Plus Reportage

Oud-GVB’ers zijn nog lang niet uitgepraat over ‘die goeie ouwe tijd’

Joop Luij (met snor), voormalig chef van Henk Ossebaar. Beeld Dingena Mol

Eens in de twee maanden komen gepensioneerde bus- en tramchauffeurs van het GVB bijeen om herinneringen op te halen. ‘De meisjes vielen op ons uniform.’

“Die leuke tijd is weg. En hij komt nooit meer terug.” Die tijd dat Tante Nel een eigen halte had en snoep uitdeelde in de bus. Dat elke lantaarnpaal een halte kon zijn. Dat je de bus even bij de snackbar parkeerde om shoarma te ­halen. “Hoef je nu niet meer te proberen!” zegt Henk Ossebaar (65), die 38 jaar als buschauffeur werkte en inmiddels met pensioen is.

“Die tijd komt nooit meer terug.” Het zal die middag ­vaker worden gezegd.

Toch voert ‘die goeie, ouwe tijd’ eens in de twee maanden weer een paar uurtjes de boventoon. Tijdens de seniorenmiddagen in het AGT Clubhuis in de Antony Moddermanstraat wisselen zo’n vijftig gepensioneerde buschauffeurs en trambestuurders van het GVB herinneringen en anekdotes uit.

Striptease

Zoals die keer dat Piet tijdens zijn dienst een pijpje Grolsch met melk vulde, daar gulzig uit begon te drinken en er binnen drie minuten vier GVB-chefs voor zijn neus stonden.

Hoe ze de wethouder bij de halte lieten staan. “Zo’n type met geitenwollensokken en sandalen die héle rare dingen deed met de stad. Nee, die namen we niet mee.”

De nachtdiensten waarin ze lange pauzes hadden en een stripteasedanseres inhuurden of een barbecue organiseerden.

Dat ze stempellint tegen de telefoonhoorn plakten en een collega de rest van de dag met een paars oor moest doorbrengen.

De middag begint om 13.00 uur, maar Henk Ossebaar is er al een uur eerder. Glas bier in zijn hand, dicht bij de tap. Hij beweegt zich met het gemak van een man die goed ­gedijt bij vertier, warmte en schuimkragen. Een blik op zijn horloge: “De meesten komen later. Die denken: als ik om één uur begin, haal ik half vijf nooit.”

Voor Ossebaar liggen die zaken anders. Hoe snel zijn glas ook leeg raakt, de drank lijkt geen vat op hem te krijgen. Bruine cafés op de Zeedijk bloeien op als hij aanschuift. Regelmatig zingt hij dan ‘een moppie’ en op Hartjesdag treedt hij op als dragqueen. Hij laat een foto zien waarop hij geschminkt is als vrouw en een roze jurk draagt. “Stond ik mee op de voorpagina van De Telegraaf. Lachen toch. Mijn vrouw was er minder blij mee.”

Zijn blik dwaalt af naar de openzwaaiende deur. “Daar hebben we Joop, onze oude chef!” Als die hem de hand schudt, beziet Ossebaar daarna geschokt zijn vingers: “Potverdomme Joop, wéér mijn ring weg.”

Praten en dollen

Tientallen mannen stromen binnen, onder wie ook oudere chauffeurs die nog werken, maar hun gepensioneerde collega’s goed kennen. Verlangend hebben ze uitgekeken naar de seniorenmiddag.

Jarenlang vonden die bijeenkomsten plaats bij GVB-West. “Daar hadden we ook een biljartzaal. Totdat ze die ruimte nodig hadden om te vergaderen. Sinds 2014 maken we gebruik van het AGT-clubhuis,” vertelt Karel Metz (67).

Via Facebookgroepen houden de oud-GVB’ers nauw contact. “We zijn een hechte groep. Vroeger hadden we ook eigen zaalvoetbalteams en verschillende clubs voor fotografie, biljarten of darten. Dat versterkte de band. We hadden onder werktijd meer tijd om te praten en te dollen. De pauzes waren toen langer. En vaak begonnen we onze dienst liever te vroeg dan te laat. Alleen om te kunnen ­ouwehoeren. We missen dat en daarom zijn we hier.”

De oud-GVB'ers houden nog altijd nauw contact. Beeld Dingena Mol

Ossebaar: “Hoorde je via de mobilofoon dat we na het werk gingen kaarten, dan reed je je de kolere om op tijd te komen. Meestal stonden er al vijf bussen als ik aankwam. En na een dienst dronken we vaak nog een biertje.”

Met een quasi-hulpeloos gebaar naar zijn maatje Piet (65): “Eigenlijk hou ik helemaal niet van de kroeg, maar Piet sleept me mee. Draait gewoon mijn arm op mijn rug; kan ik geen kant op.”

Piet – liever geen achternaam – werkt nog steeds op de bus. Hij hield eens per ongeluk zijn uniform aan toen hij een café binnenstapte. “Dat mag niet van de baas. Gelukkig merkte ik het op tijd. Gauw trok ik mijn jasje erover. Ik zweette me helemaal de kolere.”

Zwarte humor

Gerard Spits (80), die 25 jaar op lijn 15 naar Station Zuid reed, is op de achtergrond in de weer met oude elftalfoto’s, die hij heeft meegebracht. Hij drukt zijn vinger op zijn ­eigen jongere hoofd. “Dit ben ik. Er zijn ook een hele hoop doden bij.” Zijn wijsvinger verplaatst zich rap: “Deze is dood en deze, deze, deze.”

De andere mannen tonen daar maar matig interesse in. “Gerard is van de fotoclub,” verklaart Ossebaar en wendt zich weer tot de anderen.

“Het contact met de mensen maakte het leuk,” vindt hij. “Je flapte er van alles uit en iedereen kon dat hebben. Echt Amsterdams. Ik heb op lijn 8 eens een hele dienst met een opblaaspop in de bus gereden. Geen haan die ernaar kraaide.” Het werk zélf mist hij echter geen moment. “Welnee! Mijn groot rijbewijs verloopt en dat ga ik echt niet verlengen. Ik heb te lang op die bus gezeten. Op een gegeven ­moment heb je het wel gezien.”

Henk Ossebaar wordt gekust door Piet, die nog bij het GVB werkt. Beeld Dingena Mol

Mees Munting (61) stopt voorlopig niet. Hij werkt al 41 jaar op bus 62 naar het Amstelstation en 63 naar Station Lelylaan. Met een strak gezicht “Ik ga door. Karákter!”

En dan zonder ironie: “Ik vind het wel geinig, dat rijden. De sfeer is wel veranderd, maar met sommige collega’s heb ik nog steeds lol. Zwarte humor. Elkaar keihard afzeiken.” Die veranderingen op de bus zijn volgens de mannen te wijten aan de privatisering van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf in 2006. Ossebaar, die lange tijd op lijn 21 naar het Centraal Station reed: “GVB werd toen veel zakelijker. En de maatschappij is natuurlijk ook harder en individualistischer geworden.”

Een mannenwereld

Achter in het clubhuis heeft Gerard Spits intussen een luisterend oor gevonden bij Lina Post (75). Post was destijds een van de weinige vrouwen die als buschauffeur gingen werken. “Het was een mannenwereld, maar ik voelde me er meteen thuis. Iedereen was zo vriendelijk. Een warm bad.”

“Voor ons was het wennen, ineens zo’n mooie vrouw op de bus,” lacht Spits. “Zelf had ik al een mooie thuis, dus ik maakte er geen werk van. Maar voor anderen was er op liefdesgebied altijd wel wat te beleven. De meisjes vielen op ons uniform.”

Mees bevestigt dat: “In de pauze reden we naar de verpleegstersflat. Dan ging de deur open en riepen ze ‘GVB, GVB, GVB!’”

Legendarisch waren de jaarlijkse uitjes die werden georganiseerd. “Daar spaarden we het hele jaar voor,” vertelt Metz. “Fééstdagen waren het! De vrouwen kwamen bij me klagen dat hun man na die uitstapjes altijd zo dronken thuiskwam.”

Om de boel een beetje in de hand te houden en voor een veilige thuiskomst te zorgen, halen sommige van diezelfde vrouwen hun ouder geworden mannen op van de seniorenmiddag. Mondjesmaat komen ze binnen. Autosleutels in de hand. Met een teder duwtje in de rug, dwingen ze hun geliefde naar de uitgang: “Was het gezellig?”

Dan verstommen plotseling de gesprekken. Henk Ossebaar grijpt de microfoon. Met zijn hand op zijn hart, zingt hij Laat me van Ramses Shaffy.

Gepensioneerd chauffeur Henk Man (70) leunt met zijn armen op de bar. Stil van weemoed. Piet luistert aandachtig. Tranen die niet doorbreken. Anderen brullen luidkeels mee, tegen die tijd die nooit terugkomt: “Laat me m’n eigen gang maar gaan. Laat me. Laat me. Ik heb ’t altijd zo gedaan!”

Op 25 oktober vindt in het Wapen van Diemen vanaf 16.00 uur een reünie plaats voor alle actieve en gepensioneerde GVB’ers van vestiging Garage Zuid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden