Plus Straatbeeld

Opgeknapt metrostation Waterlooplein: er zijn grenzen aan de gezelligheid

Het unheimische karakter van het station is met de make-over op geslaagde wijze weggehaald. Maar er zíjn grenzen aan de gezelligheid.

Het gevoel van metrostation Waterlooplein is onveranderd ­gebleven Beeld Tammy van Nerum

Na de jarenlange berichtgeving over de nieuwe Noord/Zuidlijn bent u wat metronieuws ­betreft wel murw gebeukt. Niet wéér een bericht over die uitgestelde oplevering, denkt u terwijl u de krant openslaat.

Begrijpelijkerwijs bent u dan ook opgelucht dat het einde over het Noord/Zuidlijnnieuws nabij lijkt te zijn: begin april begint écht de generale repetitie.

Door de Noord/Zuidlijnhype zou je bijna vergeten dat er ook nieuws is rond het oude, vertrouwde metronetwerk: die stations krijgen komend jaar allemaal een opknapbeurt.

Dat was wel nodig ook, want het was een muffe ­gribus: het vuile beton matchte weliswaar prachtig met de gore vloeren, maar de naar verschaalde urine ruikende hoekjes en algeheel bedompte sfeer nodigden vooral uit tot snelwandelen richting frisse buitenlucht.

Vuig randje
Dan waren er nog die liften: krakkemikkige hokken waar je niet in durfde, vanwege de gerede kans er pas na vijf jaar weer als een stoffig geraamte uit te komen.

En toch: ondanks het vuil en de verwaarlozing zit er schoonheid in de oude stations.

Het vrij extreme brutalisme van dat ruwe beton, de primair gekleurde accenten overal, de zwarte plafonds en dat unheimische, schaarse licht: het gaf de stad een vuig randje, waarvan het zonde zou zijn als het helemáál werd strakgetrokken.

Volgens Maarten van Bremen, architect van de make-over, is dat ook ­zeker niet de bedoeling. Het dna van de originele stations moest behouden blijven.

Inmiddels is het eerste in de rij, station Waterlooplein, opgeleverd. Van Bremen heeft woord gehouden: het gevoel van het station is onveranderd gebleven.

Horrorliften
Er is nog steeds voldoende ruw (maar niet meer goor) beton, de primaire kleuren springen nog steeds in het oog en de plafonds zijn gelukkig nog steeds zwart, wat voor een zekere intimiteit zorgt. Ook de vertrouwde roodblauwe letters 'Waterloo' op de witte muur bij het perron zijn ongewijzigd ­gebleven.

Die oude elementen passen mooi bij de nieuwe, al botst het hier en daar ook. Vage nisjes en scherpe hoeken zijn weggehaald en vervangen door rondere vormen en grote delen van het voormalige beton zijn nu mooi vuilwit betegeld met daarin, in rood, de naam van het station. Het rood-witte metronetkunstwerk boven de perrons is een al even geslaagde toevoeging: het licht de boel op.

De sfeer in de ondergrondse hal is daardoor opgeruimder, frisser en vriendelijker en de vervanging van de oude horrorliften door glazen exemplaren zal voor velen een opluchting zijn.

Minder geslaagd is de toevoeging van hout: ­alle trapleuningen zijn vervangen door houten exemplaren, en de ondergrondse winkels hebben keurig nette houten puien, die net iets te tuttig aandoen.

Dat botst nogal met dat oorspronkelijk brutalistische dna, en doet voormalig schmutzige snackbar De Hapjeshoek er ineens uitzien als een keurige brasserie. Het unheimische karakter is met de make-over op geslaagde wijze weggehaald. Maar er zíjn grenzen aan de gezelligheid.

Tips of opmerkingen? straatbeeld@parool.nl

Opgeknapt metrostation

Waar Waterlooplein

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden