Plus Achtergrond

Op zoek naar de buren van Anne Frank

Ansichtkaart Merwedeplein, ca. 1933.

Anne Frank was een van de 200 Joodse Merwedeplein-bewoners die in de oorlog werden vermoord. Historica Rian Verhoeven (60) dook in de geschiedenis van vijftig gezinnen aan het plein. ‘Ik wilde die levens kennen.’ 

Het Merwedeplein was voor de oorlog een soort dorp. De bewoners kenden elkaar en de kinderen van het plein speelden vaak tot laat buiten. Het leven ging er z’n gangetje. “In vooroorlogse kranten werd nauwelijks over het plein ­gerept, hooguit staat er iets geschreven over een aanrijding met blikschade of inbraak,” zegt Rian Verhoeven, schrijver van het boek Anne Frank was niet alleen.

Het was een smeltkroes van katholieken, protestanten en Joden, zegt Verhoeven. De beroepen liepen uiteen: van diamantbewerker, koopman en advocaat tot secretaresse en hoedenmaakster. Op het plein kwamen vanaf 1933 vele gevluchte Joodse families van Duitse, Oostenrijkse en Russische komaf te wonen, onder wie de familie van Anne Frank. Sommige bewoners waren orthodox, anderen liberaal en geassimileerd. Eén ding hadden ze gemeen: hun inkomen was toereikend om de hoge huren op te brengen.

Historica Verhoeven beschrijft in haar boek het dagelijks leven op het Merwedeplein tussen 1933 en 1945: de vervolging, collaboratie, het verraad en het verzet. Ze doorzocht politierapporten, dagboeken, brieven en ­archieven om de levens van een kleine vijftig gezinnen te schetsen. Ze sprak tevens met zo’n dertig voormalige ­bewoners en hun nabestaanden.

“Ik beschrijf de moeilijke keuzes en dilemma’s waarvoor bewoners werden gesteld. Sommige gezinnen meldden zich na een oproep, andere doken onder of vluchtten. ­Velen werden verraden en naar een vernietigingskamp gestuurd,” zegt Verhoeven, die 25 jaar voor de Anne Frank Stichting werkte en diverse boeken over de Tweede Wereldoorlog en Anne Frank schreef.

Ze kwam zelf in 2003 op het Merwedeplein te wonen. Twee jaar later, tijdens de onthulling van het beeld van ­Anne Frank, ontstond het idee voor haar boek. “Tijdens die onthulling keek ik naar het plein en vroeg ik me af welke verhalen achter de andere voordeuren schuilgingen. Ik wilde die levens kennen.”

Bewaard huurarchief

Het Merwedeplein telde 122 appartementen. In 1933 was een derde van de bewoners Joods. In 1941 was dat aantal opgelopen tot meer dan de helft. “Het was een duiventil. Het was een komen en gaan van huurders.”

Een medewerker van de technische dienst van het Hilwiscomplex had het huurarchief bewaard. “Hij kwam ­weleens bij mij aan de deur om spullen te brengen. Een keer vond hij op een zolder een brief van een bewoonster aan haar kinderen, een andere keer vertelde hij een ­verhaal over een NSB’er die op het plein woonde. Zo is het balletje voor dit boek gaan rollen.”

Sanne, Ilse, Franz en Barbara Ledermann (vlnr) op het balkon van hun woning, ca. 1936. Alleen Barbara overleefde de oorlog.

In het huis van Verhoeven woonde destijds de Joodse ­familie Kohnstam. Een jaar of tien geleden stond Pieter Kohnstam (1936), die in 1938 op het Merwedeplein kwam te wonen, voor haar deur. “Hij vroeg of hij het huis mocht zien waar hij zo veel herinneringen aan had,” zegt ­Verhoeven.

De vader van Pieter, Hans Kohnstam, werkte in een speelgoedgroothandel in het Zuid-Duitse Fürth. Hij vluchtte in 1933 halsoverkop samen met zijn vrouw Ruth naar Amsterdam. Later kwam ook de moeder van Ruth, Clara Habermann, bij hen wonen.

“Ze gingen veel uit en hadden het hier naar hun zin, hoewel ze ook veel heimwee hadden en kleiner moesten ­wonen. Het was natuurlijk ook een financiële aderlating omdat Hans zijn werk was kwijtgeraakt.”

Zoon Pieter speelde met de kinderen op het plein. Een van die kinderen die zich over hem ontfermden, was Anne Frank. “Anne las hem voor, kwam langs bij hem thuis en ging soms met hem wandelen,” zegt Verhoeven.

Na het uitbreken van de oorlog liepen de spanningen op. Op 5 juli 1942 kregen 22 bewoners van het Merwede­plein als eerste een oproep zich te melden voor ­tewerkstelling in Duitsland, onder wie Margot Frank en de familie Kohn­stam. Van deze 22 gaven er 14 aan de oproep gehoor, 5 van hen vluchtten naar het buitenland en 3 doken onder.

Pieter Kohnstam op schoot bij zijn moeder Ruth. Daarachter staat zijn oma Clara, ca. 1940 Beeld Privécollectie P. Kohnstam

Op aanraden van hun dokter C. Sleeswijk vluchtten de Kohnstammen met hulp van het verzet en ‘passeurs’ via Maastricht, België en Frankrijk naar Spanje. Na een ­gevaarlijke tocht stapten ze tien maanden later aan boord van een boot naar Argentinië. “Ze hadden enorm veel ­geluk gehad.”

Clara, de grootmoeder van Pieter, bleef achter in Amsterdam. Zij kon vanwege haar leeftijd de tocht niet maken. Met melkboer Johannes was afgesproken dat hij haar zou komen halen als ze wilde onderduiken. Als teken moest ze dan een Delfts blauwe theepot voor het raam zetten. ­“Johannes vervoerde haar op een dag op een kar onder paardendekens naar een onderduikadres. Meer over deze melkboer heb ik niet kunnen achterhalen. Hij was zo’n man die ­erboven uitstak en hulp bood. Hij moest voorzichtig ­handelen omdat er ook NSB’ers op het plein woonden.”

Clara Haberman overleefde de oorlog. Een uitzonderlijk verhaal, zegt Verhoeven. “Er waren ­weinig volledige Joodse gezinnen die de oorlog doorkwamen.”

Vriendinnetje van Anne

Uiteindelijk zijn naar schatting een kleine 200 Joden van het Merwedeplein vermoord. Een van hen was Louis ­Asscher, die in de diamantfabriek werkte van zijn neven Abraham en Joseph Asscher in de Tolstraat. Hij wist de ­bewoners altijd goed te informeren, omdat zijn neef Abraham in de Joodsche Raad zat. Kinderen hingen aan zijn lippen als hij verhalen op het plein vertelde. Tijdens een razzia werd hij opgepakt.

Historica Rian Verhoeven: ‘Ik vroeg me af welke verhalen achter al die voordeuren schuilgingen.’ Beeld Bob Bronshoff

Ook de Duits-Joodse advocaat Franz Ledermann en zijn vrouw Ilse, die samen met pleinbewoner Hans Goslar een adviesbureau was begonnen voor Duitse vluchtelingen, werden vermoord. Evenals hun dochter Sanne, een vriendinnetje van Anne Frank. Het zusje van Sanne, Barbara Ledermann, dook tegen de zin van haar ouders onder en overleefde het wel.

Verhoeven schetst in haar boek ook het leven van niet-Joden, onder wie het acteursgezin Cees Laseur en Mary Dresselhuys, die als lid van de omstreden Kultuurkamer (een door de Duitse bezetter ingesteld instituut) konden blijven toneelspelen, banketbakker Van Mierlo en verschillende NSB-families. Ook schrijft ze over de houding van Manuel Utreras, consul van Ecuador. Dat land was een van de weinige landen die Joodse vluchtelingen toelieten. De man had zijn Joodse buren van het plein kunnen redden door hun een visum te verstrekken, maar deed dat niet. Hij was zeer schaars met zijn uitgifte van visa. ‘Meer dan de helft van de bewoners van het Merwedeplein was in 1941 Joods, maar niemand vertrok naar Ecuador’, schrijft Verhoeven.

Rian Verhoeven, Anne Frank was niet alleen – Het Merwedeplein 1933-1945, Uitgeverij Prometheus, 24,99 euro.

Hilwiscomplex

Ruim vierduizend Duitse Joden vluchtten in 1933 naar Amsterdam. De familie van Anne Frank was een van de honderden families die in de loop der jaren neerstreken op het ­Merwedeplein, dat destijds deel uitmaakte van de stadsuitbreiding Plan Zuid, ontworpen door architect H.P. Berlage. Op het plein stonden 122 huurwoningen, die met de ‘wolkenkrabber’, destijds de hoogste woontoren van Nederland, onderdeel waren van het zogeheten Hilwiscomplex.

Vanwege de hoge huur waren de huizen alleen weggelegd voor de middenklasse. Er was een badkamer met ligbad en ­centrale verwarming, wat een grote ­uitzondering was in Amsterdam.

Vanaf 1942 was de Rivierenbuurt, waaronder het Merwedeplein, een van de drie door de Duitsers aangewezen ‘Joodse’ wijken. Joden van ‘buiten’ moesten zich in die wijk vestigen. Op 5 juli 1942 kregen 22 bewoners van het plein een oproep zich te melden voor tewerkstelling in Duitsland. Daarna volgden nieuwe oproepen en razzia’s. De meeste bewoners gaven gehoor aan de oproepen en kwamen in vernietigingskampen terecht, een kleiner deel vluchtte of dook onder in schuilplekken in hun eigen huis of op andere adressen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden