PlusInterview

Onderwijskundige over ongelijkheid schooladvies: ‘Bij gelijke prestaties moeten we gelijk behandelen, ongeacht afkomst of thuissituatie’

We voeren al te lang de verkeerde discussie om kansenongelijkheid in het onderwijs aan te pakken, stelt onderwijskundige Louise Elffers (43). In haar boek Onderwijs maakt het verschil legt ze uit waar het misgaat. ‘Het onderwijs heeft last van een glazen plafond van lage verwachtingen.’

Raounak Khaddari
Onderwijskundige Louise Elffers: ‘Nergens in de wet staat dat we in groep 8 moeten bepalen in welke stroom kinderen terechtkomen.’ Beeld Daphne Lucker
Onderwijskundige Louise Elffers: ‘Nergens in de wet staat dat we in groep 8 moeten bepalen in welke stroom kinderen terechtkomen.’Beeld Daphne Lucker

Kinderen krijgen na acht jaar basisonderwijs een allesbepalend schooladvies en worden in het hokje vmbo, havo of vwo geplaatst. “Waarom zetten we de schoolloopbaan van kinderen zo vroeg al op slot?” vraagt Louise Elffers, lector Kansrijke Schoolloopbanen in een Diverse Stad aan de HvA, onderzoeker aan de UvA en directeur van het Kenniscentrum Ongelijkheid zich af.

“We weten dat niet iedereen van hetzelfde punt van start gaat op de basisschool. Het kind dat in de eerste vier jaar, voor het naar de basisschool gaat, thuis de Nederlandse taal leert spreken en cognitief wordt uitgedaagd door de ouders en het kind dat dit in de eerste vier levensjaren niet heeft gehad, krijgen allebei acht jaar onderwijs en worden vervolgens op hetzelfde moment beoordeeld. Nergens in de wet staat dat we in groep 8 moeten bepalen in welke stroom kinderen terechtkomen.”

In haar nieuwe boek Onderwijs maakt het verschil schrijft Elffers over hoe enerzijds de onderwijswereld zijn best doet om ongelijkheid terug te dringen en er tegelijkertijd verschillende mechanismes in stand worden gehouden die ongelijkheid in het onderwijs bevorderen.

U vindt dat de verkeerde discussie wordt gevoerd in het onderwijs. Wat gaat daar niet goed?

“We zijn veel te veel bezig met hoe we leerlingen selecteren. Gaan we de Cito-eindtoets naar voren of naar achter schuiven? De oplossing om kinderen gelijke kansen te geven zit hem niet in morrelen aan schroefjes van de sorteermachine in groep 8.”

Waar moet het wel over gaan?

“We moeten het hebben over de nadruk op selectie in het funderend onderwijs. We moeten het hebben over flexibilisering van het voortgezet onderwijs. Als je een kind hebt dat vanaf groep 1 op de basisschool groeit en de leraar ziet dat de leerling nog steeds aan het groeien is in groep 8, maar nog niet op het taalniveau zit dat nodig is om naar havo of vwo te kunnen, dan zegt de leraar: ik zie dat je het kan, maar je bent er nog niet. Dus jij gaat nu naar het vmbo. Waarom krijgt dit kind niet langer de tijd om zich te ontwikkelen? Waarom krijgt het niet het voordeel van de twijfel?”

“We moeten over de grens van sectoren heen kijken. Voor een kind of student is het een geheel, die heeft één schoolloopbaan, terwijl dit in de praktijk nog heel erg is verkokerd. Dat zie je ook terug in de portefeuilles: we hebben een wethouder die over het mbo gaat en een wethouder die over de rest van het onderwijs gaat. Terwijl juist die verbindingen zo belangrijk zijn.”

Er wordt gezegd: als je een vmbo-advies hebt, kan je daarna doorgroeien naar havo of vwo.

“Via het vmbo naar de universiteit of het hbo gaan is een lange, duurdere, maar ook lastige weg. Ik spreek hier op de HvA studenten die eerst vmbo deden, toen mbo en nu op het hbo zitten, die zeggen: ik heb me acht jaar lang dood verveeld. Dat zie je vaker bij leerlingen van ouders die geen hoger onderwijs hebben gevolgd of ouders die de schooltaal Nederlands minder spreken. Dat zijn groepen die veel vaker bij het overgangsmoment lager zijn geadviseerd. Als we leerlingen nu de kans geven om op te stromen in de eerste paar jaar op de middelbare school, besparen we sommigen deze onnodige, lange weg.”

“Als een leerling stapelt betekent het niet altijd dat het advies in groep 8 te laag was. Sommigen hebben meer tijd nodig om tot bloei te komen.

“Ook onderadvisering an sich is een belangrijk probleem dat je niet vanzelf ziet aan de cijfers. Als er te hoog is geadviseerd dan zie je dat iemand slechte cijfers haalt, blijft zitten en uiteindelijk naar een ander niveau moet. Maar als iemand het makkelijk redt op de havo en allemaal hoge cijfers haalt, dan gaat die niet tussentijds naar het vwo. Onderadvisering is een belangrijk probleem als we het hebben over kansengelijkheid in het onderwijs. Het onderwijs heeft last van een glazen plafond van lage verwachtingen.”

“We weten dat sinds het schooladvies naar voren is geschoven de ongelijkheid in advisering enorm is toegenomen. Natuurlijk wil je het advies niet van één toets af laten hangen. Een kind kan ziek zijn, stress hebben of er is wat gebeurd in de familie. Maar wat doe je als een kind hoger scoort op de eindtoets dan het advies van de leraar? Een op de drie scholen zegt dat het schooladvies niet wordt herzien. Dan gaat het over professionele eer: wie mag bepalen waar een leerling heen gaat? Terwijl het moet gaan over de pedagogische opdracht: wat past het beste bij een leerling?”

“En we weten ook dat kinderen wier ouders de taal niet spreken of niet gestudeerd hebben, vaker worden ondergeadviseerd. Uit goede bedoelingen, omdat docenten verwachten dat zij niet de hulp kunnen krijgen die ze nodig hebben. Maar het maakt voor een ondergeadviseerde leerling niet uit dat de leraar een goede bedoeling heeft. Het effect is uiteindelijk hetzelfde. En stel dat het waar is dat het moeilijk is om het vwo te volgen als ouders niet kunnen ondersteunen, dan moeten we ons afvragen waarom het voorwaardelijk is dat ouders je kunnen steunen. En ervoor zorgen dat iedereen die het kan en wil naar het vwo kan, en niet alleen de kinderen die hulp krijgen van hun ouders.”

Kansgelijkheid, kansenongelijkheid, er wordt al lang over gesproken en u heeft zelf ook meerdere boeken geschreven die raken aan dit thema. Wat moet er gebeuren?

“In het onderwijs behandelen we leerlingen dag in dag uit ongelijk, juist om optimaal aan te sluiten bij hun mogelijkheden en behoeften. Dat is terecht en past bij de pedagogische opdracht van het onderwijs. Maar bij gelijke prestaties moeten we gelijk behandelen, ongeacht afkomst of thuissituatie. Dat klinkt simpel, maar nu worden er leerlingen ongelijk geadviseerd en geplaatst naar gelang hun achtergrondkenmerken. Dat is discriminatie en uitsluiting. Daarmee zet ik niet individuele leraren neer als een racist en ik zeg ook niet dat leraren bewust leerlingen in hun groei willen tegenhouden.”

“Ik ben ervan overtuigd dat mensen die in het onderwijs werken kinderen willen helpen om tot bloei te komen. Maar waarom hebben we zo’n cruciaal moment in de schoolloopbaan van kinderen niet gestandaardiseerd? Nu hang het af van de school, de regio en leraar welk advies een kind krijgt. We moeten het proces helemaal standaardiseren. Als we het hebben over een selectief moment, dan moeten we gelijk behandelen bij gelijke prestaties.”

Louise Elffers: Onderwijs maakt het verschil, Walburg Pers, €22,50. Het boek wordt 16 mei gepresenteerd in Pakhuis de Zwijger.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden