van goede doelen, uitgaat. Begin juni organiseerde hij in samenwerking met KiKa en het kinderziekenhuis een boksclinic voor de Nacht van het Vergeten Kind.

Boksen kan mensen kracht geven, is het idee. “Ik herken mezelf in sommige jonge gasten, in de onzekerheid en het gebrek aan zelfvertrouwen. Door hen te helpen kun je boksen overstijgen. Of je nou Joods, moslim of katholiek bent: ongeacht je afkomst mag je trots zijn op je roots. Voel je je verheven, dan ben je hier niet op je plek.”

Jaïr Eisenmann staat op, zet met zijn ene hand zijn bril op en plaatst met de andere een keppeltje behoedzaam op het achterhoofd. Hij groet Italiaander, geeft Groenteman een omhelzing, loopt langs het portret van zijn dochter en langs de mezoeza, naar buiten. Groenteman: “Boksen verbroedert en helpt angsten overwinnen. Nederlands kampioen, prof, amateur en beginner zijn hier allemaal gelijk. Als we dat uitdragen, kunnen we de buitenwereld tot voorbeeld zijn.”

Mezoeza, een Joods symbool dat vaak op deurposten hangt en betekent dat God de plek beschermt. Beeld Marie Wanders

Maccabi Spelen 

Barry Groenteman is namens Maccabi Nederland benaderd om een boksteam te vormen dat Nederland zal vertegenwoordigen op de vierjaarlijkse Maccabi Spelen in Israël. De Maccabi Spelen zijn de Joodse equivalent van de Olympische Spelen; Joodse sporters van over de hele wereld komen eens in de vier jaar bijeen in Israël om in alle takken van sport te strijden om de bronzen, zilveren en gouden medaille.

De laatste editie was in 2017; toen deden 80 landen en ruim 10.000 sporters mee, weet Maxime van Gelder van Maccabi Nederland. Maar het is voor het eerst sinds de jaren 1970 dat Nederland weer een boksteam formeert. “Dat Groenteman nu het initiatief krijgt om Nederland weer te vertegenwoordigen, juichen we ontzettend toe. Te weinig mensen weten dat boksen van oorsprong een Joodse sport is, het is waardevol die geschiedenis te belichten. Groenteman vertegenwoordigt een bijzonder verhaal.”

Sinds kort krijgt een groepje leerlingen van Maccabi Nederland op dinsdagavonden training van Groenteman. Plan is om volgend jaar ook wekelijks jeugdteams (van 12 tot 18 jaar) te gaan trainen.

Hoewel het initiatief bij de Amsterdamsche Boksschool ligt, wil Groenteman samenwerken met andere boksscholen om een team te vormen. “Over twee jaar zijn de eerstvolgende Maccabi Spelen in ­Israël, maar we stellen een meerjarenplan op en mikken erop in de editie daarna namens Nederland af te reizen,” zegt Groenteman. De naam van het team geeft hij alvast weg: in plaats van het Nederlandse Maccabiteam, gaat het officieel het Ben Bril-team heten, ter nagedachtenis aan de Joodse bokser Ben Bril (1912–2003).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden