PlusInterviews

Omgaan met racisme: ‘Ik weet gewoon niet wat ik moet doen’

Beeld Marit Goossens

‘Het was maar een grapje’ – ook in tijden van Black Lives Matter is dit vaak een vergoelijking van racistische opmerkingen. Hoe ga je ermee om? Ieder heeft een eigen strategie, blijkt uit onderzoek. ‘Ik zou willen zeggen dat het me pijn doet, maar ik ben bang voor wat er komt.’

Melissa Opti (23)

Student aan de Nederlandse Filmacademie

“Vroeger lachte ik racistische grapjes ­altijd weg. Ik had het wel door, maar deed er niets mee. De laatste tijd zeg ik juist wel iets terug. Ik was laatst in Amersfoort met vrienden, allemaal van kleur, en we werden keihard aangekeken. En dan bedoel ik meerdere keren, gewoon in de stad, zonder schaamte. Als ik een groepje witte mensen ons zie aanstaren alsof we dieren zijn, kijk ik terug en vraag ik: ‘Is er iets aan de hand?’ Dan kijken ze snel weg of mompelen ze wat.

“Als kind denk je snel dat je de enige bent die er last van heeft, en dat je raar doet. Maar met de hele Black Lives Matter-beweging tegenwoordig zie ik ook dat er een gesprek op gang komt. Daardoor durf ik mijn mond nu meer open te trekken. Wel deel ik vrijwel elke ervaring met mijn moeder, bij wie ik alles kwijt kan, of mijn vrienden, die heel dicht bij me staan. Je moet het kwijt bij mensen die je begrijpen en die het misschien zelf ook meemaken. Alleen dan voel je die kracht en voel je dat je er niet alleen voor staat. Het is een soort nazorg.

Melissa Opti (23).Beeld Lin Woldendorp

“Ik vind micro-agressie op straat met vreemdelingen het minst eng. Als je binnen je familie of vriendenkring iets racistisch hoort, is het spannender. Zo maakte een vriendin van me afgelopen zomer de opmerking dat ik me moest insmeren omdat ik ‘verkleurde’: ik werd ‘te donker’. Dat hoor ik wel vaker, maar bij mensen van kleur gebeurt het nu eenmaal vaak dat je armen door de zon donkerder zijn dan je gezicht. Toen ze dat zei, dacht ik: dat vind ik niet chill. Maar wat doe je daar dan mee? Ik heb me toch uitgesproken en ze was heel begripvol.

“Ik vraag me bij elke opmerking wel af of ik het waard vind om m’n mond open te trekken. Soms hebben mensen nog niet de juiste tools of het vocabulaire om iets te begrijpen, of is het volledig nieuw voor ze. Ik heb al vanaf mijn zestiende boeken gelezen en filmpjes gekeken om te weten hoe ik het gesprek over racisme aan moet gaan. Iemand die het er nu voor het eerst over heeft, snapt misschien niet meteen hoe het moet. Aan de andere kant heb je mensen die ‘blank’ blijven zeggen, ook al corrigeer je ze twintig keer en zeg je dat het ‘wit’ is. Als het niet tot je doordringt, ga ik je op een gegeven moment niet meer corrigeren.” 

Roos Ferrero (26)

Student theaterwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam

“De eerste keer dat ik met racisme te maken kreeg, was ik acht. Ik had het niet eens door. Ik was ergens in Brabant, toen een paar jongens naar me toe kwamen en vroegen ‘hé bruintje, is je moeder thuis?’. Toen wees ik naar mijn moeder, die wit is, en toen wisten ze niets meer te zeggen.

“Regelmatig maak ik mee dat witte jongens het niet kunnen laten om naar mijn huidskleur te refereren. Dan zeggen ze bijvoorbeeld: ‘Voor een neger heb je een kleine kont’, of ‘je bent goed in bed zoals ik al verwachtte’. Die laatste hoorde ik zelfs toen ik pas zestien was. Het liefst zou ik aangeven dat dit soort opmerkingen kwetsend en niet oké zijn, maar ik verstijf eigenlijk altijd als ik zoiets hoor. Ik vind dat superstom van mezelf, want elke keer vind ik dat ik iets moet zeggen, maar ik weet gewoon niet wat ik moet doen. Ik heb weleens gehoord dat ik blijkbaar dan heel angstig ga kijken.

Roos Ferrero (26).Beeld Lin Woldendorp

“Het erge is: ik ben best wel bang voor de witte man. Laatst kwam er ook een onbekende man op me af toen ik op de tram stond te wachten op het Rembrandtplein, die me vroeg ‘wat ik was’. Als iemand zich al zo geprivilegieerd voelt om zoiets te zeggen, zonder na te denken wat dat bij iemand teweeg kan brengen, ben ik bang dat diegene nog heftigere dingen kan en gaat zeggen. Als je onbewust al iemand zo kan kwetsen, hoeveel verder kan je dan nog gaan?

“Ik kan het vaak wel met mijn vrienden hierover hebben. Ik heb andere mensen wel eens verteld dat vreemden vaak aan mijn haar willen zitten en me vaak vragen ‘wat ik ben’, zoals die man bij de tram. Soms zeggen mensen dan: ‘Dat is toch positief? Alleen maar een extra vraag om te beantwoorden!’ Dan begrijpen ze dat niet. En ik zou dan willen zeggen dat het me pijn doet, maar ik ben bang voor wat er dan komt, zoals reacties dat ik me aanstel. Dus moet ik maar sterker worden.”

Kevin Groen (36)

Gedragsveranderingscoach en spoken word-artiest 

“Mijn eerste prioriteit als ik met racisme te maken krijg, is self-care. Daarmee bedoel ik dat ik even stilsta bij de vraag: wat heb ik nu nodig in deze situatie? Het gaat dan niet om de agressor, maar het gaat om mezelf.

“In het verleden zijn er wel situaties ­geweest waar ik lichamelijk uit weg wilde. Toen ik eens een meerdaagse workshop gaf, samen met een andere trainer die een witte vrouw was, ben ik meermaals door een deelnemer aangesproken en beschreven als ‘spleetoog’. De andere trainer zei er niets over. Ik wilde naar huis, ik had er geen zin meer in. Maar het was een betaalde opdracht, voor een klant van de andere trainer. Op dat moment besloot ik er niets van te zeggen, omdat ik het risico te groot vond dat dit mogelijk negatief zou uitpakken voor mijn collega en haar band met de klant.

“Eerder die ochtend vond een ander incident plaats: ik vroeg naar de sleutels voor de ruimte waarin ik de seminar gaf, maar kreeg ze niet. Toen mijn witte collega een halfuur later om diezelfde sleutels vroeg, kreeg zij ze meteen. Ik vroeg meteen waarom en werd afgewimpeld met een of andere procedurele drogreden.

Kevin Groen (36).Beeld Lin Woldendorp

“In deze situatie durfde ik er wel meteen op in te spelen. Bij de man die me ‘spleetoog’ noemde was dat anders, omdat het racisme in die situatie veel directer en agressiever was. Ik moet op zo’n moment altijd even nadenken wat ik wil, omdat dit soort situaties kan escaleren.

“Mijn ervaringen met racisme verwerk ik vooral door te schrijven. Ik gebruik mijn sociale media om verhalen en gedichten over deze ervaringen te delen, zodat ­andere mensen erover kunnen leren. Ik onderwijs mensen en in ruil daarvoor krijg ik veel steun en begrip. Ik haal er op die manier positieve energie uit.

“Sommige racistische uitingen of opmerkingen worden onbewust geuit, dus vind ik het belangrijk om in gesprek te blijven. Maar ik maak wel altijd een inschatting hoe bereid die andere persoon is om te leren van mijn terugkoppeling. Laatst kwam er een witte man op me af na een performance, die zei: ‘Ik heb genoten van je performance, maar…’ En dat bleef zo doorgaan, met telkens die ‘maar’. Dan weet je dat hij niet bereid is om te leren.”

Vermijden uit zelfvertrouwen of uit onmacht

Onderzoeker Jurriaan Omlo (40) was net klaar met zijn boek Verzetten, vermijden of veranderen? toen de protesten na de dood van George Floyd uitbraken. Het maakte zijn boek, over de manier waarop Nederlanders van kleur omgaan met discriminatie en racisme, relevanter dan ooit.

Hoe is het idee voor uw onderzoek ontstaan?

Jurriaan Omlo: “Er is in Nederland veel onderzoek gedaan naar cijfers en trends rondom discriminatie en racisme, maar weinig naar hoe mensen daarmee omgaan. Ik denk dat er niet altijd begrip is voor wat discriminatie met mensen doet – dat wordt vaak onderschat. Om dat zichtbaar te maken, heb je diepgaande verhalen nodig, waarin mensen kunnen uitleggen wat het met hen deed. Dat is niet te vangen in een enquête met korte vragen.”

Hoe verhoudt u zich als witte Nederlander tot uw respondenten?

“Ik hou me al twintig jaar bezig met onderzoek naar discriminatie, het is voor mij geen modeverschijnsel. Het is belangrijk dat je probeert te begrijpen wat de ander zegt en die ander de ruimte geeft om zijn verhaal te doen. Als je dat inlevingsvermogen hebt, denk ik dat het niet nodig is dat je dezelfde ervaringen hebt. Anders zou ik alleen maar mensen kunnen begrijpen die identiek aan mijzelf zijn.”

Welke strategie passen Nederlanders van kleur het meeste toe bij ervaringen van ­discriminatie?

“De meeste mensen reageren vermijdend. Dat vond ik opvallend. Je kunt vermijden uit onmacht – omdat je het gevoel hebt dat het je overvalt of niet weet wat je moet zeggen – maar ook vanuit zelfvertrouwen, omdat je je niet wilt verlagen tot de persoon die jou discrimineert. Vermijden heeft in eerste instantie vaak een negatieve connotatie, alsof het zwak is, maar het kan soms veel opleveren om niet te reageren. Toch hebben mensen daar achteraf vaak spijt van. Ze hadden dan bijvoorbeeld toch iets willen zeggen, onder meer omdat je anders discriminatie in stand houdt.”

Is het mogelijk die ‘copingstrategie’, zoals u het noemt, te veran­deren?

“Ja, zeker. Voor het ministerie van Sociale Zaken heb ik ooit onderzoek gedaan naar een training om jongeren op het mbo te ondersteunen in hun omgang met discriminatie. Het bleek te helpen om hen met elkaar, of met vrienden en familie, te laten praten over hun ervaringen en tips te laten uitwisselen. Zelfs met een acteur oefenen hielp. Zo zie je welke strategieën er zijn. Dat is ook wat ik met mijn boek voor ogen heb: mensen een ‘taal’ geven om actief aan de slag te gaan met de manier waarop je op discriminatie reageert en ze laten weten wat de mogelijkheden zijn.”

Onderzoeker Jurriaan Omlo (40).

Veranderen mensen gedurende hun leven van strategie?

“Je ziet dat mensen gedurende hun leven verschillende morele carrières doormaken. De een reageert heel verbindend, lief en aardig, tot ie op een gegeven moment zo teleurgesteld is dat ie altijd de confrontatie aangaat. Je hebt ook mensen die in de puberfase heel confronterend reageren, maar gaandeweg een verbindende strategie toepassen. Dat wordt meestal bepaald door levenservaringen en persoonlijke keuzes die mensen maken.”

Wellicht speelt de veranderende tijdgeest ook een rol.

“Alle interviews die ik voor mijn boek hield, zijn vóór de Black Lives Matter-protesten van dit jaar gehouden, dat moet gezegd. Maar in het voorwoord refereren we ook aan het interview met hockeyinternational Terrance Pieters in de Volkskrant, afgelopen juni, die zegt dat de huidige beweging tegen racisme hem de kracht en steun heeft gegeven om nu zijn verhaal te doen. Ik zie inderdaad op sociale media en tv veel meer mensen ineens naar buiten treden. De vraag is wel: is het een tijdelijke ontwikkeling of houdt dit stand?”

Bestaat er een beste strategie om met discriminatie en racisme om te gaan?

“In feite niet. De een wil geen negatieve energie in zijn leven, de ander wil de samenleving veranderen. Het gaat om weten wat je wilt bereiken en wat bij je past. Ook kan het per situatie verschillen hoe je reageert: veel mensen willen het toch graag pedagogisch verantwoord aanpakken als hun jongere broertje of zusje erbij zit, bijvoorbeeld.

“In de Nederlandse cultuur bestaat wel enige consensus over een verbindende strategie: er wordt verwacht dat mensen kalm en niet te emotioneel reageren. Daardoor ervaren mensen dat ze belachelijk worden gemaakt of ‘zich niet moeten aanstellen’ als ze discriminatie wel scherp benoemen of bepaalde emoties tonen. ‘Het is maar een grapje,’ hoor je dan. Of verbinden voor iedereen ook altijd de beste strategie is, is maar zeer de vraag.”

Van wie hoopt u dat ze uw boek zullen lezen?

“Ik ben wetenschapper, dus alles wat ik opschrijf wil ik wetenschappelijk onderbouwen, maar tegelijkertijd wil ik het boek levendig maken voor een zo breed mogelijk publiek door middel van citaten en voorbeelden. Ik hoop daarin een middenweg te hebben gevonden. Verder hoop ik dat ik voor mensen die discriminatie en stigmatisering meemaken níét de onderzoeker ben die ze wel even vertelt hoe ze ermee om moeten gaan. Ik wil ze juist verhalen van anderen laten zien ter inspiratie. En ik wil de grijze massa bereiken, de omstanders, om meer inzicht te geven in wat Nederlanders van kleur meemaken en waarom ze reageren zoals ze doen.

“Ik hoop bovendien dat de politiek een breder anti-discriminatie­beleid ­ontwikkelt. Zolang discriminatie bestaat, moet je ook iets doen aan het ondersteunen van slachtoffers. Het is heel apart: bij trauma’s door rampen of verkeersongelukken zijn we er als de kippen bij om slachtoffers te ondersteunen, ­terwijl dat bij discriminatie niet in de hoofden van beleidsmakers lijkt op te komen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden