PlusDe smaak van toen

Moeder Pluijm kijkt via de telefoon mee met de ‘pleursoep’: ‘Die worteltjes zijn te groot’

Gilles van der Loo gaat langs bij bekende en minder bekende Nederlanders om een gerecht uit hun ­verleden te bereiden. Deze week maakt hij ­‘pleursoep’ met drie generaties Pluijm.

Gilles van der Loo en René Pluijm maken soep naar het recept van Pluijms moeder. Beeld Eva Plevier
Gilles van der Loo en René Pluijm maken soep naar het recept van Pluijms moeder.Beeld Eva Plevier

‘Ik ben nog nooit zo bang geweest,” vertelt eetgewoonteverbeteraar René Pluijm (60) in de keuken van zijn culinaire werkplaats in de IJmuidense haven, terwijl zijn dochter Elia (22) met exacte, minimale bewegingen een prei in ringen hakt. “We waren op Roatan, een eiland boven Honduras,” zegt Pluijm. “We zaten in het heftigste stuk van orkaan Mitch toen de weeën begonnen. Mijn ex en ik hadden ons veilig in een hotel verschanst, maar dertig uur later werd duidelijk dat de bevalling niet vanzelf zou gaan. Er was iets mis. Ik dacht dat ik haar en onze dochter kwijt zou raken.”

Baby Elia bleek met haar knuistjes voor haar hoofd in moeders buik te zitten. “Ik heb haar moeder opgetild en in de auto gezet. We zijn door die orkaan naar het ziekenhuis gereden. Dat bleek gesloten, maar in een hok ernaast lagen drie vrouwen te baren. Ik stond daar in kuitdiep water toen een engel verscheen, een vrouwelijke arts die me geruststelde en ons hielp. Binnen de kortste keren kwam Elia tevoorschijn.”

Twee weken later zou Pluijm Honduras met zijn vrouw en baby ontvluchten. De situatie werd er te instabiel. Op Roatan liet hij een met bloed, zweet en tranen opgebouwd restaurant achter. “Met 25 gulden in mijn achterzak kwam ik terug.”

Restverwerking

Ondanks zijn lange verblijf in Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied en de vele reizen voor zijn programma Pluijms eetbare wereld is René Pluijms smaak van toen ‘pleursoep’, een recept van zijn moeder. Die soep maakte ze voor hem als jongen en jongvolwassene, en ze maakt hem nog steeds als Pluijm langskomt met de kinderen.

Het hart van pleursoep is restverwerking. Alles wat je in de koelkast of het groentenrek aantreft, kan erin. We hebben net wat spekblokjes aangebakken met een gesnipperde ui en Elia’s prei als Pluijm besluit zijn moeder te facetimen om haar mee te laten kijken. “Zal je zien dat we het nu alweer verkeerd doen,” zegt Elia.

Moeder Pluijm (91) zou ook komen koken, maar moest met spoed naar het ziekenhuis omdat haar pacemaker slecht was afgesteld. Inmiddels is ze weer thuis; de ingreep lijkt haar niet te hebben afgeremd. “Kijk even mee, ma,” zegt Pluijm, en hij houdt zijn telefoon boven de pan. “Paddenstoelen, tomaten, knolselderij, bloemkool.”

“Die worteltjes heb je wat te groot gesneden,” zegt moeder Pluijm. “Wat jammer dat ik er niet bij ben. Ik las Het Parool al in de oorlog. Is de bouillon al klaar? Nou, dan pleur je die bouillonblokjes erbij, hè. Dat geeft wat meer diepte aan het gerecht.” Tegen mij: “René is daar fel tegen, die gebruikt liever zout. Maar met bouillonblokjes wordt het écht lekkerder.”

Cucina povera

Zijn liefde voor het koken heeft Pluijm van zijn moeder en zit in de familie. “Eerst dacht ik dat mijn zoon Evandro misschien kok zou worden,” zegt hij terwijl de groenten garen in mijn kippenjus, “maar het werd Elia.”

“Die groenten,” zegt ma Pluim vanaf haar schermpje, “die pleur ik allemaal tegelijk in de soep, hoor.” Omdat we dat ­fijner vinden, faseren we het toevoegen toch een beetje. De hardere zaken als koolrabi gaan eerder in pan dan de bloemkool. Pluijm: “Mijn visie op eten is dat je zo min mogelijk moet doen met zo goed mogelijke ingrediënten. Ik ben gek op de Italiaanse cucina pove­ra. In Toscane ben ik eens in huilen uitgebarsten boven een bord pasta met broodkruim.”

Zijn pleursoep is een schoolvoorbeeld van de arme keuken: afsnijdsels en kliekjes vormen iets heerlijks. Het zakje half verdroogde paddenstoelen dat ik in mijn koelkast tegenkwam en voor vertrek snel in mijn kratje gooide, voegt nu een fijn herfstig nootje toe. Hoewel pleursoep door de wisselende ingrediënten steeds anders is, zegt Pluijm dat hij die van zijn moeder blind zou herkennen. “Er zit een smaaktoon in haar kookstijl, een soort eerlijkheid. En roomboter, een belangrijke component. Het is gul eten, recht voor z’n raap. Ik denk dat ik dát van haar heb meegekregen. Geen kapsones, gewoon gebruiken wat voorhanden is en er niet te veel mee doen. Weet je wat hier nog goed in had ge­kund? Een aardappeltje. Ma is gek op aardappel.”

Ik schiet in de lach, omdat Elia net wat aardappel heeft toegevoegd. We roeren boter door de soep, hakken een bosje peterselie en dan is de pleursoep klaar. Voordat we proeven, wil Pluijm nog één keer met zijn moeder bellen.

Eindresultaat van de pleursoep. Beeld Eva Plevier
Eindresultaat van de pleursoep.Beeld Eva Plevier

Recept: Drie-generatie-Pluijmpleursoep

Snijd alle groenten die u heeft in gelijke stukken. ­Verhit een gesnipperde ui en twee gehakte tenen knoflook in de roomboter met wat kleingesneden salami/spek/ham. Vlees hoeft niet, maar is wel lekker. Als de uien glazig zijn, giet u genoeg water of kippenbouillon in de pan om al uw groenten straks onder te laten staan. Laat zachtjes koken en voeg geleidelijk alles toe. Groenten die het langst moeten garen, gaan als eerste in de pan. Paprika, haricots, bospeen, knolselderij, mais uit blik: alles kan, maar zorg dat niet één smaak overheerst. Als de groenten gaar zijn een klontje boter erbij en wat gesnipperde peterselie. Tip van ma Pluijm: met bouillonblokjes is het nóg fijner.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden