Brouwerij Oedipus.

Plus Reportage

Oedipus: van thuisbrouwen naar samenwerken met gigant Heineken

Brouwerij Oedipus. Beeld Lin Woldendorp

Acht jaar geleden begon een groep vrienden met het brouwen van Oedipusbier in de keuken. Nu heeft Heineken een belang in de brouwerij genomen. ‘Zo kunnen we onze dromen waarmaken.’

Ze wilden een herkenbare naam die niets met bier te maken had. Wat vonden ze nu het allerbelangrijkste in het leven, vroegen de vrienden zich af, in aanloop naar het Halloweenfeest waar ze hun eerste thuisgebrouwen bier zouden presenteren.

Ergens bovenaan in het ranglijstje met de belangrijke zaken: hun moeders.

Dankzij die brainstorm denkt de Amsterdamse cafébezoeker bij de naam Oedipus tegenwoordig niet meteen aan het personage uit de Griekse mythologie, die bij zijn moeder vier kinderen verwekte. En ook niet aan het gelijknamige complex dat grondlegger van de psychoanalyse Sigmund Freud eind negentiende eeuw beschreef.

Nee, bij Oedipus begint – staand aan de bar – de twijfel. Bestel je een pale ale met de aroma van citrus en lychee, een tripel op basis van Thaise kruiden of toch een sour pale ale met mangosmaak?

Voortgestuwd door de veelvuldig bejubelde bierrevolutie die zich het afgelopen decennium in de stad – en ver daarbuiten – heeft afgespeeld, is bierbrouwerij Oedipus snel gegroeid. Recht omhoog: jaar op jaar verdubbelde de productie.

Aan het Gedempt Hamerkanaal in Noord heeft de brouwer sinds 2015 een eigen productiehal, met daarbij een kleine taproom waar bieren als Mama, ThaiThai en Polyamorie worden getapt. Door de eclectische, kleurrijke inrichting is het alsof je een uitstapje maakt naar de wereld die op de fantasierijke labels van de bierflesjes wordt geschetst.

De brouwerij van Oedipus Beeld Lin Woldendorp

“Voor mij voelde Oedipus in het begin als een soort onderwaterwereld, waarin een saai product als bier tot leven kwam door de smaken, ingrediënten en gekke dingen. Een wereld vol verwarring, waarin niet alles rechtlijnig en duidelijk is,” zegt Oedipusdirecteur Tristan Spits (37). “Het is niet die masculiene bierwereld, maar een wereld van kwetsbaarheid waarin mannen van hun moeders mogen houden.” Spits zit aan een grote blauwe tafel boven in de loods, met drie van de vier oprichters van het bedrijf: Rick Nelson (33), Sander Nederveen (37) en Paul Brouwer (33). Alleen medeoprichter Alex Mager (34) ontbreekt.

Achter in de ruimte staan grote roestvrijstalen brouwketels, bij de bar met twaalf tapkranen wordt het steeds drukker. Het is de vrijdagmiddag van de week waarin de kleine brouwerij een grote stap bekendmaakte: Heineken heeft een belang in het bedrijf genomen.

“Het leek zo ver van ons af, zo’n grote brouwerij die zich vooral op pils richt. En dat terwijl dat precies was waar wij met Oedipus verandering in wilden brengen. Meer smaken, meer diverse stijlen,” zegt Sander Nederveen, die zich sinds de eerste pompoenbieren (“niet zo heel lekker”) tot hoofdbrouwer heeft ontwikkeld. “Ik heb nooit gedacht dat er een overlap met Heineken kon zijn, maar dat is er natuurlijk wel: zij maken gewoon bier en dat doen wij ook.”

Paul Brouwer (zwart shirt) en Sander Nederveen (geel shirt) op het Kimchi Nuit Blanche festival op de Wallen, 2012. Beeld Privéarchief

Spits: “Natuurlijk hadden we negatieve reacties verwacht. Mensen zien ons op een bepaalde manier en kunnen dat niet met Heineken rijmen. Maar een deel van de biercommunity neemt het ook weer voor ons op. Die begrijpen dat we een nieuwe fase ingaan, om zo onze dromen waar te kunnen maken.”

Nederveen: “We hebben er heel goed over nagedacht, veel gesprekken over gehad en nu nemen we die stap. Dan maakt het niet heel veel uit wat men ervan vindt: wij zijn bezig met een missie.”

Belgische bierstijlen

Die missie begon tien jaar geleden in het Amerikaanse biercafé BeerTemple op de Nieuwezijds Voorburgwal. Nelson werkte er, Brouwer ook, en omdat ‘ie toch al elke dag aan de bar zat’ kreeg ook Nederveen er een baan. In het café kwamen ze in aanraking met de gigantische diversiteit van de Amerikaanse craft beers.

Nederveen: “De Nederlandse markt was nog totaal anders op dat moment. Hier domineerden de Belgische brouwerijen en hun bierstijlen, met de bekende etiketten die ofwel over abdijen gaan of over andere authentieke verhalen.”

Nelson: “De smaken in BeerTemple waren totaal anders, de manier van presenteren ook. De namen, de labels. Het was echt: wow, zo kan het dus ook.”

­­­­­­­­Sander Nederveen in zijn keuken, waar de vrienden elke donderdag ongeveer 25 liter bier brouwden. Beeld Privéarchief

Los van elkaar hadden ze alle drie al een tijd het idee om thuis zelf bier te gaan brouwen. Het was Gerrit Rietveld Academie-student Nelson die, liggend in bed, besefte dat ze haast moesten maken. “Opeens wist ik het: we moeten het nu doen, anders zijn we te laat. Het was echt een soort epifanie. Ik zag ook echt dingen voor me, met labels vormgegeven door kunstenaars.”

Zo liepen de vrienden in de zomer van 2011 met een brouwketel naar het huis van Brouwer op de Brouwersgracht om bier te gaan brouwen. “Ik weet nog goed,” zegt Brouwer (die tegenwoordig sales doet), “dat we langs Papeneiland liepen, echt zo’n café waar iedereen pils zat te tanken. Iemand riep: gaan jullie soms xtc maken? Ik dacht: als ze hier ooit iets anders dan pils gaan drinken, zijn we geslaagd.”

Oedipus drinken ze nog niet bij Papeneiland. Wel de ipa’s van ’t IJ, de brouwerij waar de Belgische brouwerij Duvel Moortgat vier jaar geleden al een belang in nam.

“Natuurlijk, het pad is bewandeld door vele andere brouwerijen: van thuisbrouwen, naar huurbrouwen, naar eigen brewpub, naar productiebrouwen, naar een partnership met een groter bedrijf,” zegt Brouwer. “Wij zagen de kansen, maar het was in die fase behoorlijk misplaatst om te zeggen: dat gaan wij ook zo doen.”

En toch deden ze dat precies zo.

Vlammen

De keuken bij Sander Nederveen thuis bleek de fijnste plek om te werken, en daar werden in het eerste jaar zeker honderd brouwsels gemaakt. Die verkochten ze op markten, braderieën en festivals. Zo belde Rick Nelson op een dag Alex Mager, die ook vaak aan de bar van BeerTemple zat: ging hij mee om stiekem bier proberen te slijten bij de Rollende Keukens in het Westerpark? Sindsdien doet Mager, met Brouwers, de sales.

Van alle brouwsels was Mannenliefde, een saison met citroengras en szechuan pepers, het meest geslaagd. In 2012 besloten ze zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel en Mannenliefde op grotere schaal te brouwen: eerst eens 500 liter, gemaakt in de ketels van brouwerij de Molen in Bodegraven. Van de opbrengst werden nieuwe brouwsels gemaakt. Steeds meer, steeds gevarieerder.

De vriendengroep. Met de klok mee vanaf links; Rick Nelson, Alex Mager, Tristan Spits, Paul Brouwer en Sander Nederveen. Beeld Lin Woldendorp

Brouwer: “We verkochten het vooral op festivals. Zelf tappen en direct aan consumenten uitleggen. Op die festivals kwamen we ook veel horecaondernemers tegen, die onze eerste horecaklanten werden. Zo breidden we ons netwerk snel uit.”

Nelson: “We waren ook alle vier net klaar met studeren. We konden vlammen. We hadden weinig nodig en konden 200 procent geven.”

Nederveen: “Met zijn vieren, vol gas. Alleen maar bier, bier, bier…”

Nelson: “We hadden nog geen kinderen, geen koophuizen, alleen maar een enorme vrijheid.

Spits: “Dat hebben we ons later wel gerealiseerd. Dat alles net op het juiste moment gebeurde. Ook de tegenslagen.”

Totale chaos

Zoals de brewpub bij het Westerdok, bijvoorbeeld, waarvoor met een crowd­fundingscampagne binnen anderhalve maand een ton werd opgehaald. Het was op het moment dat Spits erbij kwam.

Spits: “Ik zag die campagne voorbijkomen en die raakte me. Ik had hiervoor een zonne-energiebedrijf dat ik net had verkocht, dus ik had mijn handen vrij. Zonder al te veel na te denken, heb ik een mailtje gestuurd, hebben we koffie gedronken en zo hebben wij elkaar leren kennen.”

Paul Chianese in de brouwerij in Noord. Beeld Lin Woldendorp

Nelson: “We waren eigenlijk met zijn vieren heel hard aan het rennen, we hadden veel vertrouwen in elkaar dat we goed bezig waren, maar wisten bij god niet meer van elkaar wie wat deed.”

Nederveen: “We gingen steeds meer bier verkopen, maar deden alles nog zelf. Van brouwen tot verkopen.”

Spits: “Ik trof, vanuit mijn oogpunt, totale chaos aan. Maar het ging ook als een speer. Dat was mooi om te zien: de energie van een bedrijf dat succes heeft, bieren die aanslaan en mensen die het begrijpen.”

Alleen de brewpub bij het Westerdok: die ging niet door. De vergunningen waren rond, het bestemmingsplan was gewijzigd en de aannemer had al groen licht gekregen. Maar op de eerste werkdag van Spits meldde de verhuurder zich: er was een fout gemaakt, de splitsingsakte van de vve stond horeca helemaal niet toe.

Spits: “Iedereen was in totale shock, maar het was een blessing in disguise. In dat jaar had de realiteit ons ingehaald. De afzet was veel en veel groter geworden.

Nederveen: “Toen beseften we: misschien moeten we niet een brewpub willen, maar een productieachtige locatie.”

En zo kwam Oedipus in 2015 terecht op de huidige locatie in Noord. Daar waar op vrijdagmiddag de taproom volstaat met bierdrinkende gasten, wordt op een woensdagochtend overal in de loods hard gewerkt door medewerkers van Oedipus: inmiddels 35.

Pallets volgestapeld met kleurrijke dozen vol flesjes, onder andere bedoeld voor de supermarkten waar Oedipus verkrijgbaar is, vullen de ruimte.

Nathan Swulinski in de brouwerij in Noord. Beeld Lin Woldendorp

Acht bieren van Oedipus worden tegenwoordig het hele jaar door geleverd. Tegelijkertijd blijven ze, net zoals in het begin, continu nieuwe brouwsels maken. Zo is onlangs de Wild Microbe Ale gelanceerd, een limited edition lichtzure pale ale gemaakt met gist gevangen in Artis.

Bij de roestvrijstalen ketels wordt een nieuwe batch ThaiThai gebrouwen, een kruidige tripel, sinds 2013. Het geluid van de pneumatische cilinders van het bottelsysteem klinkt en een sterke geur van hop en mout dringt zich op, terwijl de vijf mannen van Oedipus poseren voor de foto – ook Alex Mager is er nu bij.

“Mijn ambitie was zoiets als dit neer­zetten,” zegt Mager. “Maar ook nadat we hier waren neergestreken, bleef het doorgaan. Het bedrijf is steeds gestroomlijnder geworden, de kwaliteit gaat nog steeds omhoog. Maar die beginfase, waar je met je vrienden aan het ondernemen bent en het elke dag een verrassing is wat er ge­beurt, die is wel voorbij.”

Spits: “Een jaar geleden hadden we het gevoel dat we weer vooruit konden kijken. En toen zijn we gaan dromen over wat we verder willen doen.”

Eigen stadsboerderij

Dat is het uitbreiden van wat ze de ‘Oedipus Galaxy’ noemen: een wereld waar bier, eten, muziek, cultuur en natuur bij elkaar komen. Die toekomst ligt niet bij de loods aan het Gedempt Hamerkanaal, waar ze binnen een paar jaar moeten plaatsmaken voor een woonwijk langs het IJ.

De zoektocht is begonnen naar een eigen stadsboerderij, een toekomstbestendige plek waar het bier kan worden gebrouwen met ingrediënten die ze zelf verbouwen. Daarnaast moet in de stad een ‘kleurrijke bar’ én een brewclub komen: een eigen cultuur- en muziekpodium.

Nederveen: “Bij de farm buiten de stad gaat het over het bier maken en de verbinding met de landbouw en de ingrediënten. De club moet het creatieve hart van Oedipus worden: er moet kunnen worden gedanst, gegeten en gedronken.”

De vriendengroep in maart 2014. Boven: Alex Mager, Sander Nederveen (staand), Paul Brouwer en Rick Nelson (onder). Beeld Privéarchief

Spits: “Het past bij het idee dat we willen overbrengen: bier is niet alleen wat in het glas zit, er zit een hele wereld omheen. We willen nog meer doen met natuur, nog meer met muziek en cultuur. Die plannen hadden we ook met zijn vijven kunnen realiseren, maar dan had het ons twintig jaar gekost. En we can’t wait.”

Daarvoor hebben ze steun van Heineken nodig, dat via Oedipus inzicht krijgt in een deel van de markt dat ze zelf maar moeilijk bereikt. Het eerste contact verliep via Willem van Waesberghe, de hoofdbrouwer van Heineken. “Hij kwam hier een keer spreken,” zegt Spits. “Dat was een superinspirerende meeting of minds, tussen de hoofdbrouwer van een van de grootste brouwers ter wereld en jonge bierenthousiastelingen. Zo hebben we elkaar langzaam leren kennen, en dat is uitgedraaid op een volledige samenwerking.”

Chillen in een camper

Hoeveel Heineken investeert in Oedipus willen ze niet zeggen. Wel benadrukken ze dat Heineken een minderheidsaandeel heeft: Oedipus blijft volledig autonoom werken aan het merk en de bieren.

Autonoom, maar wel zonder twee van de vier oprichters: Rick Nelson en Alex Mager stappen eruit. Mager: “Ik ben gisteren bij een camper wezen kijken, dus ik ga nu eerst even chillen. De afgelopen acht jaar waren de meeste leerzame en bijzondere die ik heb meegemaakt. Maar met alle plannen moet je je nu 110 procent gaan inzetten, terwijl ik net een gezinnetje heb en terug wil naar 80 procent. Dit is een goed moment voor mij om eruit te gaan.”

Nelson: “Ik ben al sinds vorig jaar niet meer betrokken bij de day-to-day-dingen, daar werd ik niet meer zo warm van. Ik merkte dat ik vooral andere dingen wil maken. Toen we in de hoogtijdagen hier aan het knallen waren, zagen we elkaar ook niet echt als vrienden soms: daar was geen tijd voor. Het is fijn dat dat straks ook weer wat meer kan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden