Plus Reportage

Op codekamp: leren programmeren is socialer dan je denkt

Vergeet ponykamp, hockeykamp of surfkamp. Een beetje modern kind leert deze zomer programmeren tijdens een codekamp. ‘Nu help ik mijn zusje van vijf met het maken van games.’

Programmeren is socialer dan het lijkt: kinderen leren creatief denken, problemen oplossen en samenwerken. Beeld Desiré van den Berg

“Oké jongens, laptops dicht. Nee, óók niet op een kiertje. Ik wil dat jullie eerst gaan brainstormen en opschrijven wat voor game jullie gaan maken en wat de verhaallijn wordt.” De woorden van begeleider Clara Tump (22) zijn mee­dogenloos. Zuchtend slaan veertien kinderen hun laptop dicht. Eén probeert ’m nog op een kier te houden door er een iPhone tussen te klemmen. Tump ontgaat niets: “Dat betekent dus niet halfdicht.”

Het is half twee op een zonnige woensdagmiddag in de zomervakantie. Wie dacht dat een codekamp louter voor brave whizzkids is, heeft het mis. In Maakplaats 021, een creatieve ruimte van OBA CC Amstel, is het allesbehalve rustig. “Het is echt moeilijk om deze te ragequitten,” klinkt het – daarmee wordt bedoeld: woedend een ­(online) spel verlaten. “Nee joh, dat is toch een makkie!”

Deze knappe koppen tussen de 9 en 13 jaar zijn deze week bezig met het ontwikkelen van een eigen game. Ze hebben zich opgegeven voor het Bomberbot Codekamp van ­Vinea, een van de grootste organisaties die programmeerkampen aanbiedt in Nederland.

“Het is niet zo dat ze de hele dag binnen achter een laptop zitten,” zegt begeleider Argylle Alfaisie (23). “We leiden programmeerworkshops en brainstormsessies. Daarnaast krijgen de kinderen de tijd om zelfstandig te werken. Er zijn genoeg pauzes ingelast en we gaan twee keer per dag naar buiten om gezamenlijk kampspellen te spelen. Aan het eind van elke middag gaan ze weer naar huis.”

Dat vindt Marein Oosterveld (11) maar wat jammer. Het liefst zou hij de hele dag aan één stuk door programmeren. Hij is bezig met zijn multiplayergame, waarin een panda tegen een dwerg vecht. “De panda gooit met een speciaal soort bamboe, dat even sterk is als de tank waar de dwerg in zit. Het spel is bijna af. Ik ga morgen alleen nog extra terreinen toevoegen.”

Bram Beekman (9) zit twee stoelen achter hem. Hij is de jongste van de groep, maar niet bepaald een junior. “Ik begon met programmeren toen ik zes was. Klasgenootjes ­deden het ook en dat vond ik wel cool.” Met Scratch, een programmeertaal voor kinderen waarbij wordt gewerkt met blokjes in plaats van tekst, heeft hij al ‘best veel games’ gemaakt. “Maar er is nog veel te leren. ­Later wil ik namelijk ethisch hacker worden.”

Zelfvertrouwen

Het codekamp duurt vier dagen. De eerste twee dagen wordt de stof continu op een speelse manier herhaald, waarna deelnemers op dag drie en vier aan de slag kunnen met hun eigen project. “Het zijn slimme, leergierige kinderen, die zich goed kunnen concentreren. Soms sta ik ­ervan te kijken wat ze allemaal kunnen,” zegt Tump, die masterstudent machine learning is. “Door te programmeren leren ze belangrijke vaardigheden als creatief en ­kritisch denken, problemen oplossen en samenwerken. Tegelijkertijd spelen ze lekker buiten en maken ze nieuwe vrienden. Voor een activiteit die ogenschijnlijk niet sociaal lijkt, is het erg gezellig en rumoerig.”

Op de eerste dag van het kamp heeft Tump duidelijke afspraken met de kinderen gemaakt. De belangrijkste ­afspraak: wees behulpzaam. “Dit is een heel hechte club. Dat zag ik op de eerste dag al. Als iemand een vraag stelt, komt altijd wel iemand aan de andere kant van het ­lokaal aangerend om te helpen.” Die sociale aspecten komen in elk programmeerkamp sterk naar voren: eerder zag Tump hoe een verlegen 12-jarige jongen zich ontpopte tot ‘grote broer’ van de groep – zo’n broer die iedereen helpt. “Zijn moeder vertelde aan het eind dat hij heel verlegen is en dat dit kamp enorm bijgedragen heeft aan zijn zelfvertrouwen. Daar doe ik het voor.”

Fien de Jong (10) is deze week het enige meisje op het ­codekamp. Dat vond ze in het begin niet zo fijn. “Ik zou het leuk vinden als meer meisjes programmeren. Alleen daarom al moeten ze er op de basisschool mee beginnen. Ik probeer mijn vriendinnen te stimuleren het ook te doen. Maar die zijn nog niet zo enthousiast als ik.”

Programmeerfan Fien maakt al games in Scratch sinds haar vijfde, heeft een website over geschiedenis op haar naam staan, gemaakt met HTML en CSS – ja, ze is écht 10. Ook werkt ze thuis graag aan haar robot, die ze zelf kan programmeren. “Mijn vader vindt programmeren ook interessant, daar is het een beetje begonnen. Je leert hoe je van niets iets kunt maken, dat vinden we thuis heel belangrijk. Nu help ik mijn zusje van vijf met het maken van games.”

Als het kamp erop zit, kunnen kinderen thuis verder werken aan hun game. Beeld Desiré van den Berg

Games begrijpen

Morgen is de grote dag: dan presenteren de kinderen, na dagenlang ploeteren met zwaartekrachtregels en codes, hun ­game aan de begeleiders en hun ouders. Geyers Kleverlaan (10) heeft er zin in. Hij presenteert het multi­player-voetbalspel dat hij samen met zijn schoolvriend Matthias maakte. “Mijn broertje is op hockeykamp, maar dit kamp sprak mij heel erg aan. Je kunt thuis inloggen op de website van Bomberbot om te laten zien wat je gemaakt hebt en na het kamp kun je dan verder met je ­game.”

Zijn moeder Jotta Erath (47) stuitte op het codekamp via Facebook. “Het kwam telkens op mijn tijdlijn langs, het zal wel goed getarget zijn,” zegt ze lachend. “Maar ik vond het ook wel interessant. Geyers sport veel, maar de rest van de tijd gamet hij het liefst en zijn telefoon is natuurlijk helemaal je van het. Het is interessant om de achterkant daarvan te leren begrijpen op een educatieve manier, om te leren wat er allemaal bij komt kijken.”

Ze ziet haar zoon elke dag een stuk enthousiaster thuiskomen, omdat hij elke dag een stukje dieper ingaat op de stof. Of ze nu hoopt dat haar zoon getriggerd wordt een opleiding te volgen tot goedbetaalde developer? “Ben je gek, het is vooral leuk. Het komt voort uit het feit dat hij ­gamen zo leuk vindt. Nu leert hij wat er aan de achterkant moet gebeuren om tot zo’n game te komen.”

Marein baalt ervan dat het kamp bijna afgelopen is. “Maar ik verheug me erop om naar de brugklas te gaan maandag. Thuis kan ik altijd nog verder aan mijn game werken.”

Leren programmeren kan overal

In de Verenigde Staten zijn programmeerkampen al jarenlang populair. In Nederland bieden onder andere Bomberbot en Lyceo ­programmmeerkampen aan.

Het aantal kampen is de afgelopen jaren enorm ­gegroeid. Bomberbot begon in 2017 met het aanbieden van negen programmerkampen in de zomervakantie en zeven in de herfstvakantie. Dit jaar zijn dat er in totaal 63, in verschillende Nederlandse steden.

Brancheorganisatie ­Nederland ICT pleit al geruime tijd voor programmeren als verplicht vak op de basisschool. Zo zouden kinderen goed voorbereid zijn op de toekomst. In onder andere Groot-Brittannië en­ Estland is dat al zo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden