Amsterdammer helpt Amsterdammer

Ook na haar hersenbloeding probeert Jolanda Schoots graag nieuwe dingen uit

Een hersenbloeding haalde het leven van de destijds 35-jarige Jolanda Schoots op een verwoestende wijze overhoop, maar ze houdt zich taai. Haar aftandse bed is wel aan vervanging toe. Kosten: 650 euro.

Jolanda Schoots, hier met hond Tosca, geniet met volle teugen van het wervelende Amsterdamse leven.  Beeld Eva Plevier
Jolanda Schoots, hier met hond Tosca, geniet met volle teugen van het wervelende Amsterdamse leven.Beeld Eva Plevier

Jolanda Schoots (49) heeft een talenknobbel. De Amsterdamse heeft altijd met gemak een nieuwe taal geleerd. Als jonge twintiger sprak ze na een jaar als au pair in Grenoble te hebben gewerkt vloeiend Frans. “Ondertiteling bij een Franse film is voor mij nog altijd overbodig. Maar het praten gaat moeilijk. Mijn uitspraak is niet wat het is geweest.”

Niet dat Schoots haar Frans heeft laten verslonzen of met een gebrekkig vocabulaire kampt. Door een hersenbloeding in 2006 gaat praten haar moeilijk af. Ook in het Nederlands moet Schoots zo nu en dan naar woorden zoeken. “Tijdens het revalidatieproces heb ik opnieuw moeten leren praten en lopen. Ik kon nog maar heel weinig toen ik uit het ziekenhuis werd ontslagen, de rechterkant van mijn lichaam liet het afweten. Maar het kwam eigenlijk best wel aardig terug.”

Ze zal het zelf niet zo snel zeggen, maar haar rotsvaste geloof in een goede afloop en imponerende veerkracht zorgden ervoor dat Schoots na een lang revalidatieproces redelijk goed kon meekomen in ’t dagelijks leven.

Spraakvermogen

Wel kwam het bruisende nachtleven dat ze leidde voorafgaand aan haar beroerte, met piepende remmen tot stilstand. Ze werkte destijds in verschillende horecagelegenheden in de stad en denkt daar nog altijd met weemoed aan terug. “Dat was een heerlijke tijd. De vrienden die ik toen leerde kennen, zie ik nog steeds. Ze zijn me dierbaar.”

Het is dankzij deze vrienden, haar trouwe ­familie en buitengewoon veel oefenen dat Schoots weer zonder hulpmiddelen leerde ­lopen. “Het vermogen om te spreken nam wel af. Soms denken mensen dat Nederlands mijn tweede taal is omdat ik me niet zo snel kan uitdrukken.” Dan, lachend: “Op de momenten dat ik met mezelf sta te hannesen, is de stad me soms te snel af, maar ik geniet met volle teugen van het wervelende Amsterdamse leven. Ik lig er niet wakker van als iemand me even niet zo goed verstaat.”

Spastische hand

Twee jaar geleden maakte Schoots een flinke val, waarbij haar rechterhand ongelukkig terechtkwam. “Het was opnieuw ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Er is iets bekneld geraakt en nu heb ik een spastische hand: een dof gevoel in mijn vingers, nauwelijks kracht in mijn hand. Dat maakt het leven weer iets lastiger.”

Ze leerde zichzelf met links schrijven, ‘dat gaat verbazingwekkend netjes’, en gebruikt buitens­huis een stok. “Het gaat bij mij allemaal wat langzamer. Ik houd bijvoorbeeld erg van koken, maar een redelijk uitgebreide maaltijd kost mij algauw een halve dag – geen probleem hoor.” In haar boekenkast staat een imposante collectie kookboeken. Over de Peruaanse keuken, het bereiden van zeevruchten, de juiste snijtechnieken. “Ik probeer graag nieuwe dingen uit.”

Met haar Tosca, een veertienjarig Markiesje, weet Schoots het te rooien in haar huisje in de Voormalige Stadstimmertuin (zie kader). “Mijn buren zijn geweldig lief. Toen het zo vreselijk sneeuwde in februari hielpen ze me met mijn boodschappen.” Ook haar broers vormen een belangrijke steun en helpen Schoots met haar afspraken naar de fysiotherapeut. “Eigenlijk zijn het mijn neven, maar we zijn samen opgegroeid en dus voelen ze als mijn grote broers.”

Toen Schoots twee jaar was, kwam haar moeder om tijdens een ruzie met haar vader. “Ze hadden een turbulente relatie met veel ruzie. Ik kan me er niets van herinneren, daar heb ik geen traumatische herinneringen aan overgehouden.” Haar vader draaide de bak in en Schoots werd teder opgevangen in het gezin van haar oom en tante. “Ik noem hen mijn vader en moeder. Ik heb een heerlijke en liefdevolle jeugd gekend.”

Muizen in bed

Een tijdje geleden had Schoots een muizenplaag over de vloer. “Mijn bed staat op de vide, dus ik dacht dat ik daar wel veilig was.” Maar bij inspectie bleek het ongedierte zich ook aan haar matras en lakens tegoed hebben gedaan. Het was besmeurd met muizenpoep en aangeknaagd. “Schoon en compleet beddengoed is geen overbodige luxe.” Haar bed is een oudje. Die zou ze graag vervangen voor een exemplaar waarbij het hoofdgedeelte omhoog kan. “En misschien een twijfelaar in plaats van een eenpersoonsmatras.” Ze lacht. “Mocht ik weer eens iemand ontmoeten.”

Oude werkplaats stadstimmerman

De Voormalige Stadstimmertuin ligt ingeklemd tussen het Weesperplein op het oosten en de Amstel ten westen van het straatje. De naam verwijst naar de gemeentelijke stadswerf die in 1660 op deze locatie verrees. De werf deed dienst als opslagplaats voor bouwmateriaal, maar er was ook een timmerwerkplaats, waar onder leiding van de stadstimmerman dingen voor de stad werden gebouwd. In 1899 moest de werf wijken voor huizen en kantoren. Het straatje werd een tijd het Amstelgrachtje genoemd, maar in 1912 werd het in een raadsbesluit vernoemd naar de voormalige stadstimmertuin.

De wens van vorige week: ‘Studeren in combinatie met het moederschap verdient een pluim’

Vorige week vroeg Matouma Kourouma een bijdrage voor een oppas zodat zij haar opleiding kan afmaken. Annemieke Mol doneert.

Matouma Kourouma (28) groeide op in het West-Afrikaanse land Guinee, waar ze, vanwege de ziekte van haar vader, bij een oom en tante in huis woonde. Op haar zeventiende werd ze, tegen haar wil, uitgehuwelijkt aan een veel oudere man die al drie vrouwen had. Na de geboorte van haar eerste kind besloot Kourouma te vluchten. Met behulp van een smokkelaar belandde ze in Nederland, waar ze er in het acz achter kwam zwanger te zijn van een tweeling.

Ze kreeg een verblijfsvergunning en een woning in Amstelveen. Kourouma leerde Nederlands en begon aan een opleiding in de zorg. Ze ontmoette een man met wie ze een vierde kindje kreeg. Het jonge gezin brengt haar veel plezier, maar omdat haar man ’s middags Het Parool rondbrengt en Kourouma stage loopt, hebben ze een oppasprobleem. Ze vroeg een bijdrage zodat de rest van het schooljaar iemand twee middagen in de week op de kinderen kan passen.

Annemieke Mol (38) voorziet met een bijdrage in die wens. “Studeren en moederschap combineren verdient een pluim. En al helemaal omdat Matouma zich in de zorg laat scholen.” Mol, werkzaam bij het duurzame deelvervoerbedrijf Hely, vond het fijn om te lezen dat Kourouma een club mooie mensen om zich heen heeft verzameld. “Ze heeft het heft in handen genomen en wenst een betere toekomst voor zichzelf en haar kinderen. Opvang zou dat nooit in de weg mogen zitten.” Meerdere Paroollezers reageerden op Kourouma’s hulpvraag en dankzij grote en kleine giften kan het gezin nu voor langere tijd een oppas inschakelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden