PlusInterview

Mooi lelijk: ‘Het Buikslotermeerplein is het treurcentrum van Amsterdam’

Buikslotermeerplein.Beeld Erik Smits

Mark van Wonderen (39) heeft een grote liefde voor verval. Maandag – Blue Monday – verschijnt zijn boek met de beste treurtrips. Ga vooral ook naar het Buikslotermeerplein.

Waar het lelijk is, dáár is het mooi. Tenminste, dat vindt journalist Mark van Wonderen, online bekend als Joachim Scheurbuijck en in die hoedanigheid treurambassadeur geworden. Maar zo zwart-wit is het eigenlijk niet. ­“Gewoon lelijk is lelijk,” legt hij uit. “Maar mooi lelijk, dat werkt anders.”

Komt ie straks op terug. Eerst even de zaken op een rijtje. Als liefhebber van treurige plekken brengt Van Wonderen – niet toevallig op Blue Monday – een boek uit met de beste treurtrips in het hele land. Dat wil zeggen, routes langs de meest troosteloze uithoeken die Nederland kent. Langs Limburgse seksclubs, rafelig Zandvoort en god, wat is het goed zwelgen onder de rook van Tata Steel in IJmuiden.

In Amsterdam zijn drie routes uitgestippeld: door Nieuw-West, door de Bijlmer en – natuurlijk – Noord. “Maar eigenlijk,” zegt Van Wonderen, “hoef je nergens ­anders heen dan naar het Buikslotermeerplein. Wat mij betreft het treurcentrum van Amsterdam, misschien wel van heel Nederland.”

Dus daar zijn we vandaag, en het weer werkt mee. Dat wil zeggen: het weer werkt níet mee en dat is juist de bedoeling voor een goede treurtrip. Want je kunt in de meest ­afgebladderde buitenwijk van Tirana staan – bij 25 graden, zon en een licht briesje is het toch een beetje zoeken naar de tragiek. Maar te veel is ook weer niet goed: hoost het en stormt het, dan ligt het er te dik bovenop. De perfecte treuromstandigheden zijn aan de barre kant van neutraal. Dat wil zeggen: grijs, maar geen regen, of het moet miezer zijn. Zon? Liever niet, hoogstens een waterige. Wind: straf, zo eentje die door je jas heengaat, maar storm dan weer niet.

“Perfect treurweertje dus vandaag,” stelt Van Wonderen tevreden vast terwijl hij naar de grijze lucht wijst waar geen spat regen uit valt maar die ook weer geen zin in het leven geeft. Dus, zo’n treurtrip, hoe gaat dat? “Gewoon, kijken. Dat is wat ik doe. Zo’n beetje een keer per week ga ik hierheen, zitten op een bankje of verderop bij de Febo. En dan opsnuiven, die treurnis. Hmmm, zo.”

Het Buikslotermeerplein, volgens Van Wonderen het treurcentrum van Amsterdam – ‘misschien wel van heel Nederland’.Beeld Erik Smits

Rotte kiezen

De afgelopen jaren is Van Wonderen uitgegroeid tot treurautoriteit. Toen hij nog bij RTV NH werkte, vulde hij de ­radiorubriek Spuugmooi. Het idee: treurige plekken ter plekke omschrijven. “Daar is mijn treurvocabulaire enorm van opgeknapt,” vertelt hij. “Dan liep ik door Den Helder en had ik het over hoe de tand des tijds zijn werk deed, over rotte kiezen en deernis.”

Ondertussen groeide zijn online volgersschare en er kwam een (foto)boek: CHIN. IND. SPEC. REST., over Chinees-Indische restaurants; een uitstervend fenomeen in Nederland en koren op de molen van de treurliefhebber. Hij ging er duizend af, samen met grafisch ontwerper ­Yolanda Huntelaar. Na verschijning had Van Wonderen wat uit te leggen bij een paar zaken die zich voor gek gezet voelden. Maar alles bleek oplosbaar met een goed gesprek.

Hij loopt wel vaker tegen onbegrip aan. Want wat ­bedoelt ie er nu eigenlijk mee? Het lijkt al snel op aapjes kijken, met een bijsmaak van dedain. Echt niet, bezweert hij. “Het is allemaal met respect, met liefde voor het verval. Ik vind het ook echt belangrijk dat het er is: de rafelrand. Dat iets écht is, zonder opsmuk. Ik ga toch ook liever bij Gijs de Rooy in de Javastraat zitten dan bij het zoveelste latte-­soja-haverzaakje.”

Misschien komt het door zijn jeugd. Van Wonderen groeide op in het vrijwel treurvrije kunstenaarsdorp Bergen, waar het licht schilders deed schilderen en dichters deed dichten. Maar op vakantie, op weg naar het ook al zo poezelige Frankrijk, daar schoot hij in zijn jeugd even langs lelijks: Luik en omstreken. “Fantastisch vond ik dat. Daar wilde ik meer van.”

Dat kwam er. Treurtrippen is zijn voornaamste bezigheid tegenwoordig, in elk geval de laatste maanden. Zo’n drie à vier dagen per week, vanwege het boek natuurlijk. Maar wie nu denkt dat een overdaad een treurnis zich tussen de oren nestelt, heeft het mis. Althans, niet bij Van Wonderen. Hij vertelt alles lachend. “Depressief? Ik? Welnee. Treurnis is mijn motor. Echt, ik gedij bij verloedering.”

En als het hem dan tóch droef te moede wordt, gaat hij gewoon even door de grachtengordel lopen. “Dat is dan weer zo mooi, dan kan ik weer een heleboel treurigheid hebben. Vergeet ook niet dat Amsterdam over het algemeen vooral prachtig is. Het is hier goed zoeken naar de plekken die zo lelijk zijn dat ze weer mooi worden. Maar ze zijn er. Nóg wel.”

De Cantaroute

Op het Buikslotermeerplein is inmiddels een straffe westenwind opgestoken. Eigenlijk is dit halverwege de treurroute die hij voor Noord heeft uitgetekend. Die begint op de NDSM-werf, Klaprozenweg, via het Zonneplein door de Bloemenbuurt en uiteindelijk hierlangs en door naar de pont op het IJplein. De Cantaroute heet ie, bij voorkeur in zo’n karretje dus.

Over het Buikslotermeerplein schreef hij: ‘Hier staat een wegrottend en daardoor vervaarlijk ogend parkeerdek, waar nog wel goed gebruik van wordt gemaakt en achter het bowlingcentrum zorgen schimmige onderdoorgangen voor een sociaal onveilig gevoel. Te midden van dit ­alles zit, als een roos op een vuilnisbelt, café La Rosa. De Griekse tuinbeelden op het terras vormen een mooi contrast met de Canta’s die voor de ingang staan geparkeerd en de Trespaplaten van het jarentachtigpand waarin het café zit. Het Buikslotermeerplein is om te janken zo mooi.’

Café La Rosa dus, tevens de plek waar de boekpresentatie wordt gegeven. Van Wonderen staat ervoor en kijkt ­ernaar – voor de zoveelste keer. Toch weer een glimlach. “Kijk dan, die tl-buizen op de gevel. En dat er maar eentje het doet.” Dan komt er een Canta langs en gaan zijn ogen glimmen. Even later: “Kijk, kijk, kijk: die kerstversiering. De laten ze gewoon lekker staan. Heerlijk hè?”

“Iets wordt pas mooi van lelijkheid – en dus materiaal voor een treurtrip – als er ook nog hoop of goede bedoelingen in verscholen zitten. Dat er wat geprobéérd is. Neem nou hier, op die gekraakte bowlingbaan: een meterslange doek met alleen maar rood fruit en groente. En zijn dat nou vissen? Dat bedoel ik! Hoe kom je erop? En dan is het nu ook nog eens verweerd en vergeeld, maar ooit hebben er echt mensen gedacht dat ze het plein hiermee mooier maakten.”

Samen met gelijkgestemde treurliefhebbers heeft hij een appgroep en soms maken ze treurtrips samen. Meestal in Nederland, maar ook weleens de grens over. Laatst nog, een lang weekend Charlerois. Tijdens de jaarwisseling was hij in Edinburgh. Prachtstad natuurlijk, maar dan gaat het toch kriebelen en opeens vond Van Wonderen zichzelf weer terug in een bus naar een buitenwijk, zijn vrienden in een oergezellig Schots café in het centrum achterlatend. Je bent treurautoriteit of je bent het niet.

In die hoedanigheid wil hij nog iets kwijt. “Laten we nou iets van verval toelaten. Natuurlijk, in Amsterdam zijn we rijk en trekken we uiteindelijk alles strak. En als het geld dat niet doet, dan komt het wel uit een andere hoek. Dan trekt een dezer dagen wel een pop-uprestaurant in die lege bowlinghal. Hipper kan niet. Maar laten we ook de lelijkheid vieren. Dat het treurig mag zijn, soms hier en daar. Maar ik geloof wel dat er altijd weer nieuwe treurplekken ontstaan. Waar? In Amsterdam heb ik goede hoop voor IJburg. Nu nog niet, maar over een paar jaar, als het daar een beetje mag verloederen. Ik hoop het.”

Mark van Wonderen: Treurtrips (Her)ontdek Nederland!, ­Rubinstein, €25,00

Mark van Wonderen: ‘Perfect treurweertje vandaag.’Beeld Erik Smits
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden