Recensie

Nieuw werk van Editors legt het af tegen de glorieuze vroege singles (***)

Het is bijzonder dat het publiek moedwillig is meegegroeid met Editors, maar tijdens het optreden in de Heineken Music Hall waren de vroege singles toch de hoogtepunten van de avond.

Editors klinkt op het nieuwe album als een band op zoek naar zijn geluid van nu.Beeld Paul Bergen

Het heeft intussen iets mild tragisch dat in elke Editors-recensie - zo ook in deze - de naam Joy Division boven komt drijven. Het kan helaas écht niet anders. Niet alleen omdat je ten tijde van debuut The Back Room uit 2005 de invloed van -jaja - Ian Curtis met een sneeuwschuiver van het geheel af kon scheppen; inmiddels eigenlijk vooral omdat het zo opmerkelijk is hoe Editors van die specifieke niche is uitgegroeid tot een intens populaire band.

Die ontwikkeling valt niet te negeren, al helemaal niet aangezien er weinig artiesten in die hoek zijn die drie keer achter elkaar een zaal als de Heineken Music Hall uitverkopen. Editors wel, en wel zo gemakkelijk dat de band net zo goed voor vijf keer had kunnen gaan.

Meerdere knipogen
Ook dat is meer dan bijzonder: de puntige postpunk in diverse grijstinten van weleer is inmiddels uitgelopen in een wisselvallig oeuvre waar minder ruimte is voor gitaren en meer voor atmosferische synthesizers, experiment en wijdlopiger sfeerstukken. Dat het publiek daar zo massaal moedwillig in mee is gegroeid, wekt verbazing.

Het laatste album, In Dream, bevat daarnaast meerdere knipogen naar de commerciëlere kant van de jaren tachtig, met wisselend succes. Hierop klinkt Editors als een band op zoek naar zijn geluid van nu. Die nummers zijn ook de reden dat het optreden in de HMH nét niet dat kwaliteitsniveau haalt dat ze, met een andere setlist, met het grootste gemak hadden binnengehaald.

Uitgemolken
Het begint al met de Radiohead-eske opener No Harm, dat volledig leunt op atmosfeer en geen haakjes heeft om je naar binnen te trekken. Het is een logische ­albumopener, maar een rare concertopener. Dan komt Sugar - met ouderwets onweerstaanbaar ronkende baspartij - harder binnen als aftrap. Dit is van zichzelf al pop met grootse gebaren, maar wanneer er ook nog eens steekvlammen uit de grond schieten, lijkt zanger Tom Smith plotseling in Jim Kerr van Simple Minds in de hoogtijdagen te veranderen.

Het is jammer dat op uitgemolken eighties-synthesizerlijntjes vertrouwend nieuw werk als Life is a Fear of minder geslaagde albumtracks als Forgiveness beleefd uitgezeten moet worden voordat ze laten horen wat ze het beste kunnen: vlijmscherpe nummers schrijven. Dat je dan qua hoogtepunten toch uitkomt op vroege singles als Blood is niet te ontkennen: glashelder en gepolijst komt het eruit geknald.

An End Has a Start, The Racing Rats: dit soort glorieuze singles past ze echt het beste, muzikale ontwikkeling of geen muzikale ontwikkeling. Wanneer ze dat werk spelen klinkt het niet alsof ze plichtmatig 'een oudje doen'; het klinkt alsof ze weer een draad oppikken. Dat wordt maar weer onderstreept door Smiths akoestische versie van Smokers Outside the Hospital Doors: wel 'een oudje', maar dan in een uitgeklede kippenvelversie. Schitterend.

Editors

Ons oordeel: ★★★☆☆
Waar: Heineken Music Hall
Gezien: 04/11
Te zien: 05/11, Heineken Music Hall
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden