PlusAchtergrond

Ontluisterende beelden uit het verpleeghuis: ‘Ze wíllen over hun leven en hun dood praten’

Marijke Schonewille (52) filmde het vanwege de coronacrisis geïsoleerde bestaan van zes ouderen in hun Amsterdamse verpleeghuis. Het leverde ontluisterende beelden op. 

Hetty (93): haar familie feliciteert haar vanaf een hoogwerker buiten met haar verjaardag. Beeld VPRO

Jan Carel (96) is bang voor mensen die hem naar het leven staan. Daarom barricadeert hij elke avond de deur van zijn kamer in verpleeghuis Leo Polak.

Mocht er toch een insluiper komen, dan zorgt Jan Carel dat hij op tijd klaar is voor de tegenaanval. Dat heeft hij lang geleden bij zijn opleiding tot marinier geleerd.

De hoogbejaarde man van Indische afkomst heeft een stellage van blikken gemaakt, die omvallen als iemand hem in z’n slaap nadert. Zodra hij het gekletter hoort, grijpt Jan Carel naar de lege spuitbussen die bij het hoofdeinde van z’n bed staan. Die gooit hij vervolgens op de grond, om de insluiper te verwarren.

Dan staat hij op, verblindt de belager met een zaklamp en prikt ’m met zijn wandelstok. “De scherpe punt steek ik dan in z’n oog,” zegt hij in de documentaire Uitgewoond: achter gesloten deuren. En dan is hij veilig.

Saluuthouding

Toch werd Jan Carel begin maart geveld door een insluiper: het coronavirus. Er was geen gekletter en ook de wandelstok met scherpe punt hielp niet. Jan Carel stond machteloos.

De oud-marinier – hij was de laatste Nederlandse over­levende van de slag op de Javazee in 1942 – hield zich strak aan de voorgeschreven richtlijnen van het RIVM en het verpleeghuis: op de kamer blijven, niet de tuin in en geen bezoek ontvangen. Tevergeefs.

Eén dag nadat hij de diagnose ‘Covid-19’ had gekregen, overleed hij. Zijn vier kinderen kregen te horen dat hun militaristische vader in saluuthouding was gestorven. Zijn kamer werd vanwege besmettingsgevaar verzegeld, zodat zijn afscheidsbrief op de dag van de begrafenis ­achter slot en grendel bleef.

“De dood van Jan Carel was voor mij het meest emo­tionele moment van het filmproces,” zegt Marijke Schonewille. De Amsterdamse kende hem al vier jaar. Ze maakte eerder een documentaireserie over de gedwongen verhuizing van hoogbejaarde bewoners – bijna allen ­ouder dan 90 jaar – door de sluiting van het Amsterdamse verzorgingshuis De Drie Hoven. Ze streken neer in verschillende verpleeghuizen in de stad.

Overdonderd door het virus

Schonewille was niet van plan een documentaire te ­maken over de manier waarop het coronavirus huishield in Amsterdamse verpleeghuizen. Ze begon in februari met nieuwe opnamen om vast te leggen hoe de verhuizing een jaar later had uitgepakt. En ineens was daar het virus. ­Verschrikkelijk, maar interessant voor de documentaire.

De beelden zijn ontluisterend. Hoewel premier Mark Rutte in zijn eerste televisietoespraak zei dat Nederland de kwetsbare groepen wilde beschermen, mislukte dat volkomen. Het verplegend personeel had geen beschermingsmiddelen, zodat zij het virus waarschijnlijk hebben geïntroduceerd, met alle bijbehorende schuldgevoelens.

Jan Carel (96)Beeld VPRO

De kracht van Uitgewoond: achter gesloten deuren schuilt echter in het perspectief van de verpleeghuisbewoners zelf, die eerst worden overdonderd door het virus, en later door de eenzame isolatie die op de uitbrak volgt. De ouderen en hun naasten zijn de enigen die in beeld komen.

Dat doet Schonewille op aparte wijze. Ze filmt alles met haar iPhone. Tijdens de opnamen ontbreken dus camera- en geluidsmensen, met als resultaat dat de kijker getuige is van zeer persoonlijke ontmoetingen. “Ik ga ook weleens bij de hoofdpersonen langs zonder camera, gewoon ­omdat ik wil weten hoe het met ze gaat. Soms zeggen ze dan: volgende keer wel je telefoon meenemen.”

Ook tijdens de lockdown hield Schonewille contact, ­onder meer via de telefoon, gesprekken achter glas, een drone en Facetime. Het duurde een week om iedereen uit te leggen hoe beeldbellen werkte.

Hoogwerker

Lang niet alle bewoners zijn zo strijdbaar als oud-marinier Jan Carel, die ervan overtuigd was dat hij ook het virus zou overleven. Gerda (95), bijvoorbeeld, was de naderende blindheid, de fysieke pijn en het gebrek aan perspectief zo zat, dat ze nog voor het virus uit het leven wilde stappen. Ze was blij dat ze in aanmerking kwam voor euthanasie.

Ook de 104-jarige Map overlijdt, aan ouderdom. Vanwege de coronamaatregelen moest ze haar ­verjaardag alleen vieren. Door de verplichte isolatie in het verpleeghuis mochten haar rummikubvriendinnen de ­uitvaart niet bijwonen. Namens hen legde Schonewille bloemen op de kist.

Map (104)Beeld VPRO

Toch toont Uitgewoond: achter gesloten deuren niet alleen kommer en kwel. Familieleden van Hetty (93) komen haar met een hoogwerker feliciteren met haar verjaardag. Ook de eerste weldadige wandeling in het Vondelpark na de isolatie komt aan bod, tot en met koffie en taart in Het Blauwe Theehuis.

Taboe-onderwerpen

Ouderen hebben Schonewille altijd al bezig gehouden. Tijdens haar studie theaterwetenschappen werkte ze zes jaar in de thuiszorg. Daarna werkte ze als verslaggever, ­redacteur en regisseur bij verschillende televisieprogramma’s, variërend van luchtig werk (Surprise surprise, ­Sterren dansen op het ijs) tot serieuze documentaires (Kruispunt, achter de dijken).

Op latere leeftijd voltooide Schonewille, die samen­woont en moeder is van twee 18-jarige zonen, de studie psychologie. Ze schreef haar scriptie over de lange­termijneffecten bij ouderen die een delier hadden doorgemaakt.

“Ik vind oude mensen mooi op beeld,” zegt ze. “De rimpels, de sprekende ogen, de grijze haren, ik vind het esthetisch mooi.”

Ook de verhalen van oude mensen vindt Schonewille mooi. Ze hebben er veel, maar bijna niemand wil ze horen. Dat geldt voor de verhalen van vroeger, maar ook voor de verhalen over het naderende einde.

Gerda (95)Beeld VPRO

Schonewille spreekt juist graag over de dood. Een standaardvraag aan de personages is of ze het leven nog de moeite waard vinden. En hoe ze het voor zich zien, de dood.

“Het onderwerp lijkt wel taboe,” zegt ze. “Bewoners onderling spreken er nauwelijks over, het zorgpersoneel heeft er veelal geen tijd voor en de familie vindt het vaak lastig. Ik vind het interessant, en mooi. Mensen zelf vinden die gesprekken waardevol. Ze wíllen over hun leven en hun dood praten.”

Relatie met naasten

Wat haar opviel: verworven carrières en prestaties uit het verleden schenken kort voor het einde geen voldoening meer. “Vooral mannen zeggen: had ik maar niet zo hard gewerkt, maar meer tijd met m’n kinderen doorgebracht.”

De bejaarden die in het verpleeghuis gelukkig zijn, ­danken dat vooral aan de goede relatie die ze met hun naasten hebben, zag Schonewille. Wie dat niet heeft, ­eindigt het leven vaker eenzaam en ongelukkig. De dood kan dan gelegen komen. “Maar dat is per individu verschillend. Sommige mensen willen gewoon niet dood.”

Vorig jaar besprak Schonewille het afscheid van het ­leven met haar eigen vader. Tussen de diagnose darmkanker en het moment van overlijden zaten drie maanden. Het verpleeghuis was hem bespaard gebleven.

Gelukkig maar, vindt Schonewille, want ze vindt de zorg pover. Door onderbezetting ontbreekt het de verpleging aan tijd, en het wemelt er van de flexwerkers. Verpleeg­huisbewoners kunnen nauwelijks menselijk contact ­opbouwen. En omdat de andere bewoners ook in slechte gezondheid verkeren, ontstaat er zelden een nieuwe kennissenkring.

“Om het in het verpleeghuis naar je zin te hebben, moet je kunnen leunen op het sociale leven dat je had,” zegt Schonewille. “Maar de tragiek is dat veel van die mensen al zijn overleden.”

Uitgewoond: achter gesloten deuren wordt op dinsdag 14 juli om 22.10 op NPO2 uitgezonden. www.vpro.nl/uitgewoond

Marijke Schonewille. Beeld Normafotografia

Duizenden doden, maar hoeveel precies?

Het coronavirus heeft in Nederlandse verpleeghuizen voor duizenden doden gezorgd. Hoeveel het er precies zijn, is niet bekend. Volgens de recentste cijfers van Verenso, de ­vereniging van specialisten oude­rengeneeskunde, zijn het er 1914. Bij 10.398 verpleeg­huisbewoners is Covid-19 vast­gesteld.

Die cijfers zijn niet compleet, zegt een woordvoerder, omdat ­Ve­renso niet over de gegevens van alle Nederlandse verpleeghuizen beschikt. Bovendien zijn er zo goed als ­zeker verpleeg­huisbewoners aan Covid-19 overleden zonder op het coronavirus te zijn getest, waardoor er sprake is van een onderrapportage. Dit gebeurde vooral in Brabant, waar de meeste slachtoffers vielen.

De ondergrens van het geschatte aantal coronaslachtoffers ligt rond de 3000, aldus Verenso. Het werkelijke aantal is mogelijk het dubbele of meer.

Van de regio Amsterdam zijn de cijfers evenmin duidelijk. De GGD heeft gegevens, maar verstrekt die niet, omdat het om een onderrapportage gaat. Sigra, het samenwerkingsverband van de zorg- en welzijnsorganisaties in de regio Amsterdam, registreert niet.

Gemiddeld wonen mensen een kleine drie jaar in een verpleeghuis voor ze overlijden, aldus onderzoek uit 2017 van Verenso. De gemiddelde leeftijd is bijna 86 jaar.

Verpleeghuisbewoners kampen doorgaans met diverse lichamelijke aandoeningen (doofheid, astma, suikerziekte, kanker) en mentale problemen: de ziekte van Alzheimer of een angststoornis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden