PlusInterview

Non én advocaat: ‘Ik loop op de Zuidas met een houten kruis om’

Isabella Wijnberg: ‘Ik loop daar op de Zuidas met een houten kruis om mijn nek.’ Beeld Dingena Mol
Isabella Wijnberg: ‘Ik loop daar op de Zuidas met een houten kruis om mijn nek.’Beeld Dingena Mol

Isabella Wijnberg (36) trouwde dit jaar met God. Daarnaast werkt ze fulltime als advocaat op de Zuidas. Of dat elkaar bijt? ‘In een gewoon huwelijk heb je ook tijd om er nog wat naast te doen.’

Er was stress. Stress op de afdeling van Houthoff, het advocatenkantoor waar Albert Knigge managing partner van is, en stress bij hem thuis. “Ik denk,” zegt Knigge, “dat Isabella dat voelde. Dus op een ochtend kwam ze mijn kamer binnen, en zei ze: zullen we bidden? Toen hebben we samen zitten bidden.”

Heel gebruikelijk is het niet, samen bidden op advocaten- en notarissenkantoor Houthoff, met ruim driehonderd juristen een van de grootste van de Zuidas. Normaal gesproken draait het hier vooral om ingewikkelde juridische procedures, om grote zaken voor internationale bedrijven. Niet om religie.

“Ik had die ochtend al voor hem gebeden,” zegt Isabella Wijnberg, advocaat die bedrijven bijstaat in civiele procedures. “Toen fietste ik naar kantoor, en toen – het is een beetje lastig om te formuleren, want het is niet alsof je een stem hoort, je kunt het niet opnemen – maar toen klonk ­duidelijk: heel goed dat je voor hem bidt, maar bid toch vooral mét hem. Ik dacht: Heer, ben je nou helemaal gek geworden? Maar terwijl ik door de gangen van kantoor liep, herinnerde ik me de Bijbeltekst: je hebt niet de geest van angst gekregen, maar van de vrijheid van de kinderen van God. Dus dacht ik: waar maak ik me druk over? Als hij niet wil, zegt ie nee. Toen ben ik zijn kantoor binnengestormd.”

Elke avond naar de mis

Isabella Wijnberg is sinds tien jaar advocaat bij Houthoff en gespecialiseerd in massaschadeclaims, waarbij groepen gedupeerden een zaak aanspannen tegen een bedrijf. En Wijnberg is, zoveel kunnen we veilig stellen, de enige non op de ­Zuidas.

Ze woont in de pastorie van De Papegaai, een oude schuilkerk midden in de Kalverstraat, tegenover een lingeriewinkel en de McDonald’s. Om half zeven begint ze de dag met gebed in de pastorie, en na een snel ontbijt volgt om zeven uur het tweede gebed in de kerk. Eigen stille tijd, noemt ze het. “Gewoon, bij God zijn. Soms neem ik de lezing van die dag om me te laten inspireren, soms hoef ik niks. Het is net als bij iemand op wie je verliefd bent: je hoeft niet altijd iets te zeggen.”

Daarna vertrekt ze, toen het nog kon althans, naar de Zuidas. Nu schuift ze in de pastorie achter haar computer, de arbo-vriendelijke bureaustoel heeft ze van Houthoff gekregen. En elke avond gaat ze naar de mis in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. “Dat is mijn hoogtepunt van de dag. Hier ontmoet ik Christus. Daar gooi ik ook alles wat ik die dag heb gedaan en beleefd op het altaar neer: Heer, doe er maar wat moois mee en maak het vruchtbaar.”

Niet gelovig opgevoed

Dat ze non is, toegewijd noemt ze het zelf, is niet te missen. Ze draagt elke dag dezelfde outfit: een witte blouse, eventueel een wit jasje, een donkerblauwe rok tot over de knie en een ketting met een houten kruis om de nek. Collega’s beginnen er vaak over, cliënten ook. “De vragen komen vanzelf. Maar we beginnen altijd gewoon eerst met de zaak. Ik kom niet binnen met de mede­deling: welkom voor al je vragen over class actions en geloof!”

Isabella Wijnberg in de voormalige schuilkerk De Papegaai: ‘Ik vond de katholieke kerk een totaal achterhaald concept.’ Beeld Dingena Mol
Isabella Wijnberg in de voormalige schuilkerk De Papegaai: ‘Ik vond de katholieke kerk een totaal achterhaald concept.’Beeld Dingena Mol

Wat haar kantoorgenoten willen weten? Vooral: hoe je bij een keuze voor het celibaat komt. En waarom iemand die toch niet heel dom overkomt, voor het geloof zou gaan. “Oké, dat zeggen ze niet letterlijk, maar daar komt het wel op neer.”

Wijnberg is niet gelovig opgevoed. Ze vroeg zich als kind wel altijd af of er niet meer was tussen hemel en aarde, maar het duurde tot ze een jaar of 16 was voor ze voor het eerst met het katholicisme in ­aanraking kwam.

Ze was als vierdeklasser op uitwisseling naar het plaatsje Rieti, dat vooral beroemd is vanwege het gegeven dat het het geografisch centrum is van Italië. “Mijn tienerbrein dacht: alle Italianen zijn katholiek, katholieken zijn christenen, christenen gaan op zondag naar de kerk. Dus zei ik tegen mijn gastgezin: natúúrlijk ga ik met jullie mee naar de kerk, geen enkel probleem, ik pas me aan. En mijn gastgezin wilde zich niet laten kennen.”

Dus zaten ze daar in een kerkje in Rieti, en hoorde ze over Franciscus van Assisi, een jonge jongen die geld had, in de smaak viel bij vrouwen, alles had wat hij kon wensen en het allemaal opgaf om zich aan God toe te wijden – de basis van de franciscaner kloosterorde waar Wijnberg eeuwen later kennis mee maakte. “Ik zag jonge broeders die er helemaal niet gek uitzagen. Terwijl ik tot dat moment dacht: wie op jonge leeftijd het klooster in wil, is rijp voor het gesticht. Ik vond de katholieke kerk een totaal achterhaald concept.”

Terug in Nederland ging ze verder op onderzoek uit en kwam ze terecht bij de Gemeenschap Emmanuel, een jonge stroming binnen het katholicisme. De priester gaf Wijnberg, inmiddels een jaar of 18, een dik boek, en zei: ga dat maar eens lezen. “Ik was supereigenwijs en begon overal dikke strepen te zetten: niet-mee-eens! Ik ging er met gestrekt been in. Maar na een tijdje smolt het verzet, en merkte ik dat het geloof goed in elkaar zat. En, misschien nog wel belangrijker: er gebeurde iets in mij, in mijn hart, tijdens het gebed en de mis. Ik kan het niet rationeel verklaren, maar het was wel heel gaaf, en in die zin ook heel reëel.”

Het celibaat

Haar ouders volgden het proces met argusogen. Hun dochter was opeens wel heel enthousiast, en die Gemeenschap Emmanuel, was dat geen enge sekte? Haar vader besloot de pastoor te ondervragen, haar moeder ging een keer mee naar een mis. “Mijn broers hebben vooral het internet afgestruind, en mijn zus, een psycholoog, heeft me aan een kruisverhoor onderworpen. Zo ging ieder vanuit zijn eigen perspectief op onderzoek uit.”

De Gemeenschap Emmanuel, legt Wijnberg uit, is een weg van heiligheid. Ieder lid groeit langzaam maar zeker in zijn of haar relatie met God. Door tijd met elkaar door te brengen, in gebed, maar ook binnen de gemeenschap – met weekends, gebedsgroepen en andere ontmoetingsmomenten. “Als het goed is, ben je er zo vol van dat het ook uitnodigend is voor anderen.”

Thuis in de pastorie. ‘Ik hoop dat de manier waarop ik in het leven sta iets aantrekkelijks heeft.’ Beeld Dingena Mol
Thuis in de pastorie. ‘Ik hoop dat de manier waarop ik in het leven sta iets aantrekkelijks heeft.’Beeld Dingena Mol

Dat ze zich als 19-jarige liet dopen, ­vonden haar ouders prima. Maar vooral haar moeder had in het begin moeite met wat jaren later kwam: de keuze voor het celibaat. “Ze was bezorgd, maar is me altijd blijven steunen. Nu is ze juist enorm trots. Ik denk dat ze heeft gezien dat de keuze voor het celibaat niet per se de keuze is voor eenzaamheid. Ik werk veel met kinderen en jongeren, er komen hier überhaupt veel mensen binnenvliegen. De vruchtbaarheid van je leven, dat hoeft niet over je eigen kinderen te gaan.”

Eén keer is ze stapelverliefd geweest, ze was een jaar of 24. Dat was het moment dat ze eens echt goed in gesprek ging met God. Hoe dat werkt? “Het begint eigenlijk heel rationeel: wat zijn de voor- en nadelen van een keuze, A, en het tegenovergestelde daarvan, niet-A. In dit geval onderzocht ik de voordelen van kiezen voor het celibaat, en daarna van niet-kiezen voor het celibaat. Tijdens het bidden probeer je je vervolgens helemaal in te leven hoe het zou zijn om voor A te gaan. Daar pak je, zeg, drie uur voor. En daarna kijk je: wat blijft er achter in mijn hart? Is dat onrust of vrede? En de volgende dag doe je hetzelfde, maar dan bij niet-A. Belangrijk daarbij is dat je wordt begeleid door een betrouwbaar, ervaren iemand met wie je kunt overleggen. Daarna kun je zeggen: Heer, ik heb gekozen, en laat het me maar zien als het niet de goede keuze is. Je houdt een vrije wil. Het is niet zo van: goh, je bent voor het verkeerde bakje gegaan, nu moet je de rest van je leven ongelukkig zijn. Het zijn altijd positieve keuzes.”

Grootmoeders ring

Zo heeft Wijnberg het celibaat uitgelegd aan haar kleine neefjes en nichtjes: alsof je je hart helemaal laat vullen met God, zodat het zo groot wordt dat iedereen erin past – in plaats van dat je het vult met alleen je man en je kinderen. Ze wilden het weten voor een spreekbeurt voor school, want hun tante ging trouwen met God.

Half oktober legde Wijnberg in de Sint-Janskathedraal in Den Bosch haar definitieve belofte af en werd ze, zo staat het in de liturgie, toegewijd in het celibaat omwille van het Koninkrijk in de Gemeenschap Emmanuel. Albert Knigge en collega Parisa Jahan waren erbij. “Het was net een ‘gewone’ bruiloft, heel mooi en feestelijk,” zegt Jahan.

Bij de verbintenis kreeg Wijnberg de ring die van haar grootmoeder is geweest. “Ze kreeg hem bij haar verloving in 1939, toen ze nog helemaal niet wist wat haar allemaal te wachten stond. Mijn groot-ouders zijn in de oorlog getrouwd. Deze ring heeft alle hoogte- en dieptepunten van een mensenleven meegemaakt, en die mocht ik nu ontvangen, als teken van de trouw van Christus.”

Een deel van haar salaris geeft Wijnberg weg aan christelijke goede doelen. Beeld Dingena Mol
Een deel van haar salaris geeft Wijnberg weg aan christelijke goede doelen.Beeld Dingena Mol

Dat was het moment dat ik kippenvel kreeg, zegt Jahan. Knigge: “Het was zo’n mooi, teer moment. Het is ook nogal een belofte die je doet.”

Daar in Den Bosch beloofde Wijnberg zich toe te wijden aan een ‘vreugdevol en steeds armer’ leven. Dat ze voor die gelegenheid een luxe Nespressoapparaat cadeau heeft gekregen van haar collega’s van kantoor, daar moet ze wel een beetje om lachen. Het is niet de bedoeling dat je je aan materiële zaken gaat hechten. Best een kans dat dat apparaat binnenkort belandt bij iemand die het harder nodig heeft. Een significant deel van haar salaris geeft ze weg aan christelijke goede doelen. Niet aan individuen, want dat vertroebelt de verhoudingen.

Vrijdagmiddagborrel

Dat ze een fulltimebaan heeft, als non, vindt ze doodnormaal. “In een gewoon huwelijk heb je ook tijd om er nog wat naast te doen.” Haar keuze voor Houthoff lag niet meteen voor de hand. Ze wilde rechter worden, maar de master die ze daarvoor wilde doen schreef een verplichte stage voor bij een van de grote ­kantoren. Daar had ze niet zo’n best beeld bij. Niet zo’n nette omgeving, dacht ze, en ze stelde haar collega’s vragen: wat zou je doen als je cliënt zich niet aan de regels hield, zou je liegen voor ze? “Maar het waren heel integere mensen. En die dynamiek, die snelle zaken, het paste juist heel goed bij me.”

De Bijbel, legt ze uit, is geen wetboek. “De Bijbel gaat over de betrokkenheid van God met de wereld. Eigenlijk één grote liefdesbrief. Terwijl het wetboek is geschreven om de maatschappij te reguleren. Die twee zijn niet met elkaar in tegenspraak. Zoals in de Bijbel staat: geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt, en aan God wat aan God toekomt. Het is niet tegen het christendom om zo min mogelijk belasting te willen betalen. Sommige mensen kunnen geroepen zijn om al hun geld direct weg te geven, maar het is niet zo dat elke christen dat moet. Als een individu van een bedrijf geld vraagt, hoef je echt niet meteen te zeggen: hier heb je een zak geld. Je moet eerst kijken of het klopt en daarna hoe je dat op een goede manier kunt oplossen.”

Eén ding is duidelijk: het is niet Isabella de non óf Isabella de advocaat. Ze is het altijd allebei. En ja, ze is erbij op de vrijdagmiddagborrel – toen die er nog waren. Ze drinkt, maar zal zich niet klem zuipen. En ze gaat mee met het skiweekend van haar kantoor. Alleen gaat zij dan wel even op zoek naar een fijne, lokale mis. Knigge is weleens met haar meegegaan. Zoals haar beide collega’s vertellen: ze brengt net iets anders mee. Al was het maar de simpele regel dat je nooit iets over iemand zegt wat je niet eerst tegen de persoon zelf hebt gezegd.

Kwetsbaar

“Ik stel me natuurlijk vrij kwetsbaar op, ik loop daar op de Zuidas met een houten kruis om mijn nek. Dus je krijgt vaak heel persoonlijke gesprekken. Soms beginnen die met het geloof, soms eindigen ze ermee.” Probeert ze dan anderen te bekeren? “Niet als vooropgezet plan. Maar ik ben er vol vuur over, het geloof is een van de beste dingen die me zijn overkomen. Dus ik hoop dat mijn leven, en de manier waarop ik in het leven sta, iets aantrekkelijks heeft. Niet per se omdat ik vind dat iedereen zou moeten zijn zoals ik, maar omdat ik het iedereen zou gunnen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden