PlusInterview

Ontwerper Jan Taminiau: ‘Een vlek op je kleding is het bewijs dat je er bent’

Jan Taminiau (44) ontwierp de kostuums voor Ritratto, een Nederlandse opera over de zeer rijke, flamboyante markiezin Luisa Casati. ‘Oud, heden en nieuw lopen bij mij door elkaar. Waar alles alleen maar nieuw is, ontbreekt de ziel.’

Beeld Carly Wollaert

Al jaren hing op een spiegel in de werkruimte van modeontwerper Jan Taminiau een portret van een weelderig geklede vrouw. Het is zo’n plaatje dat Taminiau ergens een keer uitscheurde en ter inspiratie aan de spiegel bevestigde.

De vrouw met de zwart omrande ogen kreeg opeens een naam toen Taminiau werd gevraagd kostuums te ontwerpen voor de nieuwe Nederlandse opera Ritratto van Willem Jeths. Deze opera gaat over Luisa Casati (1881-1957), een buitensporig rijke Italiaanse markiezin die haar ouders op jonge leeftijd verloor.

Taminiau: “Ik bleek dus al die jaren een portret van Luisa Casati op mijn spiegel te hebben gehad. Puur toevallig kwam dat samen. Tegelijk zegt dat toeval natuurlijk ook iets – de uitnodiging van De Nationale Opera raakt mijn interessegebied in de kern. Toen ik werd gevraagd, ging mijn verbeeldingsvermogen meteen op drift.”

Luisa Casati op een themafeest in Parijs, 1922.Beeld Getty Images/Hulton Archive

Voor Taminiau is Casati in de eerste plaats het rijkste meisje ter wereld dat ondanks haar fortuin mannen nodig had om over haar bezit te beschikken. “Luisa was beroemd vanwege de feesten die zij organiseerde. Ze liet zich door tal van kunstenaars portretteren of fotograferen. Met haar vlammend rode haar en excentrieke gedrag verwierf ze zich een plaats in de kunstwereld.”

Ze wilde, zoals iedereen, gezien worden. Wat voor een vrouw in die tijd niet meeviel: ondanks haar rijkdom had ze minder status dan de mannen in haar omgeving. “Er loopt een directe lijn naar de hedendaagse discussies over de positie van de vrouw. Zo konden vrouwen, ook in Nederland, in de jaren zeventig van de vorige eeuw geen spaarrekening openen zonder een machtiging van hun echtgenoot. In die zin zijn we de laatste tijd hard vooruitgegaan. Al zijn we er nog lang niet. Het werd toch best bijzonder gevonden dat Amsterdam een vrouwelijke burgemeester kreeg. En toen waren we al in 2018.”

Feest van Casati

De schrijver van de opera, librettist Frank Siera, laat in Ritratto allerlei kunstenaars uit die tijd op een feest van Casati samen komen. Intussen sluit Casati de ogen voor de boodschap van de futuristen, wier kunst nauw verwant is met het fascisme.

“In mijn optiek is deze voorstelling een impliciet pleidooi voor maatschappelijk engagement, voor ogen en oren open houden en voor het idee dat we ons wel degelijk druk moeten maken over ontwikkelingen die de vrijheid van ons allemaal aanvreten.”

Schets van Jan Taminiau voor het kostuum van Luisa Casati.Beeld Jan Taminiau

Bij Taminiau zelf ontvlamt het heilige vuur als het gesprek over de relatie tussen heden en verleden gaat. Als kind al beleefde hij historische sensaties als hij op de zolder speelde van zijn grootouders, die een antiekzaak bestierden. “Oude spullen hebben altijd mijn fantasie geprikkeld, omdat ze een andere tijd meeslepen, een andere manier van denken en werken. In de mode wordt voortdurend afstand gedaan van oude spullen. Ik heb dat altijd moeilijk gevonden. Bij mij werkt dat ook niet zo. Ik hoop met mijn ontwerpen een pact te sluiten tussen de geschiedenis en de toekomst. Oud, heden en nieuw lopen bij mij door elkaar. Dat is het leven. Waar alles alleen maar nieuw is, ontbreekt de ziel. Er onstaat dan een wereld zonder fundament.”

Verwondering

Op de zolder van zijn familie keek hij door het kristal van een kapotte kroonluchter naar het licht, en stelde hij tot zijn verwondering vast dat de wereld er opeens anders uitzag. Dat gevoel bekroop hem opnieuw toen hij het atelier van De Nationale Opera voor het eerst bezocht. “In zeg maar de machinekamer van De Nationale Opera worden ambachtswerk en de kracht van vakmensen nog in ere gehouden. In de catacomben van Nationale Opera & Ballet zijn een schoenenatelier, een herenatelier, een vrouwenatelier en ik weet niet wat gevestigd. Er staan bij de opera nog pruikenmakers op de loonlijst. Die dus fulltime bezig zijn met het maken van pruiken – wat haar voor haar gebeurt. Het is zo ongelooflijk bijzonder dat dit bolwerk van kennis nog bestaat. Iedereen denkt bij opera aan muziek, maar de waarde van het gezelschap reikt veel verder dan dat.”

In het begin van de repetitieperiode moest Taminiau zoeken naar zijn taak binnen deze gigantische, geoliede machine. Zijn rol was ditmaal dienend, in de zin van: “De kostuums moeten passen binnen het regieconcept van Marcel Sijm. Ik heb in dit proces niet het laatste woord en moet het idee loslaten dat ik verantwoordelijk ben voor het totale beeld.”

Nee, dat vindt de gelauwerde ontwerper niet lastig. “Het is alleen een andere werkwijze. Ik moest even beseffen dat ik hier meer een schakel in het geheel ben.”

Een bitter lot

Ook zijn idee van Casati moest hij bijstellen. De vrouw op zijn spiegel – in de loop der jaren was zij voor hem een romantisch symbool van een weelderig verleden geworden – bleek bij nader inzien meer een speelbal van een bitter lot.

“Ze verliest haar ouders, erft bizar veel geld en moet daarna zichzelf wegcijferen om bij de erfenis van haar ouders te kunnen komen. Vrouwen waren een eeuw geleden zo ongelooflijk kwetsbaar. En er is, vrees ik, weinig voor nodig om zomaar terug te vallen. Veranderingen in menselijke verhoudingen gaan doorgaans schoksgewijs. Het is vallen en weer opstaan. Luisa Casati was ijzersterk: ze kwam openlijk uit voor haar biseksualiteit, gaf wilde feesten in haar Venetiaanse palazzo aan de Canal Grande en ze wandelde regelmatig over straat met twee luipaarden aan de lijn. Toch ging ze ten onder. Omdat ze als vrouw niet gewoon een rijk, onafhankelijk persoon kon zijn.”

Jan Taminiau in het atelier van De Nationale Opera, in de catacomben van Nationale Opera & Ballet.Beeld Carly Wollaert

De kostuums in Ritratto hoeven voor hem niet historisch accuraat te zijn (“Het is natuurlijk geen wetenschap”). Wel liet Taminiau zijn ontwerpen maken op de naïeve manier waarop vroeger kledingstukken in elkaar werden gezet. “Niet te perfect allemaal, maar meer nadrukkelijk stukken stof die aan elkaar worden vastgemaakt. Ook belangrijk: het moeten functionele kostuums zijn. Ze zijn niet voor een feest of gala, maar voor een voorstelling; de zangers moeten zich erin vrij voelen.”

In de voorstelling draagt een personage een kostuum waarmee Taminiau benadrukt dat seksuele driften de sociale verhoudingen nogal eens onder druk zetten.

“Het kruis van de broek is anders van textuur door een soort koesteringspatina. Normaal is dat vooral een positief iets – koesteringspatina is de glans die ontstaat doordat mensen bijvoorbeeld een bronzen beeld op een bepaalde plek voortdurend aanraken. Uit devotie, of gewoon: omdat ze het mooi vinden. Hier is de betekenis anders. Dit is een patina ontstaan door grijpgrage handen. Door seksueel obesessief gedrag.”

Inspiratiebron

Een belangrijke inspiratiebron in zijn atelier vormen de prenten van de Duitse zoöloog en kunstenaar Ernst Haeckel (1834-1919), een van de belangrijkste wetenschappers van zijn tijd én tekenaar van micro-organismen en later vooral het ontstaan van levensvormen. Zijn beroemde boek Kunstformen der Natur bleek ook op het leven van Luisa Casati van toepassing. “Zij belichaamt voor mij het idee dat geest en materie onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn. Net als in Haeckels tekeningen probeer ik in mijn werk de orde en de symmetrie van de natuur op een kleurrijke, sierlijke manier vast te leggen. Mijn kostuums zijn Haeckelkostuums.”

Voor Taminiau is het vanzelfsprekend om terug te grijpen naar voorbeelden uit het verleden. “Mijn fascinatie ligt bij oude spullen, bij afbeeldingen van voor het computertijdperk, bij het feit dat families een kast, schilderij of tapijt levenslang met zich meeslepen en dat zij het zo veel waarde toekennen dat ze het doorgeven aan een volgende generatie. Ook als er butsen of krassen op komen. Dat hoort erbij. Beschadigingen zijn een bewijs dat we elke dag opnieuw verdergaan. Tegenwoordig zien we een beschadiging als een verlies van waarde. Ik kijk er anders naar. Een beeldje met een afgebroken vinger zie ik als een charmante knipoog naar het leven, dat verder altijd maar doorjakkert. Zo kijk ik ook naar vlekken. Geen paniek! Een vlek op je kleding is wel jóuw vlek. Het is het bewijs dat je er bent.”

Illustratie (Plate 49) uit Kunstformen der Natur (1904) van Ernst Haeckel.Beeld Corbis via Getty Images

Het grootste deel van Taminiau’s ontwerpen ontstaat intuïtief en heeft niet per se een boodschapperig karakter. Maar als hij iets wil uitdrukken, dan is het wel het belang van kijken. “We zijn nu in een tijd beland dat mensen met elkaar communiceren en daten via sociale media. Er wordt niet meer bij elkaar in de ogen gekeken als er gediscussieerd wordt. Geluk, verdriet, zelfs rouw, het gaat allemaal digitaal. Met als netto resultaat dat we elkaar in letterlijke zin nauwelijks nog aandacht geven. Ik geloof niet dat een maatschappij daarvan opknapt.”

Voor een heldere geest en een scherpe blik is het noodzakelijk op gepaste tijden afstand te nemen. “We moeten leren weer de tijd te nemen voor dingen. Om aandacht te hebben voor elkaar en voor spullen. Durf te kijken. Laat alles even op je inwerken. Je kunt het ook niet verkeerd doen. Wat jij ziet of denkt te zien is puur persoonlijk en maakt jou uniek. Ik weet al te goed dat de digitale werkelijkheid ons veel voordelen brengt. Alleen heeft elke revolutie ook haar keerzijde. Het tempo van het leven is te hoog geworden. Terwijl een moment of een ontmoeting pas waardevol kan worden als er ook tijd is om alles te laten bezinken. Het is niet beter om halsoverkop te reageren of ergens een mening over te vormen. Het wordt pas interessant als je helemaal niet weet wat te vinden of te doen.” 

Brekend door het postzakjasje

Jan Taminiau is geboren en getogen in Goirle. Hij komt uit een familie van antiekhandelaren en volgde, voorafgaand aan de kunstacademie, een opleiding aan de Europese School voor Antiquairs in Antwerpen. In 2001 slaagde hij cum laude aan de kunstacademie in Arnhem.

Twee jaar later behaalde hij zijn graad aan het Fashion Institute van Arnhem. In 2003 richtte hij ook zijn eigen modelabel op. Alom bekend uit zijn oeuvre is het Postzakjasje uit de collectie van 2005, dat (toen nog) prinses Máxima droeg tijdens een bezoek aan de Mode Biënnale. Op 30 april 2013 droeg (inmiddels) koningin Máxima een japon en cape van Taminiau tijdens de inhuldiging van haar man in de Nieuwe Kerk. Een ander ontwerp van zijn hand droeg ze diezelfde avond tijdens de koningsvaart. Ook tijdens Prinsjesdag 2013 droeg koningin Máxima een creatie van Taminiau, een goudkleurige jurk, terwijl zij koning Willem-Alexander vergezelde naar de Ridderzaal alwaar hij voor de eerste keer de troonrede voorlas. Tevens ontwierp Taminiau de trouwjurk van de Luxemburgse prinses Claire.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden