Plus

Ook boeven nemen de tram in nieuwe thriller Roy Peters

Ex-kunstrover Roy Peters (61) is conducteur op tramlijn 13. Hij rijdt ermee door zijn eigen buurt, tevens decor voor zijn nieuwe thriller Het lijk in het IJ. Niet geheel toevallig gaat ook hoofdpersoon André naar AA-meetings en het Turkse stoombad.  

Roy Peters achter de servicebalie in lijn 13. Beeld Marjolein van Damme
Roy Peters achter de servicebalie in lijn 13.Beeld Marjolein van Damme

Eerst liet een van de overvallers zich insluiten. Daarna, diep in de nacht, werden de nachtwakers overmeesterd en kwam er een tweede overvaller het museum binnen. Met een stanleymes werden de doeken uit hun lijsten gesneden, opgerold en naar de Volkswagen Passat van een van de nachtwakers gebracht.

Het was de nacht van 13 op 14 april 1991 en Roy Peters was op dat moment gewoon thuis. Toen hij ’s ochtends de televisie aanzette, zag hij op het journaal dat zijn plan deels was geslaagd. Het brein achter de roof liep naar de koelkast en haalde er twee halve liters bier uit, om de rust in zijn hoofd te bewaren. Zijn compagnons waren erin geslaagd twintig schilderijen, met een geschatte gezamenlijke waarde van een miljard gulden, uit het Van Gogh Museum te halen.

Grootste mislukte roof ooit

Het was de grootste naoorlogse kunstroof. En tegelijkertijd ook de grootste mislukte roof ooit: 45 minuten na de diefstal vond de politie de vluchtauto met de schilderijen erin bij het Amstelstation terug. Het busje waarin de buit zou worden overgeplaatst kwam niet opdagen – een lekke band, zo gaat het verhaal – en Patrick, een van de partners in crime van Peters – werd nerveus en was snel overgestapt op de nachtbus richting huis.

Peters begon gelijk nieuwe plannen te maken. Hitachi Computers in Hoofddorp misschien? Er was namelijk geld nodig. Veel geld. Voor de alcohol, de drugs, het casino en de prostituees.

Dat was bijna 31 jaar geleden. Nu drinkt Roy Peters (61) in zijn uniform een kopje koffie uit een kartonnen bekertje in het eindpunthuisje van het GVB op het Lambertus Zijlplein. Het schrijven van zijn nieuwste boek Het lijk in het IJ heeft hij net afgerond. “Toen ik het plan kreeg om thrillers te gaan schrijven dacht ik, barst, toen wij die overval gingen doen, namen we ook de tram. Boeven rijden dus ook met de tram,” zegt Peters, vlak voor het begin van zijn dienst op lijn 13.

Het lijk in het IJ is het tweede boek in een reeks thrillers die om André van Dam draaien: een tramconducteur die de politie helpt bij het oplossen van criminele zaken. Opvallend vaak stappen verdachten bij hem in de tram, zodat hij ze kan afluisteren. En als zijn dienst erop zit, helpt Van Dam de politie bewijsmateriaal veilig te stellen of verdachten te confronteren.

Mysterieus genootschap

In Het lijk in het IJ gaat het over een kunstschilder die het met hulp van een alchemist van een mysterieus genootschap is gelukt de exacte kleuren te reproduceren die Leonardo da Vinci vroeger ook gebruikte. De schilder maakt zo ‘nieuw werk’ van Da Vinci, maar in de nasleep van de schilderijenverkoop worden de schilder en de alchemist om het leven gebracht. Van Dam is vastbesloten de zaak op te lossen: de vermoorde schilder is namelijk een goede vriend van hem. “O nee, ik wil weten wie mijn vriend vermoord heeft,” zegt Van Dam tegen een politieagent. “Al moet ik tot het eind van de wereld gaan, ik zal hem vinden.”

Kortom: het boek is fictie. De verhaallijn is helemaal verzonnen. “Het is niet zo dat André van Dam mijn alter ego is,” zegt Peters. En toch. Waar bij Appie Baantjer het lampje steevast begon te branden als hij een glas cognac dronk in Café Lowietje, krijgt tramconducteur Van Dam altijd zijn beste ideeën tijdens een meditatie. Net zoals ook Peters iedere dag mediteert.

Nieuw-West

Peters staat op van zijn stoel en begeeft zich richting de tram. Om 16.37 uur moeten ze wegrijden; na zeventien haltes moeten ze om 17.09 uur bij Centraal Station aankomen. En dan weer terug. Al meer dan duizend keer moet hij deze rit hebben gedaan, sinds hij in 2018 op lijn 13 begon. “Ik hou van lijn 13,” zegt hij. “Nieuw-West, dat is waar ik ben opgegroeid. Dit is allemaal bekend terrein voor mij.”

Roy Peters maakt tijdens de tramritten aantekeningen voor zijn boeken. Beeld Marjolein van Damme
Roy Peters maakt tijdens de tramritten aantekeningen voor zijn boeken.Beeld Marjolein van Damme

“Zit je goed?” zegt de bestuurster via de intercomverbinding even later.

“Helemaal goed,” zegt Peters.

“Dan gaan we.”

Peters kent het ritme van de tram. ’s Ochtends vroeg de schoonmakers en de mensen die in de catering werken. Daarna komen de scholieren en vervolgens de kantoormensen. Dan wordt het even wat rustiger voordat de kinderwagens en toeristen komen. Dan vanaf twee uur de scholieren weer, en dan loopt de drukte op tot de spits opeens voorbij is en het uitgaanspubliek zich langzaam begint te vertonen.

Nu is er amper sprake van een spits.

Dr. H. Colijnstraat, Burgemeester Van Leeuwenlaan, Slotermeerlaan. Er zijn bijna geen passagiers. Peters begint over de literatuur. Dat hij vroeger de hele Russische bibliotheek heeft gelezen, maar dat het niet een stijl is die bij hem past. Hij houdt niet van poeha, het moet gewoon lekker te lezen zijn. Voorlopig is dat lezerspubliek nog beperkt: zijn boek wordt uitgegeven via printing on demand en de meeste exemplaren verkoopt hij zelf aan GVB-collega’s. “Ik hoop dat mensen er plezier aan beleven, dat is het belangrijkste.”

Nachtmerrie

En het helpt dat hij af en toe een nachtmerrie van zich af kan schrijven. Over toen hij in Jeruzalem begin jaren tachtig een aanslag van dichtbij meemaakte bijvoorbeeld, of in de gevangenis zag hoe iemand werd doodgestoken.

“Dat is ook een probleem met de literaire thrillers,” zegt Peters, terwijl hij luchtaanhalingstekens maakt. “Daar wordt over misdaad geschreven zoals het echt niet is.”

Burgemeester Rendorpstraat. Jan van Galenstraat. Bij de Jan Tooropstraat zegt Peters dat hij eigenlijk een zachtaardig karakter heeft. Hij heeft vroeger weleens bij de drugshandel gekeken, maar die wereld was voor hem veel te hard. Het was eigenlijk ook niets voor Patrick, zijn compagnon van de Van Gogh-roof. Lang was hij vermist, maar inmiddels is duidelijk dat hij al jaren geleden is vermoord.

Hoe zachtaardig ook: toch is Peters de afgelopen maanden drie keer met de dood bedreigd. Iedere keer omdat hij iemand erop wees dat een mondkapje verplicht is in de tram. Zo’n bedreiging doet hem weinig, en hij heeft er ergens zelf wel begrip voor. “Je weet ook niet wat die mensen hebben meegemaakt voordat ze bij je instappen. Misschien is die persoon wel net ontslagen.” Hij probeert het dus altijd maar zo vriendelijk mogelijk te vragen.

Beklemmend

Even laten rijdt lijn 13 langs de Jan Voermanstraat, waar hij opgroeide. Het was niet dat zijn ouders niet goed voor hem zorgden, maar beklemmend was het wel.

“Jij hebt het lekker voor elkaar, hè,” zei zijn advocaat, toen hij hem opzocht in de in de gevangenis. “Prikkeldraadje. Net een concentratiekamp.”

“Hoe bedoel je,” zei Peters.

“Hoe bedoel je? Nou, net als je ouders,” zei zijn advocaat.

“Ja, shit,” zei Peters.

Thuis bij Peters. De foto stamt uit 1987. Beeld Marjolein van Damme
Thuis bij Peters. De foto stamt uit 1987.Beeld Marjolein van Damme

Het was op dat moment dat hij pas begon te begrijpen hoe het oorlogstrauma van zijn ouders zijn eigen jeugd had beïnvloed. “Thuis ging ieder gesprek aan de eettafel over de oorlog. Die verhalen waren natuurlijk buitengewoon interessant, maar voor mijn verhaal was geen ruimte.”

Terwijl dat verhaal er ook was. Op school werd Peters gepest en seksueel misbruikt. Daardoor kwam hij al op jonge leeftijd tot de conclusie dat hij er alleen voor stond; de volwassenen waren te druk met zichzelf.

Ook André van Dam groeide op in de Jan Voermanstraat. Uit het boek:

Er is weinig veranderd in die veertig jaar dat hij er weg is. Hij bekijkt alle naambordjes maar er zijn geen bekenden meer constateert hij. Nu hij zo om zich heen kijkt komen de herinneringen als vanzelf naar boven. Het grasveld waar ze voetbalden als het droog was, het pleintje waar ze met regen voetbalden. Daar waren de buren niet blij mee weet hij nog. Elk schot tegen een van de muren klonk als een kanonschot. Zij hadden er maling aan en voetbalden gewoon door.

30 duizend dollar cash

De tram rijdt langs het Rembrandtpark – halte Admiraal Helfrichstraat, met uitzicht op het Leonardo Hotel – een van de belangrijke locaties in Lijk in het IJ, omdat hier de verkoop van de ‘nieuwe’ Da Vinci’s plaatsvond. Een beetje zoals Peters die ene keer in de drugswereld 30.000 dollar cash kreeg betaald in het Barbizon Palace bij CS. Dat was voor een gestolen lading lidocaïne, dat wordt gebruikt als versnijdingsmiddel voor cocaïne.

Peters zat op zijn conducteursstoel in lijn 13 toen hij op een avond de rode neonletters van het Leonardo Hotel boven het park zag schijnen. Opeens wist hij weer hoe hij verder moest met zijn boek. Zo gaat dat wel vaker. “Als ik in de bibliotheek aan het schrijven ben, en ik kom op een punt dat ik effe niet verder kan, dan denk ik: wacht maar tot ik weer op de tram zit. Dat is de plek waar ik ideeën krijg. Als ik nou zo en zo... Dan ben ik weer een stapje verder. Het is niet zo dat ik van tevoren weet hoe het verhaal precies loopt. Ik weet ongeveer waar ik naartoe wil en begin gewoon met schrijven. Ik voel gewoon intuïtief aan of dat een goede stap is.”

Krakersrellen

Via de haltes Mercatorplein, Marco Polostraat, Admiraal de Ruijterweg, Willem de Zwijgerlaan, Bilderdijkstraat, Marnixstraat en Westermarkt rijdt de bijna lege tram richting de Dam. Het beeld van Atlas, met de wereldbol op zijn schouders, doet Peters vaak denken aan het begin van de jaren tachtig, toen hij het beeld op het paleis voor het eerst opmerkte.

Peters zat in het eindexamenjaar van het atheneum en de stad was in de ban van de grote krakersrellen; rond de kroning van prinses Beatrix zag hij de gevechten in de stad. Later dat jaar was hij toevallig in de stad toen er een grote demonstratie was tegen de opening van de nieuwe metrolijn. Peters kwam een oud-klasgenoot tegen die hem op sleeptouw nam. De demonstratie liep uit de hand en op het moment dat Peters probeerde weg te komen, werd hij samen met tientallen anderen aangehouden. Hij was nog geen kraker, maar daarna werd hij al snel actief in de kraakbeweging.

“Toen zag ik dat nog niet, maar dat anarchisme was een heerlijke uitlaatklep. De ME was de grote vijand, weet je wel. Daar kon ik mijn woede kwijt. Belachelijk natuurlijk, het klopte niet. We vochten tegen een systeem dat helemaal niet zo slecht was.”

Toen hij bij de hevige rellen in 1982 in de Van Baerlestraat een tram in brand zag vliegen, was hij het zat. Hij ging die avond nog een keer terug naar het krakerscafé, werd dronken, en de volgende dag was zijn wereldbeeld gekanteld. Pas daarna ging het echt mis in het leven van Roy Peters.

De tram draait de Nieuwezijds Voorburgwal op, richting de Nieuwezijds Kolk. “Ook zoiets,” zegt Peters. “Zodra het donker begint te worden, beginnen mensen goedenavond te zeggen, ook als het eigenlijk nog middag is.”

Eerst was er een verliefdheid en leek alles nog mooi. Dina was haar naam, hij had haar leren kennen tijdens een vakantie in Jeruzalem. Een half jaar daarna emigreerde hij om bij haar te kunnen zijn. Maar het leven in Israël bleek niet zo vrijblijvend als in Amsterdam. De ouders van Dina zagen hem niet zitten, in zijn huis zaten overal kakkerlakken, en hij was ook nog eens getuige van een bloedige aanslag. Daarna was het alleen de alcohol die hem staande hield. En toen kwam de dag dat Dina zei: we moeten eens praten. Ze zouden vrienden blijven.

Politicologie

Terug in Amsterdam, hij was 25, begon Peters aan een studie politicologie; hij haalde zijn propedeuse. Met Dina hield hij contact, hij dacht dat het ooit weer goed zou komen. Tot hij hoorde dat ze een nieuwe vriend had. Zijn wereld stortte in.

“Toen is er iets veranderd in me,” zegt Peters. “Iets van ja, tegenwoordig zeggen ze, fuck it. Als het maar niet gewoon kan, dan maar zo.”

Roy Peters in zijn tram. Beeld Marjolein van Damme
Roy Peters in zijn tram.Beeld Marjolein van Damme

Hij begon nog meer te drinken. Ging voor het eerst naar een prostituee. Kwam terecht in illegale gokhallen. Hij begon te verliezen. Drukte soms sigaretten uit op zijn armen, omdat hij de pijn lekker vond. Er was geld nodig. Hij kreeg een administratief baantje bij een farmaceutisch bedrijf en begon met het stelen van pillen. Zal hij een bordeel beginnen? De drugshandel ingaan? Met het oog op diefstal nam hij een baantje als beveiliger. En zo draaide hij in 1988 voor het eerst een dienst in het Van Gogh Museum.

Peters zat na zijn arrestatie ruim vier jaar in de gevangenis en heeft daarna nog vijftien jaar lang geworsteld met alcohol en marihuana. Langzaam ging het beter. Eerst was er de Jellinek, toen God en daarna het GVB – waar hij sinds 2016 werkt.

“Ik heb pas een paar jaar geleden mezelf toegestaan om te voelen wat die mensen moeten hebben gevoeld toen ze die lege lijsten aantroffen. Dat voelde niet prettig. Dat voelde echt niet prettig. Vroeger schoof ik de verantwoordelijk van me af. Dan hadden ze het maar beter moeten beveiligen, als je er zo makkelijk doorheen breekt. Allemaal bekende lulpraat van criminelen. Onvolwassen gelul. Ik ben en blijf verantwoordelijk voor mijn eigen daden.”

Maar toch. Wat als zijn ouders psychische hulp hadden gehad? Wat als hij toevallig niet die klasgenoot was tegengekomen die hem meesleepte naar de krakersrellen? Wat als zijn relatie stand had gehouden. Wat als…

“Daar heb ik ook vaak over nagedacht.,” zegt Peters. “Dingen gebeuren nu eenmaal omdat ze moeten gebeuren, kennelijk.”

Pauze

Het is bijna 17.09 uur en het Centraal Station is in zicht. Lijn 13 is weer keurig op tijd. Straks heeft hij drie minuten pauze, om even te strekken. Daarna gaat hij weer terug naar het Lambertus Zijlplein, en dan nog drie keer op en neer. Dan is het 21.21 uur en heeft hij even tijd om de Marokkaanse gehaktballetjes te eten die hij gisteren al heeft gemaakt. En vervolgens gaat hij nog een paar keer op en neer langs zijn leven. En morgen weer.

Net zoals André van Dam.

En net zoals André van Dam gaat ook Roy Peters naar bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten. Ze gaan zelfs naar dezelfde sportschool, vooral om te genieten van de sauna, het Turkse stoombad en de watervallen bij het therapiebad. Ze bidden ook beiden iedere dag tot God. En mediteren dus.

“Weinig, weinig. Weinig. Weinig.” zegt Peters, op de vraag hoeveel hij eigenlijk echt verschilt van het hoofdpersonage in zijn boek.

Tijdens zijn ritten staat Peters dan niet continu in contact met het Team Zware Criminaliteit van de politie om bizarre moordzaken op te lossen, maar als André van Dam na zijn dienst een pizza met tonijn eet, een glas koude cola drinkt en op Netflix een maffiaserie gaat kijken, zou het ook zo maar over hem kunnen gaan. Uit het boek:

Als ex-crimineel naar dit soort series te kijken werkt louterend op hem. Het is een bevestiging dat hij de juiste keuze gemaakt heeft in zijn leven door het rechte pad te kiezen. Dan maar geen tassen met geld en niet iedere avond andere hoeren en cocaïne. Hij heeft een leven dat hem voldoening schenkt en werk waar hij plezier in heeft. Hij hoeft niet bevreesd te zijn dat het arrestatieteam hem komt ophalen, want hij heeft een schoon geweten.

Het lijk in het IJ, Roy Peters, Uitgeverij Boekscout, €16,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden