PlusReportage

Net als vroeger: met fiets- en voetveerpontje ‘Ome Piet’ naar het Amsterdamse Bos (in het weekend)

Elke zomer brengt Veerpont Ome Piet voetgangers en fietsers van de Nieuwemeerdijk in Badhoevedorp naar het Amsterdamse Bos aan de overkant. Net als vroeger, toen met Piet Eilander aan het roer. Vrijwilligers Martin Brekelmans (74) en Erik Hoogenboom (56) bliezen de veerdienst nieuw leven in.

Marloes de Moor
Buurmannen Erik Hoogenboom (l) en Martin Brekelmans (aan het roer) staan ieder weekend klaar op veerpont Ome Piet. Brekelmans: ‘Erik is van de praatjes en ik vaar.’  Beeld Dingena Mol
Buurmannen Erik Hoogenboom (l) en Martin Brekelmans (aan het roer) staan ieder weekend klaar op veerpont Ome Piet. Brekelmans: ‘Erik is van de praatjes en ik vaar.’Beeld Dingena Mol

IJverig bezemt Martin Brekelmans het dek van het fiets- en voetveerpontje Ome Piet, dat voor zijn huis aan de Nieuwemeerdijk ligt. Met een doekje slaat hij de spinraggen tussen de kanariegele relingen weg. Zijn vrouw Wenny (75) zet op de steiger langs de Ringvaart een boodschappentas met een thermosfles koffie en een pak kano’s klaar. Niet veel later komt ook buurman Erik Hoogenboom naar buiten.

Het is een vast ritueel. Elke zaterdag om half twaalf vertrekken de buurmannen met hun rechthoekige pont naar het startpunt, dat zo’n 250 meter verderop ligt. Vanaf daar brengen ze in de weekenden van half april tot half oktober fietsers en voetgangers voor vijftig cent naar het Amsterdamse Bos aan de overzijde. “Doordeweeks varen we niet. Om misverstanden te voorkomen leggen we de pont op vrije dagen voor ons huis,” legt Hoogenboom uit.

Wenny Brekelmans wuift hen uit vanaf de dijk. “Ik voel me net Kniertje,” lacht ze.

Ter hoogte van Nieuwemeerdijk nummer 337 halen de buurmannen hun materiaal uit de gele keet die bij de pont hoort. Ze treffen voorbereidingen om het fiets- en voetveer in bedrijf te brengen. Kabbelend water, de laatste flarden ochtendstilte. Aan de overkant lonkt het groene loof van het bos.

“O, het is nog geen twaalf uur hè?” zegt een fietster, als ze ziet dat Hoogenboom in de weer is met rood-witte pionnen. Ze wil graag met haar man naar de overkant. Joviaal spreidt Hoogenboom zijn armen: “Geen probleem! Het is veel te warm om te fietsen. Dit scheelt u drie kilometer. We brengen u naar het bos, lekker in de schaduw!”

Als de man aarzelend met de fiets aan zijn hand achter zijn vrouw aan sjokt: “Gaat hij mee? Of moet hij omfietsen?”

Hooiberg

Brekelmans schrobt intussen het dek met een onverstoorbare toewijding die al te veel kletspraat bemoeilijkt. Het lijkt hem niet slecht uit te komen.

“We vullen elkaar mooi aan, want schoonmaken is weer niet zo mijn ding,” zegt Hoogenboom. Hij ontfermt zich met breedsprakige adviezen en amusante anekdotes over het echtpaar met de fietsen. Als de twee aan boord zijn, zet de pont zich zacht brommend in beweging. Pruttelend water rondom de schroef. “Ik verlang naar koffie,” verzucht de man. Aan de overkant bevindt zich na slechts vijftig meter lopen pannenkoekenhuis Boerderij Meerzicht, weet hij. “Ze hebben er ook heerlijke gevulde koeken,” mompelt hij.

“Wat zegt u? Ik dacht dat u mij een gevulde koek noemde! Anders vaar ik terug, hoor!” roept Brekelmans.

De volgende fietsers dienen zich alweer aan. In luttele minuten zijn ze aan de overzijde. “Trekt u aan de bel als u terug wilt?” Brekelmans wijst op de glimmende scheepsbel die bij de steiger hangt. “We varen tot zes uur. Maar als het erg gezellig is in het bos en u een hooiberg weet te vinden, gaan we morgenochtend elf uur ook weer.”

Wie op de pont stapt, zal spoedig constateren dat bij de korte overtocht wat jolig entertainment inbegrepen is. Brekelmans draait zijn repertoire met uitgestreken gezicht af. “Heeft u een zwemdiploma? Als u het laatste stukkie zwemt, krijgt u korting.” Op de vraag ‘Kunt u een tientje wisselen?’ antwoordt hij steevast: “Wisselen kan ik altijd, al is het maar van eigenaar.”

Brekelmans staat achter het roer. “Zoals je ziet, hebben we de taken verdeeld. Erik is van de praatjes en ik vaar,” verklaart hij.

Tuintje op zijn buik

Zijn vrouw Wenny is inmiddels ook naar de pontoever gekomen en installeert zich op het terrasje bij de gele keet. Turend over het water daalt ze af in het verleden. Naar de Ringvaart waar haar moeder haar zwemmen leerde. Naar Piet Eilander, Ome Piet, naar wie de pont vernoemd is. “We voeren vaak met hem mee. Bijvoorbeeld naar het openluchttheater in het Amsterdamse Bos,” vertelt ze.

Als er naar Ome Piet wordt gevraagd, zegt Brekelmans altijd: Ome Piet heeft een tuintje op zijn buik. “Dat klinkt wat minder zwaar.” Vervolgens vertelt hij de passagiers op serieuzere toon vaak iets over de geschiedenis: “Vroeger waren er twee ponten: een kabelpont die de Ringdijk en het Jaagpad verbond, en een grote roeiboot die dagjesmensen naar het Amsterdamse Bos bracht. Piet Eilander bediende beide.”

Veerpont Ome Piet is sinds begin jaren zestig niet meer in bedrijf, maar roept nog zo veel levendige herinneringen op, dat dertien jaar geleden tijdens een buurtbarbecue het idee ontstond om het fiets- en voetveer in ere te herstellen. “Zo’n mooi bos voor de deur en toch zo lastig te bereiken. Hemelsbreed is het maar veertig meter. Wat zou het leuk zijn als het pontje weer ging varen, bedachten we met een biertje te veel op. Martin en ik werkten het idee verder uit. Vanuit een wijkbudget kregen we een startsubsidie.”

De buurmannen lieten de pont bouwen bij de nabijgelegen Jachtwerf Kerkhoven. Dankzij sponsoring van lokale ondernemers werd het ook mogelijk om de kosten voor het onderhoud en de brandstof te dekken. “Het lag natuurlijk voor de hand dat we de pont naar Ome Piet vernoemden,” vertelt Hoogenboom.

Brekelmans en Hoogenboom brengen al 13 jaar in de zomer ieder weekend voetgangers en fietsers naar de overkant van de Ringvaart. Het tochtje kost 50 cent en kan contant worden betaald of via een tikkie.  Beeld Dingena Mol
Brekelmans en Hoogenboom brengen al 13 jaar in de zomer ieder weekend voetgangers en fietsers naar de overkant van de Ringvaart. Het tochtje kost 50 cent en kan contant worden betaald of via een tikkie.Beeld Dingena Mol

Vaste prik

Inmiddels is het fiets- en voetveer niet meer weg te denken uit de Ringvaart én uit het leven van Hoogenboom en Brekelmans. Ze zijn – vakanties uitgezonderd – elk weekend als vrijwilliger beschikbaar. Al krijgen ze soms ook hulp van Hoogenbooms zoon Rick (29) en Brekelmans’ kleinzoon Dennis (23).

Op zonnige dagen maken ze gemiddeld honderd overtochten. “Al komt het met regen ook voor dat we slechts twee buurtbewoners met een hond naar de overkant brengen. Toch zijn we er. Mensen moeten op je kunnen rekenen. Ach, en bezoekersaantallen, inkomsten – daar gaat het ons niet om. Ik denk aan dat jochie van twee turven hoog, die het asfalt uit het fietspad rende om me te vertellen dat hij op de boerderij een hertje geboren had zien worden. Zo mooi. Dan is de dag voor mij al geslaagd,” vertelt Hoogenboom.

Hoogenboom en Brekelmans maakten in de loop der jaren van alles mee. Een reanimatie die goed afliep, waardoor ze de man drie weken later gezond en wel weer bij de pont zagen verschijnen. Een hardloper die, tot verbazing van twee vrouwen, in het water dook en naar de overkant zwom, omdat hij geen vijftig cent voor de pont had. “Later vertelde hij dat hij voor de triatlon trainde.”

Daarnaast maken veel buurtbewoners gebruik van de pont. Zoals mevrouw Buursma, die jarenlang met haar man in het Amsterdamse Bos woonde, omdat hij daar beheerder was. Ze kent het bos op haar duimpje en gaat er elk weekend fietsen en wandelen. Hoogenboom haalt een pot dropjes uit de keet en laat Buursma er eentje uit pikken. “Een dropje voor mevrouw Buursma is vaste prik.”

Onvermoeibaar

Dan verlegt hij zijn aandacht naar een vrouw met een scootmobiel. Ze maakt zich zorgen dat ze de pont niet op zal kunnen. Hoogenboom stelt haar gerust – ‘Doen we vaker!’ – maar als ze wil betalen, zegt hij schertsend: “Dat zou ik niet doen, want als het niet lukt, is het voor niks.” Veilig bereikt ze de overkant. “Ik heb alleen maar groot geld,” zegt ze bezorgd bij aankomst.

Hoogenboom kopt hem in: “Ik kan altijd wisselen, al is het maar van eigenaar.”

Brekelmans kijkt zwijgend voor zich uit. Zo onvermoeibaar als hij urenlang heen en weer vaart, zo hoort hij ook de grappen van zijn buurman aan. Als die even later weer een biljet van vijf euro aangereikt krijgt, merkt hij droogjes op: “Tja, na dertien jaar weet je wat er op volgt, hè.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden