Nieuwe wieg voor babymossel

In de Waddenzee zijn negen gebieden aangewezen, met een oppervlakte van in totaal 500 hectare, waar gewerkt wordt aan een alternatief voor de traditionele visserij op mosselzaad. Foto ANP

DEN HELDER - Mosselbedrijven vissen al sinds jaar en dag naar mosselzaad op natuurlijke banken in zee, maar het ziet ernaar uit dat dit in Nederland zijn langste tijd heeft gehad. Een vaartocht over de Waddenzee leert dat de ondernemers veel geld steken in een nieuwe methode om te komen tot mosselbroed: een methode die de bodem van de zee onberoerd laat en daarmee de natuur spaart.

De visserij op de natuurlijke banken wordt stapsgewijs afgebouwd, waardoor de zeebodem rust krijgt en natuurlijke mosselbanken en zeegrasvelden terugkeren. De mosselbedrijven zitten bij al dit natuurherstel niet stil. In de Waddenzee zijn negen gebieden aangewezen, met een oppervlakte van in totaal 500 hectare, waar gewerkt wordt aan een alternatief voor de traditionele visserij op mosselzaad, zeg maar de een tot twee centimeter grote babymossel die in 1000 dagen moet uitgroeien tot een mossel die geschikt is voor het etensbord.

Ronald de Vos, manager aquacultuur bij de Koninklijke Prins & Dingemans, mosselmannen sinds 1880, demonstreert zo'n 10 kilometer uit de kust van Texel hoe zijn onderneming dit aanpakt. Samen met TNO is geld gestoken in een systeem waarbij een kunststof gordijn met een lengte van honderd meter en een breedte van drie meter in zee wordt gehangen. De mosselzaadjes hechten zich aan het gordijn. Als ze een tot twee centimeter lang zijn is de tijd rijp om het gordijn met een speciaal daarvoor geconstrueerde boot op te halen en de babymosseltjes met machinale borsteltjes van het gordijn te schrapen. Van daaruit gaan de mosselen naar kweekpercelen voor verdere groei.

De gordijnen van Prins en Dingemans zijn te herkennen aan een meer dan honderd meter lange 'gordijnroe', die op het water rust. Elders in de Waddenzee verraden tonnetjes, vlotten, dobbers en andere constructies dat andere bedrijven het op een andere manier aanpakken. Het principe is steeds hetzelfde. Het mosselzaad hecht zich niet aan de bodem, maar aan netten of touwen.

Daarmee ziet het ernaar uit dat de mosselsector van de nood een deugd kan maken. Enkele jaren geleden stapten natuurbeschermers naar de rechter en werd de vangst van mosselzaad in de Waddenzee in feite verboden, doordat de door het ministerie van LNV verleende vangstvergunning werd vernietigd. Nadat de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee beëindigd werd, leek de mosselvisserij eenzelfde lot beschoren.

Natuurbeschermers en vissers werden het echter in 2008 eens over een nieuwe aanpak, waarbij de bodemvisserij plaats moet maken voor de zogeheten mosselzaadinvanginstallaties, die nu niet alleen in de Waddenzee, maar ook in de Oosterschelde zijn te vinden.

Beleidsadviseur Jan van Dijk van het ministerie van LNV zegt dat vorig jaar zo'n 8 miljoen kilo mosselzaad met de nieuwe installaties is gekweekt en hij denkt dat de opbrengst dit jaar zal uitkomen op 11 tot 14 miljoen kilo. Om alle bodemvisserij te vervangen, moet het uiteindelijk 40 miljoen kilo worden. Het ministerie hoopt dat dit in 2020 bereikt zal zijn, maar er wordt stapsgewijs naartoe gewerkt. Tussentijds wordt gekeken naar de gevolgen voor de natuur, maar ook naar het kweekrendement van de installaties. (ANP)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden