PlusReportage

Oogsten in de schooltuin: ‘Ieeeek, die courgette prikt!’

Joselyn Biney.Beeld Marc Driessen

Een knots van een winterwortel en een tas vol piepers: bijna elke basisscholier zaait, plant, oogst en rooit in een eigen schooltuintje, zoals in de Wagnertuin in Zuidoost. En dat al honderd jaar.

Een reusachtige courgette prijkt in het tuintje van de 11-­jarige Tyron Willems en is klaar om te worden geplukt. Maar de leerling van openbare basisschool Wereldwijs uit Zuidoost gilt het uit. Hij is bang dat de plant prikt. “Mijn moeder weet toch niet wat ze met de courgette moet doen. Ze wacht vooral op de mais,” zegt hij. Klasgenootje Aalya (10) schiet hem te hulp, samen houden ze de trofee omhoog.

Even verderop gaat Jerai Emmelot (10) een stuk rustiger te werk. Tijdens de bloemenles, die aan het oogsten is voorafgegaan, bestudeerde hij door een vergrootglas de stampers en meeldraden van een bloem. Vorige week heeft hij aardappelen, rode pepers en paarse sperziebonen geoogst. “Mijn moeder was er blij mee. Ze hoeft nu minder vaak naar de winkel. Ze heeft van de groenten curry ­gemaakt. Van de aardappelen gaan we samen aardappelpannenkoeken bakken.”

De Wagner Schooltuin in Zuidoost is een van de oudste tuinen van Amsterdam. Al 43 jaar wroeten kinderen hier met hun handen in de zwarte aarde. De tuin is anderhalve hectare groot en bevat vijfhonderd schooltuintjes van pakweg zes vierkante meter. Al 23 jaar bestiert schooltuinmeester Kees Wabeke de tuin, bijgestaan door tuinman Frans en tuinjuf Lise Berghuis. Wabeke woont met zijn ­gezin op de tuin. De Wagnertuin is de enige tuin met een dienstwoning.

Tenzin Shawa en Kees Wabeke (meester Kees).Beeld Marc Driessen

Natuurangst

Van de Amsterdamse basisscholen doet 90 procent mee aan het schooltuinenproject. Elk jaar van april tot en met oktober leren leerlingen zaaien, planten en oogsten. Naast buitenlessen zijn er ook binnenlessen.

Tijdens de bloemenles vanochtend legde Wabeke uit waarom bloemen mooie kleuren hebben en blij zijn met bijen. “Sommige kinderen zijn bang voor bijen en insecten. Door uit te leggen dat bijen stuifmeel verspreiden en hierdoor nieuwe plantjes ontstaan, begrijpen ze het belang van ­deze insecten. Amsterdamse kinderen zijn weinig ­gewend; ze hebben bijna natuurangst,” zegt Wabeke.

Een jongen komt vanuit zijn tuintje aanrennen met een wants. Wabeke zet het insect op zijn arm. “Deze doet niets en bewaakt je plant tegen luizen.”

In de tuin van Joycelyn Biney (10) landt een bij op een witte bloem. Ze kijkt er rustig naar. “Ik ben blij dat die bij er zit. Nu kunnen ze meer honing maken. Ik hou van ­honing.”

Als de bij wegzoemt, buigt ze zich weer over haar tuintje om de courgette en paarse bonen te plukken. “Ik geef het aan mijn oma, nana gyaase. Zij kan heel goed ­koken. Ze heeft van mijn groente al een omelet gemaakt. Van de uien maakte ze soep en van de aardappelen patat.”

Tahirah Kishun (9) heeft haar geplukte paarse bonen in een plastic bakje gedaan. Bovenop liggen rode pepers. “Mijn moeder maakt sambal van de pepers. We kunnen dat nu goed gebruiken, want ze is zaterdag jarig en dan gaan we barbecueën.”

Wabeke laat in de voorbeeldtuin zien hoe je mais moet plukken. Een meisje praat door zijn uitleg heen. Wabeke: “Als je niet je mond houdt, mag jij geen mais plukken.”

Roshan Balasar.Beeld Marc Driessen

En dat is, zegt juf Natascha de Jager van groep 7B, voor haar een flinke straf. “Het draait in Zuidoost vooral om mais. Die is favoriet, net als pepers en aardappelen. Sperziebonen gaan een stuk moeizamer.”

Dat bonen minder in trek zijn, heeft Joep Heijdeveld (11) gemerkt. Zijn grote plastic schooltuinentas zit propvol paarse bonen, gretig afgestaan door enkele klasgenoten. “Ik ben vegetarisch, net als mijn vader en moeder,” zegt hij. “Ik eet meer groentes en mijn ouders ook.”

Toch kijkt hij bedenkelijk naar de zware tas. “Juf, zal ik wat bonen eruithalen. Ik heb er wel heel veel.”

“Nee hoor,” zegt de juf vrolijk. “Daar zijn je ouders juist blij mee.”

Boeket bloemen

Dat de ouders van haar leerlingen enthousiast zijn over de tuinen, dat merkt ze. “Veel ouders maakten vorige week een aardappelgerecht met de oogst en ik weet dat er vanavond mais op het menu staat.”

Ze heeft het slechts één keer meegemaakt dat een moeder de groenten niet wilde. “Ze vond de groenten uit de tuin vies. Sneu voor de leerling. Ik zei tegen dat meisje: geef die groenten maar aan mij, dan maak ik er elke keer voor jou een gerecht ervan. Kon ze er toch van genieten.”

Aan het einde van het oogstuur mogen de kinderen nog bloemen uit hun tuin plukken. Roshan Balesar maakt zorgvuldig een boeket van verschillende kleuren. Hij weet precies wat hij ermee gaat doen. “Ik zet het naast de foto van mijn vader. Hij is vier weken geleden overleden.”

Aardappelmaffia

Groep 7 van De Schakel, eveneens uit Zuidoost, begint vanmiddag met ‘schatgraven’, zoals Wabeke het rooien van aardappels noemt. Linda Akosono (11) graaft verwoed met beide handen in de grond. Binnen de kortste keren heeft ze een flinke aardappel te pakken. Fanatiek gaat ze verder. “Mijn moeder wil er chips van maken.” Na een klein kwartier heeft ze welgeteld negentien aardappels in haar emmer, bij elkaar 3,4 kilo.

Haar ‘buurman’ Giliaan Vaaraazlich (10) aait nog wat over de aarde, bang vieze vingers te krijgen. Als hij de opbrengst van Linda in de smiezen krijgt, is zijn angst snel verdwenen. Hij overtreft zelfs de opbrengst van zijn ­klasgenootje: 26 aardappels, met een gewicht van 4,5 kilo. “Wij gaan vanavond patat eten,” zegt hij trots.

Maar dan komt meester Danijel Todic langs met een tas. Elke leerling moet een aardappel afstaan. ‘Nee, nee,” roepen Giliaan en Linda, maar de meester is onverbiddelijk. “Dit is de aardappelmaffia. Ik heb mijn vriendin al gebeld dat we aardappels eten.”

Een meisje uit de klas rent intussen met een insect in haar hand naar Wabeke. “Kijk, een luis,” roept ze.

Wabeke is wat minder blij met het enthousiasme van de leerling voor het insect. “Dit is geen goed nieuws. Dit is een kleine veenmol. Hij maakt gaatjes in de aardappel.”

Het is de kinderen om het even. Zij gaan na het oogsten trots met hun opgegraven buit terug naar school.

Tristan Kempes (l) en Giliaan Vaaraazlich.Beeld Marc Driessen

100 jaar schooltuinen

De eerste schoolwerktuin in Amsterdam werd in 1920 op een ­terrein bij de Coenhaven in gebruik genomen. Kinderen van 11 en 12 jaar konden er na school een ‘schoolwerktuin’ bewerken. Ze betaalden vijftien cent per week en mochten de opbrengst van de tuin houden. De tuin speelde destijds een belangrijke rol in de voedselvoorziening.

Deze tuin bestaat niet meer. De oudste, nog bestaande schooltuin is nu de Vink Schooltuin in Park Frankendael, opgericht in 1922. Momenteel zijn er dertien schooltuinen in de stad, waar jaarlijks zo’n 7000 ­kinderen van groep 6 en 7 groenten en kruiden kweken.

De expositie 100 jaar Schooltuinen in het Stadsarchief laat zien wat er door de jaren heen is veranderd. Er zijn documenten en archieffoto’s, uit onder meer plakboeken van voor­malige tuinleiders H.C. Vink en Nico Schaap. De karakteristieke zelfgemaakte naambordjes, de tuinmeesters en -juffen en leerlingen met hun oogst komen aan bod. Op de meeste tuinen wordt tijdens een van de lessen soep gekookt, een pizza gebakken of sambal gemaakt.

Op 8 oktober gaat de bioscoopfilm De Schooltuin, een jaar rond met je handen in de grond in première. Er is een kookboek voor kinderen en een schooltuinproject in de tuin van het Rijksmuseum. De expositie is tot en met 3 januari te zien.

Kinderen in de allereerste schooltuin in 1920, bij de Coenhaven.Beeld Stadsarchief
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden