Plus Achtergrond

Opeens weet je het: je wordt bétadocent

Om het tekort aan bètadocenten aan te pakken, start de UvA met een opleiding voor veertigplussers met werkervaring. ‘We zetten in op het hybride docentschap, dus dat je ­leraar bent plus iets anders.’

'Als dit lukt, zeg ik mijn baan bij de bank op' Beeld Lin Woldendorp

Aan leraren in bètavakken in het voortgezet onderwijs is al jaren een tekort, dat is niet nieuw. Wel nieuw is dat de ­Interfacultaire Lerarenopleidingen (ILO) van de Universiteit van Amsterdam daar vanaf deze week iets extra’s aan gaat doen. De ILO begint een nieuwe lerarenopleiding, ­gericht op veertigplussers met minimaal een ­decennium ervaring in het bedrijfsleven of bij de overheid.

“Wij hoorden altijd wel, via via, dat er veel belangstelling zou zijn voor zij-instroom, ook voor bètavakken, maar daar merkten we in de praktijk weinig van,” zegt opleidingsdirecteur Jacobijn Olthoff (47). “Dus zijn we gaan kijken hoe we een post-masteropleiding zodanig zouden kunnen vormgeven dat die aantrekkelijk zou zijn voor ervaren werknemers die potentieel van baan willen veranderen. We kwamen uit bij het hybride docentschap, dus dat je ­leraar bent plus iets anders.”

Even terug naar de manier waarop de opleiding ‘Aan de slag voor de klas’ die bèta’s – midden in hun carrières – moet verleiden de overstap te maken naar het voortgezet onderwijs. “We wilden niet een van onze bestaande onderwijsprogramma’s slechts een beetje aanpassen,” zegt ­Olthoff. “Nu vormen de zij-instromers ­binnen de opleiding een aparte groep. We zijn uitgekomen op een opleiding van vier volle weken in een jaar tijd, eenmaal in de maand een terugkomavond en meteen naar een kleine, betaalde aanstelling, voor twee halve dagen bij een ­middelbare school in de regio Amsterdam.”

De carrièreswitch hoeft niet per se voor altijd te zijn. “Je kunt het leraarschap ook combineren met je baan, of het maar een paar jaar doen.”

Didactische speeltuin

De tekorten aan leraren wiskunde, natuurkunde, scheikunde en informatica zijn groot en zullen – volgens onderzoeksinstituut Centerdata – de komende drie jaar oplopen tot bijna vierhonderd voltijddocenten. Dit academisch jaar starten er om te beginnen negen studenten met Aan de slag voor de klas. “Dat aantal moet wel groeien in de ­komende jaren, want anders wordt het te duur. We willen toe naar 20 tot 25 studenten per jaar,” zegt Olthoff, zelf ­gepromoveerd in de antropologie.

Het programma dient al meteen een ander doel: “Het wordt een soort didactische speeltuin voor ons. We gaan kijken wat de studenten goed en minder goed bevalt, qua intensiteit, groepsgrootte, frequentie. Wat kun je wel en niet doen in een week, hoe kan je leraar worden met minder stage-ervaring, welke factoren blijken leeftijdsafhankelijk? En omdat we zo’n kleine groep hebben, kunnen we heel flexibel en snel aanpassingen doen. De opleiding wordt doorontwikkeld terwijl hij gaande is.”

Qua kosten is er in elk geval goed nieuws voor de studenten. Het klinkt een beetje ingewikkeld, maar het gaat zo: als een school een tekort aan leraren heeft, mag ze niet-­bevoegde mensen voor de klas zetten, op voorwaarde dat die een relevante opleiding volgen. Voor die opleiding vraagt een school subsidie aan. In het geval van Aan de slag voor de klas wordt de opleiding door de UvA verzorgd, de school betaalt de zij-instromer voor de twee dagdelen, daarbij doet de student pedagogische en didactische vaardigheden op.

Onderhandelingsruimte

Over salarissen in het onderwijs is Olthoff realistisch: die zijn – ook na het voltooien van de opleiding van anderhalf tot twee jaar – niet te vergelijken met de salarissen in het bedrijfsleven. Maar dat verwacht ook niemand, zegt ze. “En redelijk zijn ze wel. Bovendien is de schaarste aan docenten in bètavakken zo groot, dat er best wat onderhandelingsruimte is.”

Deze week starten de negen deelnemers – allemaal ­boven de veertig, een enkeling tikt de zestig aan. “Vroeger was dat een beetje oud, maar nu kun je zo nog acht jaar mee. En weet je wat leuk is? Of er een causaal verband is, weet ik niet, maar sinds we bekend hebben gemaakt dat we met Aan de slag voor de klas zouden beginnen, zien we over de hele linie bij de ILO het aantal aanmeldingen voor de bètalerarenopleidingen stijgen. Ergens heeft het initiatief dus nu al zin gehad.”

‘Het is ingegeven door een soort midlifecrisis’ Beeld Lin Woldendorp

Inge Evers (45) woont in Beverwijk en doet de opleiding ­wiskunde. Ze studeerde bedrijfswiskunde en informatica en werkt als business developer bij een bank.

“Ik was al bezig met een zoektocht – want ik wilde het onderwijs in – toen ik op een bijeenkomst van Randstad in Diemen ­Jacobijn Olthoff hoorde spreken over de nieuwe Aan de slag voor de klas-opleiding.

Mijn wens om van werk te veranderen is ingegeven door een soort midlifecrisis, denk ik. Maar het heeft ook te maken met mijn eigen kinderen. Ik heb ook het basisonderwijs overwogen, maar daar moet je voor kunnen zingen en dat kan ik niet. Dus vandaar het voortgezet onderwijs.

Deze opleiding sluit mooi aan bij wat ik wil en wat ik kan, maar ik ben wel onzeker of het allemaal gaat lukken. Als het lukt, wil ik volledig het onderwijs in en vertrek ik bij de bank.”

‘Fijn om niet plompverloren formules op te lepelen’ Beeld Lin Woldendorp

Andries Rinsma (47) woont in Purmerend en doet de ­opleiding natuurkunde. Hij studeerde werktuigbouwkunde en is werkzaam als constructeur in de machinebouw.

“Op de terugweg van een cursus zat ik in de auto tegen mijn vrouw twee uur lang de coach na te doen. Toen dacht ik: ­iedereen wil coach worden, er is een lerarentekort, ik weet wat me te doen staat.

Ik zie de geschiedenis van de natuurkunde als een ontdekkingsreis van de wereld. Het lijkt me fijn om leerlingen mee te nemen in de verwondering die bij ontdekkingen hoort, en niet plompverloren ­formules op te lepelen.

Na deze opleiding wil ik in deeltijd in het onderwijs gaan werken en een ander deel van mijn tijd ­besteden aan ondernemen, onder meer als ­productontwikkelaar. Ik heb thuis al een grote ­lasersnijder staan.”

‘Het aantal dagen is nog onderhandelbaar’ Beeld Lin Woldendorp

Paul Terpstra (55) woont in Haarlem en doet de opleiding wiskunde. Hij studeerde elektrotechniek aan de Koninklijke Militaire Academie en werkt bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.

“Het lijkt me leuk om in een latere levensfase eens iets heel anders te gaan doen, qua werk. Ik geef al best veel presentaties, workshops en trainingen, en dacht: daar wil ik me nog meer op gaan richten. Dat leerkrachtentekort is bekend ­natuurlijk, maar het bleek nog lastig om de juiste deurbel te vinden. Iedereen op de UvA is ontzettend enthousiast, en toen bleek dat een studie elektrotechniek genoeg wiskunde bevat om mee te kunnen doen aan de opleiding, bleek ik de juiste bel te hebben gevonden.

Ik wil drie tot vier dagen leraar worden, al is dat aantal dagen onderhandelbaar. Het lijkt me leuk om met jonge mensen aan de slag te gaan om ze zo een beetje te kunnen helpen met hun toekomst.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden