Plus

Nieuwe mannenhobby: diskgolf, 18 holes met een frisbee

Komt dat zien in het Sloterpark: mannen met frisbees die samenklitten bij geel omrande metalen mandjes. Ze spelen diskgolf. ‘Oei, die is iets te strak.’

Dean Schaub (met blauwe trui) vist een frisbee uit het water. Links vooraan Paul Sterk. Beeld Ivo van der Bent

“Wow, een turboputt,” klinkt het opgewonden vanuit de bosjes van het Sloterpark. “Birdie magic!”

Een nietsvermoedende wandelaar zou kunnen denken dat zich een stel enthousiaste vogelaars in de bosschages ophoudt, maar wie vaker op zaterdagochtend in het Sloterpark komt kent ze wel: de groepjes mannen die tassen vol felgekleurde schijven met zich meezeulen en samenklitten rond geel omrande metalen mandjes. Ze spelen diskgolf. De naam dekt de lading: golf, maar dan met schijven, frisbees om precies te zijn.

Zóóóóéééééf, daar vliegt een schijf hoog door de lucht. “Oei, die is iets te strak,” zegt Daniël Doorman zorgelijk. Zijn frisbee landt tussen de loofbomen, tientallen meters uit de route. “Het staat hier vol brandnetels, daarom dragen we lange broeken,” zegt Paul Sterk, voorzitter van Disc Sport Amsterdam (DSA). Zijn vereniging telt zestien leden en was tot vorig jaar een gezelschap van enkel mannen, maar – “Hoe zeg je dat op een correcte manier?” – sinds ­januari is een van de leden een vrouw.

Elke woensdagavond en zaterdagochtend lopen de DSA-leden achttien holes. Tenminste: als het weer het toelaat. Regen en wind zijn het probleem niet, het zijn juist zonnige zomerdagen die het spelen moeilijk maken. “Dan is het te druk in het park. Veiligheid gaat voor alles: als ook maar de kleinste kans bestaat dat iemand geraakt wordt, gooien we niet,” zegt Sterk. Soms beginnen ze daarom ­extra vroeg, soms wijken ze uit naar Zoetermeer, waar het parcours op een braakliggend sportpark ligt. En tijdens de wintermaanden oefenen ze op woensdagavond in een sporthal in Amstelveen. Daar kunnen ze goed oefenen op het putten.

Diskgolf is een sport die in Nederland weinig bekendheid geniet. Er zijn veertien banen (courses), maar die worden lang niet allemaal even intensief gebruikt. De achttien holes in het Sloterpark werden in 2011 aangelegd, maar de eerste twee jaar vloog er geen frisbee door de lucht. Dat veranderde toen Dean Schaub – “from Atlanta Georgia, the US of A” – in juni 2013 de ongebruikte baskets ontdekte. “Ik was op slag verliefd.”

Drie maanden later organiseerde hij de eerste editie van de Amsterdamse Open, een toernooi dat is uitgegroeid tot een jaarlijks evenement met negentig deel­nemers uit dertien landen.

Hark aan een touwtje

Schaub geldt als een bescheiden autoriteit in de diskgolfwereld. Hij heeft een sponsor, Natural Born Discgolfers, die hem voorziet van kleding en frisbees. En elke maand neemt hij, samen met een Noorse diskgolfer, de podcast The Perfect Flight op. Daarin wordt al het diskgolfnieuws doorgenomen: materiaal, toernooien, spelers en the ­latest gossip. “Het is totaal nerdy allemaal,” geeft Schaub toe, terwijl hij met een handdoekje zijn frisbee schoonmaakt.

Santtu Sibakov in actie: ‘Nice!’ Beeld Ivo van der Bent

Even daarvoor heeft hij bij hole 3 vergeefs geprobeerd om met een tak zijn afgezwaaide frisbee uit het water te ­halen. In zijn rugzak zit altijd een ‘golden retriever’, een soort hark aan een touwtje waarmee hij schijven uit het water kan vissen. Hij mag dan wel gesponsord worden: die schijven kosten toch al snel een euro of twaalf per stuk.

Alle spelers hebben een indrukwekkende selectie frisbeeschijven bij zich: sommigen trekken ze in een soort boodschappenwagentje achter zich aan. De vorm van de schijf bepaalt zijn gedrag in de lucht: je hebt neutrale, understable en overstable frisbees. Die laatste twee buigen rechts- of linksaf. Al is dat ook weer afhankelijk van of je een fore- of een backhand gooit. En of je rechts- of linkshandig bent. En van hoe hard je gooit. En van de wind. En van de hoek van de worp. Enfin: het is allemaal erg ingewikkeld en volgens de spelers juist daarom zo oneindig interessant.

Sterk haalt een paar schijven uit zijn karretje. “Dit zijn drivers, heel dun, voor de lange afstand. Dan heb je mids en putters. Kijk, dit is een enforcer, die is extreem overstable, en omdat ik een rechtshandige backhand gooi, eindigt die dus links.”

Trots toont Sterk de bedrukte verenigingsschijven: op één prijken de drie andreaskruisen, op een andere de grachtengordel. “Mannen met een hobby, die gaan nu eenmaal dingen verzamelen,” zegt hij bijna verontschuldigend. Dan pakt hij een rode schijf, concentreert zich en gooit hem dan in een sierlijke boog om de bomen heen, tot hij vlak naast de basket landt. “Yes!”

Hole 5 loopt over het open veld, wat mogelijkheden biedt voor verschillende worpen. Santtu Sibakov probeert een forehand roller, waarbij de frisbee in een lange boog door het gras richting de basket rolt. “Nice,” zegt hij afgemeten, als zijn frisbee niet meer beweegt.

Sibakov komt uit Finland, waar diskgolf immens populair is. Het land telt meer dan 700 banen en 5000 wedstrijdspelers. De sport wordt door naar schatting 200.000 Finnen beoefend, op school leren kinderen het tijdens de gymles. Ook in Zweden is diskgolfen populair, net als in Estland. “Het afgelopen Europees Kampioenschap was in Kroatië, dat zorgde daar voor veel publiciteit,” zegt Schaub.

Dat is kinderspel vergeleken bij de VS, waar een speler onlangs een vierjarig contract van een miljoen dollar heeft getekend. “Maar dat is dan ook wel Paul McBeth, de beste diskgolfer ter ­wereld,” zegt Schaub vol ontzag. Afgelopen zomer gooide McBeth bij de Great Lakes Open in Michigan een ‘perfecte ronde’ van 18 onder par.

Hole-in-one

Voor gewone stervelingen is dat niet weggelegd. En al ­helemaal niet in het Sloterpark, dat vanwege de vele ­bomen en de smalle fairways geldt als een van de uitdagendste banen van Nederland. Op hole 10, met een meter of zeventig relatief kort, maar vanwege de bomen technisch wel ingewikkeld, is het Sterk één keer gelukt om een hole-in-one te gooien. “Meer geluk dan wijsheid, hoor,” ­relativeert hij. Gemiddeld doet iedereen er twee of drie worpen over.

Sterk heeft zijn manier van werpen een paar maanden geleden drastisch aangepast. “Ik nam altijd een aanloopje, tot ik erachter kwam dat die eigenlijk nauwelijks iets toevoegt voor mij. Daarom heb ik besloten om eerst mijn worp vanuit stand te perfectioneren.”

De snelheid van de frisbee komt uit de rotatie van de heup en de torso, legt hij uit, de arm komt pas kijken bij het laatste stukje van de worp. Er bestaan zeker twintig manieren van gooien, afhankelijk van je beweging, maar ook van de hoek van de schijf op het moment van loslaten. Bij een hyzer is, in het geval van een rechtshandige backhandwerper, de linkerrand van de schijf naar beneden gericht, bij een ­anhyzer helt de schijf naar boven. Een tomahawk is een bovenhandse worp voor de lange afstand, een scoobie of een granaatschot wordt ingezet om over een boom heen te komen. En dan heb je nog alle variaties waarmee de schijf in het mandje moet belanden: de straddleputt, de turboputt, de spinputt, de pushputt.

Sterk: “Met een backhand gooi ik nu iets verder dan honderd meter, met een forehand maximaal zeventig. Laatst was ik op een baan in Malaga, daar gaat een van die holes zo’n twintig meter naar beneden. Dan gooi je wel opeens 145 meter, te gek is dat.”

Spelen in het buitenland is altijd bijzonder. ­“Vorig jaar hebben we met een paar man meegedaan aan de British Open, in de buurt van Birmingham, en met de ­Bluebell Woods Open in Edinburgh. Dan huren we een huisje of een stacaravan, en praten we drie dagen lang voornamelijk over diskgolf,” zegt Sterk. “Komende zomervakantie ga ik met mijn vriendin naar Italië, vlak bij een prachtig parcours. En op de terugweg gaan we langs een baan in Oostenrijk. Die ligt ‘toevallig’ op de route, als je snapt wat ik bedoel.”

Beeld Ivo van der Bent

De vereniging

In Nederland zijn dertien diskgolfbanen, waarvan één in Amsterdam. De Amsterdamse diskgolf­vereniging DSA (www.dsadiscgolf.com) valt onder de Nederlandse Frisbeebond, die uiteenvalt in diskgolf en ultimate, dat het meeste weg heeft van een non-contactversie van american football met een frisbee.

Het lidmaatschap van DSA kost 30 euro per jaar, geïnteresseerden kunnen op zaterdagochtend ook eerst vrijblijvend een rondje meelopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden