Michel Rentenaar. Ambassadeur van Nederland in Irak.

PlusInterview

Onze man in Irak komt uit De Pijp: ‘Ik kan met gevaar omgaan’

Michel Rentenaar. Ambassadeur van Nederland in Irak.Beeld Mark van der Zouw

Michel Rentenaar (58), geboren en getogen in De Pijp, is sinds kort ambassadeur in Irak. Hoe een communist diplomaat werd. ‘Ik was een activistische wereldverbeteraar.’

Zo’n 25 jaar lang had diplomaat Michel Rentenaar slechts één bezit in Nederland: zijn fiets, die op Amsterdam CS stond geparkeerd. Als hij op Schiphol landde was hij ‘thuis’ zodra hij die van het slot haalde. “Er is nog steeds niets mooiers dan een rondje fietsen over de grachten.” Die fiets is er nog steeds, maar staat nu voor de deur van het studentenhuis van zijn dochter in Oud-West. Rentenaar woont nog altijd voornamelijk in het buitenland, maar groeide op in De Pijp en blijft hartstochtelijk Ajacied.

Hij is net terug uit Bagdad, zijn eerste vijfenhalve weken als ambassadeur in Irak zitten erop. Hij merkte dat opvallend veel mensen een link met Nederland hebben. Toen hij een kopie van zijn geloofsbrieven overhandigde aan de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, sprak Rentenaar Arabisch en de minister Nederlands. “Hij had als vluchteling in Nederland gewoond en gestudeerd aan de VU. Hij spreekt perfect Nederlands. Zijn vrouw woont in Amstelveen.”

De Iraakse president Barham Salih vluchtte in de jaren negentig voor het regime van Saddam Hoessein; hij maakte een tussenlanding op Schiphol en miste zijn vlucht. “Hij was doodsbenauwd dat hij zelfs in Amsterdam door Saddams veiligheidstroepen zou worden gearresteerd, en durfde urenlang zijn hotel niet uit. Toen hij dat wel deed, werd hij kleddernat door de regen. Nu is Dutch rain voor hem het ultieme symbool van vrijheid. Maar we moesten wel ophouden met al dat Nederlands praten, zei hij, het leek wel een invasie. Zijn chef-staf had een zus in ons land wonen en Jeanine Hennis, de VN-gezant voor Irak, is óók al Nederlands.”

Irak is niet het enige land waar Rentenaar actief was en waar een gemiddelde Nederlandse toerist niet achteloos over straat zou lopen: hij woonde eerder in Jemen, de Palestijnse gebieden, Libanon, Oeganda en Afghanistan. Omdat het een zogeheten hardship-plaatsing is, kan hij zijn gezin niet meenemen, en mag hij om de zoveel weken even bijkomen in Nederland. “Mijn vrouw en ik zijn al bijna 25 jaar samen, we zijn wel wat gewend.”

Is De Pijp een goede leerschool voor het ambassadeurschap?

“Het was een veelkleurige wijk toen ik er opgroeide. Nu is De Pijp veryupt. Ik woonde schuin tegenover het oude huis van André Hazes aan de Gerard Doustraat. Ik ben altijd al een sociale duizendpoot geweest en kon met zowel de lerares als de generaal praten – dat leer je in zo’n wijk. Je kunt je onmogelijk een beeld vormen van een land als je niet ook met normale mensen omgaat. Mijn jeugd was een beetje rommelig. Ik had ingewikkelde familieomstandigheden en ben deels in kindertehuizen opgegroeid. Ik moest een beetje knokken voor mezelf. Maar ik zat ook op het Spinoza Lyceum. Dat was begin jaren zeventig echt een rood nest.”

Rentenaar was actief binnen de Communistische Partij Nederland (CPN) (‘dat is lang geleden, hoor’), de studentenvakbond LSVb en de anti-apartheidsbeweging, en in zijn diensttijd zat hij in het bestuur van de VVDM, de vakbond voor dienstplichtige militairen. “Ik was een activistische wereldverbeteraar.”

In het diplomatenklasje van Buitenlandse Zaken zaten vast niet veel activisten.

“Dat zal je verbazen. Ik zag het ook als een baan waarin ik écht het verschil kon maken. Een voorbeeld: ik heb als de Nederlandse klimaatgezant meeonderhandeld over het klimaatakkoord van Parijs. Dat ging over komma’s. Maar er ligt wel voor het eerst in de geschiedenis een wereld­verdrag dat de klimaatproblemen wil aanpakken. Toen dat lukte, gaf dat zo’n ontlading. Mensen die werkelijk in tranen uitbarstten na twintig jaar onderhandelen. Nee, het is niet meteen morgen in één keer goed, maar kleine stapjes zijn niet per se slecht.”

U droeg een oorbel toen u diplomaat werd.

“Ik heb op mijn zestiende een oorbelletje ingedaan. Toen ik aan het klasje begon, moest ik een pak dragen. Dat vond ik al een grote verandering in mijn leven. Die oorbel bleef. Dat was geen issue, hoor, men vond het wel een teken van diversiteit. Maar op een gegeven moment was ik er wel op uitgekeken, en ik wilde niet dat het verdwijnen van de oorbel een ding werd. Toen heb ik bedacht dat de geboorte van mijn eerste kind wel een mooi symbolisch moment was. In de nacht dat mijn dochter werd geboren heb ik ’m uitgedaan. Toen mijn dochter twee jaar geleden achttien werd, heb ik haar die oorbel, een knopje met een diamantachtig ding, cadeau gedaan. En ze draagt ’m! Elke dag, met ontzettend veel trots. Mijn gaatje is inmiddels dichtgegroeid.”

U werkte in 2003 al in het zuiden van Irak en nu bent u terug. Zoekt u het op?

“Voor een deel is het toeval. Er moet net een post vrij­komen op een bepaald moment. Soms is het ook taalgerelateerd, ik spreek Arabisch. Taal is echt de weg naar iemands hart. Al moest ik weer leren Arabisch te praten met een Iraaks accent. Ik sprak het met een Palestijns/Libanees accent; dat is het verschil tussen Amsterdams en Maastrichts.”

Hij buigt naar het opnameapparaat: “Zoals je kunt horen spreek ik aardig Amsterdams.”

“En ik merkte al snel dat ik met gevaar kan omgaan. Natuurlijk is er weleens iets gebeurd; ik heb ook beschietingen in Bagdad meegemaakt. Ik blijf heel rustig. Daar hebben we ook goede trainingen voor, hoor. Daarin leer je hoe je rustig kan blijven. Met ademhalingsoefeningen. Door te vertrouwen op je beveiligers. Terugkeren naar Irak was ook een feest van herkenning: die muur van 47 graden warmte die op je afkomt. Gelukkig past je lichaam zich daar binnen een dag op aan.”

Het ambassadeurschap in Parijs of Kopenhagen is niets voor u?

“Nou, grappig dat je dat zegt. Kopenhagen zou ik dan wel weer leuk vinden. Mijn vader is er ooit vandoor gegaan met een Deense vrouw, met wie ik nog om de dag contact heb, dus ik spreek vloeiend Deens. Maar ik zou inderdaad niet zo snel mijn vinger opsteken voor een plaatsing in een Europese hoofdstad.”

Wat zijn uw speerpunten als ambassadeur in Irak?

“Ik zit er niet voor mezelf, het is natuurlijk regerings­beleid. Het is een interessant land met 40 miljoen inwoners, dat op de drempel van Europa staat. Dat is al de samenvatting van waarom het voor Nederland belangrijk is dat het er goed gaat. IS is nog niet helemaal verslagen. Nederlandse militairen trainen en adviseren de Iraakse krijgsmacht. We besteden ook veel aandacht aan mensenrechten. In landen waar die geschonden worden, leidt dat altijd tot conflict en geweld. Dat is voor ons negatief, omdat het ervoor zorgt dat mensen willen vluchten. Wat wij Hollands ‘werk en inkomen’ noemen, is ook een prioriteit. Irak heeft een heel jonge bevolking, die moeite heeft om banen te vinden. Het is in ons belang dat ze daar een toekomst hebben.”

Winnie Sorgdrager gaat onderzoek doen naar het misgelopen Nederlandse bombardement op Hawija, waarbij in 2015 zeventig burgerdoden vielen. Gaat u haar in Irak ontvangen?

“Daar gaat de commissie zelf over, maar ze is van harte welkom.”

U kwam midden in de coronacrisis in Irak aan. Hoe was dat?

“Ik heb tijdens mijn voorbereidingen eigenlijk ook wel profijt gehad van corona, want iedereen zat thuis en was via Zoom en Webex te bereiken. We zitten misschien nog een jaar zonder vaccin, en we kunnen bv De Wereld niet een jaar lang dichtdoen. Ik zei op mijn eerste dag tegen mijn medewerkers dat ze corona tables moesten kopen. Lange tafels, waaraan je als vanzelf voldoende afstand kunt houden. Vorm dwingt gedrag. Ik kan mijn gesprekspartner in de ogen kijken en verstaan wat ie zegt. Diplomatie is echt een contactsport. Heel Bagdad heeft het nu over die tafels in onze tuin: ‘I want corona tables too.’”

Herdenking Hazes

Toen André Hazes in 2004 overleed, was Rentenaar toevallig in Nederland. Hij werkte op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zijn zus belde en zei alleen maar: ‘Hij is dood.’ “Ik wist direct over wie ze het had.” Een paar dagen later liep Rentenaar naar de Arena voor de herdenking van de volkszanger, zoals bijna iedereen – het GVB staakte immers. In het bomvolle stadion zat hij tussen buurvrouwen met paars haar en mannen met schakelkettingen. Binnen een half uur stond het blauw van de rook. Rentenaar: “Het dak zat erop.” Een dag later vroegen zijn collega’s op het ministerie van Buitenlandse Zaken of hij de herdenking voor Hazes ook op tv had gezien. “Ik keek mijn collega’s aan en zei: doe effe normaal, hoezo op tv?” Híj was erbij geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden