Plus Achtergrond

Op zoek naar de geschiedenis van Amsterdamse boten

Beeld Jakob Van Vliet

De gemeente Amsterdam werkt aan een inventarisatie van varend erfgoed, vooral woonboten. ‘De bewoners houden de geschiedenis van de stad mede in stand.’

In Amsterdam liggen ruim 2900 woonboten. Volgens de Rapportage woonboten in Amsterdam van begin 2018 zijn er daarvan 1048 potentieel historisch. Al in 2011 deed stadsdeel Centrum een onderzoek ­waaruit bleek dat er flink wat historische schepen in de hoofdstedelijke wateren dobberen. Veel daarvan verkeren in een ‘zorgelijke’ staat. Dat wil de gemeente niet. In het in 2016 vastgestelde waterbeleid zet de gemeente in op het behoud van maritiem erfgoed, waaronder historische woonschepen, -vaartuigen en -arken. De gemeente vindt dat de geschiedenis van de stad ook op het water zichtbaar moet zijn. Monumentale woonboten moeten daarom voor de stad bewaard en bewoond blijven.

Zo kwam de vraag bovendrijven: hoe voer je een histo­rischebotenbeleid? Om die vraag te beantwoorden heeft de gemeente dit jaar de Rotterdamse organisatie Mobiel Erfgoed Centrum (MEC) gevraagd een grootscheepse inventarisatie te maken. ­Projectleider Martine van Lier: “Die duizend schepen willen we bezoeken. We zijn begonnen in de Museumhaven, van daaruit trekken we steeds grotere cirkels in de stad.”

Lastig te traceren

MEC-medewerkers leggen een bezoekje af van een à twee uur, maken wat foto’s en vragen de eigenaar van het schip wat hij of zij ervan weet. “Sommigen hebben dikke ordners in de kast staan, anderen weten vrij weinig. Voor die laatste groep gaat soms een wereld open als ze horen wat hun schip allemaal heeft beleefd.”

Het is nadrukkelijk niet de bedoeling de mogelijkheden van de bewoners te beperken door hen monumentachtige restricties op te leggen. Van Lier: “Dan zouden we als MEC niet eens meewerken. Voor de beoor­deling van ingrepen bestaat welstandsbeleid.” Een probleem is dat de bewoners van historische schepen vanwege privacywetgeving lastig te traceren zijn. “We krijgen geen namen of telefoonnummers, dus het is een kwestie van langsgaan, briefjes in de bus gooien, en hopen dat er wordt gereageerd.’

Als de inventarisatie straks is afgerond, worden de schepen geclassificeerd: waardevol, belangrijk of neutraal. Dat overzicht gaat naar de gemeenteraad, met een ‘menukaart’ aan mogelijkheden om de historische woonboten ‘te ondersteunen, te stimuleren en te beschermen’, aldus de gemeente op haar website. Marja Marijn, woordvoerder van de afdeling Monumenten en ­Archeologie van de gemeente: “Het moet leiden tot een goed beeld van het historisch varend erfgoed in de stad, zodat beter kunnen bepalen hoe we dit kunnen behouden voor de stad. Het is dan aan de gemeenteraad om de keuzes te ­maken en het beleid te bepalen.”

Van Lier: “Wij streven ernaar de buitenwereld te laten zien dat woonbootbewoners met veel geld en inspanning de geschiedenis van de stad mede instandhouden en geen waterzwervers zijn.’’

Trots Alles, 1940
Willem Pit (62):

Waarom kocht Willem Pit in 1988 de Trots Alles eigenlijk? Je kunt toch ook in een nieuwbouwflat wonen? “Het was niet de makkelijke, maar wel de leuke weg.”

Nadat de oorspronkelijke bouwtekeningen opdoken, liet Pit zijn schip in historische staat herstellen – het was in 1950 met vijfenhalve meter verlengd, werd op de helling in West-Grafdijk met vijfenhalve meter ingenomen, en meet nu weer 31 meter. Behalve als transportmiddel van graan en meel werd de Trots Alles ook ingezet als onderdeel van de hulpvloot bij de watersnoodramp van 1953.

Pit ligt met zijn schip in de Museumhaven aan het Oosterdok.

“Wij vormen een vereniging. Zodoen­de hebben we geen vaste ligplaatsen, die huren we. Ik ben geen handophouder, dus ik zeur niet over onze liggelden, maar we investeren wel veel tijd en geld in onze schepen. Ik zie ook dat er veel belangstelling voor is, het is hier voor de boeg een komen en gaan van toeristen. Het is aan ons om meer marketing te bedrijven, maar het zou aardig zijn als de gemeente ook wat voor ons zou doen, bijvoorbeeld door te kijken naar de liggelden en de precario van historische schepen.”

Beeld Jakob Van Vliet

Imperator, 1913
Nicolien Schwippert (52)

Nicolien Schwippert runt een vaarschool vanaf de 155 ton metende schip Imperator – je kunt bij haar bijvoorbeeld je klein vaarbewijs halen.

De Imperator werd begin vorige eeuw in Den Haag gebouwd voor een Belgische schipper. Het schip begon in de beurtvaart en werd daarna ingezet als zand-, graan- en grindschip. Sinds 1972 ligt het in Amsterdam – op dit momnt aan de Amsteldijk – als woonschip. “In die tijd vond er schaalvergroting plaats in de binnenvaart en was er en enorme woningnood. Veel schepen werden daarom toen gebruikt als woonruimte.”

Schwippert gaat nu en dan met de Imperator op pad: “Het was voor ons een vereiste dat ons schip zou kunnen varen, in de toekomst willen we er ook mee naar Frankrijk.”

Aanvankelijk werd de gloeikopmotor in de smiezen gehouden met een babythermometer (voor het koelwater) en een eierwekker (elk uur een liter olie), inmiddels is haar schip voorzien van een John Deere-tractormotor. Schwippert: “Een scherpe kop, een rechte steven en een geveegde kont zorgen ervoor dat ons schip relatief snel en zuinig is.”

Soms komt de kleinzoon van de tweede, Vlaamse eigenaar logeren. Die geniet net zo van het historische karakter van het schip als Schwippert en haar gezin. “Hij heeft als kleine jongen veel vakanties doorgebracht op het schip en geslapen in de oude schipperswoning.”

Amsterdam - 2019-11-26 - Boot portret 4 - Janna - in beeld Titus Dekker Beeld Jakob Van Vliet

Janna (1922)
Titus Dekker (60)

Even, tussen 1936 en 1956, heette de Janna de Seolto – Strijd En Onderneming Leidt tot Overwinning. Het voormalige meel-, melk- en zandschip is sinds 1996 met zijn oorspronkelijke naam in handen van Titus Dekker. De Janna ligt aan de Windrooskade op Wittenburg en kijkt – heel treffend – uit op industrieel (haven)erfgoed.

Dekker legt fotoboeken en de meetbrief op tafel en zegt: “Ik hoop vooral dat de gemeente het historische schip als uitgangspunt neemt en zal stimuleren. Door een schip historisch te houden, is het minder comfortabel en dus minder waard dan een moderne woonboot. Ik stop veel geld en energie in de Janna, dus alleen al de erkenning van de gemeenschap en de gemeente dat we bijdragen aan het stadsgezicht van de stad, zou veel voor ons betekenen.”

Om te kunnen investeren in bijvoorbeeld een boegschroef en om in het onderhoud van zijn schip te kunnen voorzien, verhuurt Dekker het voormalige schippersverblijf (en de jongenskamer van zijn zoons) zo nu en dan als bed & breakfast. “De precario van woonboten wordt volgend jaar verdubbeld. Het zou toch wel leuk zijn als de gemeente na deze inventarisatie onze historische schepen daarin een beetje tegemoet zou komen.”

Beeld Jakob Van Vliet

Krommenie 1 (1926)
Piet Dekker (63)

Gelegen in de Museumhaven aan het Oosterdok, is Piet Dekkers schip voorzien van twee schitterende Kromhoutcilinders. De eigenaar glimt even hard van trots als de motor van de olie. “Tijdens de industriële revolutie was het Amsterdamse Kromhout wat Facebook is geweest voor de technologische revolutie.”

Dekker kocht de Krommenie 1 vijf jaar geleden – toen lag het schip nog in de Amstel – en is druk bezig met renoveren. Zoals veel woonschipbewoners kan en doet hij alles zelf. “Banken financieren geen varende schepen meer, dus behalve handig zijn moet je ook geld hebben, en een vaarbewijs.”

Dekker is begaan met de geschiedenis van varend Amsterdam. “Amsterdam was een dam, een haven nota bene, dus varend erfgoed is hier echt op z’n plek. Tot 1966 werd eigenlijk alles over het water vervoerd, pas na de opening van de IJtunnel gingen er veel schepen tegen de kant. Zeilschepen waren vaak vermotord, werden daarna woonschepen, en sommige worden nu weer in hun historische staat hersteld. Althans, de exemplaren die nog niet in de hoogovens zijn verdwenen. Wat ik vreemd vind, is dat de gemeente heel precies kijkt naar wat er aan schepen binnen wil komen, maar totaal niet let op wat er verdwijnt. De identiteit van Amsterdam is immers gevormd door de scheepvaart, daar mag best meer aandacht voor komen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden