PlusAchtergrond

Nieuw spelalfabet: de ‘A’ is niet meer van Anton, maar van Ali

Het spelalfabet bestaat op twee vrouwennamen volledig uit witte mannennamen. Niet representatief, vond Jill Mathon (35) die met Desiré van den Berg (30), en met hulp van een namenprofessor, een nieuwe namenlijst ontwikkelde: de ‘A’ is niet meer van Anton, maar van Ali.

Zeynep, van de nieuwe 'Z'. Beeld Desiré van den Berg
Zeynep, van de nieuwe 'Z'.Beeld Desiré van den Berg

De vraag ‘Wilt u dat even spellen?’ wordt niet zelden beantwoord met namen uit het spelalfabet. Een kleine greep: Ferdinand, Izaak, Jan, Nico, Eduard, Dirk, Anton, ­Gerard. Waarom is ons spelalfabet geen afspiegeling van onze samenleving, vroeg schrijver Jill Mathon zich af.

In de lijst met 26 namen die elk één letter van het alfabet vertegenwoordigen, staan slechts twee vrouwennamen: Maria en Xantippe. “De andere 24 zijn ouderwetse ­mannennamen. Daarmee bevestigen we niet alleen de wittemannennorm, zoals we continu doen in onze samen­leving, maar reproduceren we deze ook continu,” zegt Mathon.

Ze heeft al langer oog voor ongelijke represen­tatie in de maatschappij. “Ik vroeg als kind al aan mijn ­moeder waarom op naambordjes de man eerst staat vermeld en daarna pas de vrouw, bijvoorbeeld.”

Ideeën van wat er allemaal moet veranderen heeft de schrijver de hele dag door, maar ze doet er niet altijd wat mee of ze maakt projecten niet af. “Hierbij dacht ik wel: dit moet veranderen. Een wittemannennorm in alledaagse taal doet ons geloven dat de wereld draait om witte ­mannen. En dat is natuurlijk niet zo. De wereld draait om iedereen.”

Mathon betrok vervolgens taalwetenschapper en fotograaf Desiré van den Berg bij het project. Ze wilde immers niet ­alleen nieuwe namen: die namen moesten ook een ­gezicht krijgen met een bijbehorend verhaal. En al die mensen moesten samen Nederland vertegenwoordigen. “De Nederlandse taal is onderdeel van onze identiteit,” zegt Van den Berg. “We wilden ervoor zorgen dat Nederland zich herkent in het nieuwe alfabet.”

Mila. Beeld Desiré van den Berg
Mila.Beeld Desiré van den Berg

De vrouwen raadpleegden ook Gerrit Bloothooft, ­hoogleraar naamkunde, en het feministische ­platform De Bovengrondse. Bloothooft stelde een lijst samen van de meest voorkomende voornamen van iedereen die na 1971 in Nederland is gaan wonen. “Dat zijn de mensen die over vijftig jaar nog leven,” zegt Van den Berg. “We hadden eerst een lijst met alleen de ­populairste ­namen van de mensen die in Nederland geboren zijn. Maar dat is niet oké, dachten we gaandeweg. Er zijn zo veel mensen die niet in dit land zijn geboren, maar hier wel wonen en ook ­Nederlands zijn.”

Stereotyperingen doorbreken

Binnen de lijst die Bloothooft samenstelde, hebben de vrouwen bij elke letter telkens gekozen uit de 10 procent populairste namen. Ze hielden rekening met mannen- en vrouwennamen en namen die genderoverstijgend zijn. Ook letten ze op afkomst en of namen in de lijst niet te veel op elkaar zouden lijken of niet-functioneel zouden zijn. Een A moet wel echt als een A klinken en de C van Chantal is discutabel, want je kunt ook Sjantal schrijven. Het werd uiteindelijk de C van Celine.

Het eindresultaat is een nieuw, gendergelijkwaardig ­spelalfabet met 14 mannen- en 14 vrouwen­namen (Bo, Guus en Ali zijn niet specifiek mannelijk of vrouwelijk).

De L is niet meer van Lodewijk, maar van Lorenzo. De I is voortaan van Iris, de F is niet meer van Ferdinand, maar van Fatima.

Iris. Beeld Desiré van den Berg
Iris.Beeld Desiré van den Berg

Met nieuwe namen was het project overigens nog niet ten einde. “We zijn op zoek gegaan naar dragers van de ­namen en wilden daarvoor ook uit onze eigen bubbel ­breken,” zegt Van den Berg. “Het is te makkelijk op zoek te gaan in Amsterdam en alleen maar hippe Amsterdammers te portretteren. Dat is niet representatief voor heel Nederland. We moesten echt moeite doen om door ons ­eigen algoritme heen te breken en diverse samenstellingen zien te krijgen op alle gebieden: afkomst, leeftijd, woonplaats, klasse.”

Mathon en Van den Berg gingen met hulp van lokale dagbladen en het internet op zoek naar een Zeynep. Want de Z is van Zeynep in het nieuwe spelalfabet. De twee portretteerden Zeynep, die door haar Turkse ouders is vernoemd naar zowel een Turkse actrice als een grootouder. Ze voelt bij haar ­eigen naam een bepaalde warmte, hoewel mensen in ­Nederland haar naam maar moeilijk kunnen uitspreken. “Ze spreken de Z uit als een S. Daarom geef ik mensen ­altijd het ezelsbruggetje: ‘Zee die nep is’. Dat helpt.”

Het nieuwe spelalfabet moest ook de stereotyperingen doorbreken, leggen de Van den Berg en Mathon uit. “Vaak hebben mensen al een beeld bij een naam. Wij ook. Lorenzo, wat denk je daarbij? Mediterraan? Midden dertig? We zijn gaan zoek gegaan naar iemand die je niet verwacht bij een naam. Hiermee schudden we mensen ook wakker. We zetten ze in ieder geval aan het denken,” legt Mathon uit, die elk persoon achter de naam interviewde.

Vrijwilligers

Iris – van de I – vertelt dat ze het in het verleden weglachte als mensen verrast waren bij het horen van haar naam. “Nu zeg ik: ‘Hoezo? Klopt het niet? Wat had je dan wel ­verwacht?’ Dan staan ze ineens met hun mond vol tanden. Vroeger vond ik die naam daarom ook niet echt bij me ­passen. Ik vond het een witte naam en wilde eigenlijk een Surinaamse naam. Maar goed, wat is dat, een Surinaamse naam? Mijn vader zei altijd: ‘Het is helemaal niet wit! Het komt uit Egypte.’ Die rijke cultuur en geschiedenis wilde hij aan mij meegeven.”

Lorenzo. Beeld Desiré van den Berg
Lorenzo.Beeld Desiré van den Berg

“Hier in Nederland hebben we die associatie er niet bij. Dus noemde ik mezelf lange tijd Jade, dat vond ik beter staan. Of Iris op zijn Engels. Mijn moeder ging daar, heel lief, in mee. Ook Naomi vond ik meer stroken met mijn kleur. Toen ik me op mijn 22ste bewuster werd van maatschappelijke issues, heb ik mijn naam omarmd. Ik heet ­gewoon Iris, klaar. Dat moeten mensen maar accepteren en ik hoef me niet aan te passen omdat een ander het dan prettiger vindt of zij het niet kunnen plaatsen. Want Iris is zeker ook een naam voor mensen van kleur.”

Mathon is blij dat ze de samenwerking met De Bovengrondse aanging en dat het platform haar en Van den Berg zo op die hielen zat. “Anders hadden we het laten wegzakken, vrees ik. Je kunt wel creatief zijn en dingen bedenken, maar je hebt ook geld nodig, om de modellen een ver­goeding te geven en licht te huren, en kennis en een projectmanager, om het groter te maken.”

Uiteindelijk werkten er bijna alleen maar vrouwen mee aan het project. “We vinden het ook belangrijk dat het team achter een project inclusief is. Toch was bijna iedereen achter de schermen wit. We hebben wel regelmatig ­gecheckt bij mensen van kleur of we niets over het hoofd zagen,” zegt Mathon, die uitlegt dat ze het hier onderling en met het platform veel over hebben gehad.

“Wij zijn twee witte Hollandse vrouwen die dit probleem aankaarten. Daar kun je wat van vinden en daar hebben we over nagedacht. Maar we hebben geen geld om dit project te financieren. Alles is gedaan door vrijwilligers en nul budget. Moet ik dan mensen van kleur vragen mee te helpen met het oplossen van een probleem dat gecreëerd is door witte mensen, zonder ze te betalen? Nee, laat ons dan maar ons privilege inzetten om dit probleem aan te ­kaarten.”

Het Nieuwe Spelalfabet wordt donderdag om 20.00 uur ­officieel ­gelanceerd in Pakhuis de Zwijger. Vanaf dan zijn alle ­foto’s en verhalen te vinden op hetnieuwespelalfabet.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden