PlusInterview

Oud-bokskampioen Alex Blanchard: ‘Ik was een ongeleid projectiel’

Alex Blanchard groeide als straatvechter uit tot professioneel bokser en veelvoudig kampioen. In de onderwereld raakte hij in contact met criminelen als Cor van Hout en Klaas Bruinsma. In zijn boek Vechter vertelt hij openhartig over de keerzijde van zijn roem.

Thomas Sijtsma
Alex Blanchard.  Beeld Jakob van Vliet
Alex Blanchard.Beeld Jakob van Vliet

‘Please knock on the door.’ In de bovenwoning in Zuid van Alex Blanchard (63) doet de bel het niet. De voormalig bokskampioen vraagt daarom bezoekers de vuisten te gebruiken en op de deur te slaan. Aan de hoek van de eettafel, het dichtst bij de keuken, gaat Blanchard, zoon van een Surinaamse vader en een Groningse moeder, zitten om te vertellen over zijn boek. Vechter heet het, omdat hij dat altijd heeft gedaan, zowel buiten als binnen de ring. De klok achter hem loopt een half uur voor, zodat Blanchard nooit te laat bij zijn afspraken komt.

Kindertehuizen

Tijdens het schrijfproces, zo’n drie jaar geleden, keek hij regelmatig naar de wijzers. “Time is a predator,” mijmerde Blanchard en schreef het op als nalatenschap voor zijn kinderen en kleinkinderen. Dagelijks maakte hij zijn uren. Als zijn hoofd leeg was en de inspiratie op verplaatste hij zich in joggingpak naar de hoekbank om een paar uur series op Netflix te kijken. Dat stramien bleef zich herhalen tot Blanchard aankwam op de laatste bladzijde.

Blanchard, die in de jaren 80 zes keer Europees bokskampioen in het halfzwaargewicht werd, had een moeilijke jeugd. Dertien jaar zat hij in kindertehuizen. Zijn zus Jacqueline kreeg net als hij nooit een arm om haar schouders, vierde nooit een warme kerst. Ze raakte verslaafd aan heroïne. “Ze heeft mensonterende dingen moeten doen om aan haar stuff te komen,” zegt Blanchard.

Brommertjes stelen

Zelf omschrijft hij zijn jeugd als die van Ciske de Rat. “Ik werd gevreesd en gehaat, maar overleefde wel. Samen met vriend Robbie haalde ik kattenkwaad uit. Gingen we uit de kerktoren van Schagen op bezoekers pissen. Dat soort ongein, dat zat altijd al in mij. Later stalen we weleens een brommertje.”

“Ik werd daarna snel volwassen. Cassius Clay, of Muhammad Ali, wat je wilt, zag ik in de nacht op televisie boksen. Dat wilde ik ook. Die show, die glamour, de kracht van die man. Via de vriend van mijn zus meldde ik me bij een boksschool. Daarvoor had ik even op judo gezeten, maar met mijn giraffebenen lieten ze mij alle hoeken van de zaal zien.”

Vrouwen en geld

Via vaste sparringpartner Bart Middelburg, de latere Parooljournalist, ontwikkelde Blanchard zich snel in de boksopleiding van de legendarische ‘ome’ Piet ter Meulen. Op zijn 19de was Blanchard de beste van Nederland, amper twee jaar later kon hij als prof van de sport leven.

Daarmee kwam ook de roem. Blanchard had een eigen huis en een dikke Mercedes. Hij omringde zich met fotomodellen die hij in hoog tempo afwisselde. “Ik heb echt alles meegemaakt. Ik had zo veel geld dat ik het in een kluis in Luxemburg moest stoppen. Vrouwen en geld, het kwam en het ging. Ik verdiende twee ton per jaar en wist niet waar het heen ging. En dan snoof of gokte ik niet eens.”

Blanchard verkeerde in de nabije omgeving van criminelen als Cor van Hout en Klaas Bruinsma. “Die jongens uit het penozewereldje hadden veel betere humor dan kantoorpikkies. Veel brutaler. Bovendien kon ik niet anders. Multinationals wilden mij niet sponsoren, daarvoor was ik toch aangewezen op ome Nelis uit de kroeg op de hoek of op contacten bij Yab Yum. Zo ging dat in die tijd.”

In uw boek schrijft u dat alle boksers ‘een wond hebben die niet meer heelt’.

“Ik heb geen wonden meer, ik heb alles achter me kunnen laten. Al deze criminele dingen uit het boek zou ik niet meer doen. Ik wil dat mijn kinderen trots zijn op hun vader en dat mijn kleinkinderen een grappige opa hebben. Daarom heb ik niet alles blind opgeschreven. Eigenlijk werd ik pas op mijn 45ste volwassen. Dat was de eerste keer dat ik netjes in de rij van de supermarkt stond of op mijn beurt wachtte bij de dokter. Ik was een ongeleid projectiel, de regels van de maatschappij golden niet voor mij. Ik stopte nooit voor rood.”

Bent u nu gelukkig?

“Ja. Ik werk inmiddels tien jaar als personal trainer in healthclub Splash, aan de Lijnbaansgracht. Zelf ben ik vergane glorie, maar ik help mensen met overgewicht, mensen die zichzelf als een oude auto hebben verwaarloosd. Na een jaar worden ze sterker en weerbaarder, dat geeft mij voldoening. Ik vind hun hervonden levensgeluk fantastisch.”

Zou u niks aan uw leven willen veranderen?

“Soms kan ik echt jaloers zijn op stellen die na dertig of veertig jaar nog zielsgelukkig met elkaar zijn. Ik zou dan niks meer te vertellen of te delen hebben. Wat is dan mijn geluk? Of mijn liefde? Ik ken dat niet zoals zij. Ze kunnen elkaar niet loslaten. Dat vind ik mooi.”

Bent u na al uw escapades en onrust zelf gelukkig in de liefde?

“Ik heb een vriendin, met haar ben ik al een paar jaar gelukkig.”

Heeft ze al mee kunnen lezen? U spaart uzelf niet.

“Nog niet. Ze mag het boek kopen en vervolgens lezen. Dan hoor ik haar mening er wel over. Ik ben niet bang voor haar reactie, alles speelt zich toch af voor haar tijd.”

Ze kent vast uw bokscarrière. U kwam op als een komeet en stootte snel door naar de top. In 1982 verloor u uw eerste grote titelgevecht met Rudi Koopmans, ‘het gevecht van de eeuw’ in Ahoy.

“Zo noemde de pers dat duel, Koopmans en ik hadden er geen naam voor. Elk titelgevecht is belangrijk, het maakt niet uit tegen wie. Dit werd opgeklopt als Amsterdam tegen Rotterdam, als Ajax tegen Feyenoord. De druk was enorm en ik verloor de controle. Koopmans bereidde zich veel beter voor en dook keer op keer onder mijn rechter door. Als je die krijgt, dan ga je. Ik miste steeds. Na een paar rondes was ik leeg. Ik legde zoveel kracht in die stoten. Een spion, die dagelijks bij mijn trainingen keek, had hem ingelicht.”

Alex Blanchard: ‘Multinationals wilden mij niet sponsoren, daarvoor was ik toch aangewezen op ome Nelis uit de kroeg op de hoek of op contacten bij Yab Yum. Zo ging dat in die tijd.’ Beeld Jakob van Vliet
Alex Blanchard: ‘Multinationals wilden mij niet sponsoren, daarvoor was ik toch aangewezen op ome Nelis uit de kroeg op de hoek of op contacten bij Yab Yum. Zo ging dat in die tijd.’Beeld Jakob van Vliet

U vergaarde later veel roem, won zes Europese titels en werd zelfs ‘de Nederlandse Ali’ genoemd. Toch leerde u al snel ook de keerzijde van dat bestaan kennen.

“Ik verbrandde alle schepen achter mij en verloor al mijn geld. Met onder andere een hasjtransport tussen Rotterdam en Amsterdam probeerde ik 20.000 gulden terug te verdienen. Het was zo gepiept.”

Toch ging het niet veel later helemaal mis.

“De ontvoering? Dat was waanzinnig, door een stel Joegoslaven. Voor ik erbij stilstond, had ik een doek over mijn hoofd en een blaffer tegen mijn slaap. Ik moest schulden betalen, maar kon dat niet. Vijf dagen hielden ze me vast in zo’n smerige loods. Ik kon geen kant op. Een oude vriend kocht me uiteindelijk vrij. Als hij niet was ingesprongen, was het afgelopen met mij geweest.”

In die periode werd u wel vader.

“Al mijn geld was op. Ik leefde onder de stenen, zeker vijf jaar lang. In de mouwen van mijn jas stal ik eten bij de supermarkt voor mijn kinderen. Daar ben ik niet trots op, maar welke keus had ik? Ik was een Mike Tyson in het klein. Als je centen hebt, denk je vast: wat een idioot.”

U kwam erbovenop. Wat is straks het plan na uw pensioen?

“Ik hoop te kunnen overwinteren in Spanje. De gezelligheid is ook uit Amsterdam weg. De meeste mensen die ik ken zijn dood, zitten vast of zijn verkast naar het buitenland. Ik heb nog maar een paar vrienden. Hier in de huizen zitten jonge gezinnen met dikke auto’s voor de deur. Amsterdam is veranderd. Gelukkig heb ik de oude tijden nog volop meegemaakt.”

Alex Blanchard: Vechter. Uitgeverij De Kring, € 21,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden