PlusReportage

Op paddenstoelensafari in Amsterdam: ‘Kijk! Een dikke kelderzwam!’

Waar groeit welke paddenstoel en hoe onderscheid je een giftige variant van een eetbare? Het Parool gaat een ochtend mee op paddenstoelenexcursie in natuurgebied het Ruige Riet in Amsterdam. ‘Het is wel een aparte hobby.’

Ella Santhagens
Amateur­mycoloog ­Christiane ­Baethcke ­(derde van links) met enkele excursiedeelnemers. Rechts: cursist Rens Boeijen. Beeld Eva Plevier
Amateur­mycoloog ­Christiane ­Baethcke ­(derde van links) met enkele excursiedeelnemers. Rechts: cursist Rens Boeijen.Beeld Eva Plevier

De oranje herfsttooi van de kastanjeboom bij de ingang van het Vondelpark licht op door een gat in het wolkendek. Langs de Stadhouderskade dwarrelen bruine plataan­bladeren langzaam richting het fietspad. Het is zondagochtend, half tien. Op een enkeling na is er geen mens op straat. Vermoedelijk zorgen het tijdstip en het grauwe weer ervoor dat het merendeel van de Amsterdammers binnenblijft.

Dat geldt niet voor de zes personen die voor het gebouw Drijfsijs in Heemtuin Sloterpark staan. De mannen en vrouwen dragen wandelschoenen, kaplaarzen en dikke jassen. Gebiologeerd kijkt de groep naar een rij omgehakte, natgeregende boomstronken. Althans, dat lijkt waarschijnlijk zo voor de hardlopers die voorbijrennen.

“Wat jullie nu zien, is de langsteelfranjehoed. Die kun je herkennen aan de verhouding tussen hoed en steel,” zegt amateurmycoloog Christiane Baethcke (68) met een Duits accent, terwijl ze naar een groepje bruine paddenstoelen wijst. Er wordt belangstellend geknikt.

Dit jaar heeft de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) samen met de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) een basiscursus paddenstoelen ontwikkeld. Hierin leert Baethcke samen met collega’s Gerard Koopmanschap en Alfons Vaessen zo’n 21 cursisten hoe zij paddenstoelen kunnen herkennen, onderscheiden, maar ook waar en hoe ze groeien. Dit doen ze aan de hand van vijf theorielessen en vijf veldexcursies.

Tijdens deze excursies gaan de cursisten zelf op zoek naar paddenstoelen in verschillende natuurgebieden, zoals het Amsterdamse Bos, het Spanderswoud in Hilversum en buitenplaats Elswout in Overveen. Vandaag is het Amsterdamse natuurterrein het Ruige Riet aan de beurt: een stukje bos dat bekendstaat om de wilde begroeiing. Geen mens die het onderhoudt: alles wordt aan de natuur overgelaten.

Soorten uitsluiten

Om 10.10 uur komt de zesde cursist met versnelde stap aanlopen. Hij komt speciaal uit Blaricum om op deze ­bewolkte dag paddenstoelen te zoeken in dit verborgen stukje Amsterdam. “Ik heb hier tien jaar gewoond, maar hier ben ik nog nooit geweest,” zegt Rens Boeijen (37) terwijl hij verkennend om zich heen kijkt.

De opkomst is minder groot dan verwacht. De excursie zou eigenlijk een dag eerder plaatsvinden, maar is op het laatste moment afgelast door de slechte weersverwachting. Daarom lopen vandaag 9 van de 21 cursisten mee.

Dat het de dag ervoor slecht weer was, blijkt uit een paar kapot geregende Bruine knolparasolzwammen die in de bosjes tegenover het gebouw Drijfsijs staan. Een beetje teleurgesteld kijkt Baethcke naar beneden. “Ze zijn niet meer helemaal op hun mooist. Misschien komen we zo nog hele tegen.”

De Bruine bundelridderzwam.  Beeld Eva Plevier
De Bruine bundelridderzwam.Beeld Eva Plevier

Willem van Waas (25) arriveert ook iets na tienen. Hij heeft een transparant bakje met zes verschillende wittige paddenstoelen, waaronder melkzwammen, in zijn hand: geplukt in het Amsterdamse Bos. Welke melkzwammen dit zijn – er bestaan tientallen soorten – weet hij niet precies. Dat hoopt hij vandaag met hulp van de cursisten te achterhalen. De melkzwam heeft zijn naam te ­danken aan de witte substantie die uit de onderkant van de paddenstoel komt. Door de ‘melk’ te proeven, kun je ­erachter komen welke soort melkzwam het is, legt Van Waas uit.

Dat is volgens hem waar het bij paddenstoelen zoeken om draait: op basis van de aanwijzingen die je hebt, uitzoeken welke soort je hebt gevonden. Hij vergelijkt dit met het spelletje Wie is het?, waarbij je een persoon moet ontmaskeren op basis van uiterlijke kenmerken. “Eigenlijk is het zoals dat spel, maar dan met een paar duizend paddenstoelen. Eerst kan het, als je niks weet, elke paddenstoel zijn. Dan ga je kijken naar de kleur, grootte, smaak en geur. Hierdoor kun je bepaalde soorten uitsluiten. Met een beetje geluk blijft er één soort over, dan weet je zeker dat je de goede hebt.”

Kilo’s eekhoorntjesbrood

De cursisten lopen in de richting van een grasveld en ­stoppen abrupt bij een paar struiken. Verstopt tussen de groene bladeren groeien bloedsteelmycena’s: kleine, roodachtige paddenstoeltjes met een klokvormige hoed. “Daarmee kun je een stempeltje mee geven,” zegt ­Baethcke enthousiast. Ze plukt een exemplaar, knakt de steel en geeft zichzelf een stempel. Op haar hand verschijnt een donkerrode stip.

Het plukken van paddenstoelen is eigenlijk verboden in Nederland, maar wordt op een aantal plekken door Staatsbosbeheer gedoogd. Hier mag je voor eigen consumptie maximaal 250 gram plukken: evenveel als een gemiddeld bakje champignons in de supermarkt. “Er zijn wel veel mensen die zich daar niet aan houden. Laatst zag ik dat iemand kilo’s eekhoorntjesbrood had meegenomen. Dat vind ik redelijk asociaal,” zegt Van Waas.

Nadat er uitgebreid foto’s en aantekeningen zijn gemaakt van de bloedsteelmycena’s, loopt de groep naar een houten tafel. Ook hier is het weer raak. Op de randen groeit een donkergrijze zwam met beige, harige randen: een ­Viltig judasoor. Er worden kleine loepjes tevoorschijn getoverd om de haartjes van dichtbij te bekijken.

Giftige dubbelganger

Nanny Kempers (60) noteert de naam van de zwam in haar blauwe notitieblokje. Dit is de eerste keer dat ze een paddenstoelencursus volgt. Ze was al langer met paddenstoelen bezig, maar vond het moeilijk om de vijfduizend soorten die Nederland telt, te onderscheiden en te herkennen. Door deze cursus weet ze beter waar ze op moet letten. “Het is wel een aparte hobby. Mijn vrienden denken soms: heb je haar weer.” Daar trekt ze zich niet veel van aan. “Ik vind het leuk dat ze hele diverse vormen hebben. Soms sta ik echt versteld van de diversiteit. Het is een soort verwondering wat ik voel.”

Medecursist Rens Boeijen vond paddenstoelen eerst vooral erg lekker, zijn interesse ontstond pas echt tijdens het bushcraften in de Franse Ardennen en de Vogezen: een periode waarin hij een aantal weken moest zien te over­leven in het bos. Tijdens het zoeken naar eten, vond hij veel verschillende paddenstoelen. “Toen heb ik geleerd bepaalde soorten niet te verwarren met hun giftige dubbelganger.” Eenmaal terug in Nederland wilde hij er veel meer over leren.

Net als hij wil gaan vertellen waarom de biefstukzwam één van zijn favorieten is, onderbreekt Baethcke hem en roept hard: “Kijk! Een dikke kelderzwam!” De groep lacht. “Ze verzint het waar je bij staat, hè,” grapt Boeijen. Baethcke doet er nog een schepje bovenop: “Je hebt ook nog een dunne.”

Na twee uur door de modder en natte bladeren lopen, eindigt de wandeling met de vondst van de dag: de Groene knolamaniet. Een paddenstoel met een witte steel en een lichtgroene hoed. Dit is een van de giftigste paddenstoelen ter wereld. Hij is dodelijk en wordt af en toe verward met andere soorten. “Als beginner moet je wegblijven van alles wat hier enigszins op lijkt,” verzekert Van Waas.

Slecht jaar voor paddenstoelen

• In Nederland komen meer dan 5000 paddenstoelen voor. In Amsterdam zijn twintig jaar geleden 1106 verschillende soorten gevonden. Christiane Baethcke heeft de afgelopen twintig jaar ongeveer 100 nieuwe soorten ontdekt in Amsterdam. Hoeveel soorten er nu in totaal in Amsterdam voorkomen, is niet bekend.

• Door het natte voorjaar en de droge, koele zomer was het een slecht jaar voor de paddenstoelen in Nederland. In Amsterdam waren er hierdoor haast geen boleten.

• Dit jaar is voor het eerst een Blanke pronkridder gezien in Amsterdam: onder een boom op de Jan Evertsenstraat. Deze zeldzame paddenstoel groeit graag op plekken met veel urine.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden