Plus Interview

Ontwijncoach Jacqueline van Lieshout: ‘Het is net liefdesverdriet’

Jacqueline van Lieshout Beeld Lotte Bronsgeest

Schrijfster Jacqueline van Lieshout (44) dronk twintig glazen per week, maar stopte resoluut toen haar man een hartaanval kreeg. Inmiddels helpt ze anderen ‘ontwijnen’. ‘Over vijftig jaar gaan we terugkijken op de debiliteit van nu.’

Overredingskracht is niet nodig om detox- en ontwijnencoach Jacqueline van Lieshout aan het praten te krijgen. Ik sta nog met jas aan in de gang van haar appartement in een voormalig zwembad in Overveen en ik weet al dat er een geurkaars brandt in de keuken, dat ze geen buiten heeft en dat mensen daar altijd over beginnen vanwege haar dochter van zeven – “Altijd dat gezeik over een tuin.”

Haar gedragswijze is opvallend opgeruimd, energiek en direct. Ook over het alcoholgebruik van de gemiddelde Nederlander en dat van zichzelf is ze rap van tong. We komen meteen op het onderwerp dat Van Lieshout sinds drie jaar in de greep heeft, zowel privé als in haar werk, doordat ze thee aanbiedt. Ze is een ­gepassioneerde theeleut nu ze geen ­druppel meer drinkt.

“Ik haal losse theeën bij Simon Lévelt, waar ze dus echt zo ongelooflijk uitnodigend met een grote theebus voor je neus staan: ‘Deze Japanse thee is iets voor op een mooie zomeravond, dit is lekker bij gerecht zus of zo.’ De eerste keer dat ik er kwam, dacht ik: ja hoor, ik sta weer bij de slijter, ik ben helemaal gelukkig.”

De eeuwige vraag aan de geheelonthouder is: ‘Wat moet je dán drinken?’, zegt ze. “Op YouTube hou ik hele verhandelingen over vervanging: 0.0-bier, alcoholvrije wijn die best lekker is, kunstige mocktails. Ik ben blij met die ontwikkeling, maar vooral in het begin moet je voorzichtig zijn met vervanging, want je grijpt razendsnel weer naar het echte werk. Of je nu gewend was wekelijks een paar keer langdurig te borrelen, te bingen in het weekend of elke avond met je partner drie dikke bellen wijn te nemen bij het eten.”

Ja maar, wat moet je dán drinken?

“Je moet vooral niet meteen naar de kroeg willen, want die vervangers doen het daar niet voor je. Het kan er nog zo echt uitzien, dat alcoholvrije rode wijntje in een mooi glas, maar je staat erbij met een cassis, als een debieltje. Mensen die gestopt zijn met roken gaan toch ook niet buiten staan met een chocoladesigaret? Ik zeg altijd tegen de deelnemers aan mijn ontwijnenprogramma: maak jezelf de eerste paar weken niet gek door al die drankgerelateerde activiteiten voort te zetten.”

“‘Ja maar’, sputteren met name vrouwen dan tegen, ‘ik kan het niet maken tegenover mijn vriendinnen.’ Dat krijg ik bijna dagelijks te horen. Ik snap hoe lastig het is, want drinkers willen dat jij ook door blijft drinken, vanuit de ingebeitelde maatschappelijke overtuiging dat een volwassen leven zonder drank ongezellig is. Vriendinnen van mij hebben een keer letterlijk gezegd dat ik niet mee mocht een weekend weg, omdat ik niet meer dronk.”

Van Lieshout dronk vroeger veel: twintig glazen per week was normaal. Uit eten met vrienden was eigenlijk uit drinken. Op haar veertigste eindigde ze na een liederlijke avond nog regelmatig op de Grote Markt in Haarlem om keihard Barbra Streisand te zingen met haar oude drinkmaatjes, een traditie ontstaan toen ze achttien waren. Thuis maakte ze er om de haverklap een dolle boel van met Bob, haar man die ze kent van de lagere school, uit het oog verloor en 25 jaar later weer terugvond via Hyves. Dinsdagavond was bijvoorbeeld vaste prik: als dochter in bed lag, kwamen de chique kristallen glazen en de kwaliteitswijn op tafel. Als Bob maar twee flessen had gehaald, vond ze dat heel irritant: waarom geen drie?

Dit wil niet zeggen dat Van Lieshout ontspoord was. Ze functioneerde prima. Na een studie economie, een aantal baantjes en de nodige bijscholing begon ze in 2004 een opleidingsinstituut voor massagetherapie van waaruit ze zich ontwikkelde tot detox-coach; dat ging dan vooral over eten. Ze schreef er twee goed verkopende boeken over: Het Relax Dieet en In 28 Dagen van Gifbelt naar Tempel. Tijdens die 28 dagen mochten de cursisten niet drinken. De coach wel, maar dat was geen onderwerp.

Beeld Lotte Bronsgeest

Alles veranderde toen Bob drie jaar geleden een hartaanval kreeg. Hij overleefde het en werd gedotterd. Een paar weken na het voorval gingen Van Lieshout en hij samen een weekend naar Terschelling om te vieren dat hij er nog was en het herstel voorspoedig verliep. Daar moest drank bij natuurlijk, en niet te weinig. De volgende ochtend voelde Bob zich zo ziek dat ze in paniek een lokale huisarts bezochten. Deze jonge vrouw hoorde hen hoofdschuddend aan en zei: ‘Waar zijn ­jullie mee bezig?’ Voor Van Lieshout was daarmee een grens bereikt.

Ze stopte acuut met drinken – niet makkelijk, want haar sociale leven werd bij elkaar gehouden door alcohol. Al snel begon ze alles wat los en vast zat te lezen over het gevaar van alcohol voor de fysieke en geestelijke gezondheid. Ze ging in gesprek met artsen, die veel weten over de link tussen alcohol en allerlei ziektes en verdiepte zich in verslaving en de verslavingszorg. Waarom dronk zij? Waarom drinken acht van de tien Nederlandse ­volwassenen en zijn maar weinigen zich bewust van de effecten van alcohol?

Het staat allemaal met zowel ernst als humor beschreven in haar boek ­Ontwijnen, waarin ze haar eigen innige ­verstrengeling met drank niet spaart. Sinds 1 januari biedt ze ook een online coachingsprogramma aan van negentig dagen ontwijnen (‘afkicken’ stoot af) met als doel te ontrafelen waarom iemand drinkt en inzicht te geven in wat een ­alcoholvrij(er) leven te bieden heeft.

Als je op een zonnige dag door Amsterdam fietst, zitten vanaf vier uur ’s middags de terrassen vol mensen die pimpelen alsof het hun laatste dag is. Ik vraag me af of de kennis dat alcohol ook in een zeer lage dosering grote gezondheidsrisico’s met zich meebrengt ook maar enigszins aan het doordringen is. Heeft u het idee van wel?

“Mensen willen er niet echt aan, nee. We hebben een beleidsprobleem, om te beginnen. Psychiater René Kahn, die in zijn boek Op je gezondheid? haarfijn en onomwonden uitlegt hoe verschrikkelijk slecht het is, heeft tien jaar zonder resultaat gevochten bij de Gezondheidsraad om alcohol als volksgezondheidsprobleem hoger op de agenda te krijgen. Mensen zoals hij en Wim van den Brink, hoogleraar verslavingszorg in het AMC, worden niet uitgenodigd voor medische congressen, mede onder druk van de alcoholindustrie. Ik zat vorig jaar bij een vergadering van de Alcoholalliantie, een groep van elf organisaties uit de gezondheidszorg die meepraten over het Nationaal Preventieakkoord waar de alcoholindustrie ook gewoon mag aanschuiven. Iemand zei dat excessief drinken een mannenprobleem is. Dan word ik helemaal gek. Maar ja, het ligt allemaal zo gevoelig.”

Hoe komt dat?

“Het probleem wordt als een strandbal onder water gehouden, omdat iedereen zelf te verzot is op drank: journalisten, beleidsmakers, politici, en artsen niet te vergeten. Vandaar dat de VVD bijvoorbeeld niet moeilijk doet over blurring; een steeds populairder wordende mengvorm van horeca en winkel.”

“Ik dronk vroeger ook vijf chardonnaytjes als ik bij de kapper zat, ik ging achteruit de deur uit, enig. Bij elke boekpresentatie in een boekhandel wordt lekker doorgeschonken. Het is hier zo normaal om te drinken, terwijl wetenschappelijk definitief vaststaat dat de enige gezonde hoeveelheid nul is. Zelfs het verhaal over ‘één glaasje is goed voor je’ is naar het land der wishful thinking verwezen. Alcohol is een knettergiftig middel dat verband houdt met kanker op alle plekken waar het langs glijdt: van mond tot darm. En het verhoogt de kans op borstkanker. Als het nu pas zou worden uitgevonden, zou er direct een verbod op komen.”

U bent actief op social media met uw kruistocht. Krijgt u weleens negatieve reacties?

“Mensen denken dat ik het land wil droogleggen, dus ja. Je houdt niet voor mogelijk wat ik naar mijn hoofd geslingerd kreeg toen ik het omslag van het boek op Facebook zette: ‘Wanneer sluiten ze dit wijf op?’, ‘Mein Kampf is verboden, maar dit mag wel?!’, ‘Krijg je een touw bij dit kutboek?’ De hele dag ging het zo door, mensen waren hysterisch. Ik prik in een maatschappelijk pijnpunt, want drank is de nationale knuffelbeer voor grote mensen. Dat sterkt me in mijn ambitie het bewustzijn te vergroten. Ik ga niet met een spandoek voor de slijter staan, maar ik wil wel graag kennis verspreiden zodat mensen weten met welke kracht ze te maken hebben. Drank is een heerlijke verdoving in een overvol leven, dat weet ik maar al te goed.”

“Gelukkig bewegen we ook een andere kant op. In New York en Londen stikt het van de Soberistas en alcoholvrije bars. Er gebeurt wel wat, ook hier, maar de revolutie gaat traag. Net als destijds bij roken. Al in de jaren dertig was bekend hoe ongezond het was en in de jaren tachtig bliezen we nog steeds de woonkamer blauw in het bijzijn van baby’s.”

Van Lieshout kwam ter wereld op vrijdag de dertiende en groeide op in Haarlem. Haar vader werkte zich bij de PTT (nu KPN) op van schoonmaker tot ontwikkelaar van glasvezeltechniek, haar moeder was huisvrouw. Ze heeft een broer die ging studeren toen zij zeven was. Een tweede broer was zwaar gehandicapt. Hij overleed op zijn 36ste.

Beeld Lotte Bronsgeest

Hoe werd er gedronken in uw omgeving toen u opgroeide?

“Heel matig. Er was wel veel stress in huis, onder druk van de extreme prestatiedrang van mijn vader. Alleen de vrijdagmiddagen waren een moment van ontspanning, die middagen herinner ik me als heel fijn. Dan kwamen zijn collega’s langs, zette mijn moeder kaas en leverworst op tafel en werd er gedronken, maar niet excessief. Ik heb mijn ouders nooit dronken gezien. In de zomer hadden we soms een barbecue, met mijn vader vrolijk aan de rode wijn. Dat was ook gezellig. Verder was ik doods- en doodsbang voor hem. Als mijn moeder naar de wc ging, zat ik met hartkloppingen op de bank.”

Mishandelde hij u?

“Niet fysiek, maar toen ik zeven was, zei hij tegen me: ‘Als jij maar bang blijft.’ Ik was een boksbal voor zijn onmacht en zijn behoefte aan controle, wat vaak ontbrak: een gespannen huwelijk, een gehandicapt kind, dingen op zijn werk liepen niet altijd naar zijn wil, mijn oudste broer stopte met studeren terwijl hij zelf geen opleiding had kunnen afmaken door geldgebrek. En ik was het kind dat het meest op hem leek. Ik moest zijn robotje zijn. Hij kon het niet aan dat ik opgroeide. De eerste keer dat ik blauwe mascara op had – dat hadden we in 1989 – heeft hij met afwasmiddel mijn gezicht geschrobd. In zijn tirades barstte hij soms in tranen uit. ‘Weet je wel wat je mij aandoet?!’ riep hij dan.”

Haar ogen glanzen van de tranen die net niet doorbreken.

“Ik heb hem een keer mee naar Londen genomen, ik was 25, hij 65. We zaten het hele weekend lam in een pub. Ik dacht: ik ga net zo lang door met praten en vragen tot ik je huilend voor me heb. Dat hielp. Uiteindelijk was ik in 2017 de laatste die hem zag voordat hij doodging. Heel liefdevol. Ik was toen een jaar alcoholvrij. Iedereen om me heen zei: ‘Nu je vader dood is, mag je toch wel weer een keer drinken?’”

Deed u het?

“Nee, ik wilde de rouw voelen, niet verdoven. Ik was eindelijk zover dat ik onder ogen zag wat een gigantische hoeveelheden ik heb weggezopen, en belangrijker: wat ik daarmee wegzoop aan gevoelens, herinneringen en onzekerheden. Ik leef nu in high-definition. Heerlijk. Als ik dat ter sprake breng bij mensen zeggen ze vaak: ‘Ja, maar jij dronk ook echt heel veel hè.’ Zie ik ze zelf hun derde wijn inschenken.”

De ‘grage grijze gebiedsdrinkers,’ zoals u ze noemt in uw boek.

“Ook wel: the high-functioning alcoholic. Alles op de rit hebben – baan, huis, kinderen, vriendenkring – maar kennelijk moet er wel het een en ander worden weggespoeld. Ook interessant is dat dezelfde mensen die zeggen dat ik ‘wel heel veel dronk’ van me willen horen dat ik geen alcoholist was, want ze zijn als de dood voor die spiegel. Door te stoppen kom ik indirect aan hun teddybeer.”

Noemt u uzelf een alcoholist?

“Nee.”

Waarom niet?

“Ik voldeed aan de wetenschappelijke kenmerken, maar het maatschappelijke beeld van een alcoholist past niet bij wie ik was. Ik ben het ook niet eens met de term op zich. Er bestaat terecht niet zoiets als een nicotinist of een cocaïnist. Het woord alcoholist wijst naar de persoon en haalt zo de aandacht af van het middel. Daardoor kun je als alcoholgebruiker zeggen: ‘Die dakloze man voor de supermarkt, bedelend om een euro voor een blik Best Bier, dát is een alcoholist. Wij zijn gewoon gezellige sociale drinkers.’”

En gaan daarmee onterecht vrijuit?

“Ja, en het middel ook. Daarom moet je je in dit land in een heleboel kringen verantwoorden als je níet drinkt. Zwangerschap, een antibioticakuur of autorijden worden geaccepteerd. Hoewel dat laatste in Bloemendaal, het dorp hiernaast, ook allang geen reden meer is, want joh, klein stukje rijden en je bent toch thuis? Range Rover aan en who cares.”

Ze schenkt thee bij.

“Ik weet nog dat ik na veertien weken sober mijn eerste blog schreef, huilend omdat ik een verborgen gedeelte van mezelf publiek maakte. Mind you, ik had mezelf uitgeroepen tot detox-coach, maar dronk op vrijdagavond tien glazen wijn. Wie hou je voor de gek? Volslagen debiel. Tijdens die eerste veertien weken ging ik merken dat niemand erover praat. Hoe anders is dat als je stopt met roken? Dan hangt iedereen de vlag voor je uit.”

Wanneer kwam het moment dat u het ontwijnen ging uitdragen?

“In mijn eerste alcoholvrije jaar was ik alleen maar met mezelf bezig. Je moet tegen zo veel dingen vechten: je verslaving, je omgeving die het niet kan uitstaan, de letterlijke buitenwereld, want de drankindustrie zit overal in. En dan het gevecht tegen die onbewuste overtuiging: zonder drank is mijn leven minder waard. Dat is lastig om in je eentje te doorstaan. Maar ja, dacht ik na een jaar, we hebben alleen maar – en dan bedoel ik ‘alleen maar’ niet lullig – de klassieke verslavingszorg als het om alcohol gaat, met het imago van de kneus voor de supermarkt of de huisvrouw die om elf uur ’s morgens aan de wodka zit. Daar associeert het gros van de ‘grage grijze gebiedsdrinkers’ zich niet mee, ook al horen ze er thuis.

“‘Als je dat testje van de Jellinek doet, is iedereen alcoholist,’ hoor je vaak mensen roepen. ‘Hahaha, schenk maar bij.’ Ik besloot een boek en een programma te maken met de luchtigheid van mijn detox-boeken, in de hoop die grote groep wel te bereiken. Ik zet het zo neer: voorlopig niet drinken voor onbepaalde tijd. Zo bekijk ik het zelf ook nog steeds. Nooit is te groot en doodeng, dat kunnen mensen helemaal niet bevatten.”

One day at a time.

“Prachtig streven van de AA. Anders wordt het onoverzichtelijk.”

Heeft u vrienden verloren in het proces?

“Mijn vriendschappen zijn veranderd. Ik had me natuurlijk gedurende 25 jaar omringd met mensen die ook veel drinken. Die deden soms raar als ze hier kwamen. Nog steeds wel. Heel nadrukkelijk om thee vragen, enzo. Hoeft van mij niet, ik schenk je graag in, maar schijnbaar is er ongemak bij mijn gemak. Drinkers vinden het lastig dat ik me fantastisch voel, twintig kilo kwijt ben, goed slaap en mentaal tachtig keer sterker ben. Op een sporadische verjaardag waar ik nog voor word uitgenodigd, zie ik dat vriendinnen zich na glas twee van me weg gaan bewegen. Dat herken ik wel, ik had ook een bloedhekel aan Spa-drinkers en nippers.”

“Ik trek nu meer naar mensen toe die niet of weinig drinken en ik doe andere dingen. Naar de bioscoop, wandelen. Drinken kost ontzettend veel tijd, geld en energie, daar heb je ineens zeeën van over. Tegen de deelnemers zeg ik altijd: ga je tijd anders indelen. Ik ben zelf aan zo veel niet toegekomen toen ik nog dronk, aan zo veel gevoelens ook niet. Ik kon bijvoorbeeld nooit boos zijn, maar toen ik drie maanden sober was, kwam er ineens een woede over me, zo hevig dat ik in de Albert Heijn stond en dacht: ik hoop dat iemand een pot doperwten op mijn voet laat vallen, dan heb ik een reden om uit te vallen.”

Hopelijk ging dat ook weer weg.

“Ja, natuurlijk. De problemen die ik weg probeerde te drinken werden opgelost toen ik niet meer dronk. En die problemen hoeven geen heftige jeugd te zijn, hoor. De gangbare stress van een drukke werkweek, een vervelende collega, een afwezige partner of je vier kinderen is reden genoeg.”

“Over een paar jaar gaan de vrouwen van mijn generatie zich melden voor hun eerste mammografie. Reken maar dat er bij bosjes borstkanker gevonden wordt, en na een hopelijk succesvolle behandeling zullen veel van hen weer vrolijk aan de wijn gaan. Ook omdat nog veel artsen de link tussen drinken en kanker niet genoeg op de radar hebben – of willen hebben – en het dus ook niet overbrengen. Mijn huisarts zegt ook altijd: ‘Ach Jacqueline, het valt wel mee.’ Dat zeg jij, roep ik dan, je zit notabene in Bloemendaal.”

Wordt daar zoveel gedronken?

“Niet anders dan in Amsterdam, denk ik. Gewoon, de godganse tijd borrelen.”

Ze wijst naar buiten, in de richting van het Kennemer Lyceum aan de overkant van haar straat. “Wat voor voorbeeld geven we onze kinderen? Ze groeien op met het idee van: yes, als ik achttien ben mag ik eindelijk zuipen. Tuurlijk, drank is een heerlijk smeermiddel tijdens de periode waarin je ingewikkelde sociale interacties met andere mensen onder de knie moet krijgen, je voor het eerst seks hebt en extreem gevoelig bent voor groepsdruk. Het trekt je door je jongvolwassenheid heen, maar het zou veel beter zijn om die periode droog mee te maken, voor later als je groot bent.”

“Over vijftig jaar gaan we terugkijken op de debiliteit van nu. De Breezers, shotjes, Oh Oh Cherso, Zon, Zuipen, Ziekenhuis, Jip en Janneke kinderchampagne. Doe toch normaal. Wake up, people. Alcohol is een zwaar beschadigende, intens verslavende, harddrug. Als we als tiener op zouden groeien zonder drank, hadden we als ­volwassene geen probleem.”

Beeld Lotte Bronsgeest

Kan het: drinken met de frequentie waarmee je Holtkamp-taart eet?

“Bijna niemand kan dat, omdat het zo verslavend is. Maar we zouden er al wat mee opschieten als je vrijelijk kon zeggen dat je het niet voor elkaar krijgt: een glas per week. Zonder weggezet te worden als slappeling, door mensen die het zelf ook niet kunnen. Ik ga heus niet verkondigen dat niemand ooit meer een glas drank mag aanraken, maar laten we er wel eerlijker en openhartiger over praten. Mijn doel is vooral te laten zien dat een alcoholvrij leven sexy is, en niet saai. Er is gezellig licht aan het einde van de alcoholtunnel.”

Mist u het?

“Niet meer, maar dat heeft een tijd geduurd. Het is net liefdesverdriet. Zo’n eerste glas van een lekkere wijn, ja, die is fijn. En toch word ik gelukkiger van thee. De fun zit in het leven zelf, niet in de fles.”

Jacqueline van Lieshout
13 december 1974, Haarlem

1987 – 1994
Atheneum op het College Hageveld, Heemstede

1996 – 2000
Commerciële economie, Hogeschool van Amsterdam

2000 – 2001
Sportmarketing, Adidas

2002 – 2003
Spa-manager Duinlust Vitality Resort, Overveen

2004 – 2010
Stonenergy: haar eigen opleidingsinstituut voor massagetherapie, Haarlem

2010
In 28 dagen van gifbelt naar tempel (boek)

2017
Het relax dieet (boek)

2018
Ontwijnen (boek)

Sinds 1 januari 2019
Online coachingsprogramma voor ontwijnen

Van Lieshout woont in Overveen met haar man Bob en hun 7-jarige dochter Eli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden