PlusInterview

Oud-commandant Leen Schaap rekent weer af met brandweer: ‘De rot is erin geslagen’

Leen Schaap werd door Van der Laan aangesteld om de cultuur bij de brandweer te veranderen. Beeld Hollandse Hoogte / Novum RegioFoto
Leen Schaap werd door Van der Laan aangesteld om de cultuur bij de brandweer te veranderen.Beeld Hollandse Hoogte / Novum RegioFoto

Twee jaar geleden vertrok commandant Leen Schaap (59) met ruzie bij de Amsterdamse brandweer. Hij zou te hard zijn geweest tegen zijn mannen. Nu komt hij met een boek. ‘Ze trappen allemaal in hun jankverhalen. Met open ogen.’

Waarom zouden we de beroepsbrandweer in Amsterdam niet opheffen? De vraag stellen is hem beantwoorden, moet voormalig brandweercommandant Leen Schaap hebben gedacht toen hij hem opschreef in zijn boek Brand in Amsterdam.

“Ik ben er na alles wat ik daar heb meegemaakt een groot voorstander van,” zegt hij. Droogjes: “Negentig procent van de brandweer in Nederland bestaat uit vrijwilligers. Waarom moet je 24 uur per dag op een kazerne zitten? Daar ga je niet beter van blussen.” Weg met de mythe van de brandweerman als held. “Zo moeilijk is het beroep nou ook weer niet.”

Politieman Schaap werd in 2016 door wijlen burgemeester Eberhard van der Laan gevraagd orde op zaken te stellen bij de brandweer: afspraken werden geschonden, leiding werd niet geaccepteerd. In 2019 vond burgemeester Femke Halsema het tijd om de harde hand te vervangen door ‘verbinding’. De commandant werd aan de dijk gezet en vervangen door oud-militair Tijs van Lieshout.

Schaap is weer terug op het oude nest: hij werkt tegenwoordig voor de Nationale Politie, bij de stafafdeling van de korpsleiding in Den Haag. Tijd voor een nieuw j’accuse had hij wel. Het is, aldus Schaap, een zooitje bij de brandweer. Nog steeds.

De rot is erin geslagen, zegt hij. En die krijg je er alleen weer uit door helemaal opnieuw te beginnen. “Het kan. Ontsla iedereen, laat ze opnieuw solliciteren en neem de goede gasten aan. Dan hou je ongeveer de helft over. De rest is niet geschikt voor een moderne, integere overheidsorganisatie.”

Hij werd voor zijn boek op het spoor gezet door de wantoestanden bij Amerikaanse politie, die aan het licht kwamen na de dood van George Floyd. In eigen land speelde tegelijk de toeslagenaffaire van de Belastingdienst. “Ik wil niet dat de verantwoordelijken straks, als zich iets dergelijks voordoet bij de brandweer, kunnen zeggen: we hebben dit niet geweten.”

In hun blootje

Een indrukwekkende hoeveelheid incidenten passeert in het boek (opnieuw) de revue. Hoe bij een homostel expres de mooie witte vloer in stukken wordt gezaagd om zogenaamd te kijken of er brand onder zit. Hoe op de kazerne mannen in hun blootje voor de kamers van brandweervrouwen paraderen. Hoe diezelfde vrouwen elke nacht even extra goed worden ‘ingestopt’.

Gevallen van intimidatie en bedreiging. Gerommel met declaraties. Misbruik van de kazerne voor eigen bedrijfjes. De grapjes: collega’s van kleur Ger noemen, zodat je altijd kunt zeggen: Nee, Ger. Geïnstitutionaliseerd racisme, oordeelt Schaap. Halsema moet hard om dit soort ‘Amsterdamse humor’ lachen, schrijft hij. ‘Grapjes over Joodse mensen zijn soms ook gewoon leuk, volgens haar.’

Een woordvoerder van Halsema zegt daar overigens over dat zij ‘het beledigen of vernederen van mensen op basis van kleur of religie volstrekt onacceptabel vindt en dat ook altijd heeft gevonden’.

Schaap: “De voorzitter van de ondernemingsraad vertelde mij dat ze allemaal HTS hebben gehad: de Hogere ­Toneelschool. Gaat zo’n grote man in een gesprek met de burgemeester gewoon een potje zitten janken. Ze trappen er allemaal in. Met open ogen.”

Wat is er toch mis met de brandweer? “In de kern komt het erop neer dat er te veel mensen zijn voor te weinig werk,” zegt Schaap. “De brandweer besteedt een procent van de tijd aan het blussen en drie procent aan hulpverlening. De rest van de tijd zitten ze op de kazerne, met de deuren dicht. Je zou zeggen: voor zeventig miljoen euro per jaar mag het publiek wel wat meer verwachten.”

Steen des aanstoots: de 24 uursdienst. Het beeld, aldus Schaap: “Een groep witte mannen, die met elkaar om tafel zitten en niks te doen hebben. Ze eten en drinken met ­elkaar, doen boodschappen en staan samen onder de douche. Dan ontstaat er een verbondenheid die je ook ziet bij motorclubs: je klapt niet uit de school en je kunt er niet aan ontsnappen. Je past je aan of je gaat ten onder aan de druk. Het gaat gisten, er ontstaat een cultuur van racisme, discriminatie en seksisme.”

De nieuwe brandweercommandant, Van Lieshout, kondigde aan dat hij niet van plan was de 24 uursdiensten op te heffen, ook al lag er voor hem, net als voor Schaap, een duidelijke opdracht van de veiligheidsregio. Het product van de brandweer, zei hij na zijn aantreden, is niet blussen, maar paraatheid.

Schaap lacht en schampert: “Volgens mij staat in de wet dat de brandweer drie dingen moet doen: voorkomen van branden, redden van mens en dier, en blussen van branden. Er staat nergens in de wet: ga zitten wachten op de dingen die niet komen. Maar ja: 270 dagen per jaar vrij. Je hebt als leiding moed nodig om daar iets tegen te doen.”

Zelfmoord en pesterij

Intussen verspreidt zich het gif. ‘In vijf jaar plegen drie brandweermannen zelfmoord,’ schrijft Schaap. ‘Steeds duiken er in het circuit geruchten op dat pesten door collega’s een rol heeft gespeeld.’ Hij wijst op een incident uit ­december 2019, toen een brandweerman in de kazerne in de Marnixstraat ten overstaan van iedereen zelfmoord pleegde. Een collega zou gewond zijn geraakt toen hij hem probeerde tegen te houden.

Niets van waar, zegt Schaap. “De man heeft eerst een van zijn belagers gestoken en daarna zichzelf gedood.” Ook hier deden al snel geruchten de ronde dat het slachtoffer, van Turkse komaf, stelselmatig door zijn collega’s werd gepest. ‘Bewijsbaar?’ schrijft hij. ‘Niet zonder meer.’

Waarom zet hij het dan in zijn boek? Schaap: “Het is geen wild guess. Ik baseer mij op de verhalen van mensen in de zeer enge nabijheid van de man. Die hebben mij voorbeelden gegeven, en ook bewijzen laten zien, van incidenten die te maken hebben met pesterij.”

Hij was, zegt hij, ‘verbijsterd’ toen hij zag dat zich voor de kazerne een haag van korpsleden in brandweeruniform vormde, toen het lichaam door de lijkwagen werd opgehaald. “Hoe durf je? Dat is wat ik dacht. Hoe durf je! Bij de brandweer weet iedereen alles van elkaar. Het had ze ­gesierd als ze er niet waren gaan staan.”

De brandweer zegt dat er intensief onderzoek is ­gedaan door de rijksrecherche en dat er geen verband was met pesten. “Deze ongefundeerde beschuldigingen ervaren wij als zeer kwetsend,” aldus een woordvoerder.

In een filmpje op het intranet van de brandweer, vlak voor kerst, liet de nieuwe commandant, Van Lieshout, al weten wat hij van de publicatie van Schaap vindt, zonder er een letter van te hebben gelezen: een ‘stom boek’. “Ik wil eigenlijk maar een soort afspraak maken om ons waardig te gedragen. Zo van: Schaap? Wie is dat? Nooit van ­gehoord.” En: “Laten we het maar als oud nieuws beschouwen. Volgens mij is vorig jaar alles wat hij wilde uitkramen al uitgekraamd.”

“Een cultuur die decennialang is opgebouwd verander je natuurlijk niet zo maar even,” zegt de woordvoerder nu. “Maar we zijn op de goede weg. Deze korpsleiding gaat naast beperken en sanctioneren ook voor verbinding en het organiseren van vertrouwen. Met een knuppel sla je een organisatie plat, maar kom je niet verder.”

Terug naar af

Namens de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland liet burgemeester Halsema deze week in een brief aan de ­gemeenteraad weten dat de brandweer goed bezig is: ‘Collega’s spreken elkaar aan op ­onwenselijk gedrag en corrigeren elkaar. We zien dat collega’s voor elkaar opkomen; niet om zaken in de doofpot te stoppen, maar juist om ze bespreekbaar te maken.’

Over Schaap en zijn boek zegt haar woordvoerder: “Zijn vertrek was onvermijdelijk. De verhoudingen in het korps verslechterden mede door zijn provocatieve uitspraken. De heer Schaap wekt niet de indruk na anderhalf jaar tot meer zelfinzicht te zijn gekomen.”

Schaap: “Het voornaamste doel van de nieuwe commandant is: geen gedoe. Ik sluit niet uit dat de burgemeester er net zo over denkt. Zorgen voor verbinding? Dat veronderstelt toch een zekere mate van wederkerigheid. Een voorganger van mij, Caroline van de Wiel, vatte dat mooi ­samen. Ze zei: ‘Ik heb zo veel gegeven, maar deze mannen nemen alleen maar en geven nooit iets terug.’ Nu mikken op verbinding betekent: terug naar af. Er is sinds mijn vertrek nauwelijks iets veranderd.”

Van Lieshout in zijn filmpje op intranet: “Zit ik op het boek te wachten? Nee. Zegt het veel over Schaap, en over dat het toch een rancuneuze man is die blijkbaar nog steeds zijn gelijk wil halen? Ja. Gaat het ons pijn doen? Nou, misschien een beetje.”

Schaap: “Ben ik aan het natrappen? Lees het boek en oordeel zelf. Ik heb alleen de feiten opgeschreven. Er is geen woord gelogen. Ik probeer te waarschuwen voor wat er aan de hand kan zijn binnen overheidsorganisaties.”

Maar hij snapt het wel. “Van Lieshout wil man zijn onder de mannen. Dat is de makkelijkste manier van leidinggeven: lekker meelullen. Hij heeft al laten weten dat hij wacht tot de oude knoesten met pensioen zijn. Het is een vorm van strategisch leiderschap die ik even over het hoofd heb gezien: wachten tot het voorbij is. Stom dat ik daar niet aan heb gedacht. Nou, succes ermee. De nieuwe knoesten staan al klaar.”

Leen Schaap: Brand in Amsterdam. Uitgeverij Business Contact, €20,00

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden