PlusReportage

Op snorkelexpeditie: zo oogt de woeste onderwaterwereld van de Noorder IJplas

Expeditieleider Thijs de Zeeuw: ‘Ongeveer 35 procent van Amsterdam is water, dat is in potentie een enorm natuurgebied.’ Beeld Jakob van Vliet
Expeditieleider Thijs de Zeeuw: ‘Ongeveer 35 procent van Amsterdam is water, dat is in potentie een enorm natuurgebied.’Beeld Jakob van Vliet

Een eenmalige snorkelexpeditie in de Noorder IJplas laat zien hoe het met de Amsterdamse onderwaterwereld is gesteld. ‘Op veel plekken is het nog een woestijn.’

Alleen al om er te komen, van de Tolhuistuin naar de Noorder IJplas tussen Tuindorp Oostzaan en Zaandam, is een hele onderneming. We slepen de fietsen onder een slagboom door, rijden over de rommelende Coentunnel en gaan dan offroad het groen in, over paadjes zo smal dat we met elf fietsen achter elkaar moeten rijden. De omschrijving ‘snorkelfietsexpeditie’ in het programma van Het Wilde Noorden, een serie activiteiten georganiseerd door de Tolhuistuin om de onverwachte natuur van Amsterdam-Noord te laten zien, is niet overdreven.

Expeditieleider Thijs de Zeeuw is landschapsarchitect – hij ontwerpt onder meer dierenverblijven voor ­Artis – maar zijn interesse strekt zich ook uit tot het water. “Ongeveer 35 procent van Amsterdam is water, dat is in potentie een enorm natuurgebied.”

We houden stil boven een vispassage, een deur in de dijk waardoor vissen vanuit het Noordzeekanaal via Zijkanaal H de Noorder IJplas kunnen bereiken. “Het Noordzeekanaal is een soort snelweg voor vissen,” zegt De Zeeuw. “Het is brak water, maar sommige soorten houden ook van zoet water, zoals de paling of de driedoornige stekelbaars. ­Speciaal voor hen zijn die vispassages gemaakt, zodat ze de plassen als wegrestaurant kunnen gebruiken.”

We kleden ons om op het strandje aan de Zijkanaal H-weg. Een verwaaid spandoek met ‘Noorder IJplas zegt nee!’ geeft het lokale sentiment weer ten aanzien van plannen om hier windmolens te bouwen. Sommige deelnemers hebben wetsuits en flippers, anderen een zwembroek of bikini.

Waarom willen ze het water in op deze regenachtige ­zaterdagochtend? “We wonen in Noord, aan de Nieuwendammerdijk,” zegt Patrick Spaans. “We zwemmen vaak in het haventje en wilden nu weleens weten wat het is dat je soms aan je tenen voelt kriebelen.”

Zijn zoontje Minck (9) heeft nog nooit eerder gesnorkeld. “Ik wil het onderwaterleven zien.” Hij hoopt vooral op rivierkreeftjes. En wat vooral niet? “De waterslang! Als ik die zie, ga ik eruit.”

Darth Vader

Katelijn Dekkers doet een bachelor Soil, water, atmosphere in Wageningen en gaat daarna een master aquatische ecologie doen. Reden genoeg om nu in de plas te willen afzakken. Maar hoe zit dat met haar vriendin Emma Ottenhof? “Ik zocht iets leuks om te doen in de vakantie.”

Maarten Erich, een aquatisch bioloog die vaker met De Zeeuw werkt, laat ons tweetallen maken volgens het onder duikers gebruikelijke buddysysteem. “Let op kramp in je kuiten en geef me een seintje als je het te koud krijgt.” We schuifelen achter hem aan het water in. Het is net als in zee: als je eenmaal ‘door’ bent, valt de kou wel mee.

Ik stop de snorkel in mijn mond, hoor mijn eigen Darth Vader-achtige ademhaling en laat me zakken. Een mysterieus landschap van waterplanten en algenwolken gaat voor me open. Als de zon doorbreekt, verschijnen de prachtigste tinten groen. Kleine luchtbelletjes dwarrelen naar boven, er is geen afval te bekennen. Geen fietsen, ­matrassen, boodschappenkarretjes, vluchtauto’s of ­plastic – niks. Jonge voorns schieten weg, op de bodem ligt het schild van een krab. Dat moet van de Chinese wolhandkrab zijn, een exoot die met ballastwater van vrachtschepen in het Westen terecht is gekomen en hier floreert.

Bij de vispassage liggen zogenoemde rifkorven op de ­bodem: grote, met alg begroeide betonnen bollen die ­lijken op zeemijnen. “Die zijn neergelegd voor de jonge vissen,” zegt De Zeeuw als we even boven water komen. “Ze verstoppen zich er voor roofvissen.” Ze bieden ook ­uitkomst aan snorkelaars die even moeten staan om hun duikbril te herpositioneren.

Minck en zijn vader gaan alweer naar de kant, de jongen krijgt het te koud. Erich zegt iets over kleine lichamen die snel afkoelen omdat ze een groot contactoppervlak hebben ten opzichte van hun inhoud, en we verdwijnen weer onder water.

In het verleden is er met bulldozers een lading zand de plas in geschoven om die te ‘verondiepen’ en daarmee aantrekkelijk te maken voor planten, insecten en vissen. We zwemmen langs de helling van die onder water verborgen ‘landtongen’. Tientallen meters van de oever is de plas zo ondiep dat je bijna met je buik over de bodem schuift.

Opgewonden stemmen; er zijn snoeken gezien. Elke snorkelaar weet hoe lastig het is om je waarnemingen te delen. Je moet boven water komen, snorkel uit je mond, en terwijl je roept en wijst, is die vis er alweer vandoor. “Een snoek bijt niet,” weet De Zeeuw. “Als hij je irritant vindt, stoot hij met zijn kop tegen je aan.”

“Het Amsterdamse water is tegenwoordig op de meeste plekken behoorlijk schoon, maar troebel omdat de vele boten slib van de bodem op wervelen,”  Beeld Jakob van Vliet
“Het Amsterdamse water is tegenwoordig op de meeste plekken behoorlijk schoon, maar troebel omdat de vele boten slib van de bodem op wervelen,”Beeld Jakob van Vliet

Rare eenden

Halverwege de tocht hebben ook Emma Ottenhof en ­Katelijn Dekkers blauwe lippen en beginnen ze te klappertanden. Erich escorteert ze terug naar de oever. We ­zwemmen een rondje om een piepklein eiland waarop een wilg, riet en rietorchissen groeien en worden nonchalant gadegeslagen door een nijlgans. Ik kijk even boven water waar mijn buddy is en als ik me weer laat zakken, zie ik vlak voor mijn neus een snoek tussen de planten staan.

Ik schrik; hij heeft een felle kop, een lichaam als een ­torpedo en is echt te dichtbij. Ik maak een beweging naar achteren en hij zwemt kalm weg. Zonlicht glijdt over de vlekken op zijn rug. Proestend kom ik boven. Expeditie ­geslaagd!

Langs de rietkraag zwemmen we weer terug. Een ouder echtpaar laat een golden retriever uit bij de vispassage en kijkt nieuwsgierig naar de snorkels die boven het water uitsteken. “Dat zijn rare eenden,” zegt de vrouw.

Terug op het land drogen we ons rillend af en blijkt De Zeeuw vier snoeken te zijn tegengekomen. Aan Erich de onmogelijke taak om te duiden wat we allemaal gezien hebben, gebaseerd op hoe we het navertellen. Die kleine, mosgroene los op de bodem liggende bolletjes? “Mogelijk een zoetwaterspons, of bolvormige algen. In dieper water groeit hoornblad, aan de oppervlakte fonteinkruid, hier voor de oever voornamelijk kranswier. Kranswieren zijn geen planten, want ze hebben geen wortels, maar ­macro-algen.”

In gesprek met de paling

De mannen zijn niet teleurgesteld over de biodiversiteit van de plas. “Het Amsterdamse water is tegenwoordig op de meeste plekken behoorlijk schoon, maar troebel omdat de vele boten slib van de bodem op wervelen,” zegt Erich. “In troebel water dringt weinig zonlicht door en dat beperkt de kansen voor waterplanten en daarmee het overige onderwaterleven. Het is op veel plekken nog een woestijn onder water.”

De Zeeuw is momenteel ‘architect in residence’ bij ­architectuurcentrum Arcam, wat hij aangrijpt om een ­palingpark in te richten in het Oosterdok achter het ­centrum. “We maken stilteplekken of beschutting onder water om te zien of dat de paling helpt. De populatie in ­Europa is nog maar tien procent van wat het vijftig jaar ­geleden was.”

De Zeeuw noemt zulke experimenten in het onderwaterlandschap een ‘dialoog’. “Het is als in een bar: je komt met een openingszin, waar iemand dan iets op terugzegt, en dan bedenk je hoe je verder wilt reageren. We gaan in ­gesprek met de paling.”

Zo wordt er ook door de gemeente en Waternet geëxperimenteerd bij het kadeherstel op onder meer de Kloveniersburgwal, Keizersgracht en Leliegracht. “Achter tijdelijke damwanden worden miniatuurmoerasgebiedjes aangelegd. Jonge vis zwemt door een soort onderwaterbrievenbus en kan er dan schuilen,” zegt Erich. “Zo leren we hoe we het onderwaterleven kunnen faciliteren.”

We stappen weer op de fiets. De Zeeuw wijst nog een keer naar de plas. “D66-fractievoorzitter Reinier van Dantzig brak dit jaar een lans voor het grootschalig bouwen van woningen op het water – ‘Bouwgrond is schaars, maar ­water is overal.’ Maar dat water is niet leeg, daar wonen veel niet-menselijke medebewoners van de stad. Zij hebben ook belangen. We hopen dat we mensen nieuwsgierig kunnen maken naar wat zich onder dat spiegelende ­oppervlak afspeelt.”

“Het is als in een bar: je komt met een openingszin, waar iemand dan iets op terugzegt, en dan bedenk je hoe je verder wilt reageren. We gaan in ­gesprek met de paling.” Beeld Jakob van Vliet
“Het is als in een bar: je komt met een openingszin, waar iemand dan iets op terugzegt, en dan bedenk je hoe je verder wilt reageren. We gaan in ­gesprek met de paling.”Beeld Jakob van Vliet
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden