PlusReportage

Oerhobby: ‘Op de midwinterhoorn blaas ik alles van me af’

Albert de Gelder: ‘Ik ben geen katholiek, dus ik blaas het hele jaar.’Beeld Rink Hof

Albert de Gelder (62) raakte drie jaar geleden in de ban van de midwinterhoorn. Nu blaast hij ’s nachts alles van zich af in de duinen van Zandvoort. ‘Het helpt me in mijn hart te komen.’

Zodra de schemering intreedt, gaat Albert de Gelder op pad. Soms dribbelt zijn poolhond mee, soms is hij helemaal alleen in het doodstille bos van de Zandvoortse duinen. Zacht kraken de takjes onder zijn schoenen. Hij loopt totdat de laatste wandelaars uit het zicht verdwenen zijn en hij de dennenstammen nauwelijks nog kan onderscheiden in de duisternis. Het is in die volledige eenzaamheid dat hij het liefst speelt op zijn berkenhouten midwinterhoorn. ‘Mooie tonen maken’ noemt hij het.

Drie jaar geleden hoorde De Gelder in het oosten van het land voor het eerst iemand spelen op een midwinterhoorn. “Ik vond het zo mooi dat ik niet anders kon dan op het geluid af lopen. Vervolgens ben ik me erin gaan verdiepen. Al snel kocht ik een handgemaakte hoorn in Ootmarsum. Thuis ben ik gaan oefenen. In het begin kreeg ik er geen geluid uit, maar langzaam ging het beter. Je doet ­alles met de spierspanning van je lippen. Hierdoor kun je alleen natuurtonen zoals de c, e of g voortbrengen.”

De Gelder toont twee houten mondstukken. Het oer-mondstuk, de zogeheten happe, is een pijpje met een gat erin. Zelf maakte De Gelder er een tweede mondstuk bij, waarmee hij ook zachtere, timide klanken kan maken. “Afhankelijk van hoe geoefend je bent, kun je er met dit mondstuk zeven tot acht verschillende tonen uit krijgen. Met het oermondstuk zijn dat er slechts drie.”

Kilometers ver

Hij laat de hoorn rusten op het mos, buigt zijn hoofd en brengt opnieuw enkele lage, weemoedige tonen ten gehore. “Dit is een oerinstrument. Meer dan een stuk hout heb je niet. Het brengt me terug naar iets van mezelf, helpt me in mijn hart te komen. Er komt een rust over me als ik speel,” legt hij uit.

Saai is het nooit, want de tonen klinken volgens De ­Gelder steeds weer anders. “Bij mistig weer komen ze ­bijvoorbeeld heel mooi terug. Soms slaan ze ook dood op de bosjes. Ik hoop nog steeds op sneeuw. Als er sneeuw valt, blijf ik de hele nacht weg. Hondje mee, eindeloos lopen en tonen ­maken. Prachtig lijkt me dat.”

Als hij de midwinterhoorn zijwaarts vasthoudt, is het ­geluid harder en draagt het kilometers ver, soms tot in Bloemendaal. Maar dat vermijdt De Gelder liever. “Ik doe dit voor mezelf, niet om de aandacht te trekken.”

Natuurlijk valt hij desondanks wel op als hij met het ­houten gevaarte door het kustdorp wandelt. De Zandvoorters weten inmiddels allemaal van zijn nieuwe hobby. ­“Regelmatig krijg ik positieve reacties van mensen die me toch gehoord hebben. Vanuit de verte klinkt het mooier. Het geluid verwatert dan een beetje.”

Soms blijft een groepje herten of Schotse Hooglanders om hem heen staan luisteren. “Ik heb ook weleens een vos gezien die op het geluid afkwam.”

‘Als mijn hoorn thuis op het bureau ligt, is het net of hij me aankijkt en vraagt: zie je me soms niet? En dan ga ik de ­duinen in.’Beeld Rink Hof

Een keer stond een meisje van vier jaar aan de hand van haar moeder stil. Ze keek hoe De Gelder op de hoorn blies en legde haar oor tegen het ongepolijste hout. “‘Mama, ik hoor de hoorn,’ fluisterde ze. Het meisje bleek doof te zijn. Haar moeder vertelde me dat ze nooit eerder iets had ­gehoord en was ontroerd. Mooier kan de dag dan niet meer worden.”

Maar er zijn ook mensen die hem vertellen dat ze de ­tonen een beetje naargeestig vinden. “Vroeger was de hoorn bedoeld om bange of sombere gevoelens te beïnvloeden. Die kon je letterlijk van je afblazen en daarmee het licht brengen.”

Zelf speelt hij niet om angsten te bezweren. “Ik ben nooit bang, ook niet als ik in het donker door de duinen wandel.” Hij lacht. “Wat kan me gebeuren?”

“Zo hé, wat een grote hasjpijp! Niet in één keer op roken, hoor!” roept een man met een hond als hij De Gelder ­passeert.

“Het is maar net wat je referentiekader is!” antwoordt De Gelder opgeruimd. “Een peniskoker noemen ze het ook wel, maar voor mij is het gewoon een natuurhoorn.”

Steunend op de hoorn stapt hij door. Hij gebruikt het ­instrument ook als wandelstok. “Kan hij best hebben. Het is ruig hout. Ik heb er ook geen beschermende hoes erom. Welnee! De natuur moet er juist op inwerken.”

Toestemming

Officieel mag de midwinterhoorn alleen vanaf de eerste zondag van advent tot 6 januari, Driekoningen, worden bespeeld. Daar houdt De Gelder zich niet aan. “Ik ben geen katholiek, dus blaas het hele jaar. Bij de gemeente heb ik toestemming gevraagd, maar dat bleek helemaal niet ­nodig. Ik mag overal spelen wanneer ik maar wil.”

Dat doet De Gelder meerdere keren per week. “Als mijn hoorn thuis op het bureau ligt, is het net of hij me aankijkt en vraagt: zie je me soms niet? En dan ga ik de ­duinen in.”

Tot nu toe is hij de eerste midwinterhoornblazer in ­Zandvoort, maar daar komt verandering in. Inmiddels is ook een andere Zandvoorter geïnteresseerd. “Hij is het nu aan het leren. Volgend jaar kunnen we vanaf verschillende plekken tonen maken en van grote ­afstand op elkaar reageren. Dat vind ik leuk, want van oudsher werd de natuurhoorn ook gebruikt om boodschappen aan elkaar door te geven. Ze communiceerden ermee van boerderij naar boerderij, bijvoorbeeld om te melden dat de veldwachter eraan kwam.”

Aan wedstrijden, zoals die in het oosten van het land worden georganiseerd, moet De Gelder echter niet denken. “Tientallen mensen die staan te blazen en een enorme herrie maken. Niks voor mij. Wel vind ik het leuk als anderen geïnspireerd raken door de hoorn en beseffen dat dit oeroude instrument al honderden jaren wordt ­gebruikt.”

De Gelder beperkt zich niet alleen tot de duinen van Zandvoort, maar zoekt ook andere stille plekken op, zoals de Boschplaat op Terschelling. “Midden in de nacht bracht ik onder de sterrenhemel mijn tonen voort. Geweldig was dat! Ook in de Alpen heb ik gespeeld. Een oud baasje uit een boerderij hoorde me. Hij haalde een alpenhoorn uit zijn schuur en ging meedoen.”

Laatst zocht hij in het schemerdonker de pier van IJmuiden op. De golven beukten tegen de basaltblokken. De ­Gelder blies en blies, maar de zee was hem te machtig en slokte de tonen volledig op.

Vanavond probeert hij het nog eens op het Zandvoortse strand. De Gelder zet zich schrap en blaast. Zijn hoofd ­gedienstig gebogen. Haarscherpe tonen schallen over het verlaten strand. De zee is mild dit keer.

Midwinterhoornblazen

Het geluid van de midwinterhoorn duidt op de nadering van het kerstfeest, maar ook op de terugkomst van het licht door het lengen van de dagen. Omstreeks 850 werd al op de midwinterhoorn geblazen. De oudste vermelding voor Nederland stamt uit 1815. In 1949 werd voor het eerst in georganiseerd verband op de midwinterhoorn geblazen in Twente. De blazers in Twente zijn verenigd in de Stichting Midwinterhoornblazen Twenthe, de Veluwse en Achterhoekse midwinterhoornblazers in de Federatie van Gelderse Midwinterhoorngroepen.

Vijf jaar geleden kreeg het midwinterhoornblazen, dat vooral in Oost-Nederland wordt gedaan, de status van immaterieel cultureel erfgoed. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden