Plus Reportage

Ons Amsterdam duikt al 70 jaar in de ‘schatkamer van boeiende verhalen’

Gids Anke Wartenbergh (midden, witte jas) geeft leden van de Vereniging Ons Amsterdam een rondleiding over het WG-terrein in Oud-West. ‘Het was er de hel op aarde.’ Beeld Marc Driessen

De Vereniging Ons Amsterdam, niet te verwarren met het gelijknamige tijdschrift, bestaat 70 jaar. Wekelijks duiken leden in de geschiedenis van de stad. ‘Het blijft een schatkamer.’

Het gekerm van de patiënten is nog duidelijk te horen op het terrein van het voormalige Wilhelmina Gasthuis. Dat wil zeggen: als onze gids Anke Wartenbergh in geuren en kleuren vertelt over de barre omstandigheden waarin de onbehandelbare zieken uit de stad hier in de achttiende eeuw hun laatste dagen op aarde sleten.

Op elke zevenhonderd patiënten was een arts aanwezig. Werkloze matrozen deden zonder veel enthousiasme of kennis van zaken dienst als verzorger van de lijders aan pest, cholera, syfilis en krankzinnigheid. Eten was er niet of nauwelijks. “De hel op aarde,” zegt Wartenbergh, en wij huiveren met haar mee.

Feestelijke gelegenheid

Wij, dat zijn veertien leden van de Vereniging Ons Amsterdam, voor de gelegenheid aangevuld met een verslaggever en een fotograaf. Een feestelijke gelegenheid, want de vereniging viert dit jaar de zeventigste verjaardag. Al zeventig jaar komen de leden vrijwel wekelijks bij elkaar om zich met behulp van een lezing of een excursie te verdiepen in de geschiedenis en de cultuur van de hoofdstad.

De vereniging wordt vaak verward met het maandblad Ons Amsterdam. Dat ligt aan de naam, zegt Martin Döbelman, die binnen de vereniging verantwoordelijk is voor de public relations en moet opboksen tegen de grote naamsbekendheid van het tijdschrift. In Het Parool bijvoorbeeld werd de organisatie van een excursie naar Weesp toegeschreven aan het blad. Jammer, vond Döbelman dat.

Een gulden

Ooit waren vereniging en tijdschrift wel één. Dat was in 1949, toen het eerste nummer van Ons Amsterdam verscheen. Het blad viel in goede aarde en vrijwel meteen ontstond het plan om meer te doen met de warme belangstelling voor de historie van Amsterdam. Dat leidde in hetzelfde jaar tot de oprichting van de Vereniging voor Heemkennis Ons Amsterdam.

De interesse was zo groot, dat besloten werd om vier verschillende afdelingen in de stad op te richten. Elke kring organiseerde zijn eigen activiteiten, vertelt Döbelman. “De contributie bedroeg een gulden per jaar. Dat is zo ­gebleven tot in de jaren zeventig. De gedachte was, dat de vereniging voor zo veel mogelijk Amsterdammers toegankelijk moet zijn. Het is nu een tientje, nog steeds een schappelijk bedrag.”

Aantrekkingskracht

Anno 2019 telt de vereniging ongeveer 1450 leden. Het gros is grijs: in de leeftijd van zestig tot negentig jaar. Het aantal actieve leden ligt rond de driehonderd. Döbelman: “Dat zijn de mensen die we op de lezingen en excursies zien verschijnen. Dat percentage is heel stabiel. Er vallen leden weg, maar er is ook steeds weer nieuwe aanwas. Dus wat dat betreft, maken we ons geen zorgen over de toekomst.”

De onverminderde aantrekkingskracht van de vereniging zit hem in een uitgebreid en gevarieerd aanbod van activiteiten. Elke zes maanden krijgen de leden een programmaboekje thuis. “Het is nog steeds zo dat elke afdeling een eigen programma maakt,” zegt Döbelman. “Alle vier de kringen hebben een eigen bestuur met vrijwilligers die voortdurend op zoek zijn naar nieuwe interessante ­onderwerpen.”

Dat lukt elke keer weer. Voor de komende weken staan onder meer rondleidingen op het programma door het Amstel Hotel en het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

In de Portugese Synagoge wordt een bezoek gebracht aan Ets Haim-Livraria Montezinos uit 1616, met dertigduizend boeken en vijfhonderd handschriften de oudste nog functionerende bibliotheek ter wereld.

Slimme technieken

Lezingen zijn er over Amsterdamse herbergen in de Gouden Eeuw en het verblijf van de hertog van Alva in de stad. Döbelman wijst in het programmaboekje op een wandeling over de Zuidas met een bezoek aan het nieuwe paviljoen Circl, gemaakt van hergebruikte materialen en met allerlei slimme technieken een voorbeeld van circulair bouwen. “We hebben dus niet alleen belangstelling voor het verleden.”

Terug naar het WG-terrein. Op het WG-plein wijst gids Wartenbergh ons op de twaalf kunstwerken van Pauline Wiertz die verspreid over het plein de veroorzakers tonen van de meest vreselijke ziekten. Malaria, miltvuur, tuberculose, lepra, tetanus: de hele ellendige santenkraam.

De kunst herinnert aan het belangwekkend medisch ­onderzoek dat op deze plek heeft plaatsgevonden, maar vrolijk stemt het allemaal niet.

Hoestend en wit weggetrokken nemen we afscheid van de andere deelnemers aan de rondleiding, met de wens dat de vereniging nog maar lang mag bestaan. Op naar de honderd!

www.onsamsterdam.info

Erelid Dik van Dijk 

De Dam door de eeuwen heen, het galgenveld in Noord, leven en werk van fotograaf Bernard Eilers, de geschiedenis van de cacao-industrie: met een trommel vol historische onderwerpen trekt Dik van Dijk langs zaaltjes in Amsterdam en omgeving om te vertellen over het verleden van de hoofdstad.

Honderden lezingen heeft hij in de loop van de jaren gegeven, schat het 72-jarige erelid van Ons Amsterdam. “Soms voor zes mensen, soms voor tachtig. Het maakt mij niet uit. Een lezing duurt twee uur, inclusief pauze. Nee, nerveus ben ik niet meer. In het begin wel, maar nu is mijn enige angst dat de techniek mij in de steek laat.”

Van Dijk werd begin jaren zeventig lid van de vereniging. Hij was toen 26 jaar, en dat was opmerkelijk jong. “De vereniging is altijd vergrijsd geweest. Als het werk erop zit en de kinderen het huis uit zijn, hebben de mensen tijd en interesse om zich in de stad te verdiepen. Wat dat betreft was ik een vreemde eend in de bijt.”

Het was de liefde voor de geschiedenis die Van Dijk naar de vereniging dreef. “Ik was daar al jong mee bezig. Mijn ouders hadden een boekje met pen­tekeningen van de stad. Dat interesseerde mij, ik ging naar die plekken toe en ik zocht de historie op. Amsterdam is een schatkamer van boeiende verhalen.”

Van Dijk trad toe tot het bestuur en begon met het geven van lezingen. “Ik volgde een cursus die door de vereniging werd aangeboden. In het tweede jaar moesten we een scriptie schrijven. Ik schreef er twee: een over de geschiedenis van de Dam en een over de kunst in de tuinen van het Rijksmuseum. Die vielen in de smaak.”

De lezing over de Dam doet het nog steeds goed. Het is een van de vijftien onderwerpen die Van Dijk behandelt. “Ik kom uit de bouw en heb ook een lezing over wegenbouw wereldwijd. Ik zoek altijd naar afwijkende onderwerpen. De cacao-industrie, dat is bijvoorbeeld een ontzettend interessante geschiedenis.”

Van Dijk gaat geregeld vreemd met een lezing voor een ouderenbond of de plattelandsvrouwen, maar de vereniging is hij altijd trouw gebleven. Hij was dertig jaar voorzitter van de kring West en maakt nog steeds het halfjaarlijkse programmaboekje met het nieuwe aanbod aan excursies en lezingen. “Daar gaat veel tijd in zitten, maar het houdt me bezig.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden