PlusAchtergrond

Naaien, hoe doe je dat? Maak eerst een plat tasje, vergeet niet te persen en andere tips voor beginnelingen

Expert Pieke Stuvel (74) en amateur Nienke Van Leverink (34) schreven een boek over naaien. Met deze acht tips helpen ze beginnelingen alvast wat op weg.

‘Er is heel goed nagedacht over de werkwijze bij kleding naaien, alles heeft een functie.’   Beeld Pieke Stuvel, uit Het grote naaiboek
‘Er is heel goed nagedacht over de werkwijze bij kleding naaien, alles heeft een functie.’Beeld Pieke Stuvel, uit Het grote naaiboek

Tijdens de lockdowns werd menig naaimachine – stoffig en al – weer eens van zolder gehaald. Maar wie weet nog hoe je die gebruikt? Voor naaigoeroe Pieke Stuvel uit Zandvoort is dat een koud kunstje. Ze schreef er zestien boeken over en had jarenlang een rubriek over zelfmaakmode in verschillende kranten. De Amsterdamse Nienke van Leverink wist voor ze Het grote naaiboek schreef niet eens hoe ze een knoop moest aanzetten. Aan de hand van acht tips leggen Stuvel en Van Leverink uit hoe je de grootste beginnersfouten kunt voorkomen.

1. Begin met een simpele naaimachine, niet eentje met 30.000 functies waardoor je door de bomen het bos niet meer ziet.

Van Leverink: “Dat maakt in mijn optiek niet zo heel veel uit. Zelfs een simpele naaimachine heeft al heel veel knoppen waarvan ik in het begin niets begreep. Een ingewikkelde lijkt me dan niet per se heel veel moeilijker. Als je het knopje voor een rechte steek kunt vinden en weet hoe je gas moet geven, komt het wel goed. Maar als je keus hebt: ga voor een simpele.”

Stuvel: “Ik naai zelf met een heel simpele naaimachine. Ik had eerst wel complexere digitale naaimachines, maar die zijn vaak snel kapotgegaan. Toen mijn machine weer eens bij de naaimachinedokter stond, heb ik bij de Blokker een nieuwe gekocht voor 90 euro. Die gebruik ik nu al jaren, ik vind een simpele machine veel lekkerder werken.”

Van Leverink: “En een simpele naaimachine is vaak goedkoper. Als je begint is dat ook niet verkeerd, want je weet nog niet hoeveel je hem gaat gebruiken.”

2. Voor iedereen die nooit een handleiding leest en leert door op wat knopjes te drukken: lees de handleiding van je naaimachine.

Stuvel én Van Leverink: “Ik ben er heel slecht in.”

Stuvel: “Maar je moet het wel doen. Het is echt veel beter om het die te lezen. Ik hou gewoon niet van handleidingen.”

Van Leverink: “Ze zijn vaak langdradig, onduidelijk en slecht vertaald inderdaad. Als je ons boek koopt, heb je de handleiding niet meer nodig, haha. Er staat hetzelfde in, maar dan leuker geschreven.”

Stuvel: “Als je heel handig bent en het zelf uit kunt vogelen, heb je geen handleiding nodig. In alle andere gevallen is het sterk aan te raden.”

Van Leverink: “Voor mij persoonlijk was de machine leren bedienen het moeilijkst om te leren. Met zo’n naald die op en neer gaat, een vogelnest aan draden dat ontstaat en stof die vastzit aan de bodem. Soms had ik de handleiding ­beter moeten lezen.”

“Ik wist bijvoorbeeld niet dat er een ‘transporteur’ op je machine zit, die je stof erdoorheen ­begeleidt. Ik trok de stof er hard doorheen, terwijl je alleen hoeft te sturen. Dat had ik wel eerder willen weten. Ik heb ook een keer mijn moeder gebeld toen de stof en draad helemaal vastzaten in de naaimachine. Ik ben uit frustratie weggelopen en heb mijn moeder gevraagd om langs te komen. Zij heeft toen om alles weer losgehaald.”

3. Probeer niet meteen ingewikkelde ontwerpen in elkaar te zetten. Begin simpel zodat je een goede basis hebt en je machine leert kennen.

Van Leverink: “Ja, je moet simpel beginnen, bijvoorbeeld met een plat tasje. Dat is tweedimensionaal, zonder vorm. Maar, als je dol bent op een uitdaging, barst van het zelfvertrouwen en direct iets ingewikkelds wil maken: ga ­ervoor. Het voordeel van simpel beginnen is dat je snel succes boekt, daar krijg je zelfvertrouwen van.”

Stuvel: “Een platte tas is het allermakkelijkst wat er is. En ik gebruik dat soort tasjes ook nog eens vaak, het heeft ­direct nut.”

4. Werk met makkelijke stoffen als katoen of een ­andere stevige stof.

Stuvel: “Dat hangt er vanaf wat je maakt. Patronen vragen om verschillende stoffen. Een tasje maak je van stevige stof, maar een wijde broek vraagt om een soepele stof. ­Anders staat hij niet mooi.”

Van Leverink: “Maar zijde en leer zijn geen instapstoffen.”

Stuvel: “Zijde gaat enorm rimpelen. Om te beginnen zou ik dat niet doen.”

Van Leverink: “Jij hebt wel eens gezegd dat je geen dure stoffen koopt omdat je die altijd verknipt.”


Nienke van Leverink.
 Beeld Maxime Cardol
Nienke van Leverink.Beeld Maxime Cardol

Stuvel: “Ik koop alles goedkoop op de markt. Als ik een ­dure stof heb, krijg ik een soort knipangst, want dan moet je daar ook echt iets moois van maken. Ik raak daar alleen maar gestrest van.”

5. Sla geen stappen over.

Van Leverink: “Zeker. Ik probeer niet meer om slim te zijn. Er is heel goed nagedacht over de werkwijze bij kleding naaien, alles heeft een functie. Je komt jezelf anders ­tegen. Pieke, jij had het nog zo gezegd bij een broek die ik maakte: ‘Markeer de achterkant.’ Dat heb ik niet gedaan en nu weet ik niet meer wat voor of achter is.”

Stuvel: “Die stappen zijn er niet voor niks. Toen ik een jaar of negen was, mocht ik voor het eerst op de naaimachine van mijn moeder. Ik wilde een heel wijde cirkelrok maken, maar het werd één grote klit. Ik weet nog goed dat ik daardoor mijn eerste driftbui kreeg, ik werd er helemaal gek van.”

6. Was de nieuwe stof voordat je gaat knippen en naaien.

Stuvel: “Dat is geen gekke tip. Als de stof krimpt, zoals ­bij katoen, linnen en wol, moet je die zeker wassen voordat je gaat beginnen. Maar bij synthetische stoffen hoef je dat niet te doen.”

Van Leverink: “Dat wist ik helemaal niet! Ik leer hiervan.”

Stuvel: “Ik heb wel eens gehad dat ik een broek of rok had gemaakt, precies op de juiste lengte. Dan was je ’m en dan is hij toch te kort. Soms kun je het nog redden met een ­extra ‘valse’ zoom, maar dat is niet wat je wil.”

Van Leverink: “Hoe kun je dat weten?”

Stuvel: “Je moet het aan de verkoper vragen, die weet wel of de stof krimpt of niet. Maar je moet natuurlijk nooit op 80 graden wassen. Was de stof en je gemaakte kleding op 30 of 40 graden.”

7.Persen, persen, en nog eens persen. Voor een ­professioneel eindresultaat moet je de naden altijd persen.

Stuvel: “Altijd persen, dat is echt essentieel. Persen is met een vochtige doek tussen de stof en je strijkbout op een plek langere tijd drukken.”


Pieke Stuvel. Beeld Maxime Cardol
Pieke Stuvel.Beeld Maxime Cardol

Van Leverink: “Ik dacht altijd dat persen synoniem was voor strijken, maar dat is niet zo. Toen ik voor het eerst iets maakte, vroeg Pieke of ik had geperst. Ik zei vol vertrouwen dat ik dat had gedaan, maar dat was dus alleen maar strijken. Dat was misschien wel mijn grootste les: persen is niet hetzelfde als strijken. En dat ik alle draadjes goed moet afknippen.”

Stuvel: “Je werk verandert van een frommeltje in iets professioneels, het maakt zo veel verschil.”

8. Het moet wel leuk zijn.

­Stuvel: “Wees niet bang. Ga voor het plezier, niet voor de perfectie. Zeker in het begin. Later kun je altijd nog meer eisen stellen aan wat je doet.”

Van Leverink: “Inderdaad. Ik ben nooit handig geweest, als kind ook niet. Mijn hele familie was handig, maar mijn kralenkettingen donderden uit elkaar en mijn fimo­poppetjes leken nergens op. Ik maakte kleertjes voor mijn Barbies en dat zag er dan ook echt niet uit. Dat demotiveerde mij als kind. Maar ik wilde wel heel erg graag leren naaien, nu heb ik dat eindelijk geleerd. En als ik het kan, kan ­iedereen het.”

Pieke Stuvel en Nienke van Leverink: Het grote naaiboek, kleren maken voor beginners, Atlas Contact, €25,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden