Plus Recept van de dag

Nasi ulam: Maleisische rijst met verse kruiden

Culinair historica Charlotte Kleyn onderzoekt smakelijke verhalen en werkt ze graag uit in haar keuken. Vandaag: Nasi ulam.

Charlotte Kleyn. Beeld Oof Verschuren

Wordt de Maleisische keuken dé nieuwe hit? Dat zou zomaar kunnen. Je doet jezelf tekort als je nog nooit roti canai (platbrood), laksa (noedelsoep) en nasi lemak (rijst in kokosmelk, met gedroogde ansjovis, hardgekookt ei en sambal) hebt geproefd. Dat klinkt best Indiaas en Indonesisch? Klopt: de Maleisische keuken is een enorme smeltkroes van ingrediënten en bereidingswijzen uit China, India, Thailand, Java en Sumatra. 

Klinkt dat goed? Ja, dat klinkt heel goed. Tot voor kort had ik nog nooit iets Maleisisch geproefd, maar wel gewatertand bij de foto’s en filmpjes van Maleisisch streetfood die Paroolcollega Mara Grimm tijdens haar reis aan de ­lopende band plaatste op Instagram.

Onlangs was het eindelijk zover, en wel tijdens de boekpresentatie van Magisch Maleisisch van chef Norman ­Musa. Na jarenlang in Engeland te hebben gewoond, heeft hij zich nu in Nederland gevestigd. In kookschool Keizer Culinair in de Jordaan vouwden koks zalm in ­bananenblad en roerden in een grote pannen laksa en kipcurry, terwijl wij zagen hoe Musa het eerste exemplaar van zijn boek aan de Maleisische ambassadeur overhandigde. 

Die praatte wat over de veelzijdigheid van het eten uit zijn thuisland, waarop de uitgever verheugd sprak: “U krijgt vast honger van dat gepraat.” “Ja,” antwoordde de man, “want ik ben aan het vasten.” Goed gepland in de Ramadan, jongens! De ambassadeur vertrok en wij vielen aan op de hapjes. Vooral van de netpannenkoekjes (roti jala) met kipcurry had ik graag een bak gestolen.

Maar ik ging braaf naar thuis, waar ik ontdekte dat ­Amsterdam maar liefst twee Maleisische restaurants heeft: Nyonya Malaysia op de Kloveniersburgwal en Wau op de Zeedijk. Ik ging naar Nyonya en viel bijna van mijn stoel. De roti canai met kokoscurrysaus was een van de lekkerste dingen die ik in tijden heb gegeten, en de rendang was ook fantastisch – en weer heel anders dan de ­Indonesische versie. Allemaal snel proberen, dus.

Nasi ulam
(Maleisische rijst met verse kruiden)

Ingrediënten
200 gram basmatirijst
2 el gedroogde garnalen (Aziatische winkel)
4 el kokosrasp
20 gram Thaise basilicum (Aziatische winkel), fijngesneden
15 gram munt, fijngesneden
15 gram Vietnamese munt (Aziatische winkel) of koriander, fijngesneden
4 kaffir limoenbladeren, fijngesneden
1 stengel citroengras, onderste witte helft fijngesneden (bewaar de rest voor stoofpotten of soepen)
3 sjalotjes, in heel dunne plakjes
1 tl suiker
1 tl zwarte peper

Bereiding
Was de rijst drie keer in water tot er helder water afkomt. Breng met koud water en zout aan de kook en kook gaar. Spreid uit over een schaal en laat afkoelen (een restje rijst van de vorige dag gebruiken is helemaal een goed idee). Week de gedroogde garnalen in warm water tot ze zacht zijn. Spoel af en maal ze fijn in een vijzel. Verhit een wok en rooster de garnalenpuree kort tot hij droog is. Zet apart. Rooster de kokosrasp in de wok tot goudbruin en maal fijn in een vijzel. Meng in een grote kom de rijst met alle ingrediënten en nog wat zout.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden