PlusInterview

Nieuwe roman van Henk Spaan: ‘Ed is een moderne Hendrik Groen’

Stappen tellen is de titel van de nieuwe roman van schrijver-columnist Henk Spaan (73). Over ouderdom, en hoe die ouderdom te bestrijden. ‘Ik wilde er levenslust in hebben.’

Henk Spaan. Beeld Jitske Schols
Henk Spaan.Beeld Jitske Schols

Hij komt gejaagd café-restaurant Polder binnengelopen. Oranje sneakers, grijze joggingbroek, zwart trainingsjack, verhit gezicht.

Henk Spaan. Iets verlaat, en vers van de fysiotherapeut om over zijn nieuwe roman te praten.

Hij bestelt een ‘echte cola, met suiker’.

“Wat er is gebeurd? Nou ja, een sukkelval.”

Van een oude man?

“Nee, niet eens. Dit had me ook kunnen overkomen op mijn twintigste. Gewoon ongelukkig gevallen. Ik ben aan mijn knie geopereerd, en daarna volgde de revalidatie. Die is nog niet voorbij. Ik word nu drie, vier keer per week goed onderhanden genomen.”

Gaat het de goede kant op?

Lachend: “Zag je niet hoe snel ik binnen kwam rennen?”

Het gaat de goede kant op.

“Het is ook nodig, al die behandelingen, want in het ­begin liep ik achter zo’n looprekje.”

Het schrikbeeld.

“Het voelde sneu, ik kan niets anders zeggen.”

Het voorland?

“Daar denk je dan wel aan, ja. En dat wil je niet, nee.”

Stappen tellen is zijn derde roman sinds hij in 2014 debuteerde als romancier met Oude vrienden. In 2017 volgde De binnentuin. Geen krullentrekkerij, dat is niet zijn stijl. Spaan vertelt vrij sec, met veel dialoog. Zoals hij het zelf ook wil lezen, niet voor niets valt de naam Hemingway.

Moderne Hendrik Groen

Stappen tellen is het verhaal van Eduard ‘Ed’ Wakker, een zeventigplusser die na de dood van zijn vrouw in een senio­renflat is gaan wonen. Eigenlijk tegen zijn wil, maar in het huis blijven wonen waar hij gelukkig was met zijn vrouw wil hij ook niet, bang dat hij dan verpietert.

“Mijn vrouw leeft.”

Pardon?

“Mijn vrouw leeft. De personages zijn door mij ingevuld. Dit is geen autobiografische roman.”

Oké.

Toch even de naam Hendrik Groen op tafel gegooid. Het romanpersonage op leeftijd dat zijn avonturen beleeft in een verzorgingstehuis. Heeft hij die boeken gelezen?

“Nee, maar mijn redacteur zei dat Ed een moderne Hendrik Groen was.”

Dat klopt. En dan tien jaar jonger, zelfstandig wonend, en zonder slapstick.

Stappen tellen ademt levendigheid, vitaliteit. Levenslust.

“Dat wilde ik erin hebben, omdat ik vind dat ouderdom niet inertie betekent of zo. Ik voel me ook niet zo, terwijl ik toch 73 ben. Ik wil weer fit worden.”

Vroeger zat je op je 73ste al vele jaren in het bejaardentehuis. Zoals Ed dus…

“Dat ben ik dus echt niet van plan. En het is geen tehuis, het is een seniorenflat. Ik voel me niet oud, maar ik weet dat ik als oud word beschouwd. Ik ken wel mensen die niet veel meer doen, die dan toch wel wat trager gaan leven. Ik krijg geregeld de vraag of ik nog wel werk. Gelukkig heb ik werk zat, want niets doen is niet iets wat ik ambieer. Je kunt beter in volle actie dood neervallen dan verpieteren.”

Henk Spaan is voetbalcolumnist in deze krant, maakt met Matthijs van Nieuwkerk en Hugo Borst zes keer per jaar een aflevering van het voetbaltijdschrift Hard gras en de Hard gras-podcast, en heeft alweer een idee voor een nieuw boek, over de revalidatie. Al weet hij nog niet of het fictie of non-fictie wordt. “Ik ga niet meer naar clubs, maar wel naar restaurants en naar cafés. Ed doet dat ook.”

Spaan laat Ed niet wegkwijnen, en hij vermijdt de kuil van het sentiment. “Je merkt wel dat hij eenzamer wordt, hij vermaakt zich goed door – ook tegen de verveling – in commissies te gaan zitten en wat zich daar ­afspeelt op de hak te nemen. Hij gaat nog met zijn nieuwe vriend Wally naar de kroeg. En hij vindt het heerlijk om mensen dwars te zitten die hem lastigvallen met zinloze mails.”

Dat is met sardonisch genoegen gedaan.

“Ik vind het raar dat als je met je auto naar de garage bent geweest om je winterbanden eronder te laten zetten, dat je dan een mail krijgt waarin de eerste vraag luidt: waarom bent u naar onze garage gekomen? Waanzin. Het gebeurt overal. Amazon. Ze willen nog net geen recensie van het boek dat je hebt gekocht. Ook als je ook ziet wat de VPRO je stuurt, dat is gewoon op het debiele af. Ed houdt zichzelf scherp door op die mail te reageren. Heerlijk om te schrijven, net als die commissievergaderingen.”

Bijvoorbeeld de ‘commissie Rituelen na het overlijden van een medebewoner’. “Nou… onwillekeurig sluipen er toch dingen van mij in het verhaal, al doe ik het niet ­expres. De manier waarop Ed tegen die commissie aankijkt, dat heb ik ook wel. Die flauwekul ervan…”

Mooi in Stappen tellen is het contrast dat Spaan heeft ­gebruikt. Delen in het nu worden afgewisseld met scènes in het Italiaanse dorp Castelpietro in 1984, waar Ed met een aantal landgenoten ’s zomers neerstrijkt. Het fictieve dorp is gebaseerd op het bestaande Preggio.

“Ik wilde al heel lang een verhaal schrijven over dat dorp in Umbrië, dat ik goed ken. Ik ben er vaak met mijn vrouw geweest. Prachtige plek. Daar moesten dus personages bij, en een plot. Tegenover de rust in de seniorenflat schets ik de contrasterende grenzeloosheid van het bestaan van toen Ed 35 was, en de verwikkelingen tussen die personages. Dat deel is meer autobiografisch, overigens.”

Wielrenner Nibali

Spaan beschrijft het leven en de sfeer in Castelpietro – het is gelukkig geen sentimentele terugblik – op zo’n manier dat je zin hebt om erheen te gaan. (Ondergetekende kwijlde bij de omschrijving van de broodjes porchetta.)

“We komen er niet meer. Het echte Italië, zoals wij dat ­beleefden in de jaren tachtig, vind je in mijn optiek nu ­alleen nog in het diepe zuiden, in Puglia bijvoorbeeld.”

Terug naar de seniorenflat in Amsterdam. “Meer dan verzet tegen de ouderdom gaat het in het boek om het verzet tegen de perceptie op de ouderdom. Kijk, die man leidt ­gewoon zijn leven en die heeft een beetje schijt aan alles. Hij zit er wel, want hij wilde weg van de plek waar zijn vrouw was overleden, dus dat snap ik wel. Hij zoekt wel zijn leeftijdsgenoten op, maar hij gedraagt zich niet zo.”

Mooi beeld in dat verband, aan het slot van de roman als er ook nog een geest uit het verleden opduikt, is dat Ed de Amsterdamsebrug op fietst. En zich inbeeldt dat hij de Italiaanse wielrenner Nibali is. “Ja, dan voelt hij dat hij leeft. Over een maand of twee zit ik weer op de fiets, en zoals Ed fiets ik ook, ik fiets gewoon hard. Niet dat ik in gedachten nog meedoe aan een koers, wat ik vroeger wel had. Dat is de concessie aan de ouderdom, dat heb ik losgelaten.”

Luchtledige

Nog even over dat vermijden van sentiment. Stappen tellen is, naast dat er veel te lachen valt – romans zonder ­humor zijn nooit goed – wel degelijk ook serieus.

“Die man heeft verdriet. Dat wilde ik ook laten zien. Hij mist zijn vrouw. Hij gaat er niet aan kapot maar heeft er wel veel last van. Ik denk dat het meer daarover gaat. Humor gebruik je dan als tegenwicht, anders wordt het te zwaar.”

Hij pielt wat met de rits van zijn trainingsjack.

Hoe ging dat nou precies, die val waarmee hij zijn knie blesseerde?

“Het was in ons huis in Frankrijk. Je hebt daar een trappetje, twee treden. Ik ging een regenjas pakken, want we zouden de volgende ochtend naar Nederland rijden. Die regenjas hing over mijn arm, en daardoor zag ik het eerste treetje niet en stapte ik in het luchtledige. De ambulance moest komen, en ik moest geopereerd.”

Goede ziekenhuizen daar?

“Heel goed. Echt heel goed. Typisch Nederlands om te denken: nou, ik zou me in Nederland laten opereren.”

Dat zeiden we toch niet?

“Nee, maar wel bijna. Ik wil niet meteen het woord racistisch gebruiken, maar Nederlanders kijken op alles wat een beetje zuidelijker is toch wat neer. Zoals Noord-Italianen neerkijken op het zuiden. Ik ben echt uitstekend ­behandeld in het ziekenhuis van Tulle.”

Is dat ook weer opgehelderd.

Nog één ding. In de roman valt de term decorumverlies. De angst daarvoor.

“Kijk, je moet wel het moment voor zijn dat je naar pis gaat ruiken, dat lijkt me niet fijn. Maar ik heb er nog geen last van, van decorumverlies. Kijk me nou zitten in mijn trainingspak…”

Henk Spaan: Stappen tellen
Ambo Anthos, €20,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden