PlusInterview

Ondernemer Hans Duijf: ‘Ik was wel een beetje een playboy’

Wat ondernemer Hans Duijf (72) ook probeert: of het mislukt volledig of het wordt een doorslaand succes. Zo is zijn restaurant Pasta e Basta al 25 jaar een begrip in de stad, de zaak waar inmiddels 1,5 miljoen bezoekers de zingende obers en zwaaiende servetten zagen. ‘Ik creëer graag kippenvelmomenten, daar ben ik goed in.’

Beeld Marie Wanders

Het leven van Hans Duijf is, net zoals dat van veel andere Amsterdammers, sinds de uitbraak van corona bijna volledig tot stilstand gekomen. Met als verschil dat het leven van Duijf voor die tijd een stuk meeslepender was dan dat van de gemiddelde stadgenoot. Zo’n beetje om de week het vliegtuig in, op naar een nieuw avontuur, soms om iets te verdienen, of om ergens iets bijzonders mee te maken.

Duijf is niet anders gewend. Sinds zijn geboorte op een plantage in India reist hij de wereld over. Dat kwam allemaal tot stilstand door de pandemie. Het liet hem kennismaken met een nieuwe, eenvoudige kant van het leven, zegt hij met nauwelijks verholen zelfspot. “De hulp kon al die tijd niet komen, dus ik heb voor het eerst in m’n leven zelf gestofzuigd en een overhemd gestreken.” Hij vertelt het in de tuin van zijn woning aan de Prinsengracht, een loft van 200 vierkante meter in een grachtenpand van de familie Fentener van Vlissingen. “Dat de keuken van Pasta e Basta gesloten was hielp ook, van thuis eten val je af zeg!”

Inmiddels is het restaurant weer open en stabiliseert het gewicht van Duijf zich. Vrienden en vaste gasten weten het: als Hans in Amsterdam is, is de kans het grootst dat je hem treft in het souterrain aan de Nieuwe Spiegelstraat waar het restaurant is gevestigd, aan de kopse kant van de bar, lepelend in een bord pasta bolognese met een glas pinot grigio.

Voor een goed verhaal of een nieuwe kennismaking schuift hij graag even aan bij gasten, op die manier ontmoette hij zijn vriendin Suzanne Spock in de zaak. “Maar ik ga ook altijd weer weg. Ik heb een hekel aan kroegbazen die hun gasten de hele avond lastigvallen.”

Bent u blij dat u geen eigenaar meer bent, nu de pandemie de horeca zo hard geraakt heeft?

“Ik ben meteen naar ze toe gegaan, die zondagavond, toen bekend werd dat alle restaurants dicht moesten. In 2017 heb ik de zaak in Amsterdam overgedaan aan een van de zingende serveersters, Jolijn Middelhoff, en haar partner Carsten Klint. Zij maken hierdoor een valse start. Het is ongelofelijk moeilijk voor hen, zo is er net een hagelnieuwe geluidsinstallatie in de zaak geplaatst, maar ik weet zeker dat het restaurant hier goed uit gaat komen.”

U wilde een laagdrempelig restaurant, geen fine dining, met een snelle doorloop. Dat lijkt onmogelijk in een tijd waarin 1,5 meter de norm is?

“We deden altijd duizend eters per week, in twee shifts op één avond. Altijd volle bak, ongekend in Amsterdam. Ze maken er nu het beste van. Geheel in de geest van hoe ik het ooit bedacht heb, door er een experience van te maken. Zangers als Berget Lewis en Danny de Munk treden op, tijdens een coronaproof diner. Wel voor minder gasten, maar dat is tijdelijk. Zodra het vaccin er is mogen ze weer.”

Middelhoff komt het dichtst in de buurt van een dochter voor de kinderloos gebleven Duijf. De Alkmaarse conservatorium-studente begon in 2009 als zingende bediende. Ze werd al snel bedrijfsleider. “Hans zocht iemand die hem kon ontzorgen, dat ben ik geworden,” aldus Middelhoff.

Met haar en de andere zangeressen, die Duijf als de Pasta Diva’s promoot, reisde hij de wereld over. Naar luxe resorts in het Caribisch gebied, tot het Plaza Hotel in New York, voor het Peter Stuyvesant Ball, waar de Pasta Diva’s steevast het volkslied zingen. Niet omdat zij de beste zangeressen ter wereld zijn, maar omdat het gezellig wordt als Duijf zich met de feestelijkheden bemoeit.

Een paar dagen later lopen ze gewoon weer in het keldertje met het lage plafond, zigzaggend langs de operamemorabilia, met borden pasta.

Beeld Marie Wanders

“We zitten, vol, helemaal vol vol vol, sorry sorry!” Met die tekst liet Duijf zijn personeel in de eerste maand na de opening in 1995 de meeste reserveringen afpoeieren. Niets trekt immers zo veel belangstelling als een schaars goed, wist Duijf uit eigen ervaring, na talloze handeltjes, van waterbedden tot vleugels. “Ik wil de drempel laag houden voor mensen, maar de druk op de drempel moet zeer groot zijn. Soms liep de rij helemaal tot aan de Keizersgracht. Iedereen die daar langs fietste wilde vanaf dat moment natuurlijk ook een keer komen eten.” Mariah Carey, Jerry Springer, Johan Cruijff, George Benson, de zaak had ster-allure.

Pasta e Basta betekent zoiets als, alleen pasta en daarmee klaar. Wat bedoelde u daarmee?

“Al in 1995 vond ik die grote lappen vlees in het hoofdgerecht niet kunnen. In die tijd serveerden de meeste zaken nog de bourgondische keuken, met rijk eten en uitgebreide menu’s. Ik wilde Italiaans, simpel en licht eten, maar dan zonder hoofdgerechten. Er zit tegenwoordig wel scharrelvlees in de voorgerechten en de pasta’s, maar een typisch italiaans gerecht als ossobuco gaat mij al te ver. Als jongen moest ik voor een Haagse slagerij werken en dan zag je verschrikkelijke dingen, dat wilde ik niet.”

Waar komt het idee voor Pasta e Basta vandaan?

“Ik zag het voor het eerst in Oostenrijk. Wein, Weib und Gesang, Oostenrijkse Weinstuben met dames in kledendracht die zingen en goed eten serveren. Het kan alleen als je goede vrouwen, zoals Jolijn, om je heen verzamelt.”

Hebben horecaondernemers niet ook graag vrouwen in dienst, omdat ze denken dat gasten het prettig vinden om door een leuke vrouw bediend te worden?

“Zeker. Maar ik heb het altijd om de vrouwelijke kwaliteiten gedaan, die anders zijn dan die van de man. Vooral in de bediening zijn mannen te hanig, vrouwen zijn efficiënter. Het heeft trouwens ook een andere oorzaak. Er is een tekort aan tenors en baritons, terwijl we sopranen zat kunnen krijgen. Daar zijn er nu eenmaal meer van, ik kan er niks aan doen.”

Zijn die rolopvattingen, en die benamingen, nog van deze tijd?

“Natuurlijk niet. Dat is sterk aan het veranderen, maar dat was in die tijd wel zo. Nu hebben we ook uitstekende mannelijke bedrijfsleiders. Wein, Weib und Gesang kun je ook niet meer zeggen, dat klopt. Het is goed dat dit verandert, en nog veel meer. Het zou best kunnen zijn dat we over tien jaar niet meer naar de Wallen gaan, omdat het er niet meer is. We kijken toch ook niet meer naar openbare executies?”

Hendrik Dirk Duijf werd in 1947 geboren in de Indiaase stad Dabra, gelegen in het toenmalige vorstendom Gwalior in het noorden van land. Afkomstig uit een geslacht van zeevaarders met wortels op West-Terschelling, vertrok vader D.H. Duijf met een graad in de tropische landbouw in de jaren dertig naar Indonesië om fortuin te maken in de suiker.

Op Java stond de suikerriet van Duijf senior zo hoog, dat het de aandacht trok van de maharadja Scandia die op expeditie was met als doel om het toen populaire gewas naar zijn landerijen in India te halen. Duijf waagde de sprong, de jonge dertiger vertrok met zijn vrouw, tien Chinese arbeiders en een fabriek in onderdelen naar India om het kunstje daar te herhalen.

Hendrik Dirk (Hans) Duijf
20 november 1947, Gwalior, India

1960-1968 Hbs-b Sint-Maartenscollege, Voorburg
1968-1970 Nyenrode
1970-1971 University of Hartford
1971-1973 UvA Psychologie
1973-1977 Reisleider Holland International in Oostenrijk
1977- 1991 Oprichting pianowinkel Cristofori
1981 Aanvang Prinsengrachtconcerten
1985-1994 Verhuur historische salonboten vanuit haventje Hilton hotel
1993-1995 Virgin Megastores adviseur Richard Branson
1995-2017 Eigenaar Pasta e Basta
2010 Eerste Spiegel Concert op de Keizersgracht
2011 Ereteken van Verdienste uit handen van burgemeester Eberhard van der Laan
2017 Verkoop van Pasta e Basta Amsterdam

Hans Duijf woont met vriendin Suzanne Spock in Amsterdam.

Hans Duijf, zijn broer, wijlen kunstenaar Robert Duijf en twee zusjes groeiden op op kostscholen over de hele wereld. De zomervakanties werden doorgebracht in de statige planterswoning in Gwalior. Op familiefoto’s is te zien hoe de kinderen in de tuin spelen met jonge panters, of rondplassen tussen de olifanten in een nabijgelegen riviertje. Duijf ging naar een katholieke kostschool verder naar het noorden, tegen de Himalaya aan, waar ook de kinderen van de Indiase adellijke elite zaten.

Het onbezorgde leventje houdt in één klap op als vader Duijf in 1956 onverwachts overlijdt. Halsoverkop verhuist het gezin naar Nederland. “Het was precies tijdens de Suezcrisis, dus toen we bij het kanaal aankwamen moesten we terug, en helemaal om Afrika heen naar Rotterdam. De reis duurde een paar weken langer,” herinnert Duijf zich. “Het enige positieve was dat het ervoor zorgde dat we als kinderen van het gezin weer herenigd werden, want mijn zusjes zaten toen op kostscholen in Nederland.”

De start in Voorburg, vlakbij de familie van zijn moeder, is moeilijk. “Wij waren een leven gewend met bedienden, ik hoefde geen deur achter me dicht te doen en mijn moeder kon nog geen ei bakken. Dat was een enorme verandering, er werd in die tijd veel patat gehaald.”

In Voorburg begint de liefde voor muziek. Op school vormt hij een band – The Sensations, Duijf speelt gitaar – en begint ook het gesjacher in de muziek dat later zo’n grote vlucht zou nemen. Duijf ziet dat het maar een paar honderd gulden kost om destijds beroemde popgroepen zoals Sandy Coast en Tee-Set te boeken. Niet veel later zit Duijf in de leerlingenraad en staan de populaire artiesten op het schoolfeest van het Sint-Maartenscollege.

Daarna volgen een tijd op Nyenrode, in de klas bij Ron Brandsteder, en een bachelors business administration in de Verenigde Staten.

U had nogal een mondaine jeugd, waarom bent u niet in de Verenigde Staten neergestreken?

“Ik was eind jaren zestig een poosje terug in Nederland en al mijn vrienden uit Voorburg en Nyenrode woonden in huizen in Amsterdam, hartstikke gezellig. Op campus in de States mocht natuurlijk helemaal niks, maar in die tijd kon alles hier. Toen bedacht ik dat ik nog geen psychologie had gestudeerd, en besloot ik dat aan de UvA te gaan doen. Het was een excuusstudie.”

Waarom heeft u die ook niet afgemaakt?

“Omdat de UvA zo verschrikkelijk links was dat ik het er niet uithield. Ik was vanuit Amerika een handeltje in waterbedden begonnen. Iedereen wilde die dingen hier hebben, en daar kon ik ze betaalbaar inkopen, dus van de winst kocht ik een hele mooie Mercedes waarmee ik naar de colleges reed. Dat was vlek op vlek, want ik kwam al uit de Verenigde Staten, hartstikke verdacht natuurlijk omdat toen de Vietnamoorlog woedde. Later hoorde ik dat de roddel op de faculteit was dat ik voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst spioneerde!”

In 1978 duikt u voor het eerst op in de krant, Het Vrije Volk, als dealer van antieke vleugels en piano’s. Nogal wat anders dan waterbedden?

“Ik werkte voor reisbureau Holland International en reed veel met groepen naar Oostenrijk. Ik moest weleens een vleugel regelen en kwam er achter dat heel veel Oostenrijkers van die dingen af wilden, soms voor slechts duizend schilling. Die bracht ik in het begin met een aanhangwagentje naar Nederland, waar ik ze voor soms wel vier- tot vijfduizend gulden kon verkopen. Er was nog geen internet, die markten waren nog niet aan elkaar verknoopt. Wie vraag en aanbod doorkreeg, kon goed geld verdienen. Met Cristofori heb ik mijn eerste miljoen verdiend.”

Hans Duijf (links) met zijn vader.Beeld Privé foto

Pianowinkel Cristofori is het volgende avontuur van Duijf, een speciaalzaak voor de import en restauratie van vleugels en piano’s, die hij halverwege de jaren zeventig met een zakenpartner opricht. De winkel vestigt zich in een groot pand aan de Prinsengracht, waar de deur al snel plat wordt gelopen door internationale musici die willen oefenen op een rustige plek als zij Amsterdam aandoen. Vladimir Horowitz en Jaap van Zweden zijn er regelmatig, wereldsterren zoals Ana-Maria Vera en de Turkse Güher Pekinel vallen voor de charmes van de dan jonge maar zelfverzekerde Duijf. “Ik was wel een beetje een playboy. Maar altijd monogaam, met beiden heb ik netjes samengewoond.”

Welke invloed hebben zij op u gehad?

“Door hen heb ik de klassieke muziek echt leren kennen. En dat bracht me weer verder in het leven, want de muziek werd een gedeelde passie met de overbuurman van Cristofori aan de Prinsengracht, Theo Inniger, directeur van het Pulitzer Hotel. We bedachten dat we een concert op een ponton in de gracht konden doen, en hij zou de catering regelen. Zo is het Prinsengrachtconcert in 1981 begonnen. Op de dag zelf ging het trouwens bijna mis, de concertvleugel die op de ponton moest komen, liet het transportbedrijf vallen op een auto. Die Volvo was total loss, de vleugel werd die avond gewoon bespeeld door Barbara Nissman. Alle kranten mee gehaald, heel Nederland wist in één klap wat het Prinsengrachtconcert was.”

Het is kenmerkend voor de loopbaan van Duijf, de saillante verhalen waarmee hij omringd wordt en die veel pers trekken. Media raken al decennia niet uitgepraat over de belevenissen van Duijf, er is áltijd wat aan de hand.

Na een zakelijk conflict verliest Duijf de controle over Christofori. Geen slecht moment, want eind jaren tachtig is de vleugel niet zo’n statussymbool meer en neemt de belangstelling af. Duijf is op dat moment eigenaar van een kleine vloot historische salonboten, die hij opkoopt uit boedels in Friesland en in Amsterdam verhuurt vanuit het haventje achter het Hilton. Ook daar gaat Duijf uiteindelijk met ruzie weg. “Ik was de eerste in Amsterdam die er mee begon, het was een groot succes.”

Er lijkt op een zeker moment altijd gedoe te zijn rond uw zakelijke activiteiten. Hoe komt dat?

“Ik houd er niet van om ad fundum door te gaan met dingen, en ik vertrouw de mensen om mij heen nogal snel. Dat gaat weleens mis. Ik spring nu eenmaal graag van de duikplank, maar pas als ik in de lucht hang kijk ik waar ik neerkom en of er wel water in het zwembad staat.”

Middelhoff herinnert zich een optreden op een hete zomeravond op 14 juli, de Franse nationale feestdag, in Zuid-Frankrijk op een chic privéfeest in de tuin van een hotel. Duijf liet een rij wijnglazen vullen met verschillende hoeveelheden water zodat een toonladder ontstond, door met een vinger over de rand van het glas te wrijven. De Diva’s moesten All You Need Is Love van The Beatles instuderen. Duijf opende het concert door met zijn vingers La Marseillaise te spelen op die wijnglazen, zo vals als een kraai, want het water was al een beetje verdampt. Dat waren tegelijk ook de eerste maten van All You Need Is Love. Het publiek stond op de stoelen nog voor het concert goed en wel begonnen was. “Hans wil de sfeer nu eenmaal bepalen en verbeteren, als hij een idee heeft kun je er maar beter in meegaan, hoe vaag het ook klinkt.”

Beeld Marie Wanders

Duijf werkt begin jaren negentig een tijdje voor het muzieklabel Virgin Records, om het bedrijf te helpen bij de selectie van een assortiment klassieke muziek, als hij in contact komt met Jan Mol, vader van investeerder Michiel Mol. Die heeft een leeg, vrij donker pandje met een laag plafond aan de Nieuwe Spiegelstraat beschikbaar waarvoor hij geen huurder kan vinden. Duijf heeft al eens eerder huurders aangedragen bij Mol, maar ruikt nu zelf een kans.

“Ik miste de horeca, dat deden we ook al in de zalen van Cristofori, en heb het huurcontract overgenomen. Pas toen ben ik een concept gaan schrijven. Simpel eten, maar veel te beleven. Overal valt iets te zien, het voorgerecht wordt opgeschept uit een piano, er lopen goochelaars door de zaak, en dat leuke meisje dat bedient blijkt ook nog een gouden keel te hebben! Waauwh.”

De naam en het eten moeten simpel zijn, maar tegelijkertijd is het een theatraal, bijna tuttig restaurant. Is dat geen paradox?

“Ja natuurlijk, maar dit heb ik bedacht vanuit het idee om een ervaring te geven met veel afleiding tijdens het eten. Je moet mensen verrassen, ik vind het dus ook niet slim dat ze tegenwoordig aangekondigen dat er gezongen wordt. Die verrassing is juist zo belangrijk bij de beleving. Daarbij: alle details moeten kloppen. Zo hebben we een tijdje geëxperimenteerd met een ventilatiesysteem, waarmee we de geur van koffie toevoegden aan de lucht, zodat mensen niet te lang zouden dubben over de vraag of ze dat zouden bestellen. ‘Aah lekker, koffie!’ snoven ze dan ineens allemaal tegelijk, hahaha!”

Is alles hetzelfde gebleven in 25 jaar?

“Nee, al vrij snel na de opening hebben we het repertoire aangepakt. Het begon met alleen opera en aria’s, maar later kwam daar ook lichte muziek bij, zoals jazz en soms een beetje pop. Niet in de laatste plaats omdat de echte operadiva’s wel graag wilden zingen, maar weinig belangstelling hadden om daarnaast ook eten te serveren.”

De ploeg medewerkers van het restaurant heeft sindsdien beroemde sterren voortgebracht. Operazangeres Eva-Maria Westbroek is de bekendste, maar ook bij de talentenjachten op televisie zoals Idols (David Gonçalvez) en The Voice (Guus Mulder) kwamen zingende obers uit Pasta ver. “Ze zingen op een avond nu wel iets minder dan in het begin, want er werd te weinig wijn besteld.”

Hans Duijf heeft intussen minder geluk. De zaak in Amsterdam loopt goed, maar een avontuur in Rotterdam op de Kop van Zuid, waar hij een gigantische vestiging van Pasta e Basta opent, trekt niet genoeg belangstelling en moet in 2012 sluiten. Ook een dependance van Pasta e Basta aan het Spui gaat uiteindelijk weer dicht vanwege een conflict met de huurbaas.

U heeft Pasta e Basta bedacht, specifiek voor dat keldertje waar het nu zit. Werkt die formule elders wel?

“Jazeker, maar ik heb er nog geen tijd voor gehad. We hebben de naam recent internationaal laten deponeren en het plan is om er de wereld mee over te gaan.”

Wat is er in die 25 jaar aan Amsterdam veranderd?

“De stad vaart een verkeerde koers. Er wordt geen keuze gemaakt, bijvoorbeeld voor de rijkere toerist, de boomer, de yup, met bijbehorende marketing. Het zwalkt alle kanten op en dat vinden heel veel ondernemers vervelend. Het gemak waarmee bezoekers alle regels aan hun laars lappen in Amsterdam is ronduit slecht. De Wallen moeten een functie hebben, ze zijn niet geschikt om er alleen naar te kijken. Ook naar het idee om toeristen te weren uit coffeeshops mag best serieus gekeken worden.”

Maar uw restaurant mikte juist op de massa, zoveel mogelijk mensen op een avond? Heeft u niet enorm geprofiteerd van die drukte?

“Dat is waar, maar in het begin waren er vooral veel dagjesmensen uit Brabant en Limburg, pas later zijn dat de toeristen geworden. Ik heb de stad ook veel teruggegeven en zou, nu ik meer tijd heb, ook meer voor Amsterdam willen doen. De hoogste trede uit de piramide van Maslow, de zelfverwerkelijking, heb ik nog niet bereikt. Ik zou het bestuur graag helpen.”

Wat is de rode draad geweest in uw loopbaan?

“Dienstbaar zijn en mensen geluk brengen. Ik zie mezelf als de tuinman van het leven, ik geniet als alles om mij heen groeit en bloeit, en als de mensen en dieren om mij heen floreren. Ik creëer graag kippenvelmomenten, daar ben ik goed in.”

Op uw Facebookpagina doet u zich tien jaar jonger voor, dan de 72 jaar die u eigenlijk bent. Vindt u het moeilijk om oud te worden?

“Dat doe ik omdat ik er moe van werd dat ik altijd moest uitleggen waarom ik er zo jong uit zie. Het is chronologisch gezien heel oud, maar ook dit is weer een leuke tijd. Ik heb geen auto’s meer, geen boot, ik huur dit huis. Mijn dierbaarste bezit zijn mijn vriendin, onze drie katten en mijn herinneringen. Die draag ik mee de nieuwe fase in. Maar het was een mooi en hobbelig ritje so far.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden