‘Ik heb flink bijgedragen aan het seksuele geluk van mijn buurtgenoten’

Plus Interview

Oprichter blootblad Foxy: ‘Een seksblad uitgeven verandert je’

‘Ik heb flink bijgedragen aan het seksuele geluk van mijn buurtgenoten’ Beeld Jakob Van Vliet

Met het laatste nummer van blootblad Foxy komt een einde aan een lange loopbaan als seksbaron. Bladenmaker Peter J. Muller (73) werkt nu aan zijn biografie.

Het vervaardigen van Foxy was liefdewerk oud papier ­geworden, vertelt oprichter Peter J. Muller over het net verschenen laatste nummer van het blootblad. “De afgelopen jaren verdiende ik er niks meer mee. Ik schreef nog wel geregeld stukken. Ik leverde de humor en de politieke ­onderwerpen als omlijsting van het bloot. Maar de goede jaren waren voorbij. In de eerste jaren was Foxy nummer één bij de benzinepomp. Al die truckers kochten het blad omdat er een gratis dvd bij zat. Daar konden ze naar kijken in de cabine. Maar sinds de komst van internet is de dvd net zoiets als een 78-toerenplaat van Lou Bandy.”

Jammer, vindt de man die een halve eeuw terug met ­enkele andere vaders aan de wieg stond van de eerste seksbladen. “Internet heeft veel kwaad gedaan voor de manier waarop seks wordt beleefd. Het wordt de jeugd door de strot geduwd. De gemiddelde leeftijd waarop kinderen harde pornografie tot zich nemen, is elf jaar. Wat krijgen die jongens en meisjes te zien aan blubber en rotzooi? Het is misschien oudelullenpraat, maar ik moest er vroeger naar zoeken. Onder het matras van mijn broer of in de leesmap die op zaterdag bij ons thuis werd afgeleverd.”

Die spannende zoektocht naar het hoe en waarom van de seks, die had Muller de jongeren van nu graag gegund. “Ik groeide op in de jaren vijftig. Als je iets te weten wilde ­komen over seks, moest je op ontdekkingstocht. Ik ging op de fiets naar het Waterlooplein en vond tussen al die troep soms een boekje. Ik kan me een naslagwerk herinneren van ene prof. dr. Magnus Hirschfeld met wetenschappelijk verantwoorde afbeeldingen van allerlei seksuele abnormaliteiten. Ik keek mijn ogen uit, tot het uit mijn handen werd ­gegrist door de verkoper. En nou oprotten!”

Uit de achterbak

In 1968 bracht Muller zijn eigen seksblad op de markt, Candy. In de jaren daarvoor had hij samen met Willem de Ridder het jongerenblad Beatbox gemaakt, de voorloper van het roemruchte Hitweek. “Willem was mijn leermeester. Hij was zelfverzekerd en zat vol ideeën. Ik vond het heerlijk om blaadjes in elkaar te knutselen en had ook een zekere aanleg voor de zakelijke kant. Ik organiseerde een demonstratie en liet mijn moeder de politie bellen met het verzoek in te grijpen. Dat leverde een stukje in de krant op, en gratis publiciteit voor ons blad.”

Druk met het blad Candy Beeld Fred Heyn

De seks kwam per toeval op het pad van de jonge bladenmaker. Om precies te zijn: uit de achterbak van een Mercedes. “Mijn vriendin was zeventien jaar en zwanger. We zijn getrouwd en er moest brood op de plank komen. In Rotterdam begon ik een winkel in dameslectuur. Kinderleed, moederliefde: vijf boekjes voor een gulden. Het liep storm. Op een dag stapte er een man binnen die iets wilde bespreken. Hij nam me mee naar buiten en maakte de kofferbak open. Die lag vol met Amerikaanse tietenbladen. De man zei: werp een blik in uw toekomst. Of het wat voor mij was.”

Naturistenbladen

Seksbladen waren in Nederland toen nog een onbekend fenomeen. “Ik begon met een lijntje in de etalage. Een paar van die bladen, afgewisseld met naturistenbladen als ­Helios en Zonnevrienden. Het liep goed en we maakten een speciale hoek in de winkel, de hot corner. ­Alleen voor volwassenen. Al snel lagen daar ook zaaddodende pasta, geitenogen en de geluksvinger in twee snelheden. Ook die artikelen vlogen de winkel uit. Ik heb flink bijgedragen aan het seksuele geluk van mijn buurtgenoten.”

Voor de volgende stap stopte er weer een auto voor de deur, ditmaal een Volkswagenbus met daarin de Dordtse provo Joop Wilhelmus die het eerste nummer van zijn seksblad Chick kwam aanbieden. “Het was een onooglijk tijdschrift, maar het liep enorm goed. Ik dacht: volgens mij kan ik dat beter. Het knippen en plakken kende ik nog van Hitweek. De foto’s haalde ik uit mijn Amerikaanse bladen. Zo is Candy ontstaan. In het begin was er weinig vraag naar. Gelukkig was justitie zo vriendelijk om de hele oplage van het derde nummer in beslag te nemen. Vanaf dat moment kende iedereen het blad.”

Peter J. Muller in 1973. Beeld MM/Fred Heyn

Na een langdurige rechtsgang oordeelde de Hoge Raad in 1970 dat de bladen vrij konden verschijnen. Candy kende in die gouden jaren een oplage van 130.000 exemplaren. “Het paste in de tijd,” zegt Muller. “De heersende machten wankelden. Candy bloeide in een periode dat veel mensen gebukt gingen onder het juk van de kerk. Seks was zondig, net als masturberen. Candy maakte duidelijk dat seks ook lekker kan zijn. De brievenrubriek werd ontzettend goed gelezen. Mensen ontdekten dat zij niet de enigen waren met bepaalde fantasieën of verlangens. Dat heeft wel bijgedragen aan meer openheid.”

Het succes van Candy maakte van Muller een rijk man. Er kwam een Candyclub op het Thorbeckeplein, waar de bladenmaker – met pijp – zetelde als het Nederlandse evenbeeld van Hugh Hefner. “Het waren niet de gelukkigste jaren van mijn leven. Ik leidde een dubbelleven. In ­Amsterdam speelde ik de seksbaron, omdat ik dacht dat het zo hoorde. Thuis in Haarlem organiseerde ik voorleesavonden bij de open haard. Mijn vrouw wist niets van wat ik in Amsterdam uitspookte. Toen ze er toch achter kwam, stortte het hele bouwwerk in. Ze verliet de villa met de kinderen. Ik viel in het diepste ravijn.”

Een diepe depressie volgde. Muller moest erkennen dat hij koning was in een schijnwereld. “Het was allemaal spel. Ik was een bouwer van luchtkastelen, en geloofde daar zelf in.” Hij besloot zijn seksimperium op te doeken, ook uit zelfbehoud. “Ik was helemaal klaar met de seks. Ook ­omdat de beroepsdeformatie op de loer ligt. Als jij een blad uitgeeft voor de vis- en hengelsport, grijpt dat niet diep in de psyche in. Als je een seksblad uitgeeft, verandert dat je. Wat voor andere mensen abnormaal was, was voor mij normaal. De verloedering ligt op de loer. Joop Wilhelmus is ook tragisch aan zijn einde gekomen.”

Weerbericht

Nadat hij weer was opgekrabbeld, stortte Muller zich op een nieuw project: het showbizzblad Weekend. “Ik wilde mijn vrouw duidelijk maken dat ik een gewoon blad kon maken, zonder seks. Ik pakte het slim aan en gaf mijn schoonmoeder een kookrubriek en mijn zwager een baan als eindredacteur. Mijn schoonmoeder ging elke week ­koken bij bekende artiesten thuis, maar mijn vrouw was niet te vermurwen. En terecht. Ik heb haar op een verschrikkelijke manier besodemieterd en belazerd. Zij nam de enige juiste beslissing.”

In 1965 met Willem de Ridder, met wie hij Hitweek maakte. Beeld Bert Sprenkelink/MAI

Muller bleef bladen bedenken en maken, soms succesvol, vaak geen lang leven beschoren. Dagblad De Dag hield het eind jaren zeventig twee weken vol. De hoofdredacteur schreef zelf het weerbericht, in de trant van: zonnig met af en toe opklaringen. Meer succes had Muller in de jaren ­negentig met De Nieuwe, een weekkrant met opzienbarende verhalen zoals dat van de sportvisser die een verloren duim terugvond in de maag van een gevangen karper. In 2001 presenteerde hij het eerste nummer van het blootblad Foxy. De slogan ‘Lekker gewoon en gewoon lekker’ leende hij van een shoarmazaak in de Rijnstraat.

Ook op 73-jarige leeftijd blijft het kriebelen. In zijn werkkamer ligt het manuscript van zijn biografie, die begin volgend jaar moet verschijnen. Op het bureau een paar vingeroefeningen voor een cover van een nieuw blad. Muller: “De ouderenmarkt is enorm. Er zijn wel wat bladen, maar die gaan vooral over gezondheid en hoe mensen zo lang mogelijk jong kunnen blijven. Mijn blad moet mensen ­bevestigen in hun overtuiging dat vroeger alles beter was. Een blad voor oudere mensen die willen wegdromen. Het is nog maar een opzetje, maar ik denk er serieus over na. Zo blijf ik toch leuk bezig.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden